Nederlands Irak-beleid

De coalitie kan zonder D66

Deze week spreekt het kabinet over het verlengen van de Nederlandse bijdrage in Irak. Steun van de PvdA is niet noodzakelijk, heeft minister Kamp gezegd. Maar zelfs als regeringspartij D66 afhaakt, wil de VVD in Irak blijven.

De vakanties van minister- president Balkenende en minister Kamp van Defensie zijn voorbij. Eén Nederlandse bodybag en ze namen dinsdag onverwijld het vliegtuig naar huis. Terwijl de meeste andere landen die deelnemen aan de Amerikaans-Britse coalitie al eerder slachtoffers betreurden, en het vroeg of laat ook bij de Nederlandse basis raak moest zijn, is de dood van de militair voor de Nederlandse regering niet minder dan een noodsituatie. Premier Balkenende is «ontzet», vice-premier De Graaf noemt het incident «een verschrikkelijke schok» en vanuit Peking laat VVD-kamerlid Wilders weten dat Nederland niet zal wijken voor terreur en ook na 30 juni, wanneer het Nederlandse mandaat verloopt, in Irak moet blijven om de Iraakse bevolking te beschermen en de bondgenoten bij te staan. «Het is een walgelijke situatie», zegt Wilders.

Met de Nederlandse dode in As Samawah ontwaakt de Nederlandse politiek uit een diepe roes. Op 29 april vertoonde de Amerikaanse televisiezender CBS de eerste beelden van mishandelde Iraakse gevangenen, maar een reactie op de hausse aan foto’s over Amerikaanse en Britse misstanden bleef tot nu toe uit. «Waarom? Omdat er vorige week geen ministerraad was», zegt Balkenendes woordvoerder Henk Brons. De minister-president is na Bevrijdingsdag met vakantie vertrokken. Voor zijn verjaardag, twee dagen later, neemt hij ieder jaar een weekje vrij.

De vice-premiers Zalm en De Graaf, die wisselend Balkenende vervingen, hebben niet overwogen een extra ministerraad in te lassen. En ook op het ministerie van Buitenlandse Zaken is geen actie ondernomen. «Nee, wij hebben de Amerikanen niet op de foto’s aangesproken. Ze zijn zelf zo erg geschrokken dat we niet het idee hebben dat we daar nog iets bovenop moeten doen. Het is foute boel, dat vinden we allemaal. En zij ook. We kijken wat het Amerikaanse onderzoek oplevert», aldus Bots woordvoerder Bart Jochems.

D66, de kleinste regeringspartij, verzet zich tegen het aanhoudende zwijgen. «Nederland moet Amerika hierop rechtstreeks aanspreken», vindt kamerlid Bert Bakker. «We zijn een van de weinige overgebleven bondgenoten, dan moeten we vragen wat dit allemaal te betekenen heeft. Je kunt niet doen alsof je neus bloedt.» De vakanties, zegt Bakker vanuit Zagreb, hebben de Nederlandse reactiesnelheid wat vertraagd. «Als de Kamer niet met reces was geweest, dan was waarschijnlijk aan de regering gevraagd binnen 24 uur met een brief te komen en was de minister naar de Kamer gehaald.»

Dat is niet gebeurd. PvdA-kamerlid Koenders heeft wel vragen gesteld, maar de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie hebben formeel drie weken de tijd die te beantwoorden. Koenders wil weten wanneer de Nederlandse regering op de hoogte was van de «misstanden» en of de overdracht van gevangenen door Nederlandse troepen aan de Amerikanen en de Britten wel in overeenstemming is met de Conventie van Genève. Het kabinet had «scherp afstand moeten nemen», vindt Koenders: «Maar de Nederlandse regering spreekt zich nooit ergens over uit. Men verschuilt zich steeds weer achter anderen. Bush noemt het misbruik een incident. Maar nog altijd speelt dat de soldaten onduidelijke instructies hebben en dat er te weinig mensen in Irak zijn.»

Aanstaande vrijdag komt de ministerraad wél weer bijeen. Dan zal gesproken worden over het al dan niet voortzetten van de Nederlandse deelname aan de stabilisatiemacht. Daarna zal in de Tweede Kamer over het kabinetsstandpunt worden gedebatteerd. Minister Kamp van Defensie heeft laten weten de Nederlandse troepen nog zo’n vier tot acht maanden in Irak te willen houden. Minister Bot van Buitenlandse Zaken, die voor de missie eindverantwoordelijk is, moet zich nog uitspreken. De Kamer is verdeeld. Regeringspartijen CDA en VVD lijken verlenging van de missie te steunen. D66 twijfelt en vindt, net als oppositiepartij PvdA, een serieuze betrokkenheid van de Verenigde Naties na 30 juni een voorwaarde om met de missie door te gaan.

Bert Bakker: «De beelden van mishandelde gevangenen doen de steun voor verdere participatie van Nederland in een coalitie onder leiding van de Amerikanen geen goed. Wij steunen de VN-lijn: er moet op 30 juni een geloofwaardige soevereiniteits overdracht plaatsvinden. De Amerikanen willen daar vooralsnog niets van weten. Ze willen misschien het onderwijs- of cultuur beleid aan de Irakezen overlaten, maar daar gaat het niet om. Er moet serieuze soevereiniteit komen.»

Als het kabinet ook na 30 juni in Irak een rol wil blijven spelen, dan zal het moeten vertrouwen op de parlementaire steun van de LPF of de kleine christelijke partijen. De LPF laat weten het standpunt niet te wijzigen en voortzetting van de missie te steunen. Kamerlid Huizinga-Heringa van de ChristenUnie neigt naar steun, mits de Irakezen die vanaf 1 juli het bestuur van hun land overnemen daar prijs op stellen en de Amerikanen Nederland «de garantie geven dat dit soort mishandelingen razendsnel stopt». «Er moeten van bovenaf grenzen worden gesteld. Het zijn niet alleen de onderknuppels die zich aan dit gedrag schuldig maken», zegt Huizinga.

Al met al een minimale meerderheid. Wilders ziet hierin geen bezwaar: «Natuurlijk is het fraaier als de coalitie het over zo’n wezenlijk beleidsonderdeel eens is. Maar over de missie in Irak staat niets in het regeerakkoord. Een meerderheid is een meerderheid, D66 heeft geen vetorecht.» Wilders vindt dat Nederland «de rug recht moet houden». De «gruwelijke aanslag van maandag» kan net zo min als de «incidenten in de gevangenissen» aanleiding zijn de Nederlandse missie niet te verlengen. «Het vertrouwen zou pas geschaad zijn als de Amerikanen geen afstand hadden genomen van de mishandelingen. Ze hebben krachtig opgetreden tegen de kleine minderheid die zich aan dit gedrag schuldig maakt. Het is onverkropbaar, maar ik ga ervan uit dat het incidenten zijn.»

Dat is precies het standpunt van de Amerikaanse regering. Het «misbruik» in de gevangenissen is volgens president Bush het werk van enkele losgeslagen soldaten: uitzonderingen op de regel. Dat is de reden dat de hoogst verantwoordelijke, minister Rumsfeld van Defensie, nog het vertrouwen van de president geniet. De aanzwellende roep om zijn aftreden van hoge militairen, commentatoren, Democratische afgevaardigden en defensiekrant The Army Times is aan dovemansoren gericht.

Toch was het Rumsfeld zelf die tijdens de hoorzitting in de Amerikaanse Senaat verklaarde dat waarschijnlijk nog meer foto’s zullen opduiken. Ook andere bronnen wijzen op een structureler probleem. Niet alleen Amnesty International sprak al eerder van «systematisch martelen», ook het altijd veel terughoudender Rode Kruis kwam tot die conclusie. In een uitgelekt rapport worden inlichtingenofficieren aangehaald die het «klaarmaken» van gevangenen voor verhoor «deel van het proces» noemen.

De meest onverdachte bron die de systematiek van de mishandelingen, en de orders van hogerhand, bevestigt, is het rapport van de Amerikaanse Antoinio Taguba. Na onderzoek in de Abu Ghraib-gevangenis concludeerde de generaal-majoor dat de militaire inlichtingendienst er bij de gevangenbewaarders op aandrong «fysieke en mentale voorwaarden te scheppen voor succesvolle verhoren». De gevangene moest uitgeput zijn: een «slechte nacht» maakte het latere verhoor er stukken makkelijker op. Daarom werden gevangenen gedwongen de hele nacht te staan, al dan niet op een wankel kistje. «Ze geven zo antwoord op elke vraag», zegt een van de bewakers in het Taguba- rapport.

In Irak zijn de methodes geïntroduceerd door Geoffrey Miller, die als hoofd van het gevangeniswezen op Guantánamo Bay, het stuk niemandsland waar de Amerikanen leden van al-Qaeda en de Taliban vasthouden, in Irak advies heeft uitgebracht om meer resultaat te boeken bij het bestrijden van het oplaaiende stadsgeweld. Hij stelde volgens het Taguba-rapport voor om de gevangenenbewaking in dienst te stellen van het inlichtingenwerk.

Dit beleidsadvies werd direct opgevolgd. Maar anders dan Guantánamo Bay staat de Abu Ghraib-gevangenis in Irak niet buiten het internationaal recht of democratische controle. «Maar het is aan leden van de Amerikaanse Senaat om zich over Rumsfeld uit te spreken», zegt Geert Wilders. «Iedere democratie heeft zijn eigen volksvertegenwoordiging. Over Amerikaanse politici heb ik geen oordeel.»