De Campbell-jaren

Gawie Keyser

De bbc ligt hevig onder vuur door een reeks schandalen rond corruptie in belspelletjes en het sjoemelen met het waarheidsgehalte van een documentaire over koningin Elizabeth. De ophef is zo groot dat Sir Michael Lyons, directeur van de bbc, heeft verklaard de omroeporganisatie binnen één jaar een totale metamorfose te laten ondergaan – alles om de corruptie het hoofd te bieden. De ironie kan niet groter zijn. Want het lijkt erop dat de bbc er juist beter dan in vele jaren voorstaat wat betreft de inhoudelijke kwaliteit van de programma’s. Neem The Alastair Campbell Diaries, dat op bbc 2 te zien was in de week waarin het gelijknamige boek voor veel ophef zorgde in Groot-Brittannië. Een fascinerend portret van een complexe, gepijnigde man én een tijdsdocument van de Blair-jaren. Briljante televisie.

De driedelige serie heeft profijt van wat je het bbc 2-tot-en-met-4-effect zou kunnen noemen. Op deze drie zenders, en in mindere mate ook op de meer op massavermaak gerichte bbc 1 – uitgerekend de zender van de corrupte belspelletjes – is de laatste tijd weer werk van programmamakers te zien die de gave bezitten de meest banale onderwerpen (tuinieren, koken, honden trainen, afvallen) op wonderschone wijze in beeld te brengen, net als in de gouden jaren van de Britse omroep. Zo kun je je op een willekeurige avond betrappen terwijl je een half uur lang gebiologeerd naar meesterkok Rick Stein en zijn hondje Chalkey kijkt – ook al vind je koken een saai tv-onderwerp. Het is een grote kunst om zo televisie te maken, en het geheim ligt misschien toch wel in iets simpels als vakmanschap, intelligentie en inspiratie.

Juist deze ingrediënten maken The Alastair Campbell Diaries tot een van de beste politieke ‘dramaseries’ in vele jaren. Anders dan het boek, dat uitsluitend bestaat uit de stem van de verteller, Campbell, is de tv-serie gelardeerd met de observaties van een derdepersoonsverteller, een vrouwelijke stem, die de persoonlijke mijmeringen van de beruchte spindoctor van Tony Blair in context plaatst. Dat geeft het werk een meerwaarde.

De diepgang komt verder tot uiting in de vormgeving. Visueel gaat het om het in beeld brengen van een man die zit te schrijven en die nu en dan in de verte tuurt. Maar de wijze waarop dat gebeurt, is geniaal: de camera draait om hem heen, aftastend, alsof de lens een duel met hem wil aangaan. Dan weer is er een close-up van ogen, mond of handen. Deze intieme scènes, met Campbells stem vertellend op de geluidsband, herinneren nog het meest aan de briljante Smiley-series van de bbc, naar John Le Carré, van eind jaren zeventig. Net als in bijvoorbeeld Tinker, Tailor, Soldier, Spy ligt de kracht van The Alastair Campbell Diaries eerder in suggestie dan in actie of dialoog. Zo blijkt in aflevering 3 hoezeer Campbell zich tijdens het Blair-bewind macht had toegeëigend. Na 9/11, zegt de spindoctor, ging hijzelf nadenken hoe belangrijke gebouwen in Groot-Brittannië tegen aanslagen konden worden beveiligd.

Met de macht kwam de arrogantie: Campbell haatte de media, vooral de bbc met z’n ‘blah on the radio’, en voor Cherie Blair had hij ook weinig sympathie, zeker als ze weer eens met een ‘bevende onderlip’ bij hem kwam. In deze stemming is Campbell net zo ironisch en vol venijn als de ergste van Smiley’s tegenstanders in het ‘Circus’ en de politici die hen aansturen.

En toch wint Campbell als personage de sympathie van de kijker, en dat is nog het beste bewijs van de kwaliteit van de serie. Het gaat hier om een man die door machtswellust en zelfhaat werd gemotiveerd, maar in The Alastair Campbell Diaries ráákt hij je. Als een antiheld legt hij de gebreken van de maatschappij bloot, onder meer de ‘tabloidisering’ van de Britse media, de bbc voorop. Zelfs tijdens de Kelly/Gilligan-affaire blijft Campbell overtuigd van zijn eigen gelijk, namelijk dat de bbc gedreven wordt door sensatiezucht en duistere politieke agenda’s. En wie geeft hem ongelijk, zeker gezien de nieuwste onthullingen rond de belspelletjes en de Windsor-documentaire?

Uiteindelijk werd het hem allemaal te veel; het drama van zijn eigen leven werd te intens, alsof hij een tragische fictiefiguur was geworden. Campbell: ‘Ik was bang dat ik, mijn dagboeken lezend, mezelf om zeep zou helpen, want ik voelde me alsof ik in een theaterstuk zat, of in een roman, waarin niemand meer controle over de gebeurtenissen had.’ .