De Braziliaanse hond is alarmsysteem of mascotte

Rio de Janeiro – De hond hier is een deurbel. Hij waarschuwt bewoners als er iemand naar binnen wil. Hij is ook bewakingscamera. Met afschrikkende werking en alarmsysteem. Elke dag wanneer ik mijn eigen doetjes uitlaat, word ik geconfronteerd met de Braziliaanse oerhond. Het basismodel blaft oorverdovend. Hij grauwt en snauwt vanachter een hek of op binnenplaatsjes. In de sloppenwijk doet de oerhond zijn werk vanaf de platte daken. Bijna altijd vuilnisbakken en strontjaloers op mijn wandelende watjes. Want uitgelaten wordt de oerhond niet. Nooit.

Er zijn ook straathonden. Sjacheraars zoals Josef en Maria, mijn eerste honden. Zij lieten eenvoudig zichzelf uit. Dagenlang. Maria verdween. Opgepakt door de gemeentelijke vergassingsdienst voor straathonden. Josef koos eieren voor zijn geld en verburgerlijkte. Makkelijk is het in Rio niet voor een hond. In de bus en de metro zijn ze streng verboden. Net als in bars en restaurants. Taxi’s willen hen niet. En op uitgelezen hondenplekken als strand en bos mogen ze niet.

Bovendien zijn dierenartsen onbetaalbaar. Dat merkte ik bij mijn derde hond. Sol was een gele labradorachtige op eindeloos hoge poten. Maar ze kon er niet op staan. Als puppy was ze een deurbel geweest. Vastgeklonken aan een ketting. Toen haar ‘baasjes’ verhuisden, lieten ze de bel gewoon achter. De man die haar uitgehongerd vond was in tranen om het kreupele dier. Zelf had hij geen geld en ruimte voor haar. Wel bleef hij Sol haar hele korte leven bezoeken.

‘Ik begrijp die wreedheid niet. Jij Fifi?’ vraagt de dame in Pet Fun Beautysalon aan haar pekineesje. Fifi draagt een haarspeldje en een roze trainingspak. ‘Net als mama’, koert de vrouw. ‘Zo’n beest is toch je kind? Dan kleed je die op een dag als deze toch warm aan?’ Fifi wacht op haar wekelijkse beurt: wassen, knippen, föhnen, manicuren. Poedel Eduardo draagt zelfs hondenschoentjes. Lachend kijkt zijn baasje hoe het dier als dronken hert over de tegels glijdt. ‘Het went wel’, sust ze. ‘Ik vind het nu eenmaal onhygiënisch als hij met straatpoten op mijn bankstel zit.’

In de chique strandwijk Ipanema is de hond dus allesbehalve deurbel. Hij is mascotte, statussymbool en familielid. Vinden zij het niet onterecht dat de hond in Brazilië nergens welkom is? ‘Weet u wat het is mevrouw’, zegt Fifi’s moeder, ‘er is een enorm verschil tussen rijke en arme honden. Het probleem is dat de autoriteiten dat verschil niet willen maken.’