Film

De camera ontmenselijkt

Film: Caché

In 2000 maakte de in Frankrijk werkende Oostenrijkse regisseur Michael Haneke een politiek geëngageerd werk met als verhaalelementen de Kosovo-oorlog en Europese multiculturele problematiek. De grote kracht van deze film, Code Inconnu, ligt in de wijze waarop Haneke sociaal en politiek drama vermengt met de psychologie van de personages. In zijn nieuwste film, Caché, slaagt hij hier opnieuw in. Maar nu is het alsof Haneke óók wil speuren naar de ontwijkende betekenis van een bouwsteen van de kunstvorm waarin hij werkt: het beeld.

Het leven van Georges (Daniel Auteuil) loopt op rolletjes: presentator van een literair praat programma op de Franse televisie, getrouwd met de mooie Anne (Juliette Binoche), zoontje Pierrot (12), modern huis in een grote stad. Dan arriveren anonieme videobanden met daarop beelden van Georges en zijn gezin. Ook stuurt de geheime gluurder lugubere briefjes: kindertekeningen vol bloed.

Toen Michael Haneke vorig jaar in Cannes de verzamelde pers te woord stond, verzocht hij de journalisten niet te veel te verklappen over de plot van Caché. Hoe meer kijkers onbezoedeld op de film kunnen reageren, aldus Haneke, hoe beter. Zo gezegd, zo gedaan. In Caché haalt het verleden Georges in en ontwikkelen zich thema’s rond schuld en boete. Maar wat dat precies inhoudt, blijft hier verder onbesproken.

Behalve de centrale vertelling roept de film ook vragen op rond de rol van het beeld en die van de kijker. Beelden maken het verborgene zichtbaar. Maar wat zien we precies? Caché begint met een statisch beeld van de voorkant van het huis van Georges en Anne. Minuten gaan voorbij. Dan pas beseft de kijker dat hij niet kijkt naar datgene wat Haneke’s camera heeft opgenomen, maar naar de registratie van de camera van een personage in Haneke’s film. Het effect is angstaanjagend. De kijker neemt de plaats in van de gluurder.

Wie kijkt naar wat? Telkens komt die vraag terug in beroemde gluurfilms, zoals Rear Window (1954) van Alfred Hitchcock. Of in minder beroemde maar op sommige punten interessantere, want actueler en subversiever, werken als Dressed to Kill (1980) van de Hitchcock-fanaat Brian de Palma. In Rear Window kijkt L.B. (James Stewart) uit verveling, in Dressed to Kill kijkt de jongen, wiens moeder is vermoord, uit angst. L.B. stuit op moord, de jongen lost de misdaad op. Allebei zijn zij voyeurs. Een gevoel van schuld maakt zich van hen meester. Waarom? Omdat datgene wat zij doen, het kijken, de mens waarnaar wordt gekeken tot een object maakt. Het kijken ontmenselijkt, de camera ontmenselijkt. Dat is de reden waarom de camera een centrale rol inneemt in seriemoordenaars films, bijvoorbeeld de killer die zijn slachtoffer filmt alvorens dat te doden, als in Peeping Tom (1960) van Michael Powell.

Wanneer Georges in Caché naar zichzelf en naar Anne kijkt op de toegezonden video’s, is het alsof hij naar een vreemdeling kijkt. Hij herkent zich niet, niet als personage en niet als mens. Maar de camera liegt niet, de camera openbaart, de camera brengt de waarheid. Dit is zijn leven, open en bloot: als mensen zijn Georges en Anne niet in staat met elkaar te communiceren. Voor maatschappelijke problemen in de multiculturele stad tonen zij zich ongevoelig. Georges schreeuwt ongegeneerd tegen een zwarte jongen als die hem op straat rakelings voorbij fietst. Hij is verloren. Maar brengt het beeld verandering? Bestaat er verlossing door het beeld?

Caché is een prachtige, beklemmende film over het moderne leven, onderkoeld verteld en ge draaid op digitale video. Het thema van de onmogelijkheid van menselijk gevoel en de afwezigheid van echte betrokkenheid bij de maatschappij komt ironisch genoeg het beste tot zijn recht in de op één na laatste scène, die zich afspeelt op een boerderij en die vorm krijgt door de anonieme camera, opgesteld ver weg van de actie. Geen seconde komt het beeld dicht bij de personages. Zij scharrelen rond voor de lens, koortsachtig, pathetisch, als lege figuren. En de vraag is: wie zit achter de camera?

Vanaf 2 februari