De chaotische toekomst

Eerst was er de utopie, het beeld van een schone maar verre toekomst. Zij maakte het in zware tijden mogelijk te dromen over verlossing. Het utopische beeld bood zekerheid. Toen kwam de prognose, een voospelling op basis van ongewijzigd beleid. Als we nu maar een aantal vastomlijnde plannen realiseerden, kwam de gewenste toekomst vanzelf. De uitkomst van een prognose was waarschijnlijk. Vervolgens kwam het scenario, een denkmodel voor een mogelijke toekomst. Eigenlijk meer een discussiestuk voor het heden, vol onzekerheid. Nu is er de chaostheorie. Of het nu gedrag, klimaat, maatschappij of aandelenbeurzen betreft, niets laat zich voorspellen. We zijn gedoemd te leven in het hier en nu en kunnen ons slechts voortslepen van dag tot nacht. We zien wel waar we uitkomen.

Hoe staat het met het geloof in de toekomst? In deze volgorde uiterst somber. Er is geen religie, wetenschap of ideologie die blijvend onzekerheidsrelaties overleeft. De toekomst is weer terra incognita geworden, een gebied dat zich per definitie niet meer in kaart laat brengen. Aan de andere kant zijn de toekomstbeelden niet aan te slepen. Geen zichzelf respecterend bedrijf, belangengroep, overheidslichaam of er is een idee van waar het heen gaat. Niemand wil zich zo maar laten blind slaan door het hier en nu. Dan nog liever koffiedik kijken. Bovendien leven we nabij 2000, een jaartal dat zich nauwelijks anders laat den ken dan voor ons. Stel je 2000 voor als stip in de geschiedenis en je voelt je opeens drenkeling in een oceaan van tijd. Tel daarbij nog op de wereldwijde aanbidding van de aanstaande elektrotechnotopie. Een wereld die beter met een ECG dan met een atlas wordt verbeeld.
Ten slotte is er natuurlijk ook nog de doem, het alomheersende gevoel dat we in een eindtijd zouden leven. Dat alles nu echt uit de hand loopt. Want we mogen volgens de chaostheorie dan weinig zinnigs over de toekomst kunnen zeggen, chaotisch zal zij zeker zijn. Het is vrijwel ondoenlijk daar neutraal op te reageren. Veel creatief talent wordt zo geinvesteerd in de beschrijving van een worst case-scenario.
Vorige week maandag zond de BBC avondvullend twee documentaires uit die wat somberheid betreft weinig voor elkaar onderdeden. Eerst was op het tweede net de documentaire Icon Earth van David Malone, over ‘de overvleugeling van de biologische door de elektronische wereld’. Door de opkomst van satellieten en computers zijn we in een fase gekomen waarin we dagelijks zien hoezeer controle een achterhaalde gedachte is. De elektronische wereld is dermate complex dat hij vanuit zichzelf onbeheersbaar is geworden. Deze ontwikkeling zal de 'structuur van materiele zekerheid over de hele wereld ontmantelen’. In zo'n wereld telt alleen nog blinde concurrentie. Het valt volgens Malone dan ook te verwachten dat de afbraak van handelsbarrieres gepaard zal gaan met de heroprichting van allerlei fysieke grenzen om de consequenties te beteugelen. Het programma eindigde met concentratiekamptaferelen aan de Amerikaans-Mexicaanse grens.
Overgeschakeld naar het eerste net is het de beurt aan Stephen Bradshaw en zijn docudrama Pulp Future. Vijf jaar na de val van de Muur staat de mensheid aan de rand van de complete chaos. Beelden van de jungle Shanghai, massaverdriet om een dode drugsbaron in Rio, gespiesde hoofden in een dorp in Sierra Leone. De beelden worden aan elkaar gepraat door Robert D. Kaplan, auteur van The Coming Anarchy: 'Hoe schaarste, misdaad, overbevolking, stammenstrijd en epidemieen het sociale weefsel van onze planeet vernietigen.’ (Hij vergeet nog drugs, werkloosheid, kinderarbeid, wapenindustrie en vervuiling.) Uiteindelijk komt het hoge woord eruit: 'Kapitalisme is de olifant in de porseleinkast van de geschiedenis.’ Wat de zaak explosiever maakt dan ooit is dat de armen nu kunnen zien hoe de rijken leven, terwijl die laatsten zich koesteren in de rust van hun witte enclaves. Van daaruit voeren zij alleen nog hoogtechnologische chirurgische oorlogen tegen de gedemoniseerde 'nieuwe barbaren’.
De Toekomst is dus dood, maar er zit van alles aan te komen.