De Club der Opgeheven Vingertjes

Lionel Shriver
De wereld na zijn verjaardag
Vertaald door Mieke Lindenburg
Contact, 608 blz., € 25,-

We moeten het even over Kevin hebben
Vertaald door Mieke Trouw
Contact, 430 blz., € 24,90

Soms wekt een roman irritatie en wantrouwen op nog voordat het eigenlijke lezen begint. Hoe komt dat? Misschien neem ik de aanprijsclichés op de achterflap nog steeds te serieus, een tekst die de uitgever steevast letterlijk herhaalt in een begeleidend persbericht (hou daar eens mee op!). Als ik over een van de vele turven die mij toegestuurd worden lees dat een boek is geschreven in een ‘luchtige en sprankelende stijl’ met een ‘onderkoeld gevoel voor drama’, dan vraag ik me af of ‘luchtig’ en ‘sprankelend’ wel bij elkaar passen. En wat moet ik met ‘onderkoeld’? Gedistantieerd? Koelkastproza? En natuurlijk is de roman immer een ‘overweldigend leesavontuur’. Maar als ik, bijvoorbeeld, lees dat een schrijfster ‘achtereenvolgens in Nairobi, Bangkok en Belfast’ heeft gewoond en zich nu in Londen heeft gevestigd, denk ik: wat moet ik met die suggestie van kosmopolitisme? Het gaat hier om een roman van de Amerikaanse Lionel Shriver: De wereld na zijn verjaardag. De slotzin van de flap luidt: ‘Haar roman We moeten het even over Kevin hebben, dat (mijn onderstreping – gb) in 2005 werd bekroond met de Orange Prize, werd wereldwijd een bestseller.’ Hoe flans ik, als redacteur en halfanalfabeet, zo snel mogelijk een zogenaamd wervende tekst in elkaar die de lezer niet al te hoog schat? Nee, dit is geen muggenzifterij. U, lezer, kent die slordige en lege reclametaal, en u ergert zich ook keer op keer.
Uitgeverij Contact heeft Shrivers twee romans bijna tegelijkertijd op de markt gebracht. De ene flaptekst citeerde ik, over de andere flaptekst zwijg ik. Ik verbaasde me nog meer over de titel: We moeten het even over Kevin hebben. Even? De roman telt minstens honderdvijftigduizend woorden. Bovendien luidt de Engelse titel We Need to Talk about Kevin. Het terloopse van het Nederlands staat haaks op de urgente toon in het Engels.

Zelden wordt over dit soort ‘kleinigheden’ geschreven in recensies, terwijl die toch een rol kunnen spelen bij het bespreken of bij een eventuele aankoop in de boekhandel. Laat ik eerlijk zijn: dit wordt geen onderkoelde recensie maar een bewust partijdige kritiek. Lionel Shriver noteert veel, zo niet alles, maar kan niet schrijven.

Shriver is een van de duizenden slachtoffers van het misverstand dat literatuur een morele kwestie is, een zaak van opvoedkunde. Daarom duidt ze alles en iedereen en legt ze daarna – voor de zekerheid – alles nog een tweede of een derde keer uit. Aan suggestief proza heeft ze niets. De lezer zal en moet de boodschap ingepeperd krijgen, om aan het slot nog een keer lastiggevallen te worden met een reeks moralistische leesvragen. De eerste daarvan luidt: ‘Moeders die gemengde gevoelens koesteren over het moederschap zijn een van de laatste taboes.’ O ja? En moeders dan die het met hun zoon doen, of hun zoon geestelijk of lichamelijk kapotmaken? We Need to Talk about Kevin is een briefroman met een slot dat daverend zou moeten zijn, ware het niet dat de lezer het einde al van verre ziet aankomen: moeder en echtgenote Eva Khatchadourian (Armeense achtergrond) schrijft brieven aan haar man Franklin over hun zoon Kevin. Die was als baby en kind al onhandelbaar, dwars en hufterig. Deze treiterkop (duizend voorbeelden) is uiteraard het product van nature en nurture, maar in welke verhouding? De brieven aan haar man gaan over de schuldvraag: waarom heeft Kevin op donderdag 8 april 1999 niet alleen een reeks medescholieren met pijlen uit een kruisboog doodgeschoten, maar ook zijn eigen zusje en vader? Het antwoord luidt: als een daad die bewijst dat hij bestaat. De moordaanslag was een existentiële actie. Wie systematisch genegeerd wordt of wiens onhandelbare karakter wordt goedgepraat of met lichte moederterreur gepareerd, kan vroeg of laat over de schreef gaan.

Het probleem van de brieven van Eva aan haar dode man is dat die oeverloos zijn en gespeend van alle subtiliteit. Lionel Shriver is niet alleen van de Afdeling Eindeloze Uitvoerigheid maar ook van de Club der Opgeheven Vingertjes, en de BV Open Deuren. Niets laat ze aan het toeval over, alles mag ons arme lezers ingewreven worden. ‘Want laten we het eens over macht hebben. In de bestuursvorm van een gezin schrijft de mythe voor dat ouders buitensporig veel macht hebben. In werkelijkheid ben ik daar niet zo zeker van. Kinderen kunnen ons hart breken.’ Breekt Kevin het hart van zijn moeder? Shriver slaagt er vierhonderd pagina’s lang niet in om een regelmatig terugkerend krantenbericht (onlangs weer een Finse scholier) zodanig literair te verwerken dat er een schokkende vertelling ontstaat. Zij moet het van de plot hebben, en dat is te weinig.

De wereld na zijn verjaardag lijdt nog meer aan kwebbel- en rebbelzucht, versterkt door de omslachtige vertaling, die verre van toonvast is: tweehonderdvijftigduizend woorden en een dubbele plot. Het verhaal is simpel: vrouw, Irena, wordt verliefd op een ander, snookerspeler Ramsey Acton. Wat te doen? Bij haar vriend, de terroristenexpert Lawrence, blijven of voor de snookerspeler kiezen? Lionel Shriver heeft beide mogelijkheden gekozen en helemaal uitgeschreven. De lezer leest dus twee romans die elkaar spiegelen, omkeren en aldus becommentariëren. Op zich een aardig idee. Maar de uitwerking is rampzalig. Als de lezer eenmaal het trucje van de omkering en de spiegeling in de gaten heeft wordt de lectuur een corvee. De moraal zit weer aan de staart van het verhaal. Wanneer Irena beide versies van haar verlangen tot ver achter de komma heeft uitgewerkt, blijkt dat haar vriend Lawrence al vijf jaar ‘vreemdgaat’ met een collega. De snookerspeler krijgt prostaatkanker. Shriver deelt graag straf uit.

De titel van de roman verwijst in de eerste plaats naar de binnenwereld vol berekening van de dubbel verlangende Irena (deze keer een Amerikaanse met een Russische achtergrond). De buitenwereld is een bordkartonnen decor: de dood van prinses Diana, president Clinton en Monica Lewinsky, 11 september 2001. De beschrijving van de instortende wtc-torens is obligaat en zielloos.

Het lezen van De wereld na zijn verjaardag is geen leesavontuur maar een corvee. Nee, dit is niet een ‘nergens voor terugdeinzend portret van ontrouw’ (flap) maar een opeenstapeling van overspelclichés, banaliteiten en smeuïg bedoelde seksscènes. De moralistische ondertoon is onverteerbaar. En dan te bedenken dat de twee romans waarnaar Lionel Shriver durft te knipogen, Flauberts Madame Bovary en D.H. Lawrence’s Lady Chatterley’s Lover, al veel eerder veel verder gingen dan Shriver ooit zal komen.