Het verrotte leven van Beate Zschäpe

De bruine weduwe

Het schandaal rond de Duitse terreurcel Nationalsozialistischer Untergrund dijt uit. Vorige week nam de chef van de falende binnenlandse geheime dienst ontslag. Beate Zschäpe is de enige overlevende van de rechts-extremistische terreurgroep. Ze was ‘de goede ziel’ van de moordenaars. Wat bewoog haar?

Als Beate Zschäpe op 4 november 2011 uit het brandende huis aan de Frühlingsstraße in Zwickau rent, kijkt ze nog een laatste keer achterom. Zo even heeft zij nog met een jerrycan in de hand door haar woning gelopen, brandversneller op het bed en de koelkast gesprenkeld, en op de krabplank van de katten en de computer, waarop zij net nog naar een medicijn tegen misselijkheid had gezocht. Daarna heeft ze de ‘Paulchen Panther’-dvd’s met bekentenissen en een paar kledingstukken gepakt, de woning in brand gestoken en is de knarsende houttrap af naar buiten gelopen. Ze heeft 75.000 euro aan contant geld in de woning achtergelaten.

Als Zschäpe de straat op loopt, verscheurt een harde knal de stilte in Zwickau-Weißenborn. Door de explosie wordt de buitenmuur van het huis weggeblazen. Zschäpe kan nog één keer de woning in kijken waar jarenlang de terreur van de neonazi’s vandaan kwam. Dunne vlammen lekken over de vloer, het bed en de muren. Ramen barsten en glas klettert op straat. Het is drie uur ’s middags. Drie uur eerder hebben haar twee medeplichtigen zelfmoord gepleegd.

Ruim zes maanden hebben onderzoekers van het Duitse Openbaar Ministerie duizenden pagina’s documenten en 9,3 terabyte aan gegevens op harde schijven van het misdadigerstrio geëvalueerd en honderd ooggetuigen verhoord. Daaruit is vandaag een heel nauwkeurig beeld naar voren gekomen, in de laatste uren vóór de aanhouding van Beate Zschäpe.

Zij draagt op deze novemberdag een zwarte broek, een zwart fleecevest en roodbruine leren schoenen. Haar donker geverfde haren vallen over haar ronde gezicht achter de montuurloze bril. In haar handen houdt zij twee mandjes met haar katten Lilly en Heidi.

Als Zschäpe uit het huis rent, ziet ze haar buurvrouw voor de eengezinswoning aan de overkant staan. Zschäpe houdt de pas in en vraagt de buurvrouw of ze voor haar katten kan zorgen. De buurvrouw knikt, Zschäpe zet de mandjes voor haar voeten neer, haalt een rood mobieltje uit haar zak en loopt in de richting van de binnenstad. De politie zal er nu snel zijn.

Zschäpe is 36 jaar, ze heeft daarnet alles verloren: haar familie, haar vrienden, haar mannen – en haar zin om te leven. Bijna veertien jaar lang heeft zij met Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt in de Nationalsozialistischer Untergrund (nsu) geleefd. Minstens tien moorden op kleine ondernemers van Turkse en Griekse herkomst en een politievrouw, twee aanslagen met spijkerbommen en minstens vijftien overvallen worden de groep voor de voeten geworpen.

Zschäpe vlucht op deze novembermiddag voor de politie en voor haar leven tot nu toe. Als de vlammen het dak van het huis bereiken, probeert ze met haar mobieltje André E. te pakken te krijgen: de belangrijkste steun en toeverlaat van het trio in de afgelopen jaren. Na twee kilometer door Zwickau te hebben gedwaald komt André E. haar met een auto achterop en rijdt hij haar de stad uit. Zschäpe denkt aan zelfmoord, ze wil zich voor een trein gooien. Dat vertelt ze aan een politieman als ze later in voorlopige hechtenis zit.

Maar ze moet nog twee wensen van de mannen uit haar leven vervullen. Zschäpe vraagt André E. haar op het station af te zetten.

De vrouw die deze avond op het station van Zwickau langs het politiebureau van de Bundespolizei loopt, is niet alleen de enige overlevende van de terreurgroep die zich nsu noemde – maar ook sowieso een van de weinige vrouwelijke rechts-radicale terroristen. Wie is Beate Zschäpe? Wat zijn haar drijfveren? Zschäpe zelf zegt niets tegen Die Zeit. Maar een paar van haar vroegere kameraden doen wel hun mond open, evenals voormalige buren, vrienden en diverse ooggetuigen.

Op het station van Zwickau stapt Zschäpe op deze novemberdag in het jaar 2011 op de trein naar Chemnitz. Ze heeft nu niemand meer die ze kan vertrouwen. Haar moeder en haar grootmoeder heeft ze ruim tien jaar niet meer gezien. Tijdens haar onderduiktijd heeft ze het contact met vroegere vrienden consequent gemeden. Zogenaamde kameraden uit rechtse kring denken dat Beate Zschäpe in het buitenland woont of op Kreta is gestorven.

De cel werd in Chemnitz geboren. Hier vond Zschäpe in 1998 haar eerste schuilplaats, nadat ze met Mundlos en Böhnhardt was ondergedoken. De rolverdeling binnen het trio was vanaf het begin duidelijk: Mundlos, de belezen ideoloog, was het brein. Böhnhardt, de wapengek, was de vuist. En Zschäpe was de huisvrouw en de moeder van de ‘familie’ – zoals Zschäpe het misdadigerstrio later in voorlopige hechtenis zelf zal noemen.

De mannen vertrekken voor hun moordcampagnes en de buren zien Zschäpe in de tuin de was ophangen. Medebewoners zeggen dat er altijd een heerlijke etenslucht uit de woning kwam. Voor haar mannen bakt Zschäpe nu en dan ook de lievelingskoekjes uit hun kindertijd. In de keuken vinden politieagenten later het boek Dr. Oetker: 1000: De beste bakrecepten.

Zschäpe organiseert de dagbesteding van de cel: ze huurt meer dan driehonderd films en computergames bij een videotheek in Zwickau en koopt brillen voor de mannen. Als Böhnhardt en Mundlos plannen maken om een bank te bespioneren of iemand neer te schieten, zoekt Zschäpe onderkomens voor hen in de buurt, bijvoorbeeld campings of woonwagens. Dat hebben onderzoekers gereconstrueerd op basis van de gegevens op de harde schijf van Zschäpe’s computer. Bovendien beheert zij het geld van de groep. Vakantievrienden herinneren zich dat zij alle rekeningen contant betaalde. Vaak zag je de grote bankbiljetten in haar portemonnee zitten.

Het Openbaar Ministerie gaat ervan uit dat Zschäpe ‘een soort emotioneel middelpunt van deze groep’ was, aldus plaatsvervangend procureur-generaal Rainer Griesbaum. ‘Uit ons onderzoek kunnen we de conclusie trekken dat zij een wezenlijke invloed had, bijvoorbeeld op de financiële regelingen binnen de groep, en dat zij ook de ideologie van de groep aanhing.’

Haar halve leven heeft Beate Zschäpe met de rechts-extremistische moordenaars Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos doorgebracht. Zoekt ze bij beiden iets wat ze nergens anders kon vinden? Vanaf het begin van haar leven heeft Beate Zschäpe het gevoel gehad niet gewild en niet geliefd te zijn. Als haar moeder Annerose A. op 2 januari 1975 in het ziekenhuis wordt opgenomen, omdat ze misschien last heeft van een nierkoliek hoopt ze dat een arts de krampen in haar onderlichaam kan behandelen. Maar Annerose A. is niet ziek. Ze krijgt een kind, ze heeft al weeën.

Annerose A. is dan 22 jaar. Niemand heeft de zwangerschap opgemerkt, zo wordt gezegd, zelfs een bevriende verpleegster heeft niets vermoed. De jonge moeder heeft een – in de ddr felbegeerde – studieplek op de faculteit voor tandheelkunde in Boekarest bemachtigd. Zij wil haar kans op een opleiding in Roemenië niet verliezen.

Medium rtr31sqm

Als Annerose A. twee weken na de geboorte teruggaat naar Roemenië laat ze haar baby in Jena achter. In Boekarest wacht iemand op haar: naast haar Duitse vriend heeft Annerose A. een Roemeense geliefde. Deze medestudent zou de vader van Beate zijn, heeft de moeder in een getuigenverklaring tegen het Openbaar Ministerie gezegd. De man weigert echter tot zijn dood in 2000 het vaderschap te erkennen.

Beate Zschäpe, de vrouw die als volwassene alles ondergeschikt zal maken aan haar haat tegen buitenlanders, is vermoedelijk half Roemeens. Op grond van alle feiten die nu over haar bekend zijn heeft ze dit waarschijnlijk zelf geweten.

In Jena bekommert zich eerst de grootmoeder om het kind en na twaalf weken al komt het meisje op de crèche terecht. Als Beate een half jaar oud is, neemt de Duitse vriend van Annerose A. het kind in huis. Met deze man, een oude jeugdvriend, had A. pas twee dagen vóór de geboorte van Beate een relatie gekregen. Tijdens een vakantie trouwt A. met hem. Beate krijgt aanvankelijk zijn achternaam.

De moeder van Beate Zschäpe wil niets tegen de media zeggen, maar de stiefvader gunt Die Zeit zijn tot nu toe enige interview. ‘Ik ben langer met het kind samen geweest dan met haar moeder’, zegt hij. Tijdens het gesprek in zijn woning in Thüringen zwijgt hij vaak, een radeloze man op zoek naar een verklaring. Hij zegt dat hij nog steeds niet begrijpt hoe Annerose A. haar eigen kind zo in de steek heeft kunnen laten, helemaal aan het begin van haar leven.

Na de terugkeer van Annerose A. uit Roemenië wordt de relatie al snel verbroken. De stiefvader van Beate gooit zijn vrouw uit hun gezamenlijke woning en het paar laat zich scheiden. De moeder trouwt opnieuw, en scheidt drie jaar later nog eens. Tegen de onderzoekers zegt zij later dat haar dochter Beate nooit een echte vader heeft gekend.

In de eerste drie jaren van haar leven heeft Beate drie achternamen: eerst de naam van haar moeder, dan de naam van haar stiefvader en ten slotte de naam van de tweede echtgenoot van haar moeder, Zschäpe.

In de vijftien jaar tussen haar geboorte en de Wende verhuist Beate met haar moeder zesmaal in Jena en omgeving. De laatste gemeenschappelijke woning is één kleine kamer met slaapnis, die moeder en dochter delen. De moeder verliest haar baan, ze zijn arm. Beate leert al vroeg hoe ze met weinig geld moet rondkomen.

Vaak geeft de moeder haar enige kind aan oma. Bij haar, zo lijkt het, voelt Beate zich geborgen. ’s Zomers rijden de grootouders met hun kleinkind in hun Trabant de stad uit, naar hun tuintje. Daar speelt het meisje in het bos, klautert ze over ruïnes en kruipt ze in holen. Na haar aanhouding in 2011 zal Beate Zschäpe zeggen dat ze een ‘oma-kind’ is geweest.

De relatie met haar moeder wordt in de loop der jaren steeds slechter. Beate Zschäpe is bijna nooit thuis. Ze wordt steeds vaker betrapt op zwartrijden en winkeldiefstal. Als de dochter thuiskomt en de moeder met haar wil praten, gooit het meisje de deur van haar kamer dicht.

Na de Wende verliest de moeder haar baan als boekhoudster bij Carl Zeiss Jena en wordt werkloos. Ze is geschokt door haar ontslag en zit het grootste deel van haar tijd alleen nog maar thuis. De vriend die Annerose A. nu heeft, kan niet met haar dochter overweg. Er is voortdurend ruzie. Is Beate Zschäpe op zoek naar een gemeenschap die haar accepteert zoals ze is? Het lijkt er wel op.

Op veertienjarige leeftijd sluit ze zich in de nieuwbouwwijk Winzerla aan bij een jeugdbende. In deze groep bevinden zich punkmeisjes met rood geverfd haar en neusringen, maar ook volledig apolitieke jongeren. De groep noemt zich Die Zecken en beschouwt zichzelf als politiek links. Een tijdje later bezoekt Zschäpe graag de nachtclub Kassablanca in Jena, waar alternatieve jongeren op ska en reggae dansen.

Deze maanden zijn niet alleen voor Zschäpe een fase van zoeken en verandering. 1989, het laatste jaar van de ddr, een niemandsland tussen de systemen. De oude orde is verdwenen, maar een nieuwe is er nog niet. Duitsland wacht op de hereniging. Het is een tijd waarin dingen verschuiven.

Zschäpe maakt mee dat Die Zecken het plan opvatten een als ‘skinheadtrefpunt’ bekend staand jeugdhonk te overvallen en een paar rechts-radicalen te ‘molesteren’. Dat herinnert Cornelia Z. zich, die er destijds ook bij was. Beate heeft zich slechts zelden politiek uitgesproken, maar wel het jongerenblad Bravo gelezen: ‘Beate was toen een levenslustig iemand die niet zo politiek gedreven was. Ze wilde eenvoudigweg van het leven genieten.’

Twee jaar later – in de herfst van 1991, als neonazi’s een pension voor buitenlanders in Hoyerswerda aanvallen en daarbij met applaus worden aangemoedigd door honderden inwoners van het stadje – leert de zestienjarige Beate in Jena de twee jaar oudere Uwe Mundlos kennen. Gezamenlijk breken ze in bij het rechtse jeugdhonk, openen een kluisje en stelen sigaretten en tweehonderd D-Mark. Ze worden verliefd en verloven zich.

Twintig jaar later: in de vroege ochtend van 5 november 2011 komt Beate Zschäpe in Chemnitz aan. Ze heeft de nacht in de trein en op straat doorgebracht. Om 7.54 uur belt ze het nummer van de familie Mundlos. De moeder van Uwe Mundlos neemt de telefoon op. Beate Zschäpe zegt dat Uwe niet meer leeft. Hij heeft zichzelf opgeblazen, dat is toch groot in het nieuws geweest. De moeder luistert geschrokken, ze wist er helemaal niets van. Ze zal nooit meer bellen, zegt Beate Zschäpe nog, en dan hangt ze op.

Beate Zschäpe loopt terug naar het station van Chemnitz en neemt een regionale trein naar Leipzig. Daarvoor heeft ze de moeder van Uwe Böhnhardt al gebeld.

Daarmee heeft ze de eerste opdracht van haar kameraden vervuld, nu de tweede nog.

In Leipzig aangekomen gooit Zschäpe in de binnenstad minstens twaalf enveloppen in een brievenbus. In de dagen daarna ontvangen kantoren van de Linkspartei, de Bild Zeitung, het Turkse consulaat, moskeeverenigingen maar ook een postorderbedrijf van neonazi’s kopieën van de nsu-bekentenisvideo. Hij staat vol met vijftien minuten hatelijkheden tegen de slachtoffers van de terreurcel, in de vorm van een stripverhaal van de Pink Panther. De dvd is het politieke testament van de neonazi-groep. Door de openbaring van de video wordt de zogenoemde Nationaal-Socialistische Ondergrondse in één klap bekend. Voor Beate Zschäpe moet het onderduikleven niet voor niets zijn geweest, net zo min als voor haar beide mannen de dood.

Bijna twintig jaar hebben de drie met elkaar doorgebracht. Helemaal in het begin is Beate voor de mannen alleen maar een vriendin, een lief meisje. In die tijd draagt ze schouderlang haar, jeans, T-shirt en een leren jasje – heel gewone kleren. Ze ziet er niet uit als een skingirl. Bekenden omschrijven Zschäpe als ‘een lief, aardig, open meisje’. Haar droomberoep is kleuterleidster. Maar ze krijgt geen plek aan de opleiding en begint als schilderhulpje in de jeugdwerkplaats van de stad Jena aan haar beroepsleven. Later volgt ze een opleiding als tuinier, richting groenteteelt.

Tijdens deze opleiding verlaat ze haar vriend Uwe Mundlos. Terwijl hij in militaire dienst zit, wordt Zschäpe verliefd op een ander: Uwe Böhnhardt, de beste vriend van Mundlos. In deze tijd moet Zschäpe zijn begonnen rechtse taal uit te slaan, aldus Siegfried Mundlos, de vader van de ex-vriend van Zschäpe.

Dat was destijds niets bijzonders. Eén op de twee mensen in de omgeving van Zschäpe droeg een bomberjack. Neonazi’s en skinheads vormden in de jaren negentig in sommige steden de toonaangevende jongerencultuur, net zoals hiphop dat vandaag de dag in veel buurten van Berlijn is. Nu Zschäpe met rechtse jongeren optrekt, laat ze haar andere gezicht zien: tijdens een vechtpartij in een bar slaat ze een beveiligingsbeambte met een fles op het hoofd. Mensen die een andere mening zijn toegedaan, treedt ze agressief tegemoet. Dikwijls vecht ze.

Toen een punkmeisje zich tijdens een treinreis ‘dom uitdrukte’, herinnert zich haar toenmalige begeleider, heeft Beate ‘er direct op los geslagen’.

Een onderzoeker van het Openbaar Ministerie van de deelstaat Thüringen, die Zschäpe in de jaren negentig verhoort, beschrijft haar als berekenend en gevoelloos.

Hoewel Uwe Mundlos door Zschäpe is verlaten, blijft hij haar gezelschap opzoeken. Voorzover nu bekend is zal Mundlos na Zschäpe nooit meer een andere vriendin hebben. Een van zijn jeugdvrienden zegt: ‘Alleen omdat Uwe nog zo veel om haar gaf, kon het trio ontstaan.’ Van nu af aan brengt Zschäpe haar tijd door met beide Uwes, haar huidige en haar voormalige minnaar.

Mundlos en Böhnhardt nemen voor Zschäpe de plek van haar familie in. Bij beide mannen vindt ze wat ze van huis uit nooit heeft gekend: warmte, geborgenheid en trouw – en dat alles zelfs ná een scheiding. Op zoek naar de liefde ontdekt ze ook de haat.

Vanaf 1995 voltrekt zich de radicalisering van deze drie mensen, die elkaar zozeer vasthouden dat ze snel alleen nog maar als ‘de drie’ bekend staan, in een rapper tempo. Regelmatig bezoeken Zschäpe, Mundlos en Böhnhardt bijeenkomsten van de rechtse Kameradschaft Jena en later ook die van de Thüringer Heimatschutz, een groepering rond neonazi Tino Brandt. Al spoedig besluiten ze dat ze ‘meer moeten doen’, herinnert Holger G., een kameraad van vroeger, zich.

In september 1995 zou Zschäpe samen met Böhnhardt bij het monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van de dodenmars van Buchenwald een nepbom hebben gelegd, aldus een notitie van de binnenlandse veiligheidsdienst. In dezelfde maanden gooien de twee rauwe eieren op het monument voor de slachtoffers van het fascisme in Rudolstadt. De binnenlandse veiligheidsdienst begint Zschäpe, Mundlos en Böhnhardt in de gaten te houden.

Het trio brengt nu alle vrije tijd door in het ‘bruine’ milieu. Zschäpe, Mundlos en Böhnhardt gaan naar concerten van de rechtse liedjesschrijver Frank Rennicke. Ze lopen mee met herdenkingsmarsen voor Rudolf Hess. Hier ervaren zij het gevoel van het ‘erbij horen’ waarnaar ze alle drie op zoek zijn geweest.

Met minstens acht nepbommen, waarin ook echte tnt-springstof is verwerkt, jaagt het trio tussen 1996 en 1998 hun thuisbasis Jena angst aan. De kisten met de daarop geschilderde hakenkruizen worden door kinderen en voorbijgangers voor het theater, onder een tribune van het stadion van Carl Zeiss Jena, en voor een monument ter ere van de slachtoffers van het nationaal-socialisme gevonden. Rond het nieuwjaar van 1996 worden nepbommen bezorgd bij het politiebureau, het gemeentehuis en de plaatselijke redactie van de Thüringischen Landeszeitung. De garage waarin de nepbommen zijn vervaardigd is door Beate Zschäpe gehuurd.

Daarnaast zet ze zich in voor de later als ‘staatsgevaarlijk’ omschreven en verboden Hulporganisatie voor nationale politieke gevangenen en hun familieleden (hng). Voor deze vereniging bezoekt Zschäpe ‘politiek’ gevangenen van rechts in de gevangenis. Maar al snel is dit voor haar, Mundlos en Böhnhardt niet genoeg meer. Ze willen niets meer met de ‘stadsskinheads’, die alleen maar geïnteresseerd zijn in zuipen en vechten, te maken hebben. Mundlos leest Mein Kampf van Hitler en de drie voelen zich al snel de elite van het rechtse milieu. De leuzen van hun kameraden volstaan niet meer. Het gaat hun nu om daden en niet langer om woorden. Als de recherche van Thüringen in januari 1998 de ‘bommenwerkplaats’ in de door Zschäpe gehuurde garage ontdekt, duikt het trio onder en ontwikkelt het zich tot een cel. De komende dertien jaren en negen maanden zijn Zschäpe, Böhnhardt en Mundlos op de vlucht.

Terwijl Mundlos en Böhnhardt mensen vermoorden, spijkerbommen leggen en banken overvallen, zorgt Zschäpe voor de brave façade. Ook daarom kan de cel zo lang onopgemerkt doden.

Kort nadat ze in maart 2008 in de woning aan de Frühlingsstraße 26 in Zwickau, hun laatste schuilplaats, zijn getrokken, stelt Zschäpe zich aan de buren voor – als Susann Dienelt of met haar bijnaam Liese. Voordat er gefluisterd wordt wil ze graag duidelijk maken dat een van haar beide medebewoners haar vriend is en de andere zijn broer. Een buurvrouw vertrouwt Zschäpe op een keer toe dat ze al negentien jaar met haar vriend samen is, maar toch nog regelmatig seks heeft. Kinderen zou Zschäpe niet kunnen krijgen, omdat haar beide eierstokken bij een operatie verwijderd zouden zijn. Haar twee katten Lilly en Heidi waren voor Zschäpe alles. ‘Dat waren haar baby’s’, zegt een buurvrouw.

‘Zschäpe gedroeg zich tegenover de mannen als een echtgenote – maar dan voor twee mannen’, aldus een ondersteuner van het trio. Naar binnen toe houdt Zschäpe de groep emotioneel bij elkaar, naar buiten toe is zij de boodschapper van de cel. Ze maakt zich snel geliefd bij de buren. Buurman Peter F. neemt verse komkommers voor haar mee, en ook buurman Olaf B. sluit Zschäpe in zijn hart. Als hij met een paar vrienden achter het huis zit en bier drinkt, komt Zschäpe verrassend langs met een pizza. Steeds vaker, zo vertelt B., is Zschäpe bij de buren gaan zitten. Ze heeft nooit bier gedronken, liever prosecco of een schuimwijn die ze zelf had meegenomen. De buren noemen Zschäpe ‘Diddl-Maus’.

Mundlos en Böhnhardt blijven steeds op de achtergrond. ‘Die waren zeer onopvallend. Alles wat voor “public relations” moest doorgaan, heeft die vrouw gedaan. Die mannen keken je nooit direct in de ogen en groetten je ook niet’, herinnert een buurman uit het huis aan de overkant zich.

Op een andere plek heeft Zschäpe ook wel eens alleenstaande buurvrouwen geholpen, door aan het einde van de maand hun boodschappen te betalen of met hun kinderen te spelen. Als vroegere buurvrouwen nu over haar praten, valt vaak het woord ‘vertrouwen’. Op een keer komt Beate Zschäpe een buurvrouw tegen in de binnenstad van Zwickau en zegt dat ze een mobiele telefoon met prepaidkaart nodig heeft – maar dat ze haar paspoort helaas thuis heeft laten liggen. De buurvrouw doet haar een plezier en registreert het toestel op haar naam. Zschäpe bedankt de vrouw met een biljet van vijftig euro.

Voor het raam van haar woning aan de Frühlingsstraße hangt Zschäpe gordijnen. Ze zet bloembakken neer, voor de douche ligt een badmat, op de koelkast prijkt een kaartje van ‘Cindy uit Marzahn’.

Alles diende louter als camouflage: in een kast naast de voordeur liggen tot op het laatst een machinepistool en een automatisch geweer met afgezaagde loop klaar. Voor het keukenraam staan geen echte planten maar plastic bloemen, zo ontdekken rechercheurs in het najaar van 2011. Achter de kunstbloemen heeft het trio vier bewakingscamera’s verstopt.

Op 8 november 2011 proberen de onderzoekers al vier dagen lang in de verkoolde ruïne van het huis de puzzelstukjes van de nsu aan elkaar te leggen. Maar het belangrijkste, de enige overlevende, vinden ze niet.

Beate Zschäpe zit op dat moment weer in de trein en dwaalt door het land. Op een gegeven moment neemt ze een besluit: ze wil terug naar Jena. In deze stad, waar haar dode medeplichtigen in een koelcel van de universiteitskliniek op stalen baren liggen, met de nummers TH1380-014717-11/8 en TH1380-014715-11/0. Ze wil terug naar de stad waar de enige mens op aarde woont die nog iets voor haar betekent: haar grootmoeder. Zschäpe staat voor het huis van haar oma in Jena, maar de twee ontmoeten elkaar niet. Waarom niet, is niet bekend.

Op 8 november 2011 om 11.15 uur gaat de nationale zoekactie naar haar van start. Op dat moment stapt Zschäpe in Jena bij een advocatenkantoor naar binnen. Om ervoor te zorgen dat de strafpleiter haar wil verdedigen, betaalt zij hem een voorschot van enige honderden euro’s, in contanten.

Samen steken ze dan de straat over naar het politiebureau van Jena. Om 13.05 uur lopen de advocaat en zijn cliënte Beate Zschäpe de witte trap naar het politiebureau op. De advocaat opent de deur van de glazen ontvangstruimte. Tegen de politievrouw die hen beiden begroet, zegt de meestgezochte vrouw van Duitsland: ‘Ik ben degene die jullie zoeken.’ In haar zak heeft Beate Zschäpe nu nog slechts 12 euro en 23 cent, in munten, haar laatste geld.


Dit artikel verscheen eerder in Die Zeit. Christian Fuchs en John Goetz publiceerden vorig jaar Die Zelle: Rechter Terror in Deutschland bij uitgeverij Rowohlt

Vertaling: Menno Grootveld