Media

De commentatoren

Herman Finkers zei ooit: ‘Je kunt vrouwen opdelen in twee groepen.’

‘Maar ik zou het niet doen.’

Precies hetzelfde geldt voor online commentatoren. Ook die kun je in twee categorieën onderverdelen en ook dat is ten zeerste af te raden: voor je het weet heb je een roedel boze twitterati achter je aan. Toch wil ik het er hier, met gevaar voor eigen timeline, op wagen.

Aan de ene kant heb je de Bouwers. Bouwers opiniëren niet gratuit, maar constructief. Hun meningen staan niet op zich, maar ontwikkelen zich tot een groter geheel. Ze vinden niet alleen, maar zoeken ook: naar nieuwe inzichten, betere argumenten en overtuigendere feiten. Ze discussiëren niet om het oneens te zijn, maar om ervan te leren. Ze zijn kritisch als dat nodig is, maar ook lovend als dat kan. Voor Bouwers kun je enkel bewondering hebben.

Hoe anders zijn hun tegenhangers: de Slopers. Slopers hebben eigenlijk maar één doel: afbreken wat de Bouwers hebben opgetrokken. Hun meningen zijn destructief en doelloos: er zit bedoeling noch boodschap achter. Ze zoeken niks, maar vinden wel heel veel. Hun bijdrage aan het publieke debat is in twee woorden samen te vatten: bloedende nagels.

Doorgaans zijn er drie manieren om met de Slopers om te gaan: negeren, reageren of je heimelijk over ze opwinden. Het eerste is vaak onmogelijk, het tweede meestal vruchteloos en het derde zonde van je energie. Dus ik dacht: laat ik ze eens analyseren. Ter lering ende vermaeck.

De Originaliteit Gestapo. ‘Niks nieuws’, ‘ouwe koek’, ‘komt er ook een achter’: hoewel zelf nooit op ook maar het begin van een eigen gedachte te betrappen, verwacht de Originaliteit Gestapo niets minder dan totalitaire oorspronkelijkheid in alles wat hun levenspad kruist. Hun grootste hobby: constateren dat iemand, ooit, ergens in de krochten van het wereldwijde web, al eens eerder iets vergelijkbaars heeft gedaan/gemaakt/beweerd, meestal voorafgegaan door een verzuchtend tja (als in: tja, what else is new?). Nog beter: linken naar een uiterst obscuur blogje van de Sloper zelf, waarin ‘al járen geleden’ de constatering in kwestie werd geagendeerd. Favoriete hashtags: #spuit11 en #tsjongejonge.

Hun bijdrage aan het publieke debat: bloedende nagels

De Consistentie Politie. Draai! Draai! Draai! Voor de Consistentie Politie bestaan er precies twee waarlijke opiniemakers: monniken en SGP’ers. De rest is zo incongruent als de neten en dat zal bestraft worden ook. Hun raison d’être: anderen betrappen op alles wat maar riekt naar dubbelzinnigheid. Is de scribent eenmaal op een veranderde mening betrapt, dan kan hij twee decennia later alsnog een klap in het smoelwerk verwachten, vergelijkbaar met die van de olifant uit de Rolo-reclame. De vieste term in het woordenboek: voortschrijdend inzicht. #hypocrieeeeeet.

De Vorm Nazi. Hoe overtuigend de feiten, origineel de gedachte of steekhoudend het betoog ook moge zijn, voor de Vorm Nazi is de inhoud hoe dan ook niet serieus te nemen omdat de vorm weer eens precies de verkeerde was. Dus voor de laatste keer: de juiste lengte van een essay is 1873 woorden (en geen letter meer), de juiste lengte van een column is 572 woorden (en geen letter minder). O, en de volgende keer graag wat meer voorbeelden (maar niet te anekdotisch) en iets meer uitzoomend (zonder meta te worden).

De Adhominemmer. ‘Argumenten? Wat heb ik met argumenten te maken?’ schreef Friedrich Nietzsche ooit – en zo denkt De Adhominemmer er ook over: als jij, bij gratie van het feit dat jij jij bent en niet iemand anders, dat vindt, dan denkt de Adhominemmer er per definitie het zijne van. Had je maar iemand anders moeten zijn. Iemand die niet al jaren geleden zijn volmacht op het zeggen van iets zinnigs kwijtraakte en sindsdien uitsluitend nog poep debiteert. Ja, jij.

De Miereneuker. Mooi dat jij zojuist hebt aangetoond hoe de tijd is begonnen, hoe het leven is ontstaan en hoe het heelal er aan het einde uitziet: in alinea vijf, derde regel van onder, staat de komma verkeerd. Dus. Daar gaat je geloofwaardigheid. Met vriendelijke groet, de Miereneuker.

De Ander-Onderwerp ME. Het bange vermoeden rees al bij de kop, werd nog sterker bij de inleiding en bleek de bittere waarheid aan het einde: dit ging weer eens precies over het Verkeerde Onderwerp. Niet over wat er werkelijk aan de hand is en al helemaal niet over wat er echt toe doet. Laat staan over waar het eigenlijk om gaat. Kunnen we het dus weer over belangrijke dingen hebben? En dus niet over waar ik net zes kostbare minuten aan heb verspild. Exclusief de drie die het me kostte dat te melden? Was getekend, de Ander-Onderwerp ME.

De Onderbouwer: ‘Wat een flutstuk.’