De Britse koffieoorlog

Londen – Alvorens een probleem te gaan oplossen, zetten Engelsen van oudsher een pot thee. Koffie gold hier altijd als een bron van problemen, variërend van overspel tot marxistische revoluties. Toch is dat niet de reden waarom er de laatste tijd protesten rijzen tegen koffieketens.

De Brits-Zwitserse filosoof George Steiner gaf ooit twee redenen waarom je geen Sartre zult aantreffen in een Engels café: a) er is geen Sartre en b) er zijn geen cafés. Het eerste klopt nog, het tweede niet meer. In 1978 begon een koffierevolutie in het Verenigd Koninkrijk toen de Italiaanse gebroeders Bruno en Sergio Costa een koffiewinkel openden in de Londense spionnenwijk Pimlico. Inmiddels zijn er 1390 Costa-filialen in Groot-Brittannië alsmede talrijke vestigingen van Starbucks, Caffè Nero en andere ketens.

De logo’s verschillen, maar verder zijn de filialen amper van elkaar te onderscheiden. Het kopje koffie wordt liefdeloos gezet, de inrichting is steriel en een krant ligt er zelden. Je vindt er geen Sartres, Searles en Scrutons maar koffie­krakers: jonge mannen en vrouwen die een keuze maken uit het complexe koffieaanbod en vervolgens uren achter hun laptop internetten. Het personeel, vrijwel altijd karig betaalde buitenlanders, kan het niets schelen want dat heeft geen binding met de klanten of de baas. Goedkoop is de koffie ook al niet. Vaak zijn onafhankelijke cafés goedkoper of in ieder geval sfeerrijker. Het probleem is dat zulke tentjes worden weggeduwd door de ketens. Daar bestaat ook al een term voor: starbuckification. De ketens hebben meer financiële armslag om bureaucratie te bestrijden, rechtszaken te winnen en omzet verlagende rookverboden te overleven. Onlangs werd bekend dat Starbucks, dat zich graag portretteert als ethische multinational, door handig boekhouden een te verwaarlozen hoeveelheid belasting betaalt in Groot-Brittannië.

Er is echter een kentering waarneembaar. In de kustplaatsen Southwold en Totnes hebben inwoners strijd gevoerd tegen de opening van een Costa, in het tweede geval met succes. In Marlborough trokken oppassende burgers ten strijde tegen Caffè Nero en in het alternatieve Brighton was er protest tegen al weer een Starbucks. Op de achtergrond speelt, zoals altijd op dit eiland, het klassenbewustzijn een rol. En zoals altijd is het de bourgeoisie, zowel de conservatieve als de progressieve vleugel, die het voortouw neemt. Sinds kort hebben de opstandelingen een belangrijke medestander in de persoon van Bruno Costa. De zeventigjarige koffiekoning die zijn onderneming inmiddels heeft verkocht hekelt nu de almacht van de koffieketens.