De controverse

Ik zit door een toeval in een omgeving waarin ik vaak de muziek hoor van de jeugd van tegenwoordig. (Wat een heerlijke zin om op te schrijven, trouwens.) Ik hoor wat ze maken, praat er met ze over en onlangs heb ik zelfs bij een cd-opname van een beroemde Nederlandse groep wat akkoorden op een piano mogen spelen.

Medium opheffer 15 11 dylan

Wat ik het leukste vind, is als we over muziek gaan praten en dan met de iPad op YouTube erbij: zij laten wat horen en zien, en dan laat ik wat horen en zien. We praten dan over onze helden.

We hebben een Dylan-controverse. Zij snappen niet dat ik Dylan goed vind. Ik laat ze filmpjes zien en vertel over Dylan en Andy Warhol en Edie Sedgwick, maar ik kan maar niet duidelijk maken wat Dylan vroeger voor mij betekende. Over The Stones en The Beatles zijn we het eens. Over de gitaarsolo’s van Eric Clapton weer niet. Die vinden ze saai en te lang. Jimi Hendrix valt weer beter in de pul. Ze vinden, net als ik, dat hij een fraaie eigen stijl heeft.

Ik kijk en luister naar groepen die me niets zeggen, maar ik vind soms de muziek erg mooi. Groepen als: ManMan, The Vampire Weekend, The Kills, Deus, Queen of the Stone Age, Eagles of Death Metal.

‘Waarom vraag je steeds: wat is hij voor iemand of wat voor mensen zijn dat?’ vroeg een van de bandleden.

‘Hoezo?’ vroeg ik.

‘Nou, je vraagt bij elke groep of zanger die we laten zien: wat doet hij, wie zijn zij? Wat voor muziek maken zij precies? Waarom vinden jullie dit mooi? Wat willen zij? Dat hoor je toch?’

‘Ik kan toch niet horen wat ze denken?’ zei ik in een poging om slim te zijn. Maar ik voelde wel dat ze me tuk hadden.

Juist als ik iemand mooi hoor zingen, wil ik daar meer van weten. Ik wil dan weten hoe zo iemand in het leven staat. Is hij of zij echt een alcoholist? Wat denkt hij of zij? Waar gaan zijn of haar teksten over? Wat willen die groepen? Hoe bekend zijn ze?

‘Wat was Dylan dan voor iemand?’ vroeg men mij toen.

Tja, dat wist ik vroeger ook niet. Wat Dylan eigenlijk voor iemand is, weet ik pas sinds een jaar tien, dus zo’n dertig jaar heb ik maar wat gedacht. Ik maakte mijn eigen Dylan. Een jongen die elke dag een lied maakte, een lied als een gedicht, die door heel Amerika zwierf en overal een dikke middelvinger opstak. Een jongen die veel meisjes had, steeds in de steek werd gelaten, maar altijd dacht dat hij Die Ene had of kon krijgen. Dylan was voor mij de man die altijd van een geliefde afscheid aan het nemen was.

De jongens van de band kennen zangers en zangeressen waar ik verder nog nooit van heb gehoord. Ze wonen in Canada en in Amerika, en soms in Frankrijk en ik krijg een volstrekt eigen wereld voorgeschoteld.

Toevallig zaten we in de studio toen de moorden in Alphen werden gepleegd. We volgden het nieuws op onze computers. We zochten filmpjes op YouTube op en zagen dat er over dit soort jongens heel vaak muziek is gemaakt. Ikzelf probeerde uit te zoeken waar dit soort moordenaars zelf vaak naar luisterden, maar kwam niet verder dan Helter Skelter van The Beatles (favoriet van Charles Manson) en Grateful Dead (een van de leden zat in een zelfmoordsekte).

De jongens van de band vroegen mij of ik een boek uit de klassieke literatuur kende dat zo’n moord beschreef.

Ik kwam uit bij Richard III en Hamlet, beide van Shakespeare.

Waanzinnigen. Mislukkelingen.

‘Waarom zijn dat mooie onderwerpen voor songs?’ vroeg ik.

‘Omdat wij natuurlijk allemaal in meer of mindere mate gestoord zijn.’