Hoofdcommentaar

De breuk binnen de VVD

Geert Wilders begint voor zichzelf. Formeel heet het dat zijn standpunt dat Turkije nooit lid mag worden van de Europese Unie voor de verwijdering tussen hem en de VVD heeft gezorgd. Dat is slechts ten dele waar. Wat menige VVD-fractiegenoot stoorde, is niet zozeer Wilders’ mening over dit onderwerp als wel de manier en het tijdstip waarop hij die naar buiten bracht. De fractieleden hadden op de laatste dag vóór het reces plechtig beloofd elkaar niet meer te overvallen met boude uitspraken. Juist toen kwam Wilders met een tienpuntenplan. Punt 2 (over het EU-lidmaatschap van Turkije) viel slecht omdat het onderwerp kort daarvoor in de fractie was ingeleid door twee hoogleraren waarvan de één argumenten voor toetreding en de ander tegen had aangedragen. Pas na de zomer zou de fractie de discussie hierover voeren.

Het tienpuntenplan was de spreekwoordelijke druppel. Fractiegenoten hadden genoeg van Wilders, die zich niet hield aan afspraken en ook nooit kwam opdagen op gezamenlijke uitjes. Daarnaast ging het uiteraard ook om ijdelheid en jaloezie. Al die aandacht in de media voor Wilders zorgde voor scheve ogen. Omgekeerd wekte Wilders steeds meer de indruk zichzelf belangrijker te vinden dan de partij. Heel klein menselijk, maar niet te verwaarlozen, zeker in de VVD, waar persoonlijke verhoudingen altijd belangrijker zijn dan politieke ideeën. Komt er een stok om de hond te slaan, dan wordt die in de VVD ook gebruikt.

Het opstappen van Wilders volgt na het vertrek afgelopen lente van staatssecretaris Annette Nijs van Onderwijs, die zichzelf in een onmogelijke positie had gemanoeuvreerd door in Nieuwe Revu de slechte verstand houding met haar minister te openbaren. Ook in het voorjaar was er, de veel inhoudelijker, aanvaring tussen oud-VVD-leider Hans Dijkstal en minister Rita Verdonk over het integratiebeleid. Dijkstal gebruikte in zijn kritiek termen die verwezen naar de Tweede Wereld oorlog, hetgeen partijgenoten die het inhoudelijk wel met hem eens waren te ver vonden gaan.

In dit incident zit niettemin de echte angel in het conflict rond Wilders. Waar Dijkstal probeerde verdraagzaamheid ten opzichte van allochtonen te prediken, uitte Wilders zich rabiaat. Imams moesten volgens hem terug naar hun holen, hoofddoekjes lustte hij rauw en criminele jongeren wilde hij straffen met dwangarbeid. Het was een welhaast ideologische strijd over de toekomst van de VVD ná de moord op Pim Fortuyn.

In de eerste fase van het post-Fortuyn-tijdperk paste Wilders prima. Maar die periode wil de VVD nu afsluiten. Mede onder invloed van talloze wethouders lijken de liberalen te beseffen dat democratie niet is wat sinds 2002 vaak wordt verkondigd. Sterker nog, dat landelijke politici niet moeten napraten wat er aan de tapkast, op verjaardagsfeestjes of in de buurtwinkel wordt gezegd omdat ze zo het lokale bestuur juist ondermijnen.

Het is, bedoeld of onbedoeld, Hans Dijkstal geweest die de voorzet daartoe heeft gegeven. Juist door terminologie te gebruiken die hem vreemd was, liet hij voelen dat ook de rechterflank van de VVD zich moet houden aan regels. Praten over de invloed van in het buitenland opgeleide imams, discussiëren over het dragen van hoofddoekjes, je afvragen of de Nederlandse strafmaat voldoende is voor criminele jongeren: dat alles mag. Maar niet zonder respect voor andersdenkenden of gevoel voor de grondregels van de rechtsstaat.

Sinds vorige week wil de VVD weer uitstralen dat democratie meer is dan het recht van de grootste groep, de grootste mond en het grootste geld. Daarmee heeft de VVD haar problemen overigens nog lang niet opgelost. Wilders stond niet alleen. De lang geheim gebleven poging hem binnenboord te houden, was niet louter ingegeven door de ervaring dat ruzie het nooit goed doet bij de achterban. Volgens insiders was Wilders erop uit voor zichzelf te beginnen. Hij ziet een electoraat dat op drift is en kan worden gevangen door een variant van het «compassionate conservatism» van George Bush jr. De meerderheid van de VVD-fractie calculeert die zwevende kiezersgroep echter anders. Niet dat er rechtsbuiten niks te halen valt, maar Wilders’ tienpuntenplan had de VVD gedwongen tot een metamorfose die de meerderheid van de liberalen niet wil en de partij in een moeras van interne conflicten zou zuigen. De breuk binnen de VVD is dan ook het begin van een terugkeer naar de brede liberale volkspartij, zonder heilige huisjes, maar met spelregels en omgangsvormen.

De vraag is nu wie die brede volkspartij gaat leiden. Onbedoeld heeft Wilders meegewerkt aan de duidelijkheid, die hij vlak voor het reces en al weer tot ergernis van menige VVD’er eiste door intern zijn voorkeur voor fractievoorzitter Jozias van Aartsen uit te spreken. Die heeft zijn positie nu kunnen verstevigen door juist Wilders aan te pakken. Maar hoe verder? Wellicht dat de VVD zich in eigen kring solidariseert. Maar daarbuiten is er ook politiek leven. De LPF mag dan niet meer bestaan, het electoraat gromt nog steeds. Als Wilders nu in staat is een serieuze organisatie op te bouwen, dan is de aanval op de VVD nog niet voorbij. Dat zou een herhaling zijn van het Fortuyn-trauma. Zeker voor Van Aartsen, die ondanks acht jaar ministerschap geen politicus was en is die van een stevig straatgevecht houdt.