De chinese mussenjagers

Vanuit Cannes beschreef ik mijn eerste enthousiaste bevindingen over Lan Fengzheng ofte wel The Blue Kite van Tian Zhuangzhuang. The Blue Kite (die van mij in Nederland best De blauwe vlieger genoemd had mogen worden) is een mooie en ambitieuze epische film. Het is volgens mij niet ongepast om hem in zijn opzet te vergelijken met westerse films als Bertolucci’s Novecento of Coppola’s Godfather.

Zoals Bertolucci de opkomst en ondergang van het fascisme in Italie schilderde aan de hand van een familiegeschiedenis en Coppola een familie volgde om het verhaal van de teloorgang van de klassieke maffia in het drugstijdperk te vertellen, zo brengt Tian een individuele familie tot leven om het lijden van China onder Mao te verbeelden.
Nu The Blue Kite hier is uitgebracht, was een weerzien op zijn plaats. Ik vind het nog steeds een mooie, gevoelige en sympathieke film, maar de kracht zit eerder in kleine dingen dan in het grote gebaar dat Tian wil maken. Zijn familiegeschiedenis wordt met aandoenlijke en overtuigende karakters opgevoerd, maar de figuranten en bijrollen die de zich met grote en grillige sprongen voorwaarts bewegende geschiedenis vorm moeten geven, blijven te vaak illustraties en een enkele keer zelfs karikaturen. Het geheim van Bertolucci en Coppola was dat iedere communistische landarbeider en iedere kleine gangster, ook al figureerde hij slechts enkele seconden in het urenlange tableau, op zich overtuigend was. Dat is bij Tian niet het geval. Er wandelen soms groepjes Rode Gardisten door de film die het fenomeen van met rode boekjes zwaaiende fanatiekelingen illustreren maar als zodanig niet geloofwaardig zijn. Dit is opmerkelijk genoeg ook Bertolucci verweten bij zijn The Last Emperor - in zijn geval werd dit toegeschreven aan het feit dat hij als buitenstaander de Culturele Revolutie niet kon navoelen. Bij Tian, die in zekere zin zelf een slachtoffer was van de Culturele Revolutie, kan het daar niet aan liggen en moet je misschien toch zeggen dat zijn film niet op ieder niveau even meesterlijk is.
Tian vertelt zijn verhaal vanuit het perspectief van het jongetje Tietou. Voor de rollen van de steeds groter wordende Tietou vond hij innemende acteurtjes, maar de ware ster van de film is voor mij de actrice Lu Liping, die zijn moeder speelt. Haar breekbare en melancholische onverzettelijkheid lijkt het noodlot van het hele Chinese volk in zich te verenigen. Met een absoluut minimum aan dramatische middelen brengt ze het grote verdriet van haar personage, dat de ene na de andere geliefde persoon in haar omgeving opgeofferd ziet aan de wrede politieke geschiedenis, naar voren binnen situaties die zowel alledaags als absurd zijn.
Naast de gelukkige keuze voor Lu Liping als hoofdrolspeelster zijn het vooral de kleine vreemde historische gebeurtenissen die de film charmant maken. Bijvoorbeeld de scene waarin de kleine Tietou met grotere kinderen meegaat op vogeljacht. De wispelturige hogere communistische machten hadden kennelijk besloten dat de mus een bedreiging vormde voor de ontwikkeling van de staat en Tian toont kort en komisch hoe kinderen en volwassenen de jacht op de mus openen. Een sterke kant van de film is dat dit soort gebeurtenissen steeds komen als verrassingen. Onaangekondigd en zonder enige uitleg moet er kennelijk op een bepaald moment zo en zo worden gehandeld en de geplaagde bevolking rest niet veel anders dan de zoveelste oekaze van de machthebbers over zich heen te laten komen. Op dit soort momenten is The Blue Kite absoluut overtuigend en voegt de film veel toe aan wat we van dat, ondanks de moderne verkleinde wereld, vreemde en verre China denken te weten. De jacht op de mussen moet uiteraard worden begrepen als een metafoor voor de mensenjacht, maar hier blijft Tian subtiel en ingehouden en zegt hij niet meer dan nodig is. Dat The Blue Kite een enkele keer onder zijn eigen niveau zakt, zou te maken kunnen hebben met de tegenwerking die Tian van de huidige mussenjagers ondervond. Voorlopig is The Blue Kite het beste wat China te bieden heeft. En dat is niet weinig.