H.J.A. Hofland

De conservatieve revolutie

NEW YORK — Het is in Irak nog nooit zo beroerd gegaan als de afgelopen maand, maar volgens de cijfers van de publieke opinie blijft een meerderheid vinden dat de president het goed aanpakt. Op alle fronten wint hij het van John Kerry. Het blijft een goed besluit om de oorlog te beginnen, vinden de meeste kiezers. Dat er meer troepen nodig zijn en dat twintigduizend man langer blijven: vervelend, maar als de president zegt dat het nodig is, dan moet het. Dat ook krachtdadiger moet worden opgetreden tegen de thugs: vanzelfsprekend. Dat na de «overdracht van de macht» op 30 juni Amerika voorlopig nog in Irak moet blijven: idem. En ook staat het voor de meeste Amerikanen vast dat Bush de strijd tegen het terrorisme beter voert dan van Kerry kan worden verwacht. Over het geheel genomen heeft George W. Bush zijn voorsprong vergroot: nu vijftig procent tegen 44. Deze president lijkt onkwetsbaar. Hoe is dat met zo’n manifeste en groeiende déconfiture in Irak mogelijk?

Amerikaanse exegeten van de polls houden zich op de vlakte. De marge van vergissing in aanmerking genomen zijn de verschillen gering. De ervaring leert dat een paar procent meerderheid in de polls geen garantie is voor de overwinning. Het aantal zwevende kiezers is groter dan ooit. Het is te vroeg voor conclusies. De vraag blijft hoe het komt dat een tot dusver duurzame meerderheid Bush blijft vertrouwen.

Gebrek aan kritiek is er niet. Het nieuwe boek van Bob Woodward (Plan of Attack) staat een week na verschijnen al in de top-tien. Op de televisie ziet het publiek iedere avond de brandende humvees, vechtende soldaten, Irakezen in anti-Amerikaanse razernij, enorme rookkolommen boven Bagdad of Basra. Zojuist heeft het Pentagon het conflict over de foto’s van doodskisten waarin de gesneuvelden terugkeren, verloren. Kwetsend voor de nabestaanden, zei het ministerie. «Home», zette de Bush-vijandige Daily News onder zo’n foto die de hele voorpagina besloeg. Intussen wordt in The New York Times en The Washington Post de politieke en militaire crisis breed uitgemeten. Het taboe op de vergelijking met Vietnam is doorbroken. Waar haalt Bush nog die meerderheid vandaan?

Om dat te begrijpen moet je niet de kranten lezen en niet naar de televisiestations kijken waarmee je het eens bent. Het beste is een abonnement te nemen op Rupert Murdochs New York Post, ’s avonds te kijken naar Fox News van dezelfde eigenaar en je theoretisch te laten onderbouwen door The Wall Street Journal. Je kunt niet zeggen dat daar gelogen wordt. Alle feiten die ertoe doen, worden vermeld. Maar het hele wereldgebeuren verschijnt consequent in een volstrekt ander perspectief. In het anti-Bush-kamp kan nog wel eens gezeurd worden over de onvindbare massavernietigingswapens. Dat probleem is voor de pro-Bush-partij achterhaald. Bent u soms niet blij dat Saddam achter de tralies zit, dat er geen concentratiekampen meer zijn? De oorlog in Irak kan wat langer duren dan verwacht, maar dat komt doordat er zo veel thugs zijn. «We weten waar het toe leidt als we niets aan de agressie doen: more exploding skyscrapers.» Als de nabestaanden huilen om de gevallenen, huilt de president mee. Dat is his toughest part of the job.

De aanhang van Bush blijft de wereld zien in de uiterste simplificatie van goed en kwaad. Dat gaat veel verder dan men zich in Europa kan voorstellen. Het neoconservatieve fabeltje dat Irak zal worden omgebouwd tot een modeldemocratie die moet dienen als voorbeeld voor het hele Midden-Oosten blijft de kracht houden van een geloofsartikel. Als een handjevol thugs zich blijft verzetten, is er maar één methode die in deze kringen wordt begrepen: keiharde aanpak, desnoods shock and awe. En heeft George W. Bush niet zelf gezegd dat het zijn opdracht is «to rebuild the world»? Dat geldt ook Amerika zelf, zoals we opmaken uit zijn standpunten over abortus, homohuwelijk, aidsbestrijding, milieu, vuur wapens en doodstraf.

Drieënhalf jaar geleden is Bush gekozen met een kleine meerderheid tegen. Dat is in het Amerikaanse systeem waarin iedere staat kiesmannen afvaardigt mogelijk. Hij haalde zijn aanhang voornamelijk uit de zuidelijke staten, het Midden-Westen, the heartland. Hij werd geestdriftig gesteund door het grote bedrijfsleven. Al Gore steunde op de grote steden en de noordoostelijke staten, de vak beweging en niet-blanke kiezers. Op basis van een non-mandaat is Bush aan zijn conservatieve revolutie begonnen. De aanval van 11 september 2001 was eerst de oorzaak van een algemeen erkend rechtmatig verweer en werd daarna uitgebouwd tot de rechtvaardiging om de revolutie te exporteren. Dit bewind heeft in alle aspecten van zijn buitenlands en binnenlands beleid, daarbij inbegrepen de oorlog in Irak, de revolutie consequent voortgezet.

Vanuit Europees standpunt bezien is het volstrekt onbegrijpelijk dat Bush wordt herkozen. Daaruit blijkt hoe onvoorstelbaar diep het verschil is dat «ons» van ongeveer een kwart van het Amerikaanse electoraat scheidt. Niet meer dan een kwart, want als er geen radicale verandering komt, gaat de helft van de Amerikaanse kiezers niet stemmen, en het andere kwart kiest voor de Democraten. Als binnen een half jaar in Irak ook maar de schijn van een begin van stabilisatie kan worden gewekt, zal die toestand door de Republikeinse propaganda tot een klinkende zege worden omgebouwd. Als daarbij de economie blijft aantrekken, is de tweede termijn van Bush onvermijdelijk. Met vier jaar onbedreigd in het vooruitzicht zal hij de revolutie op dezelfde voet voortzetten, ook in de buitenlandse politiek. Europa heeft er geen flauw idee van hoe Washington ons dan verder mores zal leren.