De chinese spielberg

De overgang van Hongkong in Chinese handen wordt begeleid door een gigantische propagandastunt: de spektakelfilm ‘De Opiumoorlog’ van Xie Jin. Steven Spielberg persoonlijk inspireerde Xie tot een imponerend epos, waarmee hij bij de Engelsen even veel hoopt los te maken als ‘Schindler’s List’ deed bij de Duitsers.
PEKING - Op 1 juli, de dag dat China na 155 jaar zijn heerschappij over Hongkong hervat, zal er voor de gewone mensen in Peking niet veel te doen zijn. Er zijn weliswaar veel feestelijkheden georganiseerd, maar die zijn alleen toegankelijk voor genodigden. Grote delen van de stad zijn voor de gewone burgers afgesloten. Uit angst voor ongeregeldheden roept de regering de burgers op om bij de diverse festiviteiten weg te blijven en de gebeurtenissen thuis op televisie te volgen. Daar kunnen zij dan genieten van grandioos georkestreerde dansvoorstellingen, massale zangmanifestaties en spectaculaire shows.

Degenen die geen zin hebben om thuis te blijven, kunnen nog altijd naar de bioscoop, want daar draait De Opiumoorlog. De overheid zal daar heus geen bezwaar tegen hebben, want De Opiumoorlog is een uiterst patriottische film en, aldus de promotiefolder, ‘speciaal gemaakt voor de glorieuze terugkeer van Hongkong naar het moederland’. De film gaat over de eerste Chinees-Britse Opiumoorlog (1840-1842) die leidde tot het voor China uiterst vernederende verdrag van Nanjing en het verlies van de heerschappij over Hongkong.
In de eerste helft van de negentiende eeuw ontdekten de Britten tot hun ontsteltenis dat de handelsbalans met China ernstig uit evenwicht was. Het Chinese keizerlijke hof was weliswaar bereid thee en zijde aan Engeland te verkopen, maar stond geen importen van westerse goederen toe. De Engelsen probeerden vervolgens het keizerrijk te dwingen de markt voor hun produkten te openen. Eerst goedschiks, met machinaal geproduceerde katoentjes uit de stoomweverijen van Manchester, maar later, toen bleek dat de Chinese boeren nog altijd goedkoper katoen konden weven, deden de Britten het kwaadschiks: met opium. Toen Lin Zexu, een functionaris van het keizerlijke hof, in 1839 twintigduizend kisten opium verbrandde, brak de oorlog uit, met voor China catastrofale gevolgen. Hongkong ging voor China verloren, de opiummarkt lag voor de Britten open, en de Qing-dynastie zakte langzaam onder haar eigen gewicht ineen.
DE PLOT VAN de film is uiterst simpel. De Opiumoorlog is een van de zwartste bladzijden uit de Britse koloniale geschiedenis en de maker van de film, Xie Jin, laat geen kans voorbijgaan om dat de kijkers in te wrijven. Ofschoon ook veel Chinezen profiteerden van de opiumhandel, laat de regisseur geen enkele nuancering toe. De westerlingen zijn de agressors en boeven, de Chinezen de slachtoffers en helden.
De Opiumoorlog is een tweeëneenhalf uur durende filmsaga van ongekende epische proporties. Uiterst spectaculair en gewelddadig, vol speciale effecten en massale ensceneringen. Het is de grootste en duurste film ooit in de Volksrepubliek gemaakt. Speciaal voor de film werd een deel van het negentiende-eeuwse Kanton opnieuw opgetrokken, compleet met opiumkitten, theehuizen en kerken. Schepen werden nagebouwd en twaalfduizend kostuums gefabriceerd. In China wordt de film nu al begroet als een meesterwerk.
Een paar dagen voor de officiële première in aanwezigheid van president en partijleider Jiang Zemin heeft Xie Jin het nog gigantisch druk. Medewerkers lopen af en aan en de telefoon rinkelt onafgebroken. Xie is moe, zijn ogen staan dof, hij steekt de ene sigaret na de andere op. Maar Xie (74) is een taaie veteraan, hij heeft 53 jaar filmen in China overleefd. Hij maakte tientallen films, met veel hoogtepunten, maar ook talloze dieptepunten.
'Weet je’, zegt hij peinzend, 'de geschiedenis van ieder land kent zowel positieve als negatieve momenten. De Culturele Revolutie bij ons was zo'n negatief moment, daar is geen discussie over mogelijk. De jodenvervolging in Duitsland gedurende de Tweede Wereldoorlog was ronduit misdadig, dat erkent iedereen, ook in Duitsland. En zo zullen de Engelsen ook eens moeten toegeven dat tien procent van de Chinese bevolking verslaafd maken aan opium, daar vervolgens een oorlog over voeren, en dan ten slotte een deel van Chinees grondgebied bezetten, bepaald geen glorieus moment is in de Engelse historie maar gewoon een schandaal.’
DE OPIUMOORLOG mag dan 155 jaar geleden zijn afgelopen, voor veel Chinezen zijn de wonden nog altijd niet geheeld. Ofschoon velen in het Westen de oorlog afdoen als een allang vergeten strijd om afzetmarkten en grondstoffen, een oorlog bovendien die het isolationalistische China grotendeels aan zichzelf te danken had, speelt hij nog altijd een belangrijke rol in hedendaagse discussies over China’s plaats in de internationale gemeenschap. Deze week nog verwees China’s centrale militaire commissie naar de verpletterende nederlagen van de Opiumoorlog om op het belang van een sterke defensie te hameren.
Ook Xie meent dat uit de Opiumoorlog nog steeds belangrijke lessen kunnen worden getrokken. 'We zullen en kunnen het Engeland nooit vergeven, maar het allerbelangrijkste is, vind ik, dat onze jeugd inziet dat wat er is voorgevallen nooit meer mag gebeuren.’
Voor westerse critici, die Xie propaganda verwijten en schrijven dat kunst niet de politiek mag dienen, heeft Xie geen goed woord over. 'Sommige mensen zeggen dat ik politiek verwar met kunst - er stond laatst een stuk met die strekking in Times -, maar ik ben van mening dat alle goede kunst uiteindelijk politieke kunst is. Of laat ik het anders zeggen: er is geen enkele reden voor een kunstenaar om politiek te mijden. Goede kunst gaat over de sociale realiteit en is daardoor uiteindelijk altijd politiek van aard.’
XIE JIN WEET waar hij over praat. Geboren in een fabelachtig rijke familie kwam hij gedurende de Culturele Revolutie (1966-1976) in zware moeilijkheden. Ofschoon hij diverse revolutionaire klassiekers maakte, zoals Het Rode Vrouwendetachement, werd hij beschuldigd van cinematografisch confucianisme en zijn leven veranderde weldra in een hel. Hij werd met geweld naar massabijeenkomsten gesleurd, waar hij zwaar werd mishandeld. Vervolgens werd hij op het platteland tewerkgesteld.
Ironisch genoeg werd hij gered door Jiang Qing, de vrouw van Mao Zedong. Voor haar moest Xie propagandafilms voor de Culturele Revolutie regisseren. Maar na de dood van de Grote Roerganger en de val van Jiang Qing maakte Xie films als De legende van de Tianyun-berg en de De stad Hibiscus, die felle aanklachten bevatten tegen machtsmisbruik en kleinzielige bureaucratie in de communistische partij.
Ondanks zijn aanvaringen met de politiek van de dag is Xie Jin altijd een trouw nationalist gebleven. Hij schrijft dat toe aan zijn ervaringen met het Britse koloniale gezag in Hongkong, waar hij in de jaren dertig als kind verbleef. 'Het was onverdraaglijk’, zegt hij. 'Ik begon in die tijd te merken wat de Britse koloniale politiek voor ons volk betekende. Ik was natuurlijk toen nog een kleine jongen en wist nauwelijks iets van de Opiumoorlog af, maar ik voelde me onbewust uiterst beledigd door de neerbuigende houding van de Britten. Ze keken op iedere Chinees neer, vooral als je geen Engels sprak. De Chinezen lieten zich dat aanleunen, want ons volk heeft aan de vernederingen van de Opiumoorlog een minderwaardigheidscomplex overgehouden. Maar daarom, en precies daarom, is 1 juli 1997 een glorieuze dag voor ons land. De schande van de oorlog wordt dan eindelijk van het gezicht van China weggewassen.’
Steven Spielberg bracht Xie op het idee voor De Opiumoorlog. Toen Spielberg in China Empire of the Sun maakte zocht hij Xie op. 'Hij vertelde mij over zijn plannen voor een film over de jodenvervolging, dieSchindler’s List moest gaan heten. Ik was verrukt. Ik vond het een prachtig idee en het zette mij aan het denken. Als Spielberg als jood een film over de jodenvervolging maakte, zou het dan voor mij als Chinees niet terecht zijn een film over de Opiumoorlog te maken?’
Toen Schindler’s List in 1994 uitkwam, vloog Xie speciaal naar Hongkong om de film te zien. 'Het was fascinerend’, zegt hij erover. 'Hier was een film waarvoor zelfs Helmut Kohl als representant van het Duitse volk naar de première kwam, een film die in Duitsland een discussie op gang bracht over de verantwoordelijkheid voor de schandelijke jodenvervolging. Verwacht ik te veel wanneer ik met mijn film in Engeland hetzelfde hoop te bereiken?’