Onderzoek: De stikstofcrisis

‘De cijfers zijn wat diffuus’

Voor provincies is de milieuvergunning het belangrijkste instrument om de stikstofgrenzen te bewaken. Maar veel boeren nemen een loopje met de voorwaarden en overschrijden de opgelegde ammoniakplafonds.

© Marcel Berendsen / HH

Het eerste wat opvalt, op de opnames van Google Earth, zijn de gigantische glimmende daken. Buiten de dorpskern van Bergeijk, in Brabant, springen de nieuwe megastallen eruit. De daken weerkaatsen het felle zonlicht. Gevaarten van soms meer dan 80 meter lang en 25 meter breed staan naast kleinere koeienstallen die nog stammen uit de tijd dat EU-regels de melkplas en boterberg moesten beteugelen.

Het tweede wat opvalt, zijn de weilanden eromheen. Weilanden waarin, op deze zonnige dag in de zomer van 2019, toen de camera’s van Google van bovenaf een kijkje namen, geen koe te bekennen is.

De opnames zijn van een plaats delict. De boeren beneden hebben namelijk een vergunning gekregen voor uitbreiding van hun stallen op basis van de belofte dat ze de koeien een deel van de tijd buiten laten grazen. ‘Maar dat doen ze dus niet’, zegt ‘Henk’, die actief is in een lokale milieugroep. Hij wil niet met zijn echte naam in het artikel, ‘want dan heb ik in dit dorp geen leven meer’.

Koeien die in de wei lopen, veroorzaken minder ammoniak en dus stikstof. Dat komt doordat ze niet poepen en plassen op dezelfde plek. Binnen in de stal komen poep en pies op één hoop en vormen ze drijfmest – de grootste bron van stikstof. Boeren die regelmatig weiden, stoten gemiddeld per koe minder ammoniak uit en krijgen daarom gemakkelijk een vergunning voor méér dieren.

Het was vele dorpsbewoners al opgevallen, zegt Henk: boeren die eerst nog weidden, stopten ermee zodra de nieuwe stal gereed was. ‘Ze hebben dan gewoon te veel koeien om ze nog in de wei te laten lopen. Het is te veel werk. Sommigen laten nog alleen jongvee in de wei, maar veel minder dan volgens de milieuvergunning moet.’

Sinds kort hebben de milieugroepen ook hard bewijs. Dankzij een beroep dat de Stichting Groen Kempenland en de Stichting Milieuwerkgroep Kempenland indienden tegen de tweede herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Bergeijk zijn de rapportages openbaar geworden. Hieruit blijkt dat 10 van de 21 rundveehouders die moeten beweiden dit niet of nauwelijks nog doen. ‘Ze geven dat zelf toe of inspecteurs constateren het’, vertelt Henk. ‘Sommigen hebben niet eens meer afrasteringen om de beesten in de weide te houden.’

De milieuvergunningen worden nauwelijks gecontroleerd, blijkt ook uit de stukken. ‘Sommige boeren hebben nog nooit inspectie gehad’, vat Henk samen, ‘en voor anderen is het al weer jaren geleden.’ Van handhaving is evenmin sprake. De boeren overschrijden door het niet weiden ruimschoots hun opgelegde stikstofgrenzen, maar worden niet gestraft. Bij slechts één bedrijf is de milieuvergunning ingetrokken, omdat de stal uiteindelijk niet is gebouwd. ‘En die boer maakte ruzie met het lokale cda’, weet Henk. ‘Dat moet je hier niet doen.’

Bergeijk is niet het enige dorp waar de veeboeren een loopje nemen met het weiden, is de overtuiging van Henk. ‘Je kunt er gerust van uitgaan dat dit op veel meer plekken gebeurt.’

De boeren zijn niet schuldig aan de stikstofcrisis. Althans dat vindt een meerderheid in de Tweede Kamer in een vorige week aangenomen motie. De feiten vertellen echter een ander verhaal. De landbouw is verantwoordelijk voor maar liefst twee derde van de 183 miljoen kilo stikstof die jaarlijks in Nederland het milieu ingaat. Dat hadden dezelfde Kamerleden kunnen lezen in een factsheet dat tno, de Nederlandse organisatie voor natuurwetenschappelijk onderzoek, hun een paar weken eerder had toegestuurd. Verkeer komt op afstand op de tweede plaats (vijftien procent) en industrie op de derde (negen procent).

Onverenigbare feiten zijn de reden dat het Programma Aanpak Stikstof (pas) nu onder een grafsteen ligt. En onverenigbare feiten verhinderen een snelle oplossing. Boeren stoten méér ammoniak uit dan in hun vergunning staat, ontdekten we. De ogenschijnlijk strenge normen worden vaak door de boeren genegeerd en door de overheid slap gecontroleerd. Technische oplossingen stroken vaak niet met de tekentafelmodellen.

Om een voorbeeld van het laatste te geven: elke moderne stal heeft tegenwoordig verplicht een luchtwasser die volgens de vergunning negentig procent van de ammoniak wegfiltert. In de praktijk ligt het rendement echter veel lager, blijkt uit laboratoriumonderzoek. In sommige gevallen wordt nauwelijks de helft gehaald. Een boer wiens beesten honderdduizend kilo uitstoten, heeft door de luchtwasser slechts een vergunning voor tienduizend kilo nodig. Zijn bedrijf stoot echter tussen dertig- en vijftigduizend kilo uit omdat de wassers in de praktijk veel minder goed werken.

‘Sommige boeren hebben nog nooit inspectie gehad, of al weer jaren geleden’

De provincies zijn sinds 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming. In de bouwvergunningen die zij afgeven, bijvoorbeeld voor grote varkens- of kippenstallen, leggen ze een plafond voor de hoeveelheid stikstof die via de mest in het milieu mag komen. De grenswaarden worden bepaald op basis van een zorgvuldige analyse van de kwetsbaarheid van nabijgelegen Natura 2000-gebieden, natuurgebieden die volgens Europese afspraken goed moeten worden beschermd.

De boeren in Bergeijk zijn niet de enigen die een loopje nemen met de normen. Wij namen 58 megastallen onder de loep, vergeleken hun vergunningen met de uitstootcijfers die ze doorgaven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo), en constateerden dat een derde de vergunningsgrenzen overschrijdt. Deze stallen stoten veel meer stikstof uit dan toegestaan; soms zelfs vijf keer zoveel. De eigenaren overtreden de natuurbeschermingswet.

Zo stootte een Drentse pluimveehouder uit Zuidwolde met 47.750 kippen en een honderdtal paarden volgens de rvo14.200 kilogram ammoniak uit, terwijl hij een vergunning heeft voor 2122 kilogram. Een varkenshouder met 789 varkens en wat rundvee in het Overijsselse Dalfsen heeft een vergunning voor 3639 kilogram ammoniak, maar rapporteerde een uitstoot van 21.300 kilogram. En een boer uit Surhuisterveen, die 84.000 kippen houdt, heeft volgens Europa een uitstoot van 11.400 kilogram per jaar, maar volgens Friesland slechts een uitstoot van 2940 kilogram per jaar.

Overtredingen als deze worden door rechters niet lichtzinnig opgevat. Een boer kan zijn vergunning kwijtraken waardoor hij zijn bedrijfsvoering tijdelijk moet staken. Of hij kan gedwongen worden om een heel nieuwe milieuvergunning aan te vragen, met alle bezwaarprocedures van dien (tegen verschillende megastallen uit onze lijst wordt door lokale bewoners- en milieugroepen actie gevoerd). Ook kan de boer een dwangsom of een boete van enkele tonnen worden opgelegd. In het verleden zijn er zelfs gevangenisstraffen uitgedeeld.

Uit openbare bronnen viel te achterhalen dat slechts vier overtreders in de afgelopen jaren een dwangsom opgelegd hebben gekregen wegens het houden van te veel dieren, ondeugdelijke luchtwassers of te veel ammoniakuitstoot. Regionaal dagblad De Stentor berichtte in 2014 dat een pluimveehouderij uit Dalfsen een dwangsom van 230.000 euro kreeg, omdat hij zich niet zou houden aan de natuurbeschermingswet. Het bedrijf, dat ongeveer 78.000 vleeseenden en een stel paarden heeft, ligt op 7558 meter van natuurgebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. De ammoniakuitstoot van het vee slaat neer in het natuurgebied, waardoor de bodem verzuurt. De pluimveehouder kreeg vijf maanden om zijn stikstofuitstoot te verminderen, anders zou hij de boete moeten betalen. De boer vond de dwangsom echter ‘buitenproportioneel en absurd’ en zei dat er sprake was van willekeur, omdat ‘in andere gevallen een beduidend lagere dwangsom is opgelegd’.

Een varkenshouder uit Lierop kreeg volgens het Eindhovens Dagblad in 2016 een boete van dertigduizend euro omdat hij duizenden varkens meer had dan volgens de vergunning was toegestaan. Ook bleek een luchtwasser niet te werken. Het ging hier om een recidivist. Bij controles bij vijf andere bedrijven van deze boer in Someren, Finsterwolde en de Noordoostpolder constateerde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (nvwa) al in 2009 en 2011 dat de veehouder respectievelijk 4025 en 3900 varkens te veel hield. ‘Het was wat laat voordat alles voor elkaar was’, erkende hij voor de rechter, ‘maar nu ben ik echt het braafste jongetje van de klas.’

De meeste andere overtredingen zijn waarschijnlijk ontsnapt aan de aandacht van de provincies, die moeten toezien op de naleving.

Soms wordt in stallen wel vijf keer zoveel stikstof uitgestoten dan is toegestaan © Tom van Limpt / HH

Geen van de vijf omgevingsdiensten die we met de overtredingen confronteerden, kon een afdoende verklaring vinden. Zelf raadpleegden ze nooit de Europese databank of de gegevens van de rvo. ‘De cijfers zijn wat diffuus’, erkent de provincie Noord-Brabant summier.

De rvo, die de uitstootcijfers van de megaboeren verzamelt, zegt desgevraagd dat ze de opgaven van de boeren niet met hun vergunningen vergelijkt, zoals wij hebben gedaan, en geeft als verklaring voor de geconstateerde overschrijdingen: ‘De emissie wordt berekend aan de hand van het aantal gehouden dieren en stalsysteem. In een enkel geval kan dit door bijvoorbeeld het houden van meer dieren hoger uitvallen dan vergund.’

In ‘een enkel’ geval? Vorige jaar onthulden we in De Groene Amsterdammer (‘Kip, ik heb je (niet)’, 10 mei 2018) dat de nvwa in vier op de tien stallen die ze inspecteert te veel kippen, varkens, kalkoenen of eenden aantreft. De nvwa-inspecteurs vergeleken hun eigen waarnemingen met de dierproductierechten die de boeren konden overleggen.

In vier op de tien stallen vond de NVWA te veel kippen, varkens, kalkoenen of eenden

Het gaat bij de door ons gevonden overtredingen waarschijnlijk om het topje van een ijsberg. In werkelijkheid zijn er immers niet 58 maar ruim zeshonderd megastallen in Nederland. Niet alle grote vervuilers hoeven echter hun uitstoot te melden. De grote koeienboeren vallen bijvoorbeeld niet onder de Europese meldplicht. En ook niet alle meldingen worden openbaar gemaakt.

En zo blijft onzeker hoeveel boeren er nu werkelijk meer stikstof in het milieu brengen dan nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden aankunnen.

Over dit onderzoek

We ontdekten de overschrijdingen door de milieuvergunningen van 58 megastallen in Nederland te vergelijken met de ammoniakuitstoot die de boeren rapporteren aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo). Via het rivm komen deze cijfers uiteindelijk in het Europese Uitstootregister (E-PRTR) terecht, met de naam van het bedrijf, het adres en de uitstoot. De recentste E-PRTR-cijfers zijn die van 2017. We hebben in de Europese database gefilterd op ammoniakuitstoot van veetelers in Nederland. Daar kwamen 72 vestigingen uit. Drie bedrijven hadden geen vergunning nodig omdat ze ver genoeg van Natura 2000-gebieden zijn gevestigd. Van elf bedrijven konden de verantwoordelijke provincies binnen twee weken geen vergunningen vinden en tonen.

‘Kijk, hier wordt meer ammoniak uitgestoten dan de modellen aangeven.’ Martijn Schaap, senior-onderzoeker klimaat- en luchtkwaliteit bij onderzoeksorganisatie tno, wijst op de kaart van Duitsland naar een omcirkeld gebied in Midden-Duitsland. Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen lichten felrood op, de rest van het land is geel. De rode stipjes in het midden duiden op onverwachte ammoniakbronnen.

tno maakt al tien jaar voor de Duitse regering een NH3-kaart, op basis van modellen die uitgaan van door boeren opgegeven dierenaantallen. Nu hebben ze aan de hand van opnames van de iasi-satelliet ook een kaart gemaakt van de échte NH3-concentratie in de lucht gedurende de periode 2013-2017. De vergelijking van de twee kaarten leidt tot opmerkelijke verschillen. ‘Er vindt dus behoorlijke ammoniakuitstoot plaats op plekken waar we het niet verwachten.’

‘We kunnen met iasi- of CrIS-satellieten de concentratie meten van een gebied van vijftien bij vijftien kilometer’, legt zijn collega Anton Leemhuis uit. ‘Gewoon onafhankelijk van de opgegeven dierenaantallen.’ Volgens de ‘senior developer space’ bij tno staan we aan het begin van een belangrijke ontwikkeling. ‘Nu kunnen we alleen op streekniveau kijken hoe het met de uitstoot zit, maar over een paar jaar wordt de schaal driehonderd bij driehonderd meter en dan kunnen we alles dagelijks in de gaten houden en grote bronnen detecteren.’

De Duitse regering gaat nu aan de hand van de satellietkaart bekijken wat er aan de hand is in de streken die meer uitstoten dan werd verwacht.

Bestaat er ook zo’n kaart voor Nederland? Leemhuis lacht een beetje. ‘We hebben daar nooit opdracht voor gekregen…’ Schaap klapt zijn laptop open. ‘Maar we hebben er wel eentje gemaakt. Hij is vers van de pers.’

Nederland verschijnt op het scherm. Delen van Noord-Brabant en Limburg, de Achterhoek en de Gelderse Vallei (Barneveld) zijn vuurrood. Er staan stipjes in Friesland, Groningen en Overijssel. En kunnen ze ook de kaart op basis van dierenaantallen ernaast leggen? Schaap zoekt in zijn bestanden. ‘We hebben de verschillen nog niet kunnen analyseren’, vertelt hij, terwijl hij ons een snelle blik gunt. ‘Maar ze zijn er zeker. Ook in Nederland zijn er gebieden waar meer wordt uitgestoten dan de modellen aangeven.’

Over een paar jaar kan de afhankelijkheid van met dierenaantallen rommelende boeren en beperkte modellen voorbij zijn. De twee tno-techneuten pleiten voor een uitgebreid monitoringsprogramma. Met meer grondmetingen en gedetailleerde satellietbeelden zijn stikstofoxiden en ammoniak perfect te monitoren.

En dat kan sneller en voor minder kosten dan gedacht. ‘Satellieten worden steeds kleiner en goedkoper’, legt Anton Leemhuis uit. ‘Nederland loopt voorop in deze techniek. Voor enkele tientallen miljoenen euro’s kunnen we er al eentje lanceren die in ons land specifieke gassen en uitstootbronnen in de gaten houdt. Dan kunnen we echt meten wat er aan de hand is in onze lucht.’


Wij gaan door met ons onderzoek naar stikstofuitstoot in Nederland. Tips zijn welkom via redactie@groene.nl. De echte naam van Henk is bij de redactie bekend