Burgerzin, gedeeld burgerschap en burgerlijke plichten

De burger volgens Balkenende

«Meedoen, meer werk, minder regels»; het motto van het regeerakkoord tussen CDA, VVD en D66 klonk nog cryptisch. Meer werk en minder regels, dat was te begrijpen. Maar wat werd bedoeld met meedoen? Sinds dinsdag weten we het antwoord: meedoen geldt voor iedereen die niet meedoet. De toverwoorden zijn dus burgerzin, gedeeld burgerschap en burgerlijke verantwoordelijkheid.

Het doel is helder. De burger maakt de samenleving en de invloed van de overheid is beperkt. Daarom moet de burger aan het werk. Deze, betrekkelijk eenvoudige, maatschappijvisie werd door verschillende ministers afgelopen week al omstandig naar buiten gebracht. In de begroting klinkt deze visie nu op elke pagina door.

Vorige week citeerde De Groene Amsterdammer (het artikel De tweedeling komt eraan. Maar welke?) uit een geheime beleidsnota van het ministerie van Volksgezondheid. Het komt erop neer dat patiënten meer voor zichzelf moeten zorgen of vaker hulp in de eigen omgeving moeten zoeken. De nadruk zal komen te liggen op de eigen verantwoordelijkheid en de barmhartigheid van naasten.

De zieke is aan zet.

Minister Brinkhorst van Economische Zaken werd zondag 7 september in het discussieprogramma Buitenhof gevraagd naar een reactie op het salaris van Ahold-topman Anders Moberg. «Het heeft te maken met burgermansfatsoen», zei de minister. Brink horst weet kennelijk wat een bestuurder behoort te verdienen. Maar hij vindt het tegelijkertijd de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om zelf tot een juiste inkomens verhouding te komen. Ondertussen deelde hij zo indirect wel een sterk moreel geladen klap uit aan het adres van Moberg, impliciet zeggend: «U bent geen fatsoenlijk burger.»

De bestuurders zijn aan zet.

Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit — zoals het departement tegenwoordig zo mooi heet — veroordeelde donderdag 11 september in Trouw zelfs de halve burgerij. «Het zal mijn calvinistische achtergrond wel zijn, maar ik zal hen (de consumenten — jk) erop wijzen dat ook zij onderdeel zijn van de voedselketen. Als de samenleving wil dat de boeren hoog kwalitatief en veilig voedsel produceren met hoge normen voor dierenwelzijn, dan kan de consument als schakel in de keten daarvoor niet weglopen. Ik zal hen wijzen op hun verantwoordelijkheid. Trekken ze zich daar niets van aan, dan zal ik niet schromen ze keihard als hypocriet neer te zetten.» Op zijn persconferentie afgelopen vrijdag zette de minister zijn visie verder uiteen: «Door een appèl op eigen verantwoordelijkheid zijn afspraken voldoende.» Conform het «minder regels» wil Veerman regels vervangen door afspraken.

De consumenten en de boeren zijn aan zet.

De verkeersveiligheid behoort eveneens tot de eigen burgerlijke verantwoordelijkheid. Minister Peijs van Verkeer en Waterstaat omschrijft haar plannen met de slogan «samen, slim, slagvaardig, betrouwbaar». Ze lichtte de betekenis van «samen» ook vrijdag toe. «Iemand in het kabinet zei vandaag: ‹We moeten de burger aanspreken op naleving. Daarna pas moet de overheid handhaven. Burger en overheid delen verantwoordelijkheid.› In de praktijk betekent dit dat verkeersveiligheid alleen mogelijk is wanneer verkeersdeelnemers zich goed gedragen», aldus Peijs.

De automobilisten zijn aan zet.

In de ogen van het kabinet is de toverkracht van burgermanszin ook toepasbaar op het integratievraagstuk. Zie het volgende citaat uit de brief aan de Tweede Kamer van minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie: «Toenadering vindt plaats op straat, in de buurt en op het werk. Op buurt- en wijkniveau wil het kabinet het gesprek tussen allochtone en autochtone burgers aanmoedigen. Het uitdagen van burgers om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het leefklimaat in buurt en wijk kan een belangrijke prikkel vormen tot versterking van de integratie van minder heden in hun directe leefomgeving.»

Kortom, alle burgers zijn aan zet.

Het idealisme en vertrouwen in de burger zijn ontroerend. Maar klopt het ook? Op straat spreken allochtonen en autochtonen immers niet met elkaar. Dat lukt de inwoners van Charlois en Kanaleneiland al jaren niet. Is de oplossing nu dat zij spontaan hun huizen uit lopen om op straat in een spontane opwelling van burgermanszin jarenlang zwijgen te doorbreken?

Veel Nederlanders gedragen zich als rotzakken in het verkeer. Zou een beroep op hun verantwoordelijkheid hen ervan weerhouden rechts in te halen? De salarissen van bestuurders en managers stijgen al jaren. Zelf maken zij geen aanstalten daar iets aan te veranderen. Is een preek van de regering nu ineens wel afdoende? Vindt het voorstel van oud-minis ter Heinsbroek, die normen en waarden net als cola en spijkerbroeken wilde verkopen met ingenieuze marketingstrategieën, dan toch navolging?

Het kabinetsbeleid kent in elk geval een utopisch toekomstbeeld: de burger zal op miraculeuze wijze tot inkeer komen. Op instigatie van Balkenende II moet er een ware burger revolutie plaatsvinden waarna de Nederlanders zich opnieuw laten leiden door fatsoen en respect, niet langer door eigenbelang, winstbejag en zelfbehoud. Buren zullen dan weer vriendelijk met elkaar omgaan. Criminelen zullen gekweld door wroeging de koevoet aan de wilgen hangen. En docenten, artsen en conducteurs zullen opofferingsgezind de handen ineen slaan om het vastgelopen land weer vlot te trekken. Nederland zal onder Balkenende als één natie uit de paars gekleurde as herrijzen.

De kracht van deze formule is de simpelheid en de reikwijdte. De formule loopt rond als een vicieuze cirkel en klopt dus altijd. De problemen van mensen lossen op wanneer mensen de problemen oplossen.