De bvd kan worden opgeheven

Waar is de tijd gebleven dat de Christelijk-Historische leider Beernink de BVD vergeleek met de Gestapo? In de beginjaren van herrijzend Nederland werd het democratisch normbesef nog gescherpt door de verse herinnering aan de bezetting. Het gluurdersgilde onder leiding van de collaborateur L. Einthoven werd gewantrouwd door alle partijen behalve de KVP, die zelf de nodige collaborateurs herbergde.

Beerninks woorden weerklinken als een verre echo in onze tijd waarin de ministeriële verantwoordelijkheid is afgeschaft, de scheiding der machten is opgeheven en de paarse peulen van bodysnatcher Kok de laatste weerstanden tegen de technocratische kastenmaatschappij opslokken. Het wordt tegenwoordig heel gewoon gevonden dat een BVD-chef, in casu Docters van Leeuwen, met medeneming van zijn dossierkennis overstapt naar de hoogste functie bij het Openbaar Ministerie. En nu de BVD zijn zesde jaarverslag op rij publiceert, vechten zelfs GroenLinks en de SP het bestaansrecht van dit ondemocratische instituut niet meer aan.
Toch is er nog altijd veel te zeggen voor de opheffing van alle geheime diensten, inclusief de BVD. Bij al hun overige gebreken hebben deze diensten één gemeenschappelijke, fatale tekortkoming: ze zijn geheim. Wie voor een geheime dienst werkt, weet nimmer voor wie hij werkt. Verzamelt hij inlichtingen voor zijn eigen regering, voor eigenmachtige topambtenaren of wellicht voor een mol die alle informatie aan de tegenstander doorspeelt? Dat laatste is niet uitzonderlijk. Complete echelons van de CIA en de Britse en Franse inlichtingendiensten hebben zonder het te weten gewerkt voor de Sovjet-Unie, de maffia en komplotterende politici en militairen. De figuur van de oprechte inlichtingenman die weet voor wie hij werkt en welk ideaal hij dient, bestaat alleen in de publieke verbeelding, op zijn best in het werk van John LeCarré, op zijn slechtst in talloze tv-series. Hij is een produkt van onze vergeefse wens om ons lot en dat van anderen te beheersen. Wie wil weten hoe platvloers en contraproduktief het echte inlichtingenwerk is, raadplege spijtoptanten als Philip Agee, Viktor Ostrovsky of Paul Barril.
In het slechtste geval keert een geheime dienst zich tegen de wettig gekozen regering. Een rits Amerikaanse presidenten was niet opgewassen tegen de machinaties van CIA en FBI. Ook De Gaulle moest voortdurend op zijn hoede zijn voor zijn eigen inlichtingenmensen. Door de naoorlogse proliferatie van het inlichtingenwezen is de wereldpolitiek een reusachtig Englandspiel geworden waarvan niemand weet hoe het in elkaar zit, ook de betrokkenen niet. Peter Wright beschrijft in Spycatcher (1988) hoe MI5 in de jaren zestig, toen de dienst tot en met de koffiekamer door de KGB was geïnfiltreerd, even zo vrolijk samen met de CIA de Labour-regering van Harold Wilson ondermijnde. Wie trok er toen bij MI5 aan de touwtjes en waarom? Wright kwam er zelf ook niet uit.
Voor het spioneren in ondemocratische buitenlanden met kwaadwillige leiders valt nog wel iets te zeggen, maar helaas is het analytisch vermogen van buitenlandse inlichtingendiensten zo laag dat menig wereldleider meer op CNN en de BBC World Service vertrouwt dan op zijn eigen spionnen. Dit bezwaar geldt a fortiori voor binnenlandse veiligheidsdiensten in democratische landen. Zij verrichten taken die het reguliere politieapparaat ook verricht, maar zonder het bijbehorende toezicht. In de broedwarme beslotenheid van het inlichtingenmilieu - gevoed door gefnuikte ambities en volmachten in onleesbare inkt - ontstaat vanzelf de neiging om fouten te verdoezelen, dossiers te manipuleren en tenslotte alle democratische beginselen uit het oog te verliezen.
Ook ‘onze’ BVD faalt als het erop aankomt - men denke aan de Rode Jeugd, de Molukse gijzelingen, de Pakistaanse atoomspionage of de RaRa-aanslagen. A propos, Docters beweerde eind jaren tachtig dat hij alles wist wat er te weten viel over RaRa. Niettemin zijn tot nu toe slechts de journalisten Krikke en Müter op verdenking van RaRa-lidmaatschap gearresteerd - en wegens gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. Reden genoeg voor een parlementaire enquête, zou je denken. Maar van democratische controle is geen sprake. De huisgeschiedschrijver van de BVD, Dirk Engelen, stelt in zijn Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (1995) dat het parlementair toezicht in de periode 1947-'67 eerder 'legitimerend dan controlerend’ van aard was. Tegenwoordig is het niet anders: de kamercommissie voor de inlichtingendiensten komt hooguit tweemaal per jaar bijeen en kan de geboden informatie niet controleren.
De 'veiligheidsanalyse’ die de BVD dit jaar presenteert, overstijgt wederom nergens het niveau van de knipselmap. Daarentegen ontbreken alle gegevens voor een echte evaluatie. Bijvoorbeeld over de slechte beveiliging van Salman Rushdie bij zijn laatste bezoek aan ons land. Tien dagen voor zijn komst was het nieuws al door toedoen van de BVD uitgelekt. Het verslag vermeldt ook niet waarom de BVD cruciale informatie over de doorlevering van drugs door de Haarlemse CID heeft onthouden aan de commissie-Van Traa, hoewel de Rijksrecherche heeft vastgesteld dat de dienst deze informatie bezit. Evenmin krijgen we tekst en uitleg over de loze beschuldiging van BVD-zijde, eind vorig jaar verbreid via De Telegraaf, dat de milieuactivist Wijnand Duyvendak een RaRa-terrorist zou zijn.
Toch zijn deze voorvallen typerend voor de BVD. De dienst is niet bij machte om de democratische rechtsorde te beschermen, wel om burgers schade te berokkenen. Organisaties die BVD-dossiers opvragen en vergelijken, zoals de Vereniging Voorkom Vernietiging, weten dat zowat elke pagina in een persoonsdossier wezenlijke fouten bevat. Het jaarverslag heeft dan ook maar één verdienste: het vertelt ons op welke gebieden de BVD zijn onzalige aandacht concentreert. Zo constateert de dienst ditmaal anti-westerse tendensen onder islamieten in ons land. Deze constatering is juist en al vaak in de media aan de orde gesteld. Als hij echter uit de koker van de BVD komt, kan dat maar één ding betekenen: islamitische leiders zullen binnenkort - naar het voorbeeld van Duyvendak - op rijkskosten door het slijk worden gehaald, bij voorkeur via de pers. Karaktermoord is de enige techniek die de BVD beheerst.