Amsterdam-West, de wereld in een wijk

De burger moet het doen

Het pluriforme en dichtbevolkte stadsdeel Amsterdam-West wil de sociale veerkracht van de buurten stimuleren. Maar hoe activeer je burgers? Veel mensen hebben immers al genoeg aan hun eigen sores. Een bestuurlijke impressie.

Medium bos en lommer 01

Buiten raast het verkeer over de nabij­gelegen A10. Binnen lopen beleidsambtenaren – opvallend veel vrouwen op ferm tikkende hakken – haastig door de gangen. Het is spitsuur in het lichte en ruime stadsdeelkantoor aan het Bos en Lommerplein in Amsterdam-West. Mannen en vrouwen van uiteenlopende leeftijd en afkomst zijn op weg naar een vergadering. De deelraadswethouders overleggen op de eerste ochtend van de werkweek met hun staf. In rap tempo, en in het bijzijn van niet alleen de ambtelijke top maar ook een gestaag wisselende groep ambtenaren die kennis hebben van deelonderwerpen, worden de laatste ontwikkelingen in hun portefeuilles besproken.

Stadsdeelvoorzitter Martien Kuitenbrouwer (Jeugd, Onderwijs, Openbare orde en Veiligheid – pvda) zit aan het hoofd van de vergadertafel in een met grauwgrijze vitrage afgescheiden ruimte op de eerste verdieping. Uit haar felrode handtas pakt ze allereerst haar telefoon. Ook als Kuitenbrouwer vergadert, staat ze – onder meer via Twitter – in contact met de buitenwereld. Na tien minuten breekt ze de discussie in de Operationele Staf Veiligheid af. Ze vindt dat haar ambtenaren te veel achterover leunen. De onderliggende kwestie is een man die het huis maar blijft binnendringen van zijn vrouw die van hem wil scheiden. Daarbij zorgt hij en passant ook nog eens voor overlast voor de omwonenden. Kuitenbrouwer wil dat hij een straatverbod krijgt; haar ambtenaren opperen uithuisplaatsing. Aan de vrouw zou door woningbouwcorporatie Stadgenoot, menen ze, een ander huis moeten worden aangeboden. ‘Nee’, zegt ze, ‘we moeten handhaven. De man moet strafrechtelijk worden vervolgd.’ Een ambtenaar sputtert: ‘Stadgenoot grijpt niet in terwijl dat wel zou moeten.’ Kuitenbrouwer, rustig: ‘Houd je bij je eigen rol voor je iets zegt over een ander. Ook wij moeten ons werk doen.’

De deelraadswethouder heeft niet alleen natuurlijk gezag in de organisatie, ze is bovendien niet van de oude school: dat de bureaucratie een log schip is dat weinig wendbaar is. Het ambtelijke apparaat is er decennialang in getraind om het politieke bestuur als een logé te zien die na verloop van tijd plaatsmaakt voor nieuwe gasten. Maar de tijden zijn veranderd. Wie met zijn kont vastgenageld zit aan zijn bureaustoel weet dat zijn of haar professionele doodvonnis is getekend. De houding van ‘wij bedenken en regelen het voor u’ is passé. Burgers moeten de ruimte krijgen om te participeren en verantwoordelijkheid te dragen. Hun kennis en initiatieven zijn belangrijk, ook al zijn die soms moeilijk in een afrekensystematiek te passen, de controle die is verankerd in onze democratie. Ambtenaren – en menige ambtenaar in West doet dat al met bewonderenswaardige inzet – moeten inschikken en faciliteren, én meer de straat op.

Medium bos en lommer 09

Het is een taakopvatting die ook Kuitenbrou­wer past als een tailor made jacket. Het volgende agendapunt: de veiligheidssituatie in de achterstandswijk de Kolenkit. De buurt, ten westen van de A10 met afgetrapte portiekwoningen in strokenbouw, kampt met armoede, een laag opleidingsniveau en taalachterstand van migranten van Turkse en Marokkaanse origine. Ze vraagt zich af of haar beleidsmedewerkers wel over voldoende antennes in de wijk beschikken. ‘Horen en zien wij wel genoeg? Zitten we er wel bovenop?’ De centrale vraag voor Kuiten­brouwer is of er ‘voldoende naar buiten komt van wat zich achter de voordeur afspeelt’. Ze wil tijdig kunnen ingrijpen om te voorkomen dat jonge kinderen hun criminele oudere broers achterna gaan.

In heel Amsterdam-West wonen zo’n honderd gezinnen die een negatieve uitstraling hebben op de omgeving en vaak ook op de school: niet mee kunnen komen in de samenleving, drugshandel, verslaving, criminaliteit, intimidatie. Ze hebben voornamelijk een Marokkaanse achtergrond; een enkel gezin is van Turkse afkomst. De zwaarste gevallen, zegt Kuitenbrouwer, pomp je door de molen van de hulpverlening, maar de problematiek wordt vaak alleen maar erger. ‘Ze leunen op hulpverleners maar lossen zelf niets op. Ze worden hulpverlener-resistent.’ Bewoners van de Kolenkit, maar ook van andere wijken, melden overlast vaak niet bij instanties. Ze kennen elkaar en vrezen represailles. Een bijkomend probleem, zegt een ambtenaar die voorheen bij de politie werkte, is dat voor het bellen van 0900-nummers betaald moet worden. Menigeen in deze buurten heeft geen beltegoed.

Hoe activeer je burgers en hoe werk je met hen samen? Dat zijn ook voor collega-stadsdeelbestuurder Hetty Welschen (Welzijn, Zorg, Armoedebestrijding, Bestuurlijke vernieuwing en Buurtgericht werken – GroenLinks) dé terugkerende onderwerpen tijdens vergaderingen met haar ambtenaren en buiten de deur. Ik hoor haar in de maanden dat ik haar volg meermaals verzuchten: ‘Ik weet dat de organisatie veel tegelijk te verhapstukken heeft momenteel, maar hoe kunnen we de burger buiten ook betrekken bij alles wat we doen?’ Amsterdam-West moet vasthouden aan de begroting voor 2013, ondanks de forse bezuinigingen. ‘Maar wat de bestuurlijke vernieuwing betreft’, zegt Welschen, ‘mag er van mij nog wel een schepje bovenop.’

Ze heeft met de invoering van welzijn nieuwe stijl een lastige klus op haar bord. De doelstelling is om de zelfredzaamheid van burgers te versterken en sociaal isolement en armoede tegen te gaan. Maar hoe houd je de ambities hoog terwijl je tegelijkertijd 28 procent moet bezuinigen – een krappe drie miljoen euro? Door te investeren in mensen en niet langer in bakstenen. Dat betekent, in ambtelijk jargon, dat er op een andere manier wordt gewerkt: burgers worden aangesproken op hun eigen kracht en netwerk en er wordt een tegenprestatie verwacht bij hulp.

De praktijk is minder abstract: het aantal buurthuizen in Amsterdam-West is terug­gebracht naar vier. Het zijn centra waar bewoners en organisaties gratis terechtkunnen. Welzijnsactiviteiten (computerlessen, kookcursus voor mensen met weinig geld, buurttelevisie) vinden steeds vaker op initiatief van burgers plaats. Wil bijvoorbeeld de klaverjasclub gratis gebruik maken van het gebouw, dan wordt eerst nagegaan of er belangstelling bestaat vanuit de wijk. En als tegenprestatie kookt de klaverjasclub voor een groep ouderen uit de buurt. Verder kent het stadsdeel kleinschalige buurtkamers: huiskamerachtige onderkomens die na de sluiting van enkele buurthuizen door bewoners zelf zijn opgezet en door hen worden gerund. Ook is vorig jaar fors gesnoeid in het aantal welzijns­organisaties dat geld ontvangt van het stadsdeel: zeven toen, drie nu en ze werken samen in een alliantie, abc. Het venijn zit zoals zo vaak ook hier in de uitvoering. Niet dat de deelraadswethouder daar tot in detail invloed op kan uitoefenen – bijvoorbeeld op de kwestie of welzijns­organisaties hun werk goed doen – maar ze is er bestuurlijk wel verantwoordelijk voor.

De stoom komt uit de oren van ­buurtbewoner Harry Gosen als hij op een herfstavond bij de raad zijn beklag doet. Een van de ­buurthuizen, de voormalige Mansveltschool bij het ­schimmige Karel Doormanplein dat lange tijd kampte met onveiligheid, is ’s avonds gesloten. Buurtbewoners kunnen er dan niet terecht voor activiteiten. abc, hiervoor verantwoordelijk, krijgt het niet voor elkaar om dat samen met wijkbewoners te organiseren. Er volgt een lange tirade over wat er allemaal wel niet deugt aan welzijn nieuwe stijl.

Welschen toont zich de maandag erna ­verbolgen op de staf maatschappelijke participa­tie. Ze heeft de raad beloofd dat de ­avondsluiting met onmiddellijke ingang van de baan is. Maar het duurde enkele dagen voordat het in orde kwam. ‘Als ik in de raad zeg dat het de volgende dag is opgelost, dan is het opgelost. Het is te gek voor woorden dat ik dat moet afdwingen.’ Tja, verzucht een van haar stafambtenaren: ‘Soms is het makkelijker om iets af te ­dwingen langs de bestuurlijke weg.’ Waar ze op hint is dat een organisatie soms pas in beweging komt als de wethouder expliciet haar gezag laat gelden. Welschen, not amused: ‘De urgentie van het probleem moet worden gevoeld en dat zie ik niet.’ Zij ervaart het conflict als een kans: klagende buurtbewoners ­worden bij elkaar gebracht en vormen gezamenlijk een beheergroep. Welschen waarschuwt dat als er ergens een reëel probleem is er van alles bij wordt gehaald wat niet klopt. ‘We moeten beter communiceren, ook naar de raad. Onze ­successen vieren.’

Maar hebben raadsleden daadwerkelijk zicht op wat hun in beleidsnota’s ter goedkeuring wordt voorgelegd? Zijn zij in staat het ambtelijke jargon te vertalen naar de veelvormige praktijk in een stadsdeel als Amsterdam-West waar vrijwel de helft van de ruim 130.000 bewoners van niet-Nederlandse origine is? Bovendien vestigen zich de laatste jaren steeds meer middelbaar en hoger opgeleiden in het stadsdeel. Woningbouwcorporaties stoten huurhuizen af die door jonge gezinnen en creatievelingen worden gekocht – mensen die op hun manier trots zijn op bijvoorbeeld een wijk als Bos en Lommer, die enkele jaren geleden nog een Vogelaarwijk was, een van de veertig ‘aandachtswijken’ in Nederland.

Op een avond in januari praten in dezelfde Mansveltschool waarover enkele weken daarvoor nog zo’n gekrakeel was met betrekking tot de avondsluiting op uitnodiging van ABC Alliantie raadsleden met Welschen en enkele van haar stafambtenaren over welzijn nieuwe stijl en buurtgericht werken. Zonder publiek maar ook zonder de vvd, want die partij ziet niets in welk welzijnsbeleid dan ook. Het buurtcentrum is recent opgeknapt. In een fris geschilderd voormalig leslokaal scharen de deelnemers zich rond een vierkant van tafels. Een enkel raadslid komt na half acht binnen met in een plastic tasje een broodje uit een afhaalwinkel uit de buurt. Ook directeur Hans Zuiver van de welzijnsorganisatie maakt deel uit van het gezelschap. abc heeft een uitgebreid takenpakket: schuldhulp en maatschappelijke dienstverlening, de opbouw van een civil society (het voormalige welzijnswerk: het activeren van en ondersteunen van initiatieven van buurtbewoners) en beheer en exploitatie van accommodaties. Zuiver is een lange, aanwezige man met een witte kuif, gekleed in spijkerbroek met een hemd en een jasje. Een welzijnsmanager van het type niet lullen maar poetsen. ‘Er is gewoon geen geld, dus de burger moet zelf aan de slag.’ En: ‘Het wordt nooit meer zoals voorheen, dus geen loze praatjes.’ Welschen kijkt moeilijk bij deze opmerkingen. Zij meent dat de overheid de burger onder het mom van ‘eigen kracht’ niet rücksichtslos moet loslaten, maar ook aanwezig moet blijven. Haar credo is ruimte geven en aanwezig zijn.

Zowel deelraadswethouder Welschen als de abc-directeur schetst de ontwikkelingen: aanspreken op eigen kracht want we moeten bezuinigen en mensen moeten zelf ook iets doen. Het zijn veranderingen die ingrijpende gevolgen hebben. Welzijnsorganisaties hebben tientallen mensen moeten ontslaan en degenen die hun baan behielden moesten worden getraind in hun nieuwe rol. Zuiver spreekt van een ‘alle-jezus-grote-opdracht’. De winkel bleef open tijdens de verbouwing, maar niet zonder problemen, erkent ook de wethouder. Het is niet bepaald rustig in de wijken. Bewoners moeten wennen aan het idee dat de afstand van hun huis naar een welzijnsaccommodatie nu groter is. Een d66-raadslid zegt dwingend dat een aantal buurtlocaties weer open moet: ‘Burgers kunnen dat prima zelf organiseren.’ Zuiver tempert zijn optimisme: ‘Het is mijn ervaring dat grote groepen burgers niet staan te trappelen om te participeren.’ Hij zegt dat mensen moeten worden geprikkeld om niet alleen iets voor zichzelf maar ook iets voor hun omgeving te doen.

Ook als de drang tot bezuinigen er niet was, zegt Welschen na afloop, zou ze inzetten op burgerparticipatie. ‘Mensen kunnen vaak meer dan ze denken en de eigenwaarde van juist kwetsbare burgers groeit als ze zelf iets voor elkaar krijgen.’ Het loopt tegen half elf. De wethouder staat buiten bij haar fiets nog steeds na te praten. De meeste avonden in de week worden opgeslokt door werk. Als abc eind januari op vier plekken in het stadsdeel aan buurtbewoners de sociale wijkteams presenteert en de werkwijze van welzijn nieuwe stijl toelicht, is ze er drie van de vier keer bij.

Op een van de presentaties is Harry Gosen, dezelfde man die eerder bij de raad insprak, opnieuw boos en agressief. Hij schreeuwt: ‘De buurt is van de bewoners en niet van professionals!’ En: ‘We zitten niet te wachten op dezelfde verhalen die toch geen effect hebben!’ Het grieft hem en ook anderen in de zaal, zoals Henk van Veen, die al meer dan dertig jaar actief is in de wijk Bos en Lommer, dat bewoners die de afgelopen decennia door het voormalige stadsdeel werden aangespoord om zich te organiseren in platforms er nu niet meer toe lijken te doen.

Medium bos en lommer 04

Van Veen legt later uit: ‘Wie verzint zoiets als een beleid van wederkerigheid? Alsof we over homogene groepen in de samenleving beschikken.’ Ook hij vindt dat burgers zelf aan de slag moeten: ‘Maar wie mogen dat opknappen? Wie gaan dat doen?’ Zijn antwoord: ‘Het geringe aantal mensen dat ook nu al actief is in wijken.’ Wederkerigheid, benadrukt hij, is alleen mogelijk als je toegang hebt tot netwerken. Mensen zijn volgens hem vooral kwetsbaar omdat ze daar juist níet over beschikken. Hij pleit voor meer concrete doelen: opleiding, werk, stage.

Terug naar de Mansveltschool. Hetty Welschen zwaait met beide armen in de lucht om aan te geven dat burgers en professionals het samen moeten doen. En dat de agenda van de buurt daarbij leidend is. De wethouder wil niet alleen de oude garde bereiken, de buurtbewoners die vaak al decennialang vrijwilligerswerk doen. Buurtcoördinatoren moeten nieuwe netwerken opzetten, ook anderen activeren. Het ergert buurtbewoners die al wel participeren dat de welzijnsorganisatie hun vrijwilligers­vergoeding heeft afgeschaft. Alles wordt een paar procenten duurder: de huur, de energie, het openbaar vervoer, de mobiele telefoon en de kabeltelevisie, maar hun inkomsten gaan niet omhoog. Ze voelen de verschraling in hun portemonnee. Ook het idee dat je iets terug moet doen als je van het buurthuis gebruik wilt maken stuit op weerstand. Niet alle ouderen zijn daartoe in staat, wordt opgeworpen. Een werknemer van abc vertelt dat een buurtbewoner op leeftijd een belronde is gestart. Elke morgen telefoneert hij met een oudere in zijn wijk: ‘Goedemorgen! Hoe gaat het?’ Die persoon belt daarna ook weer iemand. De ketting bedraagt inmiddels acht personen. De boodschap is helder: iedereen, hoe oud, ziek of beperkt ook kan iets terug doen.

uit de maanden – van oktober 2012 tot en met april 2013 – dat ik de twee wethouders in Amsterdam-West onregelmatig volg, stijgt het beeld op van twee ‘gedreven’ vrouwen die hun rol heel verschillend invullen en voor wie ambtenaren graag werken. De burger staat bij beiden centraal. Ik schuif aan bij vergaderingen en ga mee naar afspraken, zowel op het stadsdeelkantoor als daarbuiten. Hetty Welschen is meer onderzoekend voor ze tot ‘actie’ overgaat. Ze praat vaak in termen van processen. Ze gelooft in een overheid die ruimte geeft aan burgers. Ze zet in talloze ambtelijke gremia, in de raad en op bijeenkomsten buiten het stadsdeelkantoor de discussie op scherp, motiveert, inspireert. ‘Blijf niet roepen dat regels regels zijn. Laat bewoners hun gang gaan en kijk waar de regels wringen.’

Martien Kuitenbrouwer wordt gezien als een bestuurder met ‘gouden handjes’. Een prestatiegerichte wethouder die vrij veel voor elkaar krijgt. Ze is net als Welschen veel op straat, kent legio mensen – van hoog tot laag. Ze luistert naar hen en doet er iets mee. Ze zegt net zo gemakkelijk ja als nee, maar ze is ook een ‘rupsje nooit genoeg’. Iedereen in West moet zich veilig kunnen voelen. Geen discriminatie, respect hebben voor elkaar en luisteren naar elkaar zijn leidende principes voor haar. Ruzies, irritaties en frustraties buigt ze om tot een uitdaging: er komt dan immers een hoop informatie vrij, waarna ze gericht over kan gaan tot actie.

Een typisch voorbeeld van zo’n lik-op-stuk-aanpak is een slepend incident rond twee vrouwen die naast elkaar in de straat wonen. Op latere leeftijd krijgen ze een relatie. Ze worden hiermee gepest: het slot van hun voordeur wordt dichtgespoten als ze op vakantie zijn, het woord ‘pot’ op de gevel gekalkt en stront door de brievenbus geschoven. Enkele weken terug laat een van de vrouwen weten dat ze wil verhuizen. Ze voelt zich niet langer veilig in haar huis, mede omdat de politie het lange tijd liet afweten. Het bericht bereikt Martien Kuitenbrouwer, die de vrouwen voor een gesprek op het stadsdeel­kantoor uitnodigt. ‘Je mag best verhuizen’, zegt ze, ‘maar niet omdat je je onveilig voelt in je huis.’

Ze laat vervolgens een brief bezorgen aan alle bewoners van de straat: ‘We willen uw hulp vragen bij het oplossen van een probleem (…). Al maanden hebben twee bewoners van uw straat last van intimidatie, vandalisme, schelden en treiteren. De politie heeft aanwijzingen dat de daders van dit wangedrag bij u in de straat wonen. Dit wangedrag is niet acceptabel. Stadsdeel West wil alles doen om het te stoppen. We willen dat iedereen in ons stadsdeel zich vrij en veilig voelt. Op straat, in huis of aan het werk.’

‘Ik wil zo laten zien dat wij sterker zijn dan zij’, legt de stadsdeelwethouder uit. Ze vindt het pijnlijk dat mensen die worden gepest aan zichzelf gaan twijfelen. ‘Wat heb ík gedaan, vragen ze zich af? Dat is waar deze mensen op uit zijn. Dat je aan jezelf gaat twijfelen.’ De opstelling van politie en het stadsdeel is volgens haar cruciaal: ‘Deze mensen moeten serieus worden genomen.’ Na enkele weken moet ze evenwel constateren dat haar actie weinig heeft opgeleverd. Bewoners zeggen beter op te zullen letten, desondanks wordt er opnieuw lijm in het voordeurslot gespoten. Het stadsdeel helpt daarna met het plaatsen van een cameraatje en een spionnetje in de huisdeur. Als duidelijk wordt wie achter dergelijk wangedrag zit, organiseert de stadsdeelvoorzitter graag ‘herstelgesprekken’ tussen daders en slachtoffers. Met enige regelmaat worden lesbiennes, homo’s en in mindere mate joden lastiggevallen in Amsterdam-West – veelal door jongeren van Marokkaanse, een enkele keer door iemand van Turkse komaf . Bij die ontmoetingen betrekt ze bijvoorbeeld ook mannen met een Marokkaanse achtergrond. ‘Je kan en mag je niet verschuilen achter je etnische afkomst.’

Welschen en Kuitenbrouwer zijn pleitbezorgers van buurtgericht werken. Voorheen maakten experts meerjarenplannen waarna bewoners mochten inspreken. Nu staan de ideeën en expertise van bewoners centraal. Terwijl de raad instemde met ingrijpende bezuinigingen op welzijn in het algemeen kreeg buurtgericht werken er een paar miljoen euro bij. Eén miljoen daarvan wordt besteed aan buurtagenda’s die bewoners zelf opstellen en uitvoeren. In West noemen ze dat ronkend ‘de kracht van nabijheid’. Het is een aanpak waar ook deelraadsleden zich op kunnen profileren. Ze stellen zich tegenover het dagelijks bestuur – de vier deelraadswethouders (twee pvda en twee GroenLinks) onder voorzitterschap van Kuitenbrouwer – met enige regelmaat ook graag op als mannen en vrouwen die het ventiel van opgelopen spanningen en frustraties onder burgers open zetten. Bijvoorbeeld in hoeverre welzijn nieuwe stijl nog wel gaat over zwakkeren, zoals de SP-fractie opmerkt in een raadsbijeenkomst eind vorig jaar ter voor­bereiding op de vaststelling van de begroting voor 2013. De hoeksteen van dit beleid is immers, aldus de SP, dat het werk van professionals nu door vrijwilligers wordt overgenomen.

Welschen gaat over de problematiek achter de voordeur: armoede, eenzaamheid, werkloosheid, schulden, lichamelijke en psychische aandoeningen, verslaving. De nieuwe aanpak, gericht op risicogezinnen, is georganiseerd in Samen Doen en wordt inmiddels breed in Amsterdam ingezet. Buurtteams vormen de kern, een gezelschap specialistische hulpverleners van verschillende gemeentelijke en maatschappelijke instellingen onder leiding van één gemeentelijke teamleider. Elk huishouden waar ze over de vloer komen heeft voortaan nog slechts één aanspreekpunt.

Eind januari informeert Welschen de raad in een avondsessie over de eerste ­resultaten. De raadsleden zitten opeengepakt in een lang­gerekte zaal in het bruggebouw van het stadsdeel­kantoor. Overdag bevolken de doeners van het ambtenarenkorps de vleugel. Coördina­tor Carolien de Jong van Samen Doen loopt door de zaal en maakt schetsen op een flap-over om haar verhaal concreet te maken. Ze spreekt met geestdrift. Het team is in de Kolenkitbuurt begonnen en werkt nu ook in de Gulden Winckel­buurt. Het idee is dat armoede niet alleen te maken heeft met weinig inkomen, maar ook met het ontbreken van eigen kracht en een netwerk. Inmiddels hebben ze 482 gezinnen in het vizier; 82 daarvan weigeren hulp; 180 gezinnen zitten nu in de caseload, zoals dat heet. Bij het opsporen van deze gezinnen, vaak met een opeenstapeling van problemen, wordt samen­gewerkt met de Dienst Werk en Inkomen, het oude arbeidsbureau. Daarnaast komen mensen uit de wijk nu ook zelf naar hen toe als ze denken dat een buurman of -vrouw hulp kan gebruiken.

Een pvda-raadslid vraagt: ‘Wat zijn de obstakels?’ De Jong antwoordt: ‘Dat er één standaard­aanpak voor elke wijk gaat gelden. Je moet eerst een wijkanalyse maken en je hebt actieve burgers nodig.’ Een raadslid van GroenLinks wil weten hoe ze hun eigen successen meten. De coördinator van Samen Doen vertelt dat ze samen met een neutrale partij, de Hogeschool van Amsterdam, daarvoor een methodiek hebben ontwikkeld. ‘We krijgen regelmatig verslagen.’ Het is evenwel nog te vroeg om de successen – naast de aantallen, het betrekken van bewoners zelf bij de oplossingen en één aanspreekpunt per gezin – nu al te kunnen kleuren.

Kuitenbrouwer is verantwoordelijk voor het jeugdbeleid en de veiligheid op straat, waarop onder meer veiligheidscoördinatoren toezien. Amsterdam-West kent daarnaast inmiddels drie buurtpraktijkteams. Het zijn netwerken van professionals die in kleine stapjes de problemen aanpakken, zo nodig om de bestaande structuren in de buurt heen. Na Landlust en het Columbusplein zit er vanaf eind vorig jaar ook een in de Gulden Winckel. De eerste buurt kampt vooral met hardnekkige armoede; in de tweede zijn onveiligheid op straat en de invloed van criminele jeugdbendes op jongere kinderen de centrale thema’s; in de Gulden Winckel gaat het om alle drie. Door de economische crisis gaat bovendien de nieuwbouw van de uitgewoonde portiekflats niet door. Gehorige huizen, aangetast door schimmel, die nu enkel een opknapbuurt krijgen, waarna de huur met enkele tientallen euro’s wordt verhoogd. Wie ook een betere badkamer wil, moet rekening houden met nog meer opslag. Veel huurders zijn nu al twee maanden achter met betalen. De wijk kenmerkt zich door spanningen tussen buren onderling, niet alleen in de afgeleefde portiekflats zelf, maar ook tussen etnische groepen. Deze hebben weinig tot geen contact met elkaar. Zowel gezinnen als individuen zorgen voor overlast. Maar de meest prangende kwestie is dat kinderen nauwelijks worden opgevoed. Henk van Veen, voorzitter van het bewonersplatform, zegt: ‘Een belangrijk deel van de ouders heeft geen affectieve relatie met hun kinderen.’ In ambtelijk jargon heet het dat er een slecht pedagogisch klimaat is in de wijk.

Het buurtpraktijkteam is in de ­Gulden Winckel neergestreken in een voormalig schoolgebouw, dat inmiddels ook dienst doet als buurtkamer. De grote ramen geven uitzicht op een dor terrein omgeven door een hekwerk. Kinderen wurmen zich door de spijlen en plassen tegen bomen die er op deze winterdag voor dood bij staan. Daarachter ligt een speeltuin, die ook wordt gebruikt door de kinderopvang en de omliggende basisscholen. In de middag zitten vrouwen met hoofddoeken er op de bankjes. Het buurtpraktijkteam kwam in november in actie na een schietincident in de Hofwijckstraat, dat voor angst en trauma’s zorgde.

Een Nederlands-Marokkaanse uit de straat zegt dat haar dochter nog steeds van slag is: ‘Ze zag het van achter het raam gebeuren. Ze slaapt slecht en is bang.’ De huizen zijn volgens haar te krap. Ook dat van haar. Ze is teleurgesteld dat de sloop niet doorgaat. Jarenlang zijn ze aan het lijntje gehouden. Ze had gehoopt eindelijk ook eens in een fatsoenlijk huis te kunnen wonen. Met man en drie kinderen deelt ze een driekamerflat. ‘Kinderen worden snel naar buiten gestuurd of willen zelf buiten spelen. Het is gewoon vaak te druk in huis.’ Ze waardeert de betrokkenheid van het stadsdeel bij de wijk, maar jongeren hebben behoefte aan stageplekken, aan werk. ‘Als ze geen stageplek hebben, kunnen ze hun school niet afmaken. En als ze niet naar school kunnen vervelen ze zich en gaan ze het verkeerde pad op.’ Ze is blij met de aansporing van de voorganger van de Badr-moskee in de wijk dat ouders meer tijd met hun kinderen moeten doorbrengen. Zij en haar man gaan niet naar de moskee. Ze hebben de preek via internet beluisterd.

Op werkbezoek bij het buurtpraktijkteam in de Gulden Winckel verzucht Kuitenbrouwer: ‘We dachten dat het probleem van de criminele oudere jongeren voorbij was, maar dat is dus niet zo.’ Ze terroriseren nog steeds de wijk, en met name ook de jongere kinderen. Die zeggen dat ze de kans lopen door hen in ondergrondse vuilcontainers te worden gestopt. Er is verder veel strijd tussen de straten onderling. ‘Allemaal zaken’, zegt de stadsdeelvoorzitter, ‘die vaak onder de radar van hulpverleners blijven.’

De eerste bevindingen van het buurtpraktijkteam zijn dat de bewoners betrekkelijk apathisch zijn. Ze hebben wel ideeën over wat er veranderd zou moeten worden, maar ze tonen zich onmachtig om zelf stappen te zetten. De meesten zijn laagopgeleid of ongeletterd en spreken gebrekkig Nederlands. Een andere observatie is dat kinderen van vijf, zes jaar oud het gedrag van oudere criminele jongeren in de wijk imiteren: ze spelen bijvoorbeeld drugsdealertje. Er is een keur aan initiatieven om jonge kinderen bezig te houden, maar het zijn kleinschalige programma’s, versnipperd over de buurt en ze worden door veel ouders gezien als plekken waar ze hun kinderen kunnen dumpen. Regelmatig, zoals bij de Bookstore waar kunstenaars activiteiten aanbieden aan de buurtjeugd, worden kinderen niet eens opgehaald aan het eind van de middag.

Medium bos en lommer 30

‘Allochtonen worden langs de lat van de Nederlandse normen en waarden gelegd, terwijl ze vaak andere gewoonten en gebruiken hebben’, zegt buurtactivist Henk van Veen. Hij ziet het ook als een dogmatisch conflict: ‘Hun kinderen gaan bijvoorbeeld later naar bed dan bij ons gewoon is. Dat vinden wij een probleem.’ Hij pleit voor meer ruimte voor andere verwachtingen en minder vooroordelen. Van Veen woont sinds 1977 in de Gulden Winckelwijk, waar inmiddels 59 procent een niet-Nederlandse achtergrond heeft. Een keer is hij verhuisd, van een tweekamer- naar een vierkamerwoning, vijftig meter verderop. Hij is al die tijd al actief en wordt gekscherend de buurtburgemeester genoemd.

Hij kwam aanvankelijk in een blanke wijk terecht. Nette mensen zoals hij, met een lagere kantoorbaan die het steeds duurdere centrum van Amsterdam ontvluchtten. Tegelijkertijd kwam de gezinshereniging op gang. Migranten uit voornamelijk Turkije en Marokko haalden vrouw en kinderen naar Nederland. Er heerste, herinnert hij zich, in Bos en Lommer toen nog een streng woningtoewijzingsbeleid. Alleen gezinnen die zowel jongens als meisjes hadden kregen een vierkamerwoning. Hij zag dat zijn wijk ging ‘lijden’ onder overbewoning door grote Turkse en Marokkaanse gezinnen. Autochtone gezinnen trokken weg naar de Middelveldse Akerpolder en Purmerend, de toenmalige overloopgebieden van Amsterdam. Socia­le structuren vielen uiteen. Van Veen vertelt: ‘Ogenschijnlijk kwam daar geen nieuwe structuur voor in de plaats omdat migranten structuren meebrengen die voor ons, niet-migranten, onzichtbaar zijn. Naast familie wonen er veelal ook dorps- en streekgenoten in hun buurt. Die vormen hún sociale netwerk. Je ziet bijvoorbeeld een pannetje met eten door de straat gaan. Een Marokkaanse vrouw die zorgt voor een bekende die het moeilijk heeft.’ Het zou volgens hem best wel eens anders kunnen liggen dan het stadsdeel denkt: dat de zelfredzaamheid van Nederlanders hapert, dat die juist is achtergebleven in vergelijking met die van migranten. Hij heeft in de afgelopen decennia bovendien ervaren dat migranten geen binding hebben met platforms, met commissies, maar met personen. ‘De Nederlandse manier van je organiseren spreekt hen niet aan. Je moet contact houden met sleutel­figuren. Zo zijn ze dat gewend.’

Een week na haar werkbezoek aan het buurtpraktijkteam in de Gulden Winckel zegt Kuitenbrouwer in een gesprek in haar werk­kamer: ‘Het is belangrijk om geen torenhoge verwachtingen te koesteren. Je probeert het handelingsperspectief van mensen op te krikken, maar je raakt ook telkens weer aan hun onvermogen. Je moet als overheid dan ook niet doen alsof je alles kunt oplossen. Wel kunnen we hen helpen om de problematiek enigszins beheersbaar te maken.’ Maar ook: ‘Soms is het zo erg dat je er bijna spijt van hebt dat je het putdeksel hebt opgelicht.’ Van Veen: ‘In deze wijk wonen veel mensen met achterstandsproblemen. Dat klopt, maar door daar steeds op te wijzen wordt ver­geten hun af en toe een schouderklopje te geven. Hen te waarderen en te respecteren ook al spreken ze gebrekkig Nederlands.’

Op 1 januari 2015 gaat de nieuwe Jeugdwet in: alle jeugdhulptaken vallen dan onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Kuitenbrouwer heeft het onderwerp midden februari op de agenda van een zogeheten vrij besteedbare politieke avond van de raad gekregen. Tien lokale politici zijn komen opdagen; de publieke belangstelling is stukken groter en Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam heeft een fikse delegatie gestuurd. Kuitenbrouwer heeft haast. West heeft zijn vinger opgestoken om al na deze zomer met het project proeftuin A-Z in Bos en Lommer aan de slag te gaan. De stadsdeelvoorzitter wil dat de taken van Jeugdzorg niet enkel worden overgeheveld naar de lokale overheid, maar dat er ook een nieuwe visie wordt ontwikkeld op jeugdzorg, in Amsterdam ‘Visie om het kind’ getiteld.

Eerst enkele cijfers: de wijk Bos en Lommer telt 3657 gezinnen. Daarvan staan 1432 te boek als kwetsbaar maar nog redelijk zelfredzaam; 551 andere gezinnen zijn dat niet. De problemen in deze families stapelen zich op: schulden, verslaving, geestelijke beperkingen, sociaal isolement, huiselijk geweld, criminaliteit. Verder telt de wijk 48 gezinnen met kinderen, veelal van Marokkaanse origine, die in de top-zeshonderd van meest gewelddadige veelplegers in Amsterdam staan. Kuitenbrouwer vindt dat buurt- en wijkanalyses bij de aanpak na 2015 betrokken moeten worden. Ook moet eerst worden uit­gezocht wat ouders zelf vinden. ‘Dat moeten we als stadsdeel gaan snappen. U weet’, zegt ze, ‘dat ik van experimenteren houd. Niet vooraf alles al dichttimmeren.’ Het uitgangspunt is hoe effectieve hulp kan worden geboden in de eigen vertrouwde omgeving. En er moet meer aandacht komen voor vroege signalering om grote ont­sporingen tegen te gaan.

‘Grote gezinnen in kleine huizen. Dat is de problematiek waar wij in West vaak op stuiten’, legt Erik Gerritsen, bestuursvoorzitter Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, aan de raadsleden uit. Hierdoor ontstaat overlast voor buren. ‘Mensen hebben duidelijk moeite met het opvoeden van hun kinderen. Menigeen heeft daar geen kaas van gegeten.’ Gezinnen vinden het moeilijk om contact te maken, in het algemeen en dus ook met instellingen. Daar komen de taalbarrière en de culturele kloof nog eens bij. Gerritsen schetst het voorbeeld van een Marokkaanse vader die vindt dat als zijn dochter zonder boeken op school komt de school hier zelf maar wat aan moet doen. In een groot aantal gezinnen heerst volgens hem nog een schaamte­cultuur: ‘Ze hebben daardoor weinig netwerk om op terug te vallen. Je hangt de vuile was niet buiten. Dus kun je familie en anderen in je omgeving niet inzetten om je problemen mede op te lossen, zoals nu mode is.’ De hamvraag van vanavond: wat is de rol van de raad? Gerritsen, schertsend: ‘In de gaten houden hoe het bestuur het doet.’ Dan serieus: ‘Je bent als gemeente de opdrachtgever, je beschikt over het geld.’

Medium bos en lommer 22

Op de laatste dag van februari komt de ­stuurgroep Welzijn Nieuwe Stijl op het stadsdeelkantoor bijeen: portefeuillehouder Hetty Welschen, enkele stafmedewerkers en abc-directeur Hans Zuiver. De wethouder zegt geschrokken te zijn van de bewonersavonden met abc. Ze formuleert voorzichtig. Ze heeft daaraan de indruk overgehouden dat er geen methode aan het handelen van de welzijns­organisatie ten grondslag ligt. Het ergert haar dat bewoners werd gevraagd naar hun wensen. ‘Alsof we van nul af aan moeten beginnen.’ We hebben toch al agenda’s van de buurt en buurtanalyses, benadrukt ze. Die moeten, in samenwerking met de bewoners, nu verder worden uitgewerkt in buurtplannen. De sfeer is afstandelijk maar niet onvriendelijk. Zuiver en Welschen weten beiden dat ze voorlopig al lerende doende zijn. Maar de wethouder zit tegelijkertijd in een spagaat: ze is zowel opdrachtgever als partner in de uitvoering. Haar handen zijn enigszins gebonden, maar tegelijkertijd staat ze bestuurlijk en politiek wel in de spotlights, zoals ze eerder in de raad ervoer.

Bovendien mort haar ambtenarenkorps, diezelfde middag bijeen in de raadszaal van het stadsdeelkantoor aan het altijd tochtige Bos en Lommerplein. Er heerst onrust. abc, dat 10,5 miljoen euro op jaarbasis krijgt van het stadsdeel, reageert, naar hun idee, te traag op de nieuwe ontwikkelingen. Een deel van de wrevel en het onbegrip in buurten is hieraan te wijten. De ambtelijke bijeenkomst in de raadszaal is bedoeld om zich te bezinnen op de eigen rol: met welke boodschap stuurt het stadsdeel de welzijnsorganisaties de buurten in en spreken alle betrokken ambtenaren wel met één mond? Welschen: ‘Klaag niet alleen over abc. Kijk naar de kansen en problemen waar we samen voor staan. Waar draait welzijn nieuwe stijl om? Om een integrale aanpak op individueel en op buurtniveau, op het verbinden van wederkerigheid, op het ontdekken waar talent en kracht zit.’

Enkele straten verderop en enkele weken later zitten tegen het einde van de dag in een tjokvol zaaltje van de Badr-moskee orthodox geklede moslims rond de tafel met ambtenaren van het buurtpraktijkteam van de Gulden Winckelbuurt en de wijkagent. Wethouder Kuitenbrouwer schuift later aan. De twee verdiepingen tellende Badr-moskee is in 1988 opgericht door moslims van Marokkaanse origine. Het gebedshuis is, na een fikse uitbreiding in 2000, uitgegroeid tot een van de grootste moskeeën in Amsterdam met ruim duizend bezoekers per week. Zeventig procent daarvan komt uit de wijk. In het weekend volgen zo’n vierhonderd kinderen er uiteenlopende cursussen. Het buurtpraktijkteam wil gebruik maken van de expertise van de moskee, informatie met hen delen, er reclame kunnen maken voor hun eigen buurtactiviteiten en sommige ervan wellicht samen met hen organiseren.

Martien Kuitenbrouwer is niet zozeer uit op contact met de moskee als instelling, met het moskeebestuur, ze is geïnteresseerd in het bereiken van hun achterban. Op haar verzoek is deze wat te formele bijeenkomst georganiseerd, met powerpointpresentaties van zowel de deelgemeente als de moskee. En met eten voor de gasten als het moskeebestuur en de jongerenafdeling – vrouwen zijn niet aanwezig – rond zeven uur even weg moeten voor het gebed. De vraag is of en hoe de krachten gebundeld kunnen worden. Met vertrouwen in eigen kunnen legt de voorzitter van de jongerencommissie van de moskee zijn ambities op tafel. Aanknopingspunten ziet hij wel, maar ze hebben zelf al zoveel te doen. Naast een uitgebreid onderwijsprogramma zijn er tal van andere activiteiten: sport en spel, debatavonden, een reiscommissie. De tijd van de vrijwilligers is beperkt. Tijdens het eten zegt Kuitenbrouwer: ‘Al die kinderen die hier in het weekend onderwijs volgen, dat geeft aan dat ouders niet tevreden zijn over het reguliere onderwijs. Taken die feitelijk bij de school horen worden nu in eigen kring uitgevoerd.’ Ze spreekt het niet uit, maar de angst voor en weerstand tegen een mogelijke parallelle samenleving in haar stadsdeel spreekt uit haar lichaamstaal.

Aanmoedigen en verbinden ziet koning Willem-Alexander als zijn belangrijkste opdracht, aldus zijn toespraak tijdens de inhuldiging in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik associeer het ook met de taak van de wethouders Kuitenbrouwer en Welschen in Amsterdam-West. Anno 2013 bestaat het werk van lokale bestuurders vooral uit het stimuleren van de sociale veerkracht van mensen en het aanwakkeren van wederkerigheid. Niet alleen tussen burgers onderling maar ook tussen groepen: hoger en lager opgeleiden, etnische gemeenschappen, jong en oud. Een razend complexe opdracht met al die culturen, religies en levensstijlen dicht opeengepakt op luttele vierkante kilometers. En tijdens de economische crisis die zowel in negatieve zin – belangrijke bouwprojecten voor huurders met lage inkomens gaan niet door – als in positieve zin – woningbouwverenigingen verkopen huurhuizen die betaalbaar zijn voor jonge starters op de huizenmarkt – zichtbaar is. Middelbaar en hoogopgeleide burgers die West in rap tempo bevolken, zijn beter gebekt om hun belangen te behartigen dan de lager opgeleiden, die overigens wel het meeste vrijwilligerswerk voor hun rekening nemen.

Buurtburgemeester Henk van Veen, die zowel les geeft op een mbo-school als ’s nachts de post sorteert, had me er al over verteld bij een kop koffie in Podium Mozaïek, een internationaal cultuurpodium in Amsterdam-West, gevestigd in de voormalige Pniëlkerk. ‘Mensen met koophuizen binden en verbinden zich niet’, zei hij. Ze wonen in deze buurt omdat het goedkoop is: vanaf 144.000 euro kun je hier al terecht. Het zijn starters op de woningmarkt. Gemiddeld vertrekken ze na zeven jaar weer.’

Op Hemelvaartsdag zie ik wat hij bedoelt. Het is een kille voorjaarsdag: koude zon en fladderige wind. In de ochtend is het in de speeltuin en de kinderboerderij op het Wachterliedpantsoen een komen en gaan van gezinnen met jonge kinderen. ‘Goed opgeleide tweeverdieners’, zegt Guido Luske. ‘Mensen die in oktober wel hun handtekening zetten onder het protest tegen de voorgenomen sluiting door het stadsdeel van de kinderboerderij – we hadden er zestienhonderd binnen een week – maar die het te druk hebben om zich actief in te zetten voor het behoud ervan.’ Hij is terug in zijn oude rol van bestuurder en vrijwilliger van de speeltuinvereniging die tot voor enkele jaren ook de kinderboerderij exploiteerde. Luske heeft de hele dag dienst op de boerderij. Even later komt ook een andere oudgediende, Mary Zwaneveld, langs. Samen met buurtbewoner Tonny Visser is ze er het afgelopen half jaar in geslaagd om het beheer van de kinderboerderij naar zich toe te trekken – sinds kort samen met twee andere bestuursleden en twee buurtbewoners die de website beheren en crowdfunding organiseren. Vanaf juni wordt de kinderboerderij in het weekend door vrijwilligers gerund en gedurende de week door licht verstandelijk gehandicapten via het programma Werk en Dagbesteding van zorginstelling Cordaan.

Wethouder Kuitenbrouwer is op een herfstavond in 2012 zelf in de buurt komen uitleggen waarom de voorziening mogelijk wordt gesloten: het budget voor 2013 laat niet meer toe dat het stadsdeel de oplopende tekorten, 120.000 euro, voor de drie kinderboerderijen in West blijft financieren. Haar oplossing: één ervan wordt afgestoten. Waarom die in Bos en Lommer, met nieuwe gebouwen en een nieuwe inrichting? De exploitatiekosten van deze boerderij zijn hoger dan die van de andere twee en er komen minder bezoekers. Wel houdt de deelraad expliciet de mogelijkheid open dat burgers de exploitatie en het beheer van de kinderboerderij zelf op zich gaan nemen.

De naderende sluiting zorgt voor dynamiek in de buurt: bewoners die tot voor kort elkaar niet eens groetten, hebben nu een gemeenschappelijke vijand: het stadsdeel. Kuitenbrouwer schetst dat proces begin november aan studenten van de Universiteit van Amsterdam die een master conflictstudies doen. ‘De landelijke politiek gaat over algemene zaken, een lokale bestuurder wordt geconfronteerd met conflicten die voortkomen uit concrete situaties. Bovendien is het lokale bestuur vaak partij in het conflict.’ De stadsdeelvoorzitter kijkt de studenten opgewekt aan: ‘En dan moet je als politicus de energie ontwikkelen dat mensen voor je gaan werken in plaats van tegen je.’ Dat geldt volgens haar ook voor haar ambtenaren. Ze moeten van buiten (het perspectief van de burger) naar binnen (perspectief van de bureaucratie) denken in plaats van andersom – zoals voorheen.

Luske overrompelt het stadsdeel in november met een 23 pagina’s tellend document: Toekomstplannen kinderboerderij Nieuw Bos en Lommer. Bij de begroting van 2013 komt op initiatief van de pvda vijftigduizend euro overbruggingskrediet beschikbaar. Zo wordt tijd gekocht om de verantwoordelijkheid van de buurt voor de kinderboerderij verder uit te werken. Niet alleen de initiatiefnemers moeten aan het werk, ook het stadsdeel. Er moet een nieuw subsidiekader komen voor het reguliere budget van 73.500 euro per jaar dat er nog wel is. Het concept ligt er als Luske, Zwaneveld en Visser begin februari rond etenstijd in het uitgestorven stadsdeelkantoor opnieuw met de buurtcoördinator en een stafambtenaar rond de tafel zitten. Er is pizza. Welke vooruitgang hebben zij geboekt en wat hebben de ambtenaren in de afgelopen weken voor elkaar gekregen?

Luske geeft aan dat de oprichtingsakte van de nieuwe stichting zo goed als rond is. In maart volgt een bewonersoverleg om meer mensen bij het bestuur te betrekken. Dat is een eis van het stadsdeel: het initiatief moet steunen op aantoonbare betrokkenheid van de buurt. Stadsdeelvoorzitter Kuitenbrouwer laat in de staf­vergadering met haar ambtenaren weten dat indien nodig ook zij bij dat bewoners­overleg aanwezig is. Dat is geen goed idee, ageert de buurtcoördinator. Tegen Kuitenbrouwer: ‘Je moet het los kunnen laten. Je moet burgers nu de ruimte geven om zichzelf te organiseren.’

De concepttekst van het subsidiekader gaat rond. Een van de criteria is dat de kinderboerderij een keurmerk krijgt van de Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland (vskbn). Het is een punt dat al eerder voor spanning en irritatie zorgde. Door geldgebrek schrapte het voormalige stadsdeel bij de nieuwbouw enkele jaren geleden een quarantaineruimte van het wensenlijstje – een voorwaarde voor de certificering. ‘Het stadsdeel stelt feitelijk hogere eisen aan ons dan aan de Stichting Impuls die de afgelopen jaar het beheer deed’, verzucht Tony Visser duidelijk gepikeerd. De buurtcoördinator zegt dat het keurmerk het stréven moet zijn. Luske: ‘Daar gaan we gewoonweg niet aan voldoen.’

Medium bos en lommer 27

Terugkijkend op het overleg de afgelopen maanden met het stadsdeel verzucht hij op Hemelvaartsdag, een week na de officiële overgang van de kinderboerderij naar de nieuwe stichting, dat die kwestie nog steeds in de lucht hangt. ‘Een aanpassing van de gebouwen met een quarantaineruimte zou mogelijk uit een andere regeling kunnen worden bekostigd.’ Maar hij krijgt maar geen zicht op de verkokerde subsidiepotjes op het stadsdeel. Bovendien heeft hij gehoord dat buurtparticipatie, onderdeel van abc, in het naastgelegen Wachtliedenpaviljoen dat door verenigingen wordt gebruikt, een eet- en drinkgelegenheid wil vestigen. Luske haalt zijn schouders op: ‘Ik snap niet wie dit heeft bedacht. Wij verkopen koffie, thee, frisdrank en ijsjes om aanvullende inkomsten te genereren. Als iedereen straks hiernaast wat gaat verteren, kunnen wij wel inpakken.’


Profiel Stadsdeel Amsterdam-West

Amsterdam-West is een van de zeven stadsdelen in Amsterdam. Het is een combinatie van vier wijken – Oud-West, Westerpark, Bos en Lommer en De Baarsjes – en telt 26 buurten. Er wonen 133.230 mensen, ongeveer net zo veel als in Amersfoort. West is met 15.000 mensen per vierkante kilometer een van de meest dichtbevolkte gebieden van Nederland. Tevens is het een van de meest diverse stadsdelen van Amsterdam: 33 procent niet-westerse allochtonen, 16,3 procent westerse allochtonen en 50,7 procent autochtonen. West kent relatief veel sociale woningbouw, waarvan de vernieuwing door de economische crisis stokt. Ook verpaupert een deel van het particuliere huizenbezit als gevolg van leegstand. Tegelijkertijd stoten woningbouwcorporaties huurhuizen af. Die worden gekocht door middelbaar en hogere opgeleiden, veelal jonge gezinnen en creatievelingen. Dat trekt nieuwe winkels en restaurants aan. Op grond van een nieuwe gemeentewet worden de stadsdelen midden 2014 opgeheven. In Amsterdam worden de stadsdelen volgend jaar door bestuurscommissies bestuurd – met aanzienlijk minder bevoegdheden. De commissieleden worden rechtstreeks gekozen; uit hun midden worden de bestuurders aangewezen.


De dienstverlening moet op orde zijn

Ook in leven en bewegen, de dagelijkse organisatie, gaat in West veel energie zitten. ‘Pas als de dienstverlening op orde is’, zegt stadsdeelsecretaris Fred Claasen, ‘kunnen politieke bestuurders een rol van betekenis spelen.’ Amsterdam-West telt zo’n elfhonderd ambtenaren, goed voor negenhonderd fte’s. Slechts een krappe honderd daarvan houdt zich met beleids­zaken bezig. De rest zit in de uitvoering en de handhaving. Ze bemannen sociale loketten, beheren burgerzaken, controleren of auto’s goed staan geparkeerd en daarvoor is betaald, houden zich met ruimtelijke verordeningen of de financiën bezig, geven vergunningen af, zien erop toe dat de stoep weer netjes dicht wordt gemaakt nadat mensen van bijvoorbeeld het energiebedrijf die hebben opengebroken en dat het afval wordt weggehaald als de markt is afgelopen. ‘Het is belangrijk voor de leefbaarheid’, aldus Claasen, ‘om de openbare ruimte op orde te houden. Maar het is ook een hele klus. Neem alleen al de handhaving van fietsen: per jaar worden circa tienduizend rijwielen in het stadsdeel van de straat gehaald.’ Andere lastig te beteugelen problemen zijn parkeeroverlast, zwerfvuil en verkeerd aangeboden huisvuil.


Dit artikel kwam mede tot stand dankzij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten