De chinezen komen weer goed van pas in indonesië

Vorige week vielen bij rellen in Indonesië de eerste doden. Het gebeurde tijdens aanvallen op Chinese winkels en het daaropvolgende ingrijpen van leger en politie.

Het is niet de eerste keer dat Chinezen het slachtoffer worden van volkswoede. Het gebeurt telkens als het economisch slecht gaat in Indonesië. Dat ligt voor een deel aan de rol die zij van oudsher spelen. In de koloniale tijd waren Chinezen belangrijke tussenpersonen in de economie. Zo voorkwamen de Nederlanders dat er een sterke inheemse middenstand kon ontstaan, terwijl de Chinese minderheid de bescherming van de machthebber nodig had.
Onder het bewind van Soeharto is deze koloniale politiek voortgezet. Al sinds de jaren vijftig, toen hij militair commandant in Midden-Java was, onderhield Soeharto innige relaties met Chinese ondernemers. Nadat hij aan de macht was gekomen, bevoorrechtte hij een kleine groep van Chinese ondernemers, die op hun beurt de president hielpen met het opzetten van grote conglomeraten. Toen als gevolg van onrendabele kredietverstrekking en de zwakke gezondheid van de 76-jarige president de monetaire bodem onder het regime wegviel, besloten de rijkste Chinezen hun geld in veiligheid te brengen en lieten zij hun beschermheer in de steek. Maar internationaal werd er van alle kanten hulp geboden. Het IMF kwam met miljarden over de brug, en Clinton en Kohl belden bezorgd met Soeharto om hem hun steun toe te zeggen. Het tij leek te keren toen de waarde van de roepia, die in januari een historisch dieptepunt bereikte, weer wat omhoog ging. Bovendien leek ook de politieke crisis bezworen toen duidelijk werd dat Soeharto als president zou worden herkozen. Maar nu de vastenmaand voorbij is en miljoenen Indonesiërs zijn teruggekeerd van familiebezoek, blijkt pas hoe de economische crisis doorwerkt in het dagelijkse leven.
Voor de machthebbers in Jakarta staat de opvolging van Soeharto echter nog steeds boven aan de agenda. Het ziet ernaar uit dat Soeharto zijn vertrouweling minister van Technologie Habibie als vice-president zal aanwijzen. Het probleem hierbij is dat Habibie weinig steun van het leger krijgt en ook daarbuiten een geringe machtsbasis heeft. Bovendien wordt hij door de financiële wereld gewantrouwd vanwege zijn geldverslindende prestigeprojecten en zijn economisch nationalisme. Zolang niet duidelijk is wie Soeharto opvolgt en de crisis aanhoudt, blijft het onrustig.
In deze situatie lijken de diverse legerleiders de kat uit de boom te kijken, met één opvallende uitzondering. Dat is Prabowo, de schoonzoon van Soeharto, die de laatste jaren een komeetachtige carrière maakte. Anderhalf jaar geleden maakte hij als commandant van de Speciale Troepen een einde aan de gijzelingsactie van het OPM in Irian Jaya. Naar verluidt leeft Prabowo inmiddels gescheiden van zijn vrouw, maar vorige week is hij wel benoemd tot commandant van de Strategische Reservetroepen Kostrad. Daarmee heeft hij in en rond Jakarta 20.000 man onder zijn bevel gekregen en is hij een figuur geworden waar terdege rekening mee moet worden gehouden.
Prabowo profileert zich als tegenstander van de Chinezen. Hij deinst er niet voor terug te verklaren dat als het aan hem ligt, de economie over een paar jaar vrij van Chinese invloeden zal zijn. Daarmee probeert hij op een goedkope manier aanhang te verwerven onder islamitische groepen. En met zijn militaire macht en islamitische aanhang zou hij Habibie weer van dienst kunnen zijn. Zijn anti-Chinese uitspraken stuiten overigens op weerstand van islamitische leiders die ook kritiek hebben op het IMF, zoals Amien Rais.
Prabowo is een gevaarlijke man die er niet voor terugdeinst geweld te gebruiken. Hij onderhoudt nauwe betrekkingen met een deel van de Jakartaanse onderwereld en een netwerk van sport- annex vechtclubs. Als hij ze nodig heeft om onrust te zaaien, te beginnen met het plunderen van Chinese winkels, schakelt hij ze in. En het is niet ondenkbaar dat hij hen later weer door zijn Kostrad-troepen van de straat laat schieten om het het land ‘uit de chaos te redden’.