Hoe de overheid terrorisme bestrijdt, volgens Hans Siepel

«De burgers voelen zich volwassen»

Kort voordat de rechtbank het vonnis velde over de Hofstadgroep begon de overheid haar publiekscampagne om de burger uit te leggen hoe terroristische aanslagen worden voorkomen. Een achterhaald middel, meent Hans Siepel, tot april 2005 betrokken bij het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie van Binnenlandse Zaken.

Ten tijde van de moord op Theo van Gogh begin november 2004 was Hans Siepel kwartiermaker van het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het kabinet moest met een reactie komen op de aanslag. Eén ding overheerste de discussie in eigen kring: hoe wordt voorkomen dat wij als verantwoordelijken worden aangewezen? Had de aanslag verijdeld kunnen worden?Het kabinet was volgens Siepel vooral met zichzelf bezig. Zouden de ministers niet in politieke problemen komen? Dat was belangrijker dan de vraag welke boodschap aan de burgers moest worden uitgedragen. Even later nam vice-premier Zalm het woord «oorlog» in de mond. «Hij had ook kunnen zeggen: nu komt het erop aan als samenleving weerbaar te zijn», zegt Siepel. «Dan had de overheid de aanslag in een totaal andere context geplaatst.»De aanhoudende kritiek van Siepel op de manier waarop de overheid communiceert, kostte hem uiteindelijk de kop. Hij kon zijn biezen pakken. «De laatste jaren is het kritisch vermogen uit overheidsorganisaties weggesneden. Het komt niet uit, het is lastig. Dat is dodelijk voor de vitaliteit van organisaties, maar ook voor het vertrouwen van burgers in de overheid.»Dit wantrouwen van de burgers is de leidraad in het denken van Siepel. De cijfers geven hem gelijk, vorige week nog via de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen. Daarom bekijkt Siepel met de nodige scepsis de publiekscampagne over terrorismebestrijding die deze maand onder auspiciën van nationaal coördinator terrorismebestrijding Tjibbe Joustra van start ging. «Zo’n campagne valt niet in een maagdelijke omgeving. Burgers wantrouwen de overheid in hoge mate. Maar in het denken van de overheid zit nog steeds de veronderstelling dat als de burger maar over voldoende overheidsinformatie beschikt, hij tot de conclusie zal komen dat de overheid het beste met hem voorheeft en de juiste dingen doet. Dat is een achterhaald idee.»Net als het kabinet in november 2004 is ook de overheid te veel met zichzelf bezig, stelt Siepel. Allerlei codes en rituelen, die vooral voor intern gebruik zijn bedoeld en wellicht ooit hun waarde hebben gehad, botsen steeds vaker met de opvattingen van de burgers. De geloofwaardigheid van de politiek staat daarmee op het spel.Siepel verwijst naar de oorlog in Irak. Het officiële verhaal is dat wij daar de democratie komen brengen. Tegelijkertijd lezen burgers over het eigenmachtig afluisteren van Amerikaanse burgers door de president, die lak heeft aan de spelregels van de democratische rechtsstaat. En zien ze allerlei reportages over geheime cia-vluchten en geheime martelcentra. De stelling van minister Bot dat daarvan niets bewezen is, wordt door de burgers domweg niet geloofd. «In zijn institutionele werkelijkheid klopt dat verhaal wel», erkent Siepel: «Waarschijnlijk kan hij ook domweg niets anders zeggen. Dat zijn nu eenmaal de spelregels. Maar hij moet beseffen wat voor dramatisch effect dat heeft op de geloofwaardigheid van de politiek.» Of neem het toneelstukje dat de ministers Verdonk en Van der Hoeven laatst voor de camera’s opvoerden nadat Van der Hoeven op haar website had laten weten dat Taïda Pasic wat haar betreft in Nederland haar opleiding zou mogen afmaken. «Wie van de zes miljoen televisiekijkers zou nu werkelijk geloofd hebben dat er niets tussen die ministers aan de hand was en dat ze het volledig met elkaar eens zijn», vraagt Siepel zich af.De informatierevolutie heeft de burgers steeds meer ontkoppeld van de instituties, is de analyse van Siepel. Burgers beleven hun geloof buiten de kerkelijke instituties om. Ze zoeken hun medisch heil in alternatieve circuits of zoeken zelf op internet hun medicatie op. Ze boeken zelf hun reizen. Ze bankieren vanachter de pc en geven geen geld meer aan hulporganisaties maar zetten hun eigen kleine hulpprojecten op. Burgers voelen hun handelingsvermogen toenemen en trekken macht naar zich toe. Dat laat de politiek en de overheid niet onberoerd. Burgers willen ook politicus buiten de officiële instituties zijn, invloed hebben buiten de formele politiek en leggen zich niet meer zomaar neer bij het werk van de instituties.Mensen worden hun eigen onderzoeksrechter, zegt Siepel. Ze zien de flaters van justitie in verschillende geruchtmakende zaken. Maurice de Hond is een campagne begonnen om de volgens hem ten onrechte veroordeelde Louwes uit de Deventer moordzaak vrij te krijgen. «Ik vond de reactie van het openbaar ministerie typerend», zegt Siepel. «Het om zei: we moeten rekening houden met kritische en mondige burgers. Ze vergaten erbij te zeggen dat het ook om burgers gaat die macht hebben. Daar ontstaat het conflict met de overheid.»Want die overheid ziet nog steeds vooral de burgers als het probleem. Siepel: «Eigenlijk zegt de overheid nog steeds: jullie moeten voldoen aan de modellen die wij van jullie gemaakt hebben. Wij denken dat beter te weten dan jullie zelf. Terwijl burgers steeds meer zeggen: ik voldoe niet aan uw modellen. Het is in wezen een strijd om de macht. Niet vanuit een ideologie of een revolutionair plan, maar meer uit de aard der dingen. Het zelforganiserend vermogen van de samenleving neemt toe. De macht van de instituties loopt op zijn einde.» Hans Siepel heeft zich dan ook geërgerd aan de conclusies die het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp) trok uit het onderzoek waaruit bleek dat tachtig procent van de burgers tevreden is met het leven, maar tegelijkertijd grote onvrede met de overheid heeft. Volgens het scp is de burger verweesd en op zoek naar nieuwe leiders en instituties. «Veel mensen voelen zich helemaal niet verweesd», zegt Siepel: «Ze voelen zich volwassen.» Dat gevoel slaat ook terug op de campagne over terrorismebestrijding. Volgens Siepel is een weerbare samenleving essentieel om met het nieuwe fenomeen van terreurdreiging om te kunnen gaan. Mensen snappen wel dat een aanslag niet altijd te voorkomen is. Waar het om draait, is dat burgers vertrouwen hebben in de bestuurders, de politieke gezagsdragers en de organisaties die hen professioneel moeten beschermen. Maar juist dat vertrouwen ontbreekt. «Als je ziet hoe het om en de aivd de laatste tijd in het nieuws zijn gekomen is dat een grotere aanslag op het vertrouwen van burgers dan het hele fenomeen van de Hofstadgroep», vindt Siepel. De overheid zou niet alleen robuuste maatregelen tegen terrorisme moeten nemen, maar ook robuuste maatregelen om het vertrouwen van de bevolking te herwinnen. Geef veel meer openheid van zaken, is zijn advies.Siepel: «Zo’n campagne is een geïsoleerd communicatiemoment. Wat dan vooral telt is hoe geloofwaardig we degenen vinden die ons de campagne presenteren. Zo gaat die afweging in de hoofden van mensen. Waarom organiseert nationaal coördinator terrorismebestrijding Joustra niet elke twee weken een ontmoeting met journalisten om hen op een open manier bij te praten? Een gezonde relatie met de pers is een essentieel onderdeel van terrorismebeleid. Die verhouding is nu ernstig verstoord. Ik weet uit eigen ervaring dat veel journalisten die op het terrorismedossier zitten geen zaken meer doen met de officiële woordvoerders, omdat ze die niet vertrouwen. De overheid is altijd bang om te veel informatie naar buiten te brengen. Want daar kan altijd iemand iets van vinden en dan heeft de minister misschien een probleem. Dat is allemaal veel wezenlijker dan zo’n campagne.»Volgens Siepel is de grote vraag of het systeem nog in staat is zichzelf te transformeren, of de overheid erin slaagt een wezenlijk andere verhouding tot de samenleving aan te nemen. Het is in zijn ogen geen toeval dat er nu overal haarscheurtjes zichtbaar worden. Zoals minister Van Ardenne die stelt dat het kabinet de burgers angst aanjaagt. En minister Pechtold die meent dat de overheid deel van het probleem is. «Ik denk dan: dat is allemaal waar, maar je zit in een positie om er wat aan te doen. Maak eens een analyse.» Siepel zelf vergelijkt het met de kerkgeschiedenis. De boekdrukkunst zorgde voor een revolutie. Zodra Luther zelf de bijbel kon lezen, kwam hij tot de verrassende ontdekking dat er heel andere dingen in stonden dan hem altijd verteld was. De kerk pikte dat niet: wij weten wat de dogma’s zijn, wij weten wat God is en daar heeft u zich maar aan te houden. Siepel: «Veel instituties hebben bloedige gevechten geleverd om te overleven. De overheid doet eigenlijk een beetje hetzelfde, zij het in een ander toneelstuk. Ze zegt nog steeds: wij weten het beste wat goed voor u is. Dat komt een keer tot een ontlading. Ik weet ook niet hoe dat zal gaan, of het soepel zal gaan. Maar mensen herkennen zich steeds minder in de betekenis die de politiek en de overheid aan hun werkelijkheid geven. We hebben er een beetje genoeg van.»