De cartografische vrede

Na Israels vervroegde verkiezingen van 29 mei moeten de `final issues’ hoe dan ook op tafel. Hoe moet het verder met de nederzettingen? Israelische kolonisten en Palestijnen, dat gaat niet samen. Enkele cartografische scenario’s.
DE ENKELE WEKEN geleden uitgelekte geheime besprekingen tussen enkele vooraanstaande Israelische Westoever-kolonisten - onder wie de fanatieke rabbijn Eliezer Waldman - en Palestijnse vertegenwoordigers, onder wie veiligheidsagent Muhammad Dahlan, Hanan Asfour (die een centrale rol in de Oslo-besprekingen speelde) en de Brits-Palestijnse politicoloog Yezid Sayigh - veroorzaakten een klein stormpje in de Israelische en Palestijnse politiek.

De officiële leiders van Yesha, de overkoepelende raad van nederzettingen in ‘Judea en Samaria’ en Gaza, veroordeelden de ontmoetingen als 'een ernstige overtreding’, die de Palestijnse autonomie, 'de regering der moordenaars’, ongewenste legitimiteit zou verlenen. De gesprekken brachten niet alleen de nederzettingsopperhoofden in verlegenheid, maar ook Likoed, de grote tegenspeler van premier Peres in de naderende verkiezingen.
De meeste Palestijnen reageerden evenmin verheugd. Ook voor hen betekent dialoog dat een stukje legitimiteit wordt toegekend aan een verschijnsel dat ze met de grootste vijandigheid bejegenen. Kolonisten en Palestijnen, ze zouden elkaar het liefst in de grond zien wegzinken.
Vooreerst beperkten de gesprekken zich tot praktische kwesties als hoe wederzijds bloedvergieten te vermijden. Moeilijk is echter in te zien hoe ze de hamvraag zouden kunnen vermijden: wat moet er gebeuren met de Israelische joden die, ongenood, in Palestijns gebied zijn gaan wonen? De gesprekken werden op touw gezet door Yossi Alpher, voormalig veiligheidsagent en strategisch onderzoeker, tegenwoordig directeur van de Midden-Oosten-sectie van het American Jewish Committee. Alpher is auteur van een van de weinige concrete plannen voor een Israelisch-Palestijnse gebiedsdeling op de Westoever. Hij nam ook deel aan een informele conferentie over de toekomst van de Israelische nederzettingen, die de Israelisch-Palestijnse denktank IPCRI in oktober jongstleden organiseerde in het Engelse Cotswolds. Een dertigtal Israelische, Palestijnse en internationale academici probeerde er via een experimentele, New-Age-achtige methode nader tot elkaar te komen omtrent dit felste strijdpunt. Een der deelnemers was Hillel Weiss uit de nederzetting Elkana. Na een emotionele discussie met Palestijnse politicoloog Manuel Hassassian, nodigden de beide professoren elkaar uit voor hun wederzijdse studenten te komen spreken.
IPCRI herhaalde het experiment een maand later in de Egyptische badplaats Taba aan de Rode Zee. Dit keer verkenden politici, economen en activisten van beide naties achter gesloten deuren de mogelijkheden. Het politieke spectrum liep van Arbeiderspartijconservatieven tot de Hamas-'duif’ Jamil Hammami. Deze laatste eiste dat er geen kolonisten bij zouden zijn. IPCRI boog het hoofd. Wel aanwezig was Yitzhak Frankenthal. Yitzhak Frankenthal verloor een zoon bij een terroristische aanslag. Anders dan veel andere getroffen ouders, raakte hij niet verbitterd; hij werd juist actief in de orthodox-joodse vredesbeweging Netivot Shalom, waar hij een blauwdruk voor de oplossing van het nederzettingvraagstuk uitdokterde.
Zulke ontmoetingen zijn uitzonderlijk, maar niet langer uniek. Maar hij is niet meer de enige kolonist die de bakens verzet. Menahem Froman, uit een nederzetting van het Etzion-blok ten zuiden van Jeruzalem, wordt een beetje als 'hippierabbijn’ weggewuifd. Hij is al jaren in gesprek met islamitische leiders uit naburige Arabische dorpen, en waarschuwt: 'Zonder verzoening met de islam zal Israel geen vrede kennen.’
Palestijnen zien alle nederzettingen als illegaal, immoreel en een obstakel voor vrede. Het volkenrecht verbiedt een bezetter zijn eigen burgerbevolking naar bezet gebied over te brengen, maar nederzettingen tieren welig op afgepakte Palestijnse grond, maken Palestijnse boeren brodeloos, terroriseren de hele buurt, knijpen Palestijnse ontwikkelingsmogelijkheden af en maken door hun sluwe locatie een aaneengesloten Palestijnse staat onmogelijk. Palestijnen hebben dan ook een simpele oplossing: alle nederzettingen weg - en liefst meteen.
Daaronder valt voor hen ook Oost-Jeruzalem. Israel is - zij het met grote tegenzin - nog wel bereid om over Jeruzalem te praten, maar alleen als apart onderwerp. Oost-Jeruzalem werd al in 1967 door Israel geannexeerd. De uitsluitend joodse nieuwbouw die de oudere Palestijnse wijken in de tang houdt, sluit naadloos aan op joods West-Jeruzalem en herbergt tegenwoordig 170.000 joden - meer dan er Palestijnen in heel Jeruzalem zijn overgebleven. Weinig Israeli’s overwegen deze stadsdelen af te staan. Palestijnse fantasieën zien de ontruimde nederzettingen al als behuizing voor terugkerende Palestijnse vluchtelingen.
Niemand wil het precedent van de bulldozers van Arik Sharon herhalen - de Israelische minister van Defensie maakte in 1982 alle nederzettingen in de Sinaï met de grond gelijk, liever dan ze aan Egypte te geven. Teruggave van recentelijk joods geworden stukken Oost-Jeruzalem moet echter als illusie worden afgedaan, nog afgezien daarvan dat Palestijnse woongewoonten behoorlijk afwijken van die van de Israeli’s.
De meeste Israeli’s, zelfs degenen die principieel voor ontruiming van alle nederzettingen zijn, zijn inmiddels tot de conclusie gekomen dat dit geen haalbare kaart meer is. Links is in 1992 na vijftien jaar Likoed-kolonisatiebeleid weer aan de macht gekomen. Ze moet sommige resultaten van het voorafgaande rechtse beleid als onomkeerbaar slikken. De regering-Peres moest ook voortdurend balanceren tussen zijn binnenlandse, Israelische coalitiepartner of zijn Palestijnse bondgenoot. Om zijn basis te verbreden, riep Peres nieuwe verkiezingen uit. Een pokerspel met hoge inzet. Kolonistenleiders hopen dat op 29 mei voor hen de magere jaren voorbij zijn.
ER WONEN INMIDDELS 140.000 joden op de Westoever, 5000 in de Gazastrook, 20.000 op de (Syrische) Golanhoogvlakte. Ondanks een officieel afgekondigde nederzettingenstop, is het aantal kolonisten onder Rabin en Peres met ruim tien procent gestegen. En de groei gaat nog steeds door, al klagen in Israels Wilde Westen de sheriffs met de gehaakte hoofdkapjes luidkeels over 'discriminatie’ van regeringswege. Indrukwekkende getallen, die rechtse Israeli’s een riem onder het hart steken en Palestijnen beangstigen, maar die je ook anders kunt bekijken.
Het Israelisch-Palestijnse conflict is vooreerst demografisch: welke groep is talrijk genoeg om de ander tot minderheid te verpletteren, en zelf zijn identiteit aan het land op te leggen? Het antwoord luidt dat Israels verjoodsingspolitiek overal, behalve in Jeruzalem, is mislukt! Ondanks alle inspanningen van de afgelopen kwart eeuw, vormen joden op de Westoever een kleine minderheid tegenover de twee miljoen Palestijnen. Zelfs als Israel tienduizenden joden per jaar naar de Westoever zou weten te brengen, houdt dit nog niet eens de natuurlijke aanwas der Palestijnen bij.
Het is niet waarschijnlijk dat de Oslo-akkoorden - waarbij Israel zich zou terugtrekken uit het grootste deel van de bezette gebieden - er ooit zouden zijn gekomen als er een miljoen joden op de Westoever waren geweest. Omgekeerd geeft zijn demografische voorsprong Israel sterke troeven in Jeruzalem.
Na de slachting door de fanatieke Baruch Goldstein in het hart van Hebron, in 1994, vreesde Rabin voor een collectieve zelfmoord door kolonisten als hij de provocatieve nederzetting zou opheffen. Dit zou hem in een onmogelijke positie hebben gebracht. Zijn aarzeling dicteerde een keuze. Ondanks de interimakkoorden met de Palestijnen heeft Israel geen enkele nederzetting ontruimd.
Hierbij speelden aan Israelische kant een veelheid aan factoren. Rabin wilde de nederzettingen als onderhandelingswapen behouden en Israelisch rechts niet verder tegen zich in het harnas jagen. Ontruimen zou ook op voorhand de claim op bepaalde gebieden opgeven. Rabins besluit bood de kolonisten de gelegenheid om stokken in de wielen van zijn vredeskaravaan te steken. Door omwonende Arabieren te terroriseren, meer land in te pikken en zich tot speerpunt van een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid te maken. Doordat ze geregeld zelf aan de woede van de Palestijnen ten offer vielen - niets is ondermijnender voor het vredesproces dan een Israelische regering die zijn eigen burgers niet kan beschermen. En door hun haatpropaganda tegen Rabin. De moord op Rabin werd de hardste klap voor de kolonistenbeweging.
TOEN ISRAEL ZICH eenmaal op voorlopige niet-ontruiming had vastgelegd, kon het niet meer terugkrabbelen. De miljoeneninvesteringen in bypass-wegen die Israel in allerijl tussen nederzettingen en het 'moederland’ had aangelegd voor het zich eind vorig jaar uit Palestijnse steden terugtrok, waren voor veel Palestijnen een teken dat Israel niet echt van plan is ooit de Westoever te verlaten en er een onafhankelijke Palestijnse staat toe te staan.
Als Bibi Netanyahu van de rechtse Likoed Peres volgende maand verslaat, zal de kolonisatie wel weer voortvarend ter hand worden genomen. En als rechts binnen enkele jaren de hele rest van de Westoever met nog meer dorpjes en stadjes volplempt, kan het vredesproces, en de Palestijnse staat, doodverklaard worden. Haalt links de eindspurt wel, dan gaat het echte debat binnenkort echter beginnen. Welke opties tekenen zich af?
Kolonisten zijn bepaald niet gelijkmatig over de Westoever verspreid. Helemaal oostelijk, in de Jordaanvallei, zinderen een aantal agrarische kibboetsen. Hun strategisch belang is, sinds de vrede met koning Hoessein, niet meer zo duidelijk. Op de centrale heuvelrug steken tientallen vaak piepkleine, door prikkeldraad omgeven joodse vestinkjes als een horzel in de Palestijnse huid. Bevolkt door messianistisch fundamentalisten, die erop staan te wonen in een zee van rancuneuze Palestijnen.
Drie kwart van de kolonisten leeft echter in een klein aantal stadjes, slechts enkele kilometers over de Groene Lijn, de wapenstilstandslijn die Israel van Jordaniës Westoever gescheiden hield tot 1967. Hier zijn de meeste inwoners niet godsdienstig; ze zijn hier niet komen wonen omdat ze het einde der tijden zo nodig naderbij moeten brengen, maar omdat de woningen hier betaalbaar zijn. Hier wonen 'modale’ Israeli’s. De meeste andere Israeli’s zagen hun rijtjeshuizen, vlak over een theoretische, nergens meer zichtbare wapenstilstandslijn, als volkomen legitiem. Zonder een detailkaart weet je nog altijd niet waar Israel eindigt en de Westoever begint….
Indien de Arbeiderspartij aan de macht blijft, zal Peres ongetwijfeld voortmaken met de final status issues: soevereiniteit en grenzen van de toekomstige Palestijnse entiteit, de status van Jeruzalem, de toekomst van de Palestijnse vluchtelingen die in 1948 uit Israel vluchtten of verjaagd werden. En de nederzettingen.
PROFESSOR KHALIL Shikaki van het Centrum voor Palestijns Onderzoek en Studie in Nabloes was benieuwd hoeveel Israelische kolonisten in een Palestijnse staat zouden willen achterblijven na Israelische terugtrekking. Volgens een door hem samen met de vroom-joodse Bar-Ilan universiteit gehouden opiniepeiling onder kolonisten, is niet minder dan zestien procent der kolonisten bereid onder Palestijnse soevereiniteit te leven. Zijn dit kolonisten die in gezagsgetrouwe Palestijnse burgers omgetoverd worden, en in Hebron of Nabloes goede buren worden met de Hamas? Een lieflijk tafereel, maar niet reëel. Palestijnen zullen desnoods nog wel een beperkte joodse aanwezigheid in hun Palestijnse staat willen gedogen, maar nooit het voortbestaan van aparte Israelische burchten, voorzien van een overdosis aan water, land, pistolen en privileges. Voor de orthodox-joodse kolonisten - niet langer de meerderheid maar nog steeds bron van de conflicten - is de hele opzet van de nederzettingen immers het uitbreiden en opschuiven van joodse soevereiniteit. Als de staat Israel zelf bepaalde territoria opgeeft, en de aanwezigheid van kolonisten in Arabisch gebied Israels politieke aanspraken dus niet meer versterkt, verliezen hun inspanningen alle zin. Marginale enkelingen zullen wel in de Palestijnse staat achterblijven bij wijze van symbolische joodse aanwezigheid, maar met het vertrek van de Israelische soldaten zal de meerderheid echter de tenten inpakken. En voor zover Israels terugtrekking niet genoeg is, hebben radicale Palestijnse groepen reeds aangekondigd korte metten met de ontwapende achterblijvers te zullen maken.
Kortom, waar Palestijnen het gezag overnemen, zal geen enkele nederzetting blijven. En waar nederzettingen overeind blijven, daar zal vroeg of laat Israelische soevereiniteit volgen.
NOG SLECHTS tien jaar geleden had Likoed grootscheepse plannen om de Palestijnen te 'compartimentaliseren’ tussen tritsen nieuwe joodse nederzettingen. De intifada en vervolgens de overwinning van de Arbeiderspartij in 1992 hebben deze 'inpoldering’ aan banden gelegd. De meeste ambitieus begonnen vestigingen zijn geïsoleerde slaapdorpjes gebleven. De Palestijnse gebieden eenzijdig bij Israel te voegen, is geen optie meer - tenzij Israel miraculeus alsnog een grote joodse meerderheid in de Westoever kan proppen, of zijn Palestijnen kan 'lozen'in een nieuwe oorlog - nachtmerries waar nog slechts kleine minderheden in Israel voor warmlopen.
Indien het vredesproces nieuw leven kan worden ingeblazen, staat een Palestijnse staat voor de deur, al geloven de Palestijnen het zelf nog niet echt. De grenzen van die 'entiteit’ (Israelische politici durven het woord 'Palestijnse staat’ nog niet in de mond te nemen) staan echter niet vast. Ze zullen in belangrijke mate bepaald worden door de ligging van levensvatbare Israelische nederzettingen. Dit zou kunnen leiden tot zogenaamde 'kleine grenscorrecties’.
Hoewel, klein? Een tweede voorgestelde oplossing voor de nederzettingenkwestie is selectieve annexatie bij Israel van die stukjes Westoever waar nu al joodse meerderheden wonen. Volgens Alpher kan Israel door 'slechts’ twaalf procent van de bodem van de Westoever te claimen zo'n zeventig procent van alle kolonisten binnen de eigen, aldus nieuw te trekken grenzen krijgen. Heel 'groot Jeruzalem’, een ring van satellietsteden rond Israels 'eeuwige en onverdeelde hoofdstad’, zou Israelisch worden; ook Israels wespentaille bij Tel-Aviv zou aanmerkelijk aangedikt worden. Bijkomend voordeel is dat dit plan het ondergrondse Westoever-meer, vitaal voor beide volkeren, onder Israelische controle houdt. De Palestijnen staan niet te juichen.
De overige kolonisten zouden, meent Alpher, naar deze twaalf procent grond moeten vertrekken, of anders financiële compensatie krijgen om zich weer in het oude Israel te vestigen. Probleem van dit plan is echter dat daarbij ook zo'n 50.000 Palestijnen die tussen de nederzettingen in wonen, het Israelische staatsburgerschap in hun maag gesplitst krijgen.
Yitzhak Frankenthal heeft een bescheidener plan ontwikkeld: met een slimme cartografie, meent hij, kan die zeventig procent van de kolonisten bij Israel getrokken worden op slechts zes procent van de Westoevergrond, zonder Arabische dorpen.
Hoe bitter deze uitkomsten ook klinken voor de Palestijnen, onderhandelingen zouden zich wel eens in deze richting kunnen ontwikkelen. De pil is te vergulden met financiële compensatie, maar voor veel Palestijnen zal dit op omkoperij lijken. De grote nederzettingen zijn echter, hoe akelig ook, een onomkeerbare realiteit. Geen Israelische regering zal duizenden joden uit hun woningen slepen. Israel is sterk en de Palestijnen zwak. In de eerstkomende jaren hebben Palestijnen hun staat harder nodig dan Israel vrede - al is het maar om verdere kolonisatie een halt toe te roepen!
Ergens moet een lijn worden overeengekomen: 'Tot hier en niet verder.’ Palestijnen zouden beter, in ruil voor de grond van nederzettingen, aan de Groene Lijn grenzende grond binnen Israel kunnen opeisen. Niet dat daar zoveel keus is, maar territoriale uitruil zou tenminste nog een element van billijkheid bewaren. Als Israelische nederzettingen die 'mogen blijven’ hun overbodige vetlaag van geconfisqueerde Palestijnse gronden weer aan de oorspronkelijke eigenaars afstaan, dan is ook het oppervlak waarvoor een stukje Israelisch territorium moet worden gevonden niet meer zo heel groot.
Palestijnen zijn niet helemaal van alle wapens beroofd - ze kunnen een slecht akkoord geruime tijd ophouden. En als Arafat met een voor zijn volk onaanvaardbaar resultaat uit de bus komt, kunnen de Palestijnen zover radicaliseren dat de hele vrede in duigen valt. Maar intussen is Israel sterker, tenminste zolang de Arabische wereld verdeeld blijft, de andere Arabieren de Palestijnen laten stikken en niemand behalve Israel over een geloofwaardige militaire optie beschikt.
Dit zijn allemaal voorwaarden die zouden kunnen veranderen indien het proces te lang voortsleept, of de uitslag te vernederend is voor een der partijen.
Permanente-statusbesprekingen zijn - in het geheim - al aan de gang. En de geheime dialoog tussen Palestijnen en kolonisten geeft aan dat de betrokkenen zelf graag ook iets over hun lot te vertellen willen hebben. Ook al gaat het om een minderheid, de dialoog van een voorhoede geeft aan dat de twee bevolkingen van de Westoever beginnen te begrijpen dat ze aan elkaar overgeleverd zijn. Rabbijn Yoel Bin-Nun uit Ofra, een van de historische leiders van het 'Blok der Getrouwen’, raakte in het nieuws doordat hij na de moord op Rabin ultra-rechtse rabbijnen als ophitsers trachtte te ontmaskeren. Tegenwoordig veroordeelt Bin-Nun de eenzijdige aansluiting van de kolonisten bij Likoed. Belangrijker nog is zijn herinterpretatie van de messianistische ideologie zelf, die immers aan de wortel ligt van Israels kolonisatiepolitiek in de afgelopen twintig jaar: 'God heeft dit vredesproces gewild. De nederzettingen in Judea en Samaria zijn een glorieuze verworvenheid, maar als we onze pionierende gemeenschappen willen redden, zullen we ze in een onvermijdelijk historisch proces moeten integreren.’
Theologische acrobatiek, die vergaande politieke gevolgen kan hebben.