De Britten maken zich op voor de wereldhandel

Londen – Na een Brexit zijn we bevrijd om een waarlijk mondiaal Groot-Brittannië te scheppen, stelde Boris Johnson bij zijn aantreden als minister van Buitenlandse Zaken. Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Het is niet voor het eerst dat de eilandbewoners een Europees samenwerkingsverband verlaten. Halverwege de zestiende eeuw namen de Engelsen, zo schreef Louise Hepburn in The New European, afscheid van de Hanze, gevolgd door de Hollanders. Met hun grotere schepen en vrijhandelsfilosofie vonden ze dat de toekomst niet op de zeeën lag maar op de oceanen. Verstandig besluit. De Hanze was over haar hoogtepunt heen en aan weerszijden van de Noordzee begonnen wereldmachten te ontstaan.

De brexiteers hopen dat de geschiedenis zich zal herhalen. ‘We zijn de vijfde economie van de wereld’, klinkt het vaak. Zorgen over het verlaten van de interne markt? Wijzend op hun handelstekort met het vasteland, draaien sommige brexiteers het om: de Duitsers met hun bmw’s, de Nederlanders met hun bloembollen en de Fransen met hun Beaujolais mogen blij zijn als ze de Britse markt op mogen.

Terwijl de nieuwe regering-May nog moet beslissen wat voor een soort relatie zij wil met de EU reizen bewindslieden de wereld af om alvast te spreken over handelsverdragen met landen als India, China en Australië. Om de verandering in perspectief te zetten: de Britten handelen nu meer met Ierland dan met India en China samen. Een natuurlijke handelspartner is Amerika. De Britten hopen de EU met haar impopulaire ttip de loef af te steken, maar met de protectionist Donald Trump als president kan een nieuwe situatie ontstaan.

Er is echter een onderbelichte vraag: wat hebben de Britten de wereld te bieden? Financiële diensten vooral, maar die vallen doorgaans buiten handelsverdragen. Juist de City heeft belang bij de interne markt. Twaalf procent van de economie bestaat uit het maken van tastbare producten, zoals medicijnen, vouwfietsen en wapens. Twee derde van de industrie kan gaan lijden onder handelsverdragen. Brexit-econoom Patrick Minford heeft al geopperd om alles op dienstverlening te gooien, zoals Singapore.

Geharde brexiteers gaan het liefst handelen onder de paraplu van de Wereldhandelsorganisatie. Bij de universiteit van Sussex is daarom een apart Handelsobservatorium opgezet, waarvan de leden onlangs bijeenkwamen in Chatham House. De strekking van het seminar: het wordt complex. Voormalig who-topeconoom Patrick Low had wel alvast een onderhandelingssuggestie voor de ‘brexperts’: ‘Roep niet telkens hoe groot de Britse economie is. Wees bescheiden.’