De paranoïde stijl

De complexe wereld is uiterst simpel

De Amerikaanse politiek heeft een lange traditie van samenzweringsfantasieën. Trump bedient zich meer van die stijl dan zijn voorgangers en maakt dankbaar gebruik van de complot-epidemie QAnon. Tijd om The Paranoid Style (1964) van Richard Hofstadter te herlezen.

Senator Joseph McCarthy tijdens een persconferentie na een hoorzitting in de Senaat in Washington, 1954 © Eve Arnold / Magnum / ANP

Onlangs bereikte de inwoners van de Verenigde Staten het bericht van ‘een samenzwering van een omvang die zo immens is dat elke vergelijkbare onderneming uit de menselijke geschiedenis erbij in het niet valt’. De machtige mensen achter deze samenzwering gebruiken ‘elk instrument van misleiding, elke macht van de staat en elk middel dat de geheime cabals kennen’ om een plan te smeden dat ‘onze vernietiging beoogt en dat onze politieke, burgerlijke en religieuze instituties dreigt uit te roeien’. Nou ja, echt ‘onlangs’ was dit niet. Het eerste van de bovenstaande citaten kwam uit de mond van een Amerikaanse senator in 1951, het tweede uit een partijprogramma uit 1895, het laatste uit een krant uit 1855.

Het heeft een reden om zulke woorden uit het verleden anno 2020 in herinnering te roepen. Vorige maand vertelde president Donald Trump zijn volk dat hij de enige is die hen beschermt tegen ‘totale anarchie, waanzin en chaos’. Hij stelde dat als zijn tegenstander de verkiezingen wint ‘niemand veilig zal zijn in dit land’ en dat dan ‘de toekomst van ons land en zelfs onze beschaving op het spel staan’. Al veel langer, sinds hij zijn eerste stappen in de Amerikaanse politiek zette, is Trump een superspreader van samenzweringstheorieën.

Een greep uit de ideeën die Trump heeft verspreid: dat bepaalde vaccins autisme veroorzaken, dat windmolens tot kanker leiden, dat de vader van zijn voormalige tegenstander Ted Cruz president Kennedy vermoordde, dat zijn huidige tegenstander Joe Biden een marionet is van ‘mensen die zich verschuilen in de donkere schaduwen’, dat de vorige president Barack Obama een niet in de VS geboren moslim is die de Trump Tower vol plaatste met afluisterapparatuur, dat de opwarming van de aarde een Chinees verzinsel is, dat moslims op 9/11 in Amerikaanse steden feestten op straat, dat de conservatieve opperrechter Antonin Scalia in 2016 werd vermoord.

De achtergrond van het samenzweringsdenken in de VS is relevant omdat Trump zich de steun laat aanleunen van mensen die geloven in de samenzweringstheorie QAnon, die afgelopen jaar explosief in aanhang is gegroeid. Zij geloven dat vrijwel alle machtige, rijke en beroemde mensen ter wereld een netwerk van satan-aanbiddende pedofielen vormen en dat Trump de strijd leidt tegen die cabal. Hoewel de fbi de organisatie heeft aangemerkt als een binnenlands terrorisme-risico, moedigt Trump de QAnon-aanhangers openlijk aan. ‘Ik heb gehoord dat dit mensen zijn die erg van ons land houden’, zei hij onder meer. Hij geeft cryptische antwoorden die hun geloof in Trumps geheime kruistocht versterken. ‘Als ik de wereld kan helpen, doe ik dat graag’, zei hij, gevraagd naar de heldenrol die QAnon hem toedicht. En hij retweet regelmatig QAnon-gerelateerd materiaal op Twitter, volgens een linkse mediawaakhond ruim 250 keer.

De reden waarom is helder: het is electoraal aantrekkelijk. Hoewel het aantal aanhangers van de theorie zich alleen heel ruw in kaart laat brengen, zijn sommige schattingen schokkend. Gebaseerd op verschillende peilingen schreef dagblad The Independent deze maand dat een derde van alle Republikeinse stemmers op de een of andere manier in de samenzweringstheorie van QAnon gelooft, volgens USA Today ligt dat cijfer zelfs op de helft, terwijl dit volgens Newsweek geldt voor ‘slechts zeventien procent van de Republikeinen’. Als deze cijfers ook maar enigszins kloppen, betekent dit dat QAnon doorbreekt naar de mainstream.

Het zijn, kortom, tijden om ‘The Paranoid Style in American Politics’ te herlezen. Dit essay van de Amerikaanse historicus Richard Hofstadter verscheen aan de vooravond van de presidentsverkiezingen van 1964 in Harper’s Magazine. Het werd in intellectuele kringen meteen breed opgepakt en bediscussieerd en een jaar later door Hofstadter als gelijknamig boek uitgebracht, samen met andere essays.

De directe aanleiding voor Hofstadters essay was de nominatie van Barry Goldwater als presidentskandidaat namens de Republikeinse Partij. Goldwater geloofde onder meer dat buitenaardse wezens zich ‘voorbij onze mentale capaciteiten hebben ontwikkeld’ en regelmatig de aarde bezochten, en dat de Amerikaanse overheid bewijs daarvan achterhield. Maar Hofstadter was veel meer verontrust door Goldwaters vaak vurig verwoorde waarschuwing dat de VS dreigden te worden ‘afgenomen’ van christelijke, conservatieve, rechtschapen Amerikanen door linkse intellectuelen en elites die blind waren, of zich blind hielden, voor communistische infiltratie van de Amerikaanse overheid en samenleving. Hij verdedigde zich tegen aantijgingen van radicalisme met de klassieke weerlegging: ‘Extremisme in het verdedigen van de vrijheid is geen zonde.’

Hofstadter schreef als reactie een historisch essay waarin hij op een innovatieve manier concepten leende uit de sociologie, politicologie en met name psychologie. Hij citeerde en analyseerde vroegere (volks)bewegingen uit de Amerikaanse geschiedenis en concludeerde dat de VS niet alleen een lange traditie hadden van samenzweringsdenken, maar ook dat die op een vergelijkbare manier in het publieke leven en de politiek werden verwoord. Hij noemde dat ‘de paranoïde stijl’. ‘Geen ander woord’, schreef hij, ‘roept net zo goed het gevoel van verhitte overdrijving, achterdocht, en samenzweerderige fantasie op dat ik bedoel.’ Hofstadter benadrukte dat hij met deze term niet bedoelde dat mensen die zich ervan bedienen gek waren: ‘Juist het gebruik van paranoïde manieren van uitdrukken door min of meer normale mensen maakt het fenomeen van belang.’

Hofstadters essay trok niet alleen veel aandacht in 1964. Het blijft de klassieke referentie bij samenzweringstheorieën en radicale politiek en genereert al decennialang nieuw wetenschappelijk onderzoek. Tijdens het presidentschap van Trump kreeg The Paranoid Style nieuwe aandacht en het essay kreeg deze zomer een centrale plek in een heruitgave van Hofstadters werk door de Library of America, een serie die volgens The New York Times functioneert als ‘de de facto canon van Amerikaanse literatuur’.

The Paranoid Style in American Politics begint met de vaststelling dat de ‘Amerikaanse politiek vaak een arena is geweest voor boze denkers’. In 1964 zijn dat vooral aanhangers van Goldwater, stelt Hofstadter. Maar anderen hebben zich ook bediend van deze ‘paranoïde stijl’, die ‘meer te maken heeft met de manier waarop ideeën worden geloofd dan met de waar- of onwaarheid van hun inhoud’. Hofstadter illustreert dat met citaten uit de Amerikaanse politieke geschiedenis om ‘de grondtoon van de stijl’ te illustreren, waaronder de citaten waarmee dit artikel opende.

Daarna behandelt de historicus een aantal samenzweringstheorieën in detail, waaronder beweringen tegen de Illuminati, tegen jezuïeten en katholieken (‘de pornografie van de puritein’) en tegen vrijmetselaars. Dat was geen marginale bezigheid. Het waarschijnlijk meest gelezen boek van de VS tot de publicatie van De hut van oom Tom, stelt Hofstadter, was Awful Disclosures, waarin een vermeende katholieke samenzwering werd geopenbaard van zedelijke misstanden onder nonnen en moord op kinderen.

Vervolgens schrijft Hofstadter dat er een be-langrijk verschil bestaat tussen het paranoïde rechtse discours in zijn eigen tijd en negentiende-eeuwse complotdenkers. ‘Woordvoerders van die vroegere bewegingen waren ervan overtuigd dat zij voor zaken en mensen stonden die nog steeds het land in handen hadden. Maar de moderne rechtervleugel voelt zich onteigend: Amerika is hun en hun achterban grotendeels afgenomen, hoewel zij vastbesloten zijn het terug te nemen. De oude Amerikaanse waarden zijn al weggeslagen door kosmopolieten en intellectuelen.’ Dit sentiment is te herkennen bij Donald Trump, die zijn stemmers in 2016 aanspoorde om ‘hun land terug te nemen’ door op hem te stemmen. En het leeft bij aanhangers van QAnon, die geloven dat hun land hun ontnomen is door de cabal.

Een tweede verschil met oudere bewegingen dat Richard Hofstadter aanduidt, past ook naadloos bij QAnon. De schurken van vroeger waren schimmige loges en anonieme infiltranten. Die zijn nu ‘ingeruild voor eminente publieke figuren’, schrijft Hofstadter, zoals presidenten, ministers en rechters. Dat past woord voor woord op QAnon, dat de leiding van de samenzwering situeert bij ‘de Obama’s’, ‘de Clintons’, Biden en honderden andere eminente personen.

Het contrast tussen de fantasievolle conclusies en de ‘bijna aandoenlijke bezorgdheid’ om feitelijkheid in de paranoïde literatuur: ook dát is QAnon

Het derde verschil: bleven de samenzweringen van de negentiende eeuw nog beperkt tot de VS zelf, globalisering heeft volgens Hofstadter ‘de huidige rechts-paranoïde mens een enorm theater gegeven voor zijn verbeelding, vol rijke details, realistische aanwijzingen en onweerlegbare bewijzen’. De arena is in Hofstadters jaren zestig de hele wereld, ook dat sluit aan op de wereldwijde samenzwering die QAnon denkt te zien. (Ook het bereik van deze samenzweringstheorieën is geglobaliseerd. In Duitsland werden onlangs zeventig oude kunstwerken in het Pergamonmuseum beschadigd nadat QAnon-aanhangers berichten hadden gepost dat Angela Merkel daar na sluitingstijd mensenoffers brengt.)

Na het noemen van deze verschillen beschreef Hofstadter het rechtse samenzweringsdenken zelf, in drie basisideeën. Ten eerste was de samenzwering al decennia oud, en bereikte die nu haar climax. Ten tweede was de top van de Amerikaanse overheid zozeer geïnfiltreerd dat die nu consequent de belangen van het Amerikaanse volk saboteerde. En ten slotte was het hele land en waren allerlei terreinen, zoals de massamedia, nu ook geïnfiltreerd. Als we hier de Clintons invullen en de Deep State, plus Oprah Winfrey, Tom Hanks en Lady Gaga, zijn we aanbeland in het heden van QAnon: Hofstadters mal past ruim een halve eeuw later exact over QAnon heen.

Een QAnon-vlag bij een rally voor president Trump voor het vliegveld van Harrisburg, Middletown Pensylvania, 26 september © Michael Nagle / Redux / ANP

Hoe nu die samenzwering te bestrijden? Hofstadter vervolgde zijn essay met het antwoord dat de leiders en woordvoerders van de paranoïde bewegingen gaven op die vraag, en hoe zij zichzelf en hun rol voorstelden in die krachtmeting. Hij putte daarvoor uit de psychologie, inclusief die van Freud over het onbewuste.

Die krachtmeting, stelde Hofstadter, onderging in de twintigste eeuw een enorme schaalvergroting. ‘De [huidige] paranoïde woordvoerder ziet het belang van de samenzwering in apocalyptische termen – hij handelt in de geboorte en dood van hele werelden, hele politieke ordes, hele systemen van menselijke waarden’, schreef Hofstadter. ‘Hij bemant altijd de barricades van de beschaving. Hij leeft constant op een keerpunt.’ Opnieuw is dit een beschrijving die naadloos past bij QAnon: het geloof dat de gehele westerse beschaving op het spel staat, en dat het uur van de waarheid nu, nú gaat aanbreken.

QAnon-aanhangers geloven permanent dat ‘de storm’ aanstaande is (het moment waarop Trump duizenden samenzweerders oppakt). Q (een anonieme internetter wiens berichten op forum 8chan/8kun de basis vormen van QAnon) heeft al een paar maal aangekondigd dat deze storm binnen een paar dagen ging plaatsvinden – dat dit onzin was, heeft kennelijk geen effect op zijn aanhang.

Om terug te keren naar Hofstadter: die schreef dat de paranoïde woordvoerder zichzelf ziet als ‘avant-garde’ die in staat is de samenzwering te ontwaren terwijl een onwetend publiek nog argeloos is. Hij ziet ook helder de ‘enorme en angstaanjagende kwaliteit van de vijand’, de volmaakte kwaadaardigheid in persoon. Een soort amorele superman die ook al op onvoorstelbaar niveau handelt: hij veroorzaakt politieke crises en economische depressies, en stuurt de geschiedenis.

‘Het is moeilijk om de conclusie te weerstaan’, schreef Richard Hofstadter over deze grandioze voorstelling van de tegenstander, ‘dat deze vijand op veel manieren een projectie is van het zelf: zowel van de ideale als van de onacceptabele kanten daarvan.’ Met andere woorden: de paranoïde leider injecteert zijn tegenstander met de eigenschappen die hij zelf zou willen hebben – macht, rijkdom, aanzien, nietsontziendheid. Hofstadter trok die freudiaanse ana-lyse verder. ‘De seksuele vrijheid die vaak aan de tegenstander wordt toegeschreven, en zijn gebrek aan morele scrupules, geven exponenten van de paranoïde stijl de mogelijkheid om niet-erkende delen van hun psychologische belangstellingen te projecteren’, stelde hij. Als die stelling van Richard Hofstadter op het heden wordt geplakt, geeft dat een onverkwikkelijk perspectief op de samenzweringstheorie van QAnon.

Ten slotte wendde Hofstadter zich tot de rol van bewijs. In paranoïde literatuur signaleerde hij een indrukwekkend contrast tussen de fantasievolle conclusies en de ‘bijna aandoenlijke bezorgdheid’ om feitelijkheid. In zulke literatuur wordt een ongelooflijke hoeveelheid details en aanwijzingen aangedragen, ‘een heroïsch streven naar bewijs om aan te tonen dat het ongelooflijke het is enige is wat kan worden geloofd’. Ook dit is QAnon: een eindeloze berg screenshots en citaten, om aan te tonen dat deze beroemdheid of die leider een handsignaal of codewoord gebruikte dat lidmaatschap van de cabal bewijst. Al dat bewijs levert uiteindelijk een uiterst coherent wereldbeeld op. ‘Hogere paranoïde studies zijn boven alles coherent – en de paranoïde geest is veel coherenter dan de echte wereld’, schreef Hofstadter.

Al deze kenmerken samen, bij bewegingen over een lange tijdsperiode, leidden bij Hofstadter tot ‘het vermoeden dat een mentaliteit die geneigd is om de wereld zo te zien een blijvend psychisch fenomeen is, dat min of meer constant bestaat bij een minderheid van de bevolking’. Een reis van 56 jaar de toekomst in onderschrijft dat.

Vanwege het wonderlijke gemak waarmee Hofstadters analyse van radicaal gedachtegoed naar het heden kan worden overgebracht, en door de blijvende frisheid van de taal, blijft The Paranoid Style gelezen en aangehaald worden als het over samenzweringen gaat. Ook wetenschappers blijven inspiratie halen uit zijn tekst – zeker met Trump in het Witte Huis. Afgelopen zomer verscheen bijvoorbeeld de studie Donald Trump and the Return of the Paranoid Style van de Texaanse hoogleraar politicologie Roderick Hart. Met software die grote hoeveelheden tekst analyseert toonde Hart aan dat Trump de paranoïde stijl aanzienlijk meer gebruikt dan elke andere presidentskandidaat in de naoorlogse tijd.

Ook sociaal-psycholoog Sander van der Linden van University of Cambridge publiceerde dit jaar een onderzoek dat The Paranoid Style als inspiratie had. Hofstadter stelt in zijn essay vast dat de paranoïde stijl meestal voorkomt aan de politieke rechterkant, maar gaat niet in op de vraag waarom. Wel geeft de coherentie van het paranoïde wereldbeeld die hij beschrijft daarvoor een aanwijzing. ‘Coherentie en ordening passen bij het wereldbeeld van conservatieven’, legt Van der Linden uit in een Skype-gesprek, met een Engelse binnentuin op de achtergrond. ‘In de VS zijn in historisch opzicht de meeste samenzweringstheorieën politiek gezien rechts’, zegt hij. ‘Psychologisch is daar een goede reden voor. Een samenzweringstheorie geeft stabiliteit, die zegt in feite dat de complexe wereld juist heel simpel is. Conservatieven hebben vaak weerzin tegen verandering en houden van stabiliteit.’

In The Paranoid Style in American Politics Revisited beschrijft Van der Linden zijn onderzoek naar de vraag of het ook echt zo is. Het simpele antwoord is ‘ja’: uit een enquête die op een niet-politieke manier naar complotdenken vroeg, bleek de neiging tot samenzweringsdenken bij conservatieven hoger dan bij progressieven, en veel hoger bij extreem conservatieven. Dat ligt volgens Van der Linden aan de ‘hogere paranoïa en het lagere vertrouwen’ bij conservatieven. ‘Het is best opmerkelijk dat de theorie van Hofstadter nog zo stevig staat’, zegt Van der Linden. ‘Er zijn geen grote aanpassingen aan geweest, terwijl we al meer dan een halve eeuw verder zijn.’

En toch is The Paranoid Style absoluut geen onomstreden werk, en de redenen daarvoor doen er ook toe voor onze tijd. Natuurlijk werd het essay ongenadig aangevallen door conservatieve collega’s, die aanstoot namen aan de pathologisering van het conservatisme. Maar ook linkse historici verwierpen de theorie.

De redenen hiervoor liggen deels in Hofstadters leven en zijn tijd, zoals Jeet Heer dat ook prachtig bespreekt in het Amerikaanse weekblad The Nation. Hofstadter groeide op in Buffalo, New York, met een joodse vader en een protestantse moeder die haar religie (en die van Richard) erg serieus nam. Met een culturele scheiding in zijn eigen gezin en cultuuroorlogen in de maatschappij als achtergrond van zijn jeugd, begon Hofstadter in de jaren dertig aan de universiteit. Hij trouwde de vurig linkse Felice Swados en werd in haar kielzog lid van de communistische partij. Een jaar later zegde hij dat lidmaatschap alweer op, gefrustreerd over het dogmatisme in de partij, de commissarissen die dat afdwongen en Stalins pact met Hitler. Maar ook, volgens zijn biograaf David Brown, omdat hij ervan overtuigd was geraakt dat intellectuelen als hijzelf doelwit zouden worden als de communisten het echt voor het zeggen kregen.

Toen Hofstadter werk probeerde te vinden, merkte hij dat beurzen en banen aan universiteiten aan hem voorbijgingen omdat hij een jood was – en dat hij bij het werk dat hij wel kreeg, steeds moest oppassen voor ontslag als voormalige communist. Vervolgens stierf zijn vrouw, in 1945, en had hij de zorg voor een zoon, zonder vast werk. Een jaar later keerde zijn fortuin, toen hij hertrouwde en een baan als professor kreeg aangeboden aan Columbia. Maar de hachelijkheid van zijn leven was hem overduidelijk, zeker toen in de jaren vijftig de communistenjager Joseph McCarthy de Amerikaanse samenleving in zijn greep kreeg.

Onder invloed hiervan, betoogt Jeet Heer, ontwikkelde Richard Hofstadter zich tot een ‘consensus-historicus’ die meende dat de Amerikaanse maatschappij wordt gekenmerkt door een fundamentele overeenstemming onder Amerikanen over het recht op bezit en economisch individualisme. Hofstadter koppelde dit aan een diep wantrouwen tegen massabewegingen en populisme. Zijn Paranoid Style in American Politics was daarom niet alleen een afstandelijke analyse van rechtse politiek, maar ook een bekrachtiging van zijn visie dat Amerika’s liberalen een rationeel midden vormen, het hart van de natie, met radicalen die het centrum bestormen.

Daarmee waste hij de Amerikaanse geschiedenis schoon van rassen- en klassenconflicten, stelde Heer. En daarmee plantte hij een dominante, fundamenteel verkeerde visie op radicaal rechts in het publieke debat, stelde de historicus Leo Ribuffo. Een visie die de sterke Amerikaanse traditie van antiliberalisme wegzet als een psychologische afwijking – en die de kracht ervan onderschat. Ook Kathryn Olmsted, net als Ribuffo historicus van extreem-rechts in de VS, ziet dat zo. In tijdschrift The Baffler schreef ze: ‘In deze tijd is het niet verwonderlijk dat journalisten en commentatoren geloven dat Hofstadter hen kan helpen om de donkerheid, onredelijkheid en samenzweringsneigingen van het hedendaagse rechts te begrijpen. Maar in het doen herleven van Hofstadters analyse, doen ze ook de meest intense zwakte daarvan herleven: het pathologiseren van de oppositie, wat de aantrekkingskracht van een sterker wordend Amerikaans rechts tegelijk stigmatiseert en onderschat.’

Richard Hofstadter had dat sterker wordende rechts gezien, in de wereld buiten de VS en om hem heen. Zijn visie op de VS als een land met een liberaal, stabiel midden en paranoïde belegeraars, leek daarom niet alleen een analyse maar ook een wensbeeld. Om bij de psychologische duiding van Hofstadter zelf te blijven, leek het in ieder geval deels een projectie van zijn angst en zijn ambitie. En naast persoonlijke psychologie bevestigde Hofstadters analyse in ieder geval de blik op de VS zoals Amerikaanse regeringen die tijdens de Koude Oorlog naar buiten en naar binnen projecteerden: van de VS als liberaal, stabiel en rechtvaardig land. Hofstadters analyse was en is daarom tegelijkertijd een pleidooi en mogelijk een bezweringsformule. Daarachter blijven vragen overeind: bestaan die fundamentele consensus en die stabiele samenleving echt? Is radicaal denken echt een randverschijnsel?