De Braziliaanse ‘coronel’ is weer de baas

Rio de Janeiro – De meisjes zijn zes en negen jaar oud. Roze en rood jurkje. Een dikke man in groezelig poloshirt heeft ze op schoot.

Op de achtergrond het hek van een koeienkraal. De man wrijft zijn geslacht tegen de kinderen aan. Verkracht ze met zijn vingers. De meisjes huilen. Er komt geen hulp.

Het enige ‘ongewone’ aan deze scène is dat hij werd gefilmd. Door de vader van de meisjes. Een arme koeiendrijver uit het noorden. Voor hij ging werken verstopte hij een draaiend mobieltje in de boom. De vader wist: het was zijn enige kans om dit te stoppen.

Nu zitten de vader, de moeder en de meisjes ondergedoken. Bang om vermoord te worden. De kinderverkrachter is vrij. Omdat hij ‘geen enkele bedreiging voor de openbare orde vormt’. Logisch. Want deze man ís de openbare orde. De 67-jarige grootgrondbezitter Nezinho Alencar heeft ‘recht’ op kinderlijfjes, zoals hij ‘recht’ heeft op de gratis arbeid van hun vader. Omdat hij de coronel is van zijn gebied.

Coronelismo is het feodale systeem dat nog steeds op het Braziliaanse platteland heerst. Een patriarch aan het hoofd van een familie die zich niet alleen de grond toe-eigent, maar ook de mensen die erop leven. De coronel gaat over leven en dood – én over de publieke zaak, want hij bepaalt vaak hoe zijn ‘onderdanen’ moeten stemmen. Zo kan het dat deze verkrachtende grootgrondbezitter jarenlang de burgemeester was van een stoffig stadje met afgebladderde scholen en niet werkende ziekenhuizen. Hij schopte het tot afgevaardigde en uiteindelijk tot senator. Met het uitschakelen van de Arbeiderspartij van de afgezette president Rousseff zijn de coronels weer aan de macht.

Processen wegens corruptie, witwassen en poging tot moord. Een wetsontwerp dat abortus na verkrachting verbiedt. Dit zijn de wapenfeiten van de geachte afgevaardigde Moura. Afgelopen week werd hij door president Temer aangewezen om diens nieuwe Kamermeerderheid te leiden. Ook hij is een coronel uit het agrarische noorden. Ex-burgemeester van een stoffige stad, waar hij jarenlang de gemeentekas leegroofde. En toen zijn opvolger hem niet meer gehoorzaamde, stuurde hij er zijn pistoleiros op af.

Zo leeft in Brazilië de negentiende eeuw voort in de 21ste. Verkrachter Nezinho ontkende zijn daad niet. Hij was alleen kwaad dat die koeiendrijver hem ‘erbij had gelapt’. ‘Die knaap was niet tevreden met zijn loon.’ Een ‘loon’ dat bestond uit tien kalveren per jaar.