De context op de schroothoop

OMA at MoMA: Rem Koolhaas and the Place of Public Architecture. tot 15 januari
Bijna iedereen die op een of andere wijze is betrokken bij de toekomst van de stad, vraagt zich tegenwoordig wel eens af wat er eigenlijk nog te sturen of te besturen valt. Ruimtelijke processen spelen zich nu af op een schaal waarop geen enkel publiek lichaam of discipline nog is toegesneden, laat staan dat een individu nog invloed zou kunnen uitoefenen op meer dan een heldere passage in een rapport, een gedegen bijdrage aan een commissie of een mooi detail op de openbare weg.

Het is zelfs de vraag of de vraag naar de toekomst van de stad zelf niet zinledig is geworden, nu er zich wereldwijd ontwikkelingen voordoen die meer met verstedelijking en markt dan met de oude begrippen stad en collectiviteit te maken hebben. Zowel het idee van een stad als een begrensde morfologische structuur, een urbs, als het idee van een stedelijke gemeenschap verbonden aan een stedelijke cultuur, een civitas, kan in de huidige schaalvergroting van mobiliteit, telecommunicatie en marketing niet worden volgehouden. Stedebouw, kan dat nog? Of is dat eigenlijk meer de decorbouw in een openluchtmuseum geworden?
Tegelijkertijd spreken de vele mensen die bij het proces zijn betrokken, al was het maar omwille van het bewaren van hun geloofwaardigheid en levenslust, zichzelf toe dat ze invloed hebben. Politici, ambtenaren, planologen en natuurlijk de stedebouwers en landschapsontwerpers - ze komen steeds vaker in beraad bijeen, naarstig zoekend naar het antwoord op de vraag of zij er eigenlijk nog wel toe doen. Een politicus, locaal of juist regionaal, ziet het gebied waarvoor hij of zij verantwoordelijk is als zand door de vingers glijden. De ambtenaar van de planologische dienst tekent nog wel mooie kaartjes van te ontwikkelen gebieden, maar moet toegeven dat zo'n dienst daarbij hoogstens nog als adviseur kan dienen. De ‘ruimtelijke wetenschappen’ bloeien als nooit tevoren, maar dragen weinig bij aan de inrichting van de ruimte van morgen. En de ontwerpers ten slotte staan als vormgevers volop in de aandacht, maar niet bepaald als denkers over de condities waaronder zij moeten werken.
Er is een man, ontwerper, denker en geniale bedrijfsleider tegelijk, die alle illusies over maakbaarheid, bestuurbaarheid en plansamenhang heeft opgegeven. Die de voorwaarden waaronder hij werkt wel begrijpt en ze alsnog naar zijn hand zet. Hij heeft naar eigen zeggen de stedebouw doodgeridiculiseerd en in woord en daad ruimte geschapen voor een nieuwe stap in zijn Moderne Project. Dat zijn: het manipuleren van leegte in plaats van het maken van gebouwen, en het overboord zetten van alle idees recues van zijn vak door middel van de pontificale omhelzing van bigness.
Ik heb het over Rem Koolhaas, en hij is met deze houding uitgeroepen tot de nieuwe Le Corbusier. Althans in de Verenigde Staten. In het Museum of Modern Art heeft Koolhaas nu een tentoonstelling ingericht: OMA at MoMA. Een eer die voor weinigen is weggelegd. De expositie wordt begeleid door een overweldigende hoeveelheid publieke bejubeling en opvallend weinig kritiek. Geen, om precies te zijn.
Rem Koolhaas is pas vijftig, een leeftijd waarvan men in de architectuur altijd placht te zeggen dat je het zo'n beetje begint te leren. Maar vakbekwaamheid is voor Koolhaas allang geen criterium meer. Hij is een architect wiens persoonlijke levensvisie samenvalt met de werkelijkheid van nu: bigness. Op zo'n moment ben je bij voorbaat op je hoogtepunt.
Het opvallende feit doet zich voor dat op het moment dat de stedebouw in een stadium van algehele radeloosheid dreigt af te dalen, de man die als messias wordt beschouwd het voor elkaar heeft gekregen dat zijn uitspraak 'fuck context’ als nieuw evangelie wordt verwelkomd. Hij verwerpt elke historische sentimentaliteit en verkondigt de chaos als verlossing. Met zijn onweerstaanbare drang radeloosheid in winst om te zetten, heeft hij in het voorbijgaan de hele stedebouw maar afgeschaft. Dat is een geniale zelfoverwinning. Maar dat hij met die operatie er tevens in is geslaagd de wereld aan zijn voeten te krijgen, dat is voer voor massapsychologen. En stof voor theologie. (Wordt vervolgd.)