De componisten en hun dames

Rond Frédéric Chopin en Franz Liszt speelde zich een onvervalste soap af. Hoe groot zij als componisten ook waren, in de liefde bleken het net gewone mensen. Hun vrouwen, die kibbelend en achteloos vriendschappen opbliezen, waren erger.

HET IS JAMMER DAT er in de tijd van de Romantiek nog geen psychiaters waren. Ze zouden aan de hoofdpersonen over wie wij het hier willen hebben een lekkere kluif hebben gehad en er evenveel sofa’s aan versleten hebben.
De jaren 1830 tot 1848 waren in Parijs een hoogtepunt. 1830 is het jaar van de juli-revolutie, resulterend in het koningschap van Louis-Philippe.
In 1848 ontstond met de februari-revolutie de Tweede Republiek, vier jaar later opgelost in het keizerschap van Napoleon de Derde. De romantische tijd vormde in Parijs een bloeiende cultuur.
Wie werkten er niet allemaal? Balzac, Gautier, Hugo, Heine, George Sand. De opera floreerde als nooit tevoren, met Meyerbeer en Halévy, Bellini, en nog altijd Rossini, al componeerde die nauwelijks meer. De schilderkunst bloeide met Delacroix, Géricault en Courbet. We herinneren ons beroemde zangers als La Malibran en Adolphe Nourrit. Malibran stierf jong; Nourrit sprong uit het raam en viel volgens George Sand in duizend stukken. Het wemelde in Parijs verder van gevluchte Polen, onder wie grote dichters als Misckiewicz en Niemcewicz, beiden vrienden van Chopin. Het geld rolde, de Rothschilds gaven de toon aan. Ook rijke Polen, zoals de familie Czartoriski, die op het Ile Saint Louis een magnifiek paleis bewoonden waar zij grote feesten gaven. Chopin was daar een huisvriend.
In dát Parijs was de jonge Poolse componist in september 1831 gearriveerd, zogenaamd op weg naar Londen, terwijl hij eigenlijk naar Italië had willen gaan. Terug naar Polen kon hij niet meer. De Russen hadden Warschau op 8 september 1831 ingenomen. Chopin, die via Wenen had gereisd, hoorde het in Stuttgart. Maar hij wilde ook niet meer terug. Hij wist dat Parijs intussen het Mekka voor iedere kunstenaar was geworden. Cherubini was er directeur van het Conservatorium. Liszt oogstte er zijn eerste lauweren, en met hem vele andere pianisten. De opera stak die van Milaan naar de kroon.
Liszt was al zeven jaar eerder met zijn ouders naar Parijs gekomen, als een echt wonderkind, de nieuwe Mozart, zoals men hem noemde. Op zijn veertiende had hij al een opera gelanceerd, de eenakter Don Sanche. Met zijn vader reisde hij rond; en hij verdiende als pianist fortuinen. Lang duurde dat niet. Papa was in Boulogne vrij plotseling gestorven, en Liszt moest het toen, samen met zijn moeder, verder zelf uitzoeken. Dat hij en Chopin goede vrienden werden ligt voor de hand. Toch waren zij in veel opzichten uitersten, en hun vriendschap is niet geworden wat die beloofde, vooral van Chopins kant niet. Liszt zei later: ‘Onze dames hebben een beetje ruzie met elkaar gemaakt.’ En inderdaad, dat is gebeurd.
OOK HUN achtergronden verschilden sterk. Chopin, geboren in 1810, kreeg een zorgvuldige algemene opvoeding en scholing. Van moederszijde kwam hij uit een landadellijke familie, zijn vader was een Franse émigré.
Franz Liszt had een heel andere achtergrond. Geen algemene culturele basis, maar een opvoeding die op pianistiek en compositie gericht was. In Wenen studeerde hij als kind bij Czerny. Beethoven leefde nog en zou hem gekust hebben. Ook Schubert was in Wenen nog onder de levenden. En het is niet Bach geweest maar Paganini die zijn sterkste stempel op Liszt heeft gedrukt. Aanvankelijk dreef dit Liszt meer in de richting van heksentoeren dan van diepzinnige innerlijke ontwikkeling, hoewel Liszt in zijn karakter zeer introverte kanten had. Maar zijn opleiding was in de eerste plaats gericht op uiterlijk vertoon voor een groot publiek, terwijl Chopin meer de intimiteit zocht.
Grote verschillen dus tussen Chopin en Liszt wat betreft hun 'Kunstwollen’. Ook zonder het gekibbel van hun dames zouden zij wellicht uit elkaar zijn gegroeid, hun aanvankelijke vriendschap en eerbied voor elkaars kunnen ten spijt. Toch, Liszt heeft Chopins pianomuziek warm gepropageerd. Het omgekeerde kunnen wij niet zeggen. Ik vrees dat Chopin zijn vriend in zijn hart ietwat vulgair vond, al zou Chopin dat nooit letterlijk zo gezegd hebben. Wel bestaan er zeer negatieve uitspraken van Chopin over Liszts getimmer aan de weg, in het bijzonder rond de oprichting van het Beethoven-monument in Bonn. Chopin was de aristocraat, dat lag al besloten in zijn afkomst. Liszt was de zoon van een beambte van de Eszterhazys. Chopin had geen familiewapen, hij taalde er ook niet naar. Liszt liet er een ontwerpen door de vrouw die hem zijn drie kinderen zou schenken, de gravin Marie d'Agoult geboren gravin De Flavigny.
Wie was deze derde hoofdpersoon, Marie gravin d'Agoult? Een interessante maar moeilijke vrouw. Haar vader De Flavigny behoorde tot oude Franse adel. Haar moeder kwam uit Duitse bankierskringen en bracht het geld in de familie. Hun dochter Marie kreeg een goede opvoeding, was allround begaafd, intelligent, Het huwelijk van Marie met graaf D'Agoult was een verstandshuwelijk, maar zij kregen toch twee dochtertjes. In Parijs bewoonde Marie een kapitaal huis aan de Seine. Buiten Parijs bezat het echtpaar het enorme kasteel Croissy. Materieel ontbrak het Marie aan niets, maar gelukkig voelde zij zich niet. De grondtoon van haar karakter was ook wel ontevredenheid, zij kon wegzakken in depressie, in haar moeders familie kwam zelfmoord voor. Maar ongelukkig-zijn was in de romantische tijd ook een beetje modieus. Je hoorde de Werther van Goethe en de René van Chateaubriand gelezen te hebben en je onvoldaan te voelen als die romanhelden. Je hoorde te lijden aan het 'mal du siècle’, en Marie leed daar dus aan.
MET DE REVOLUTIE van 1830 veranderde er veel. Zo emancipeerden zich vooral de kunstenaars. Musici werden niet langer behandeld als personeel dat je niet aan tafel ontving. Nu drongen ze door tot de salon, ongeacht hun afkomst. En zo kwam het dat Marie d'Agoult in de winter van 1832 ten huize van een adellijke vriendin onverwacht de toen nog pas 21-jarige Liszt ontmoette. Zij vertelt daarover: 'Ineens ging de deur open en een vreemde verschijning bood zich mijn blikken aan. Ik zeg verschijning, bij gebrek aan een ander woord om de buitengewone gevoelsbeweging weer te geven die het meest buitengewone personage dat ik ooit gezien had bij me teweegbracht. Lang van postuur, uiterst tenger, een bleek gelaat met grote, zeegroene ogen waarin snelle verhelderingen geleken op golven die oplichtten, een ziekelijke maar toch krachtige expressie, een onvaste gang zodat hij meer leek te glijden dan te schrijden, met iets van verstrooidheid, onrust, als van een fantoom voor wie het uur zal gaan luiden om terug te treden in de duisternis - zó zag ik voor mij dit jonge genie, wiens verborgen leven op dat ogenblik een nieuwsgierigheid deed ontwaken, even levendig als zijn triomfen kort geleden afgunst hadden opgewekt. Toen men hem aan mij had voorgesteld en hij naast me was gezeten met een brutale gratie, net alsof hij mij al heel lang kende, en Franz op een familiaire wijze begon te spreken, voelde ik, onder de vreemde buitenkant die mij eerst had verbaasd, de kracht en de vrijheid van een geest die mij aantrok; en lang voor ons gesprek ten einde was, bereikte ik het punt waarop ook zijn gehele wezen en zijn wijze van spreken, die ongewoon was in de wereld waarin ik altijd had verkeerd, heel eenvoudig vond.’
Marie werd getroffen door echte liefde op het eerste gezicht. Men heeft wel gezegd dat je het leven van Marie d'Agoult in drieën kunt delen: voor, tijdens en na Liszt. Daar is veel van waar. Door deze ontmoeting was zij verloren. De romantische tijdgeest droeg er het zijne toe bij. Kort gezegd: ze vond dat ze tot op dat ogenblik niet écht geleefd had, was bereid álles voor deze liefde op te geven, en ze hééft dat ook opgegeven. In 1835 is zij, zwanger en wel, met Liszt naar Zwitserland gevlucht. Daar heeft zij getracht een nieuw leven op te bouwen in Genève. Op 18 december werd Liszts oudste dochtertje Blandine geboren. Dat onmiddellijk bij een min werd ondergebracht en niet Marie’s achternaam heeft gekregen maar die van Liszt. Officieel gescheiden van haar echtgenoot, graaf D'Agoult, was Marie niet. Wel had ze alles achtergelaten in Parijs: huis, familie, man, kinderen, fortuin en vooral: haar goede naam.
Liszt had intussen in Parijs kennisgemaakt met het nieuwste genie, dat met haar romans Indiana en Lélia evenveel succes had als schandaal wekte: Aurore barones Dudevant, die schreef onder het pseudoniem George Sand. Zij is onze vierde hoofdpersoon. Haar vader kwam uit een patricische familie, haar moeder uit wat men noemt de heffe des volks. Van haar grootmoeder Dupin had zij in de Berry het château Nohant geërfd, waar zij was opgegroeid. Pas achttien jaar oud had zij een baron Casimir Dudevant gehuwd, die haar ongelukkig maakte maar wel een zoon en een dochter schonk. Hoewel… deze dochter Solange heeft waarschijnlijk een andere vader gehad, want George is langs vele bedden getrokken. George is later gescheiden. In Parijs stortte zij zich in het artistieke rosse leven. Het is de tijd van La Bohème… Armoede was geen schande, talent ging boven een titel. Indiana en Lélia zijn hoogromantische boeken. Het laatste vooral is één loflied op de vrije liefde en verheerlijkt mannelijke vrouwen naast vooral ook vrouwelijke mannen. George Sand had toen al heel wat achter de rug. Een verhouding met Jules Sandeau. Een relatie met de lesbische actrice Marie Dorval. Een gecompliceerde liaison met Alfred de Musset. Geen zee ging haar te hoog. De mannen die zij heeft verslonden zijn niet te tellen.
Maar wat zij nu eigenlijk onder échte liefde verstond was haarzelf niet helemaal duidelijk. Enerzijds beschouwde men haar als een putain, anderzijds nam zij velen voor zich in door haar intellect, haar begaafdheden. En niet te vergeten door haar château Nohant, waar zij menigeen uitnodigde. Bekend is het oordeel van Baudelaire. Hij noemde George Sand een… latrine.
Sand is Liszt en Marie d'Agoult in Genève gaan opzoeken. Marie was diep onder de indruk van Sand als romancière, en Sand van Marie als vrouw… die ze op ongeveinsde manier het hof begon te maken. Als een man, ze zei het er zelf bij. Het heeft geleid tot een wat overspannen vriendschapsrelatie over en weer. Sand nam met broek en sigaren het initiatief. Marie vond dat wel mooi, ze trok zelf ook wel eens een broek aan en zwaaide dan met haar karwats. Marie d'Agoult maakte in die tijd een nogal verknipte indruk. Liszt moest ze delen met al zijn sociale contacten. Zelf moest zij zich op de achtergrond houden, als weggelopen gravin die ook nog behept was met een jaloerse aard. Het leidde tot scènes. Erger nog, elk ravijn nodigde Marie uit erin te springen.
IN OKTOBER 1836 is dit drietal in Parijs samen in een hotel getrokken. Het moet daar zijn geweest dat George Sand kennismaakte met de vriend van Liszt die Chopin heette. Een liefde op het eerste gezicht is het overigens niet bepaald geweest. Chopin vond haar antipathiek. Ja, hij twijfelde eraan of die Sand eigenlijk wel een vrouw was. Omgekeerd moet Sand toen al door de even beroemde als enigszins schuwe, zeer gereserveerde Chopin geboeid zijn geraakt. Hoe warm Chopin toen met Franz Liszt en Marie d'Agoult bevriend is geweest, bewijst het feit dat hij, na de eerste helft van het belangrijkste werk uit zijn hele oeuvre, de études, aan Liszt te hebben opgedragen, de tweede helft van een opdracht aan Marie d'Agoult voorzag. George Sand drong in deze triade binnen. Kort daarna zien we haar bij Chopin op bezoek tijdens een huisconcert. Liszt, die na Chopins dood diens eerste biografie schreef, vertelt het volgende: 'Chopins blauwe blik was eerder geestig dan dromerig. Zijn zachte, fijne glimlach werd niet bitter. De fijnheid en doorzichtigheid van zijn huid verleidden het oog, zijn blonde haren waren zijdeachtig. Zijn neus was licht gebogen, zijn optreden gedistingeerd, en zijn manieren kenmerkten zich door zoveel aristocratie dat men onwillekeurig met hem omging als met een prins. Zijn gebaren waren gracieus en menigvuldig, zijn stem klonk altijd gedempt, dikwijls gesmoord, zijn voorkomen was niet heel rijzig, zijn lichaamsbouw tenger.’ Liszt vervolgt: 'Chopins appartement werd door slechts enkele kaarsen verlicht. Zij stonden rond een der piano’s van Pleyel waar hij een bijzondere voorliefde voor koesterde wegens hun zilverachtige, licht omfloerste klank, en hun gemakkelijke aanslag.’
De hoeken bleven donker. Bij de vleugel werd het kaarslicht weerspiegeld door het glanzende parket. Liszt vertelt dat Heinrich Heine aanwezig was, die met Chopin fluisterde over geheimzinnige nimfen, over een zeegod met lange baard en een najade, over rozen en bomen in het maanlicht. Dan waren er Meyerbeer, de tenor Adolphe Nourrit, de componist-pianist Ferdinand Hiller, de schilder Eugène Delacroix - met wie Chopin zeer bevriend was; Delacroix heeft later gezegd dat hij Chopin de meest echte kunstenaar achtte die hij ooit had ontmoet -, de Poolse dichters Niemcewicz en Misckiewicz, gravin Marie d'Agoult uiteraard, en ten slotte: George Sand. Zij zat weggedoken in een fauteuil, leunend op de ellebogen, nieuwsgierig en oplettend. Bladzijdenlang weidt Liszt uit over haar literaire gaven en visioenen. Wat hij er niet bij vertelt, is dat de schrijfster vergeefs heeft gepoogd ook hem in haar netten te strikken maar dat dit niet gelukt was. George Sand zegt ergens dat Liszt verklaard had alleen nog maar van God te houden, en ze voegde eraan toe dat zij als potentiële minnares dáár niet tegenop kon.
George Sand heeft Chopin pas twee jaar later het hof gemaakt - inderdaad, in die volgorde - met de bekende gevolgen. In die tussentijd zijn er dingen gebeurd waar Chopin dus nog niets mee te maken had. Zo hebben Liszt en Marie d'Agoult in 1837 bij George op Nohant gelogeerd. De dames waren toen op een wat broeierige manier met elkaar bevriend. Tussen alles door beleefde George weer liefdesavonturen, die Marie schokten. De gravin had er ook moeite mee dat George van het ene bed in het andere duikelde zonder dat het haar echt gelukkig scheen te maken. Zij vond dat George de liefde bedreef als een man, hoofdzakelijk als een fysieke behoefte die uitgeleefd moest worden. Bij herhaling verklaarde zij: 'In uw plaats nam ik dan nog liever Chopin.’ Men krijgt bijna de indruk dat ze George op een idee heeft gebracht. Zoals Marie de pianist-componist Liszt had veroverd - ook dat is van de zes jaren oudere vrouw uitgegaan - zo leek het een goede gedachte dat George dit voorbeeld zou volgen en zou proberen op haar beurt Chopin te veroveren. George had één sterke troefkaart: het château Nohant.
Later in 1837 zijn Liszt en gravin Marie naar Italië vertrokken. Opnieuw. In Como kreeg Marie haar tweede dochter van Liszt: Cosima, die vooral beroemd is gebleven als de tweede echtgenote van Richard Wagner. De laatste was maar een paar jaar jonger dan Liszt en een grote vriend van hem. Wat hij - zij het wel met ups en downs - tot Wagners dood is gebleven.
HET IS HIER DE plaats om nog een vijfde hoofdfiguur te introduceren. In Parijs woonden graaf en gravin Marliani - hij de Spaanse consul, zij vooral een aartsintrigante. Een wandelende krant. Een praat- en schrijfgrage leesportefeuille met de Privé, de Story en de Weekend bij elkaar, bij wijze van spreken. Mevrouw Marliani kende George Sand, zij kende Marie d'Agoult, en ze heeft het heerlijk gevonden de twee vriendinnen op slinkse wijze tegen elkaar uit te spelen. Ze gebruikte daartoe een door de eeuwen heen beproefde methode: wat Marie haar per brief toevertrouwde, en in het diepste geheim, briefde Charlotte Marliani onmiddellijk per brief over aan George, vanzelfsprekend ook in het diepste geheim. De brieven werden over en weer bewaard, de geheimen uiteraard niet. Zo kwam het dat Marie naïefweg uit Italië aan mevrouw Marliani in Parijs schreef dat ze de lichamelijke liefdes van George Sand maar een discutabele, om niet te zeggen stuitende zaak vond. George kreeg dat te horen van mevrouw Marliani, zonder dat Marie dat kon vermoeden. En George Sand reageerde als door een horzel gestoken: Marie speelde een vals spelletje, want waarom zei ze haar dat niet zelf, en recht in haar gezicht? Marie d'Agoult huichelde, was haar mening. En bovendien, Marie had makkelijk praten: zíj had Liszt! Dit leidde ertoe dat George Sand de brieven en logeeruitnodigingen van Marie d'Agoult uit Italië niet meer beantwoordde. En Marie, van haar kant, begreep er niets van.
George Sand heeft wraak genomen. Zij nodigde haar vriend Honoré de Balzac uit naar Nohant. Want ze had hem pikante zaken te vertellen, echt iets voor een romancier! Balzac kwam. Acht dagen lang heeft George Sand hem alles uit de doeken gedaan over wat zij wist van Marie d'Agoult en haar minnaar Liszt, over hun beider relatie en over hun menselijke zwakheden. Balzac smulde. Hij zocht juist stof voor een nieuwe roman. En ziedaar: kort na zijn vertrek van Nohant kon hij aan zijn eigen vriendin, mevrouw Hanska, schrijven dat George Sand hem prachtige stof had opgedist. Wél had George diepe geheimhouding gevraagd, en die had Balzac haar ook verzekerd. Op zijn beurt vroeg hij nu mevrouw Hanska om diepe geheimhouding. Vervolgens begon hij aan het boek Béatrix, waarin hij een roetzwart portret van Marie d'Agoult tekende, van Liszt een charlatan maakte, maar George Sand natuurlijk portretteerde als een aartsengel. Alledrie zo goed herkenbaar dat Parijs de roman met rode oren las. Liszt en Marie hadden niets in de gaten. Balzac moet gedacht hebben: die zitten veilig in Italië.
Dat de brouille tussen de dames Sand en D'Agoult nooit meer helemaal goed gekomen is, ligt voor de hand. Intussen kreeg Chopin, geheel afzijdig tot dan toe, zijn eigen drama te verwerken. Chopin had zich min of meer verloofd met een veel jongere jeugdvriendin uit Polen, Marie Wodzinska. Haar ouders en haar broers kende hij al jaren. Zij waren gefortuneerd. Chopin bezat geen cent. Zij waren gezond. Chopin hoestte eeuwig en leed aan chronische bronchitis, waarschijnlijk zelfs aan longemfyseem. De familie Wodzinski hield hem aan het lijntje, tot Marie Wodzinska aan een rijke grootgrond-bezitter werd gekoppeld. Geld bij geld. Chopin had het nakijken, en van zijn ideaal, een muziekschool ergens op het platteland in Polen, is nooit iets gekomen.
Zijn oudste Poolse vriend in Parijs, graaf Grzymala, was van alles op de hoogte. Het is tot hem geweest dat George Sand zich gewend heeft toen ze op het idee kwam zich over Chopin te ontfermen. Het ogenblik was goed gekozen. Chopin was treurig, depressief vanwege zijn mislukte verloving. George Sand, wier kinderen Maurice en Solange in de puberteit belandden, kon wel een vaderlijke minnaar met gezag gebruiken. Haar echtgenoot Casimir zag ze niet meer, hun scheiding was definitief. Een beroemde partner op Nohant kon haar goede diensten bewijzen. Bovendien vond ze Chopin, met zijn fijnzinnige vrouwelijke kanten, uitstekend passen bij haar eigen viriele karakter.
In Parijs vochten de dames om Chopin. De jaren dertig waren het hoogtepunt van het dandyisme. Chopin friseerde en parfumeerde zich op exquise wijze. Hij kleedde zich naar de laatste mode, was elegant, had perfecte manieren, frequenteerde de alleradellijkste salons en die van de allerrijksten. De beeldigste meisjes namen les van dit prijsdier. Sand wist precies waaraan zij begon. Overdag zou zij de grootste pianist van haar tijd in huis hebben, en ’s nachts had zij een engel in haar bed. Over één nacht ijs is ze met haar plannen niet gegaan. Aan graaf Grzymala schreef ze een soort ultimatum van veertig grote pagina’s - een onthutsende tekst, ook voor de moderne lezer. Ze verlangde van hem dat hij als tussenpersoon optrad. Hij moest Chopin op de hoogte brengen van haar eisen, vooral ook haar seksuele. Als deze daar niet van gediend was, kon hij zich nog altijd terugtrekken.
GEORGE SAND TROF Chopin op een delicaat ogenblik in zijn leven. Een onvervulde jeugdliefde in Polen, een verbroken verloving… Hij was zeer gevierd, maar liefde van en voor één vrouw was hem tot dan toe ontzegd gebleven. Als onbemiddelde emigrant uit Polen was hij uiterst kwetsbaar. Hij had zijn grote talenten, maar als zijn gezondheid hem definitief zou verlaten, wat moest er dan van hem worden? De vraag moet gesteld worden hoe hij ooit aan de seksuele vraatzucht van George Sand kon voldoen. Zij stelde hem via Grzymala duidelijk voor de keuze: een liaison - heel graag, maar beslist niet zonder het bed. Chopin moet daarin toegestemd hebben. Seksuele ervaring met het andere geslacht hád hij: in Wenen had hij zelfs een, vermoedelijk onschuldige, geslachtsziekte opgelopen. Voor zover hij warme vriendschapsgevoelens met mánnelijke leeftijdgenoten heeft gekoesterd, lijken die volstrekt platonisch te zijn gebleven, ook al wordt er in zijn brieven aan Titus Woyciechowski wel érg veel gezoend. Chopin was aan een vrouw toe. In die zomer van 1838 zegt George Sand met Chopin in de zevende hemel geleefd te hebben, drie maanden lang. Wat zij onder de zevende hemel verstond, was hun beider tijdgenoten maar al te duidelijk. Hun vriend de beroemde De Custine heeft verklaard dat Sand zich als een vampier tegoed had gedaan. Toen zij besloten te gaan overwinteren op Majorca was Chopin er lichamelijk zo slecht aan toe dat Custine en anderen ervan overtuigd waren dat ze hun Poolse vriend nooit meer terug zouden zien. Om geen slapende honden wakker te maken vertrokken de gelieven in oktober 1838 afzonderlijk richting Majorca. Chopin moest zogenaamd overwinteren in een zacht klimaat. Ook de zoon van George, Maurice, was niet gezond en diende de kou te ontvluchten. Chopin wilde op Majorca zijn Préludes opus 28 voltooien, George Sand haar roman Spiridion die, saillant genoeg, in een klooster speelt.
Over dit verblijf op Majorca zou een dik boek te schrijven zijn. Hier moeten wij ermee volstaan dat het een twijfelachtig succes is geworden. Het heeft vier maanden geduurd, niet meer. Chopin vond het eiland een openbaring, maar hij is er ernstig ziek geworden. George vond het er verschrikkelijk, maar haar eigen gedrag is daar niet vreemd aan geweest. Ze lokte onverdraagzaamheid van de bevolking uit door niet naar de kerk te gaan, als man verkleed rond te lopen, te roken en op alles aanmerkingen te maken omdat Majorca niet hetzelfde als Parijs bleek te zijn. Er kwam bij dat de Fransen in Spanje om politieke redenen niet bepaald populair waren. Chopin ging door voor een hoestende teringlijder. Tering hield men op Majorca toen al voor besmettelijk en dodelijk.
Het vijftal werd al spoedig behandeld als paria’s. De schitterende landschappen konden niet opwegen tegen de vele regens. In de loop van februari 1839 verlieten zij het eiland alweer, op een kleine boot en in gezelschap van honderd stinkende varkens. Op het vasteland kon Chopin zich onder medische behandeling stellen. Hij bleek géén tering te hebben. Langzaam sterkte hij weer aan. Op 1 juni waren ze op Nohant. Chopin kwam daar toen voor het eerst. Nadien is hij er zes zomers teruggekeerd; hij heeft er een aantal van zijn belangrijkste latere werken gecompo-neerd. Van medische zijde kreeg hij wel strenge leefregels opgelegd. Zo mocht hij zich emotioneel niet opwinden. Het is niet onaannemelijk dat hij en Sand vanaf dat ogenblik een platonische relatie onderhouden hebben. George Sand heeft na hun breuk later gezegd dat zij met Chopin zeven jaren heeft geleefd 'als een maagd’. Als dat waar is, hebben Chopin en zij van hun gescheiden slaapkamers ook de drempel niet meer overschreden.
IN DEZELFDE PERIODE 1838-39 reisden Liszt en Marie d'Agoult door Italië. In Rome beviel Marie zelfs van een zoon, Daniël, de jonggestorven oogappel van papa Liszt. De gravin, als mama, was minder enthousiast. Ze dumpte het kind onmiddellijk bij een min in Palestrina, merkte alleen maar op dat het ventje buitengewoon lelijk was, liet het bijna drie jaar nagenoeg verkommeren, en heeft Daniël pas uit Palestrina terug laten halen toen zij zich alweer lang en breed in Parijs had gevestigd.
Was het Spaanse verblijf van George Sand en Chopin al geen onverdeeld succes, dat van Marie en Liszt in Italië was het al evenmin. De gravin leed bij herhaling aan depressieve toestanden. Ze vond Michelangelo dan overschat, Rafaël ook niet je-dat, ja, zelfs in haar literaire held Dante ontdekte ze zwakke plekken. Met lede ogen moest zij toezien hoe Liszt triomfen vierde waar zij geen deel aan had. Een tijdlang was zij in Venetië ziek. Liszt gaf reeksen concerten in Wenen en Hongarije, maar ze perste hem eenvoudig zijn terugkeer af met verhalen over kwalen waar ze aan meende te lijden. Al haar leed stortte Marie uit in brieven aan de wandelende krant mevrouw Marliani in Parijs, die alles meteen overbriefde richting Majorca. Toen George Sand op die manier te horen kreeg dat Marie d'Agoult George’s avontuur met Chopin pikant vond, maar een gril zonder toekomst, zette George definitief een punt achter haar vriendschap met de minnares van Liszt.
Vanaf dat moment is Marie d'Agoult op Chopin neer gaan kijken. Wat stelde hij helemaal voor? Frédéric Chopin veranderde nu in een 'met suiker bestrooide oester’. We kunnen dus wel zeggen dat de geniale études opus 25, die Chopin aan Marie d'Agoult had opgedragen, aan haar hopeloos verspild zijn geweest. Uit alles krijg je de indruk dat de gravin verteerd werd door jaloezie: George Sand en Chopin leken samen het geluk gevonden te hebben, terwijl Liszt en zij steeds verder uit elkaar groeiden. Marie d'Agoult heeft ons mooie geschreven portretten nagelaten van de kinderen van George Sand, Maurice en Solange. Ze zijn engelen gelijk, de volmaaktheid zelve… maar als het tussen de dames misgelopen is, veranderen ze in duivels, onbeduidend gespuis. Maurice heet dan zelfs een 'mauvais sujet’, we zouden zeggen: 'dat ongunstige individu’!
In Italië zijn Liszt en de moeder van zijn drie kinderen uit elkaar gegaan. Hij om zijn internationale concertpraktijk te vervolgen - Liszt speelde piano van Ierland tot Rusland, van Constantinopel tot Madrid - Marie d'Agoult om terug te keren naar Parijs en te trachten daar een nieuw leven op te bouwen. Zij deed dat als schrijfster, onder het pseudoniem Daniel Stern. Een definitieve en volledige scheiding was het toen nog niet. Driemaal hebben Liszt en zij elkaar in de zomer ontmoet op het eiland Nonnenwerth in de Rijn. De absolute breuk kwam in 1844. Daarna hebben zij nog wel wat brieven gewisseld - tenslotte hadden zij samen drie kinderen die verzorgd moesten worden - en er zijn ook enkele ontmoetingen geweest. Maar dat was het dan ook wel.
Marie d'Agoult heeft toen nog iets onvergeeflijks gedaan, wat men van een aristocraat met zo veel allure niet verwacht zou hebben. Zij is begonnen aan een sleutelroman, Nélida geheten, waarin ze heeft geprobeerd op een gruwelijke manier met Liszt af te rekenen. In dit boek kookte ze haar hele affaire met Liszt van het begin tot het eind om tot een even beschuldigend als vooral larmoyant geschrift. Tot op heden is het vooral hierom zo onverteerbaar dat zijzelf er de rol van reine en onkreukbare heilige in speelt. Ze presenteert zichzelf als een kuise vrouw, zonder één fout in haar karakter. Liszt daarentegen treedt ons tegemoet als slap, talentarm, een overschatte prutser die door zijn eigen schuld vroeg sterft zonder ooit iets behoorlijks bereikt te hebben. Zijzelf gaat zich aan het eind van het boek wijden aan werken van barmhartigheid. Dat is sowieso al een gotspe, want ze wijdde zich in werkelijkheid aan het schrijven van nu juist dit onbarmhartige boek. De reactie van Liszt op het geschrift, dat veel succes had (want zo zijn de mensen) was genereus. Hij weigerde eenvoudig zich te herkennen in de hoofdfiguur. In een brief schreef hij dat, zolang hij niet met naam en toenaam en opgave van adres genoemd werd, in welk proza dan ook, hij altijd zou ontkennen de zwartepiet te zijn.
NA CHOPINS DOOD heeft Marie d'Agoult geprobeerd haar relatie met George Sand te herstellen. Beide vrouwen waren nu immers hun mannen kwijt. Ze schreef George dat hun verwijdering grotendeels aan hun beider jeugd en onervarenheid was toe te schrijven. Ouder, wiser and sadder, konden zij toch op een andere basis verdergaan? Georges antwoordbrief aan Marie loog er niet om. Te jong en onervaren? Wat dácht Marie eigenlijk wel? Zij, de gravin zelf, was eenvoudig een vals kreng dat niet deugde. Aan het karakter van Marie viel helemaal níets te veranderen - een adder bleef een adder, Marie kon op het dàk gaan zitten. George wenste Marie nooit meer te zien. De geschriften van Marie wenste ze niet te lezen! En bij dat laatste kunnen we dan meteen weer een groot vraagteken zetten. Het staat immers nagenoeg vast dat George Sand de Nélida van Marie d'Agoult maar al te goed heeft gelezen, voor ze aan haar eigen smaadschrift Lucrezia Floriani is begonnen.
Samenvattend kunnen wij zeggen dat wij hier - en dan spreek ik over het menselijke vlak, niet over hun aller betekenis als kunstenaar - getuige zijn van een onvervalste soap. Een drama van menselijke tekortkomingen en misverstanden zoals wij het sinds de oudheid al zo vaak opgevoerd hebben zien worden. De grootheid van Chopin en Liszt als componisten doet bijna het schaamrood naar onze kaken rijzen omdat wij zo onbeschaamd in hun privé-leven zitten te wroeten. Maar helaas, in de liefde en haar buitensporigheden blijken we nu eenmaal allemaal min of meer elkaars gelijken te zijn.
Een oordeel over de dames laat ik terzijde. Liever eindig ik met het oordeel van Liszt over zijn oude vriend Chopin als baanbrekend genie, zoals hij dat kort na diens dood heeft opgeschreven in zijn Chopin-boekje. In 1832, zo lezen wij daar, 'kort na zijn aankomst in Parijs, vormde zich een nieuwe school, in de muziek zowel als in de literatuur. Er profileerden zich jonge talenten die, met een opschudding, het juk afwierpen van de oude formules. De politieke onstuimigheid van de eerste jaren na de juli-revolutie, die nog maar nauwelijks tot bedaren was gekomen, sloeg in al haar levendige drift over naar de problematiek van letteren en kunsten, die de volle aandacht naar zich toe trokken van wie het geestelijke leven leidden. De romantiek was aan de orde van de dag en men voerde verbeten strijd voor of tegen. Zij die de vlammen van het talent van lieverlede het oude, vermolmde getimmerte zagen verslinden, verbonden zich met de muzikale richting waarvan Berlioz de meest begaafde, krachtigste en tevens meest gedurfde vertegenwoordiger was. Chopin sloot er zich geheel bij aan en was een diergenen die zich met het grootste doorzettingsvermogen trachtten te bevrijden van de serviele formules waar de conventionele stijl het kenmerk van droeg. Evenzeer verzette hij zich tegen alle charlatannerie, voorzover die vroegere misbruiken door nieuwe had vervangen.’
Liszt verklaart verder dat Chopin daar zeer principieel in was. Waar anderen aarzelden en weifelden, zette hij nieuwe ideeën door, met evenveel charme als onverbiddelijkheid. Wat Liszt niet opmerkt, is dat Chopin in de vorm van veel van zijn werken dicht bij de traditie is gebleven. Het Da Capo komt in zijn hele oeuvre voor, de sonate blijft vierdelig, tal van composities kennen een driedeling met een coda. Daarnaast is er de polyfonie met vele binnenstemmen, waaruit blijkt hoe grondig Chopin zijn Bach heeft bestudeerd. Je zou Chopin bijna de Picasso van de piano willen noemen: al zijn vernieuwingen berusten op de stevige ondergrond van het verleden. Als Picasso ook heeft hij velen die na hem kwamen nieuwe wegen gewezen. Fauré, Debussy, Rachmaninov - hun bewondering voor Chopin was groot en hun werken zijn ondenkbaar zonder dat van de grote voorganger. En vooral geldt dat ook voor tijdgenoten als Liszt zelf, en niet te vergeten Wagner. Chopin gedenken, 150 jaar na zijn dood, kunnen wij dan ook beter in muziek dan met woorden. Ik eindig daarom graag met een verontschuldiging. Wie Chopin en Liszt waren, horen wij het zuiverste in hun onvergankelijke composities. Al het andee is in wezen onbelangrijk.