Politiek sonnet

De competitie is begonnen

We zouden voetballen. Ik was de leider.

Toen zei Bert: «Ik ben leider, ik ben rijk.»

Ferry toen: «Maar jij hebt geen voetbalkijk.»

«Nou jij dan?» zei Mat — hij was toegewijder.

Toen kwam daar plots de geruchtenverspreider.

Jongens bleken lid van een ander team.

Men schold: Herben een leider? Een misleider!

Er werd vuil gestort — meestal anoniem.

Toen raakten de spelers plotseling zoek.

Goddank kende Ferry nog een buurjongen.

In 1950 nog keeper geweest.

En Janssen van Raaij kreeg een voetbalbroek.

(Soldaat Philomena heeft hem daartoe gedwongen.)

Het team staat nu klaar. Ze staan wat verweesd.