De BV Academia

Van wie is de universiteit? Het antwoord op die vraag zegt veel over de tijdgeest. In de jaren zestig riepen studenten dat de universiteit van hen was. Daarna volgde de ondernemende universiteit die zich ging gedragen als een consultancyfirma of als verlengstuk van de R&D-afdelingen in het bedrijfsleven.

Medium commentaar 48 2014 bv 2

Of is de universiteit van alle burgers samen, zij betalen immers belasting en mogen dus verwachten dat publiek gefinancierd onderzoek maatschappelijk nut heeft. Met de wetenschapsvisie 2025 die het kabinet deze week presenteerde wordt er in ieder geval een stap in die richting gezet. Burgers moeten gaan meebeslissen over de onderzoeksagenda van universiteiten.

Als wetenschapper zou je er doodmoe van worden. Volgens academische gedragscodes dien je geen enkel belang te dienen dan dat van de wetenschap. Ondertussen wordt er constant op je deur geklopt door bedrijven, topsectorteams en burgers die komen uitleggen wat volgens hen dat belang behelst. Als je niet luistert zit je in de ivoren toren. Kun je dit spelletje niet meespelen, omdat jouw vakgebied buiten het commerciële zoeklicht blijft of niet bij een breed publiek in de smaak valt, krijg je geen geld voor onderzoek. Het wegkwijnen van de geesteswetenschappen in Nederland is daarvan een gevolg.

Het onderzoeksdossier over hoogleraren en hun nevenfuncties in De Groene Amsterdammer van deze week laat zien hoe de academie is verworden tot een dienst wetenschappelijke uitvoering. Professoren met dubbele petten, gekochte hoogleraren en onderzoek in opdracht zetten vooral particuliere belangen op de agenda van de universiteit, een instituut dat het algemeen belang zou moeten dienen. De ruimte voor echt onafhankelijke wetenschap wordt zo steeds kleiner. De hoogleraren spelen hierin een ingewikkelde dubbelrol: ze moeten zich naar de roep van maatschappij en bedrijfsleven voegen en tegelijkertijd waken over hun eigen onafhankelijkheid.

Het is crisis, een beetje meer rendementsdenken kan dus geen kwaad, zo luidt het veelgehoorde argument om universiteiten te beoordelen op dienstbaarheid aan anderen. Maar de vrijheid voor een wetenschapper om te onderzoeken wat híj wil, is niet iets wat je kunt opofferen omdat het economisch tegenzit. Het zít tegen omdat de wetenschap te veel bij anderen op schoot zat. De economische wetenschap was collectief blind voor een naderende economische crisis. Veel topeconomen waren deels in dienst bij financiële instellingen en dansten op hun melodie. De vrije markt kon niet falen. Het verkopen van financiële wanproducten werd door wetenschappers gesanctioneerd als gezonde economische groei. Meltdown was het gevolg.

Hetzelfde patroon zie je in andere disciplines. Ook in het onderzoek naar energievraagstukken zit een conservatief element. Olie- en gasbedrijven worden aangezocht als financier van de wetenschap en zij drukken hoogleraren aan hun borst als adviseur. Zo sluipen de fossiele belangen de wetenschapsagenda in en wordt de zoektocht naar duurzame technologie afgeremd.

In de farmaceutische wetenschap richt onderzoek zich vooral op medicijnen waarmee geld te verdienen valt. Dat wil de industrie graag financieren. Onderzoek naar goed-kopere alternatieven liever niet. Zo legt de ondernemende universiteit een flinke rekening neer bij de samenleving.

De nieuwe kabinetsplannen zijn op dit punt geen trendbreuk. Alle goede voornemens over een minder hijgerige onderzoekscultuur ten spijt, straks is de universiteit waarschijnlijk nog meer een uitvoerder van andermans agenda. Als het aan minister Bussemaker ligt wordt cofinanciering belangrijker. Onderzoek wordt gesubsidieerd als een bedrijf of instelling voor toegepast onderzoek ook inlegt. Net als een wetenschapsagenda die wordt vastgesteld per plebisciet is dit een signaal van wantrouwen aan de academische gemeenschap: pas als anderen éérst zeggen dat het goed is, durven wij er ook algemene middelen in te steken.


Ons onderzoek naar de nevenfuncties van hoogleraren verschijnt vanmiddag op groene.nl en is dan ook te lezen via Blendle.