Van Jeruzalem naar Bouillon #24: Kerkelijke besmettingsgolf

De coronadood van vooraanstaande kerkleiders

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof Ralf Bodelier dit jaar een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. In deel 24: Geloven in Servië.

Servië was in rouw. Afgelopen week treurde het land om de dood van twee grote leiders van de Servisch-orthodoxe kerk. Dat waren patriarch Irinej van Belgrado en metropoliet Amfilohije van Montenegro. Beide geestelijken overleden aan corona.

Eerst stierf Amfilohije (82). Zijn superieur Irinej (90) leidde diens uitvaart. Daar ving ook hij het virus, evenals de aartsbisschoppen Ieronymos (82) van Griekenland en Anastasios (91) van Albanië. Patriarch Irinej werd afgelopen zondag begraven.

Dat ging niet aan mij voorbij. Op de ochtend van Irinejs overlijden, luiden overal de doodsklokken. En in het eettentje, waar ik rond het middaguur binnenstap, verontschuldigen de eigenaars zich dat ze de komende dagen rouwen en geen achtergrondmuziek draaien. Ik knik meelevend en dank in stilte de voorzienigheid. Want de muzak in Servische restaurants is niet om aan te horen.

Toevallig was de kerkelijke besmettingsgolf niet. In het zuidoosten van Europa is het virus inmiddels dodelijker dan in het noordwesten. Maar weinigen houden zich aan simpele maatregelen als het niet schudden van handen of het houden van afstand. Bij de uitvaart van de Montenegrijnse metropoliet Amfilohije dromden gelovigen en hun priesters rond de open kist. Velen streelden de handen van de coronadode en kusten zijn voorhoofd. Tijdens die begrafenis zijn waarschijnlijk heel wat meer mensen besmet dan enkel Irinej, Ieronymos en Anastasios.

Ook de teraardebestelling van patriarch Irinej is niet corona-proof. Ik zie hem op televisie in het Donaudorp Čortanovci. Het is zondagochtend tegen half elf. Ik heb de eerste tien kilometer achter de rug en stap een doorrookte kroeg binnen voor een kop koffie. Een dozijn bierdrinkende mannen kijkt naar de beelden uit Belgrado. Patriarch Irinej wordt uitgevaren in de Kathedraal van Sint Sava. De seculiere hoogwaardigheidsbekleders zitten keurig met mondkapjes op stoelen die ruim een meter van elkaar staan.

Maar hun religieuze collega’s, de patriarchen, metropolieten en aartsbisschoppen van Albanië tot Egypte en Oekraïne, zitten zonder mondkapje op amper een halve meter van elkaar. Wel dragen ze enorme zilveren tiara’s, lange baarden en bont bestikte gewaden. Van het zangkoor lijken alleen de vrouwen mondkapjes te dragen. En op de achtergrond zie ik hoe de rest van de aanwezigen schouder aan schouder staat. De camera’s zwenken doorlopend van de kist naar de hoge geestelijken, om vervolgens rond te dwalen in de gouden koepels van de kathedraal.

Het is dan ook een interieur om je aan te vergapen. Ik bezocht hem twee weken eerder en was even in de veronderstelling dat ik een oude Byzantijnse kerk binnenliep, een directe concurrent van de zesde-eeuwse Hagia Sophia in Istanbul. Maar het gebouw blijkt pas in 2004 opgeleverd. Licht valt door de koepelramen. Daarboven stijgt een mozaïeken Jezus op naar de hemel, omgeven door engelen, apostelen en de Theotokos, de ‘Moeder van God’.

De Sint Sava, zo leer ik, is inderdaad gemodelleerd naar de Hagia Sophia. Naar de tijd vóór de islam, de goede tijd dat de wereld nog christelijk was. Het gebouw is enorm. Alleen al de ogen van de hemelvarende Jezus blijken zo’n vier meter in doorsnee. Maar liefst twaalfduizend vierkante meter van de Sint Sava zijn met goud belegd. De financiering kwam voor een belangrijk deel van de Russische regering en de Russische energiegigant Gazprom. Afgelopen januari nog kwam president Poetin het resultaat bewonderen.

Abrupt worden de serene beelden van Irinejs uitvaart onderbroken. Het televisiescherm toont een groepje mannen die het plein voor de kerk oplopen. Het is president Aleksandar Vučić met zijn bodyguards. Alle mannen dragen mondkapjes. In een volgend shot staat de jongensachtige Vučić voor de kist van de patriarch en slaat een aantal kruisen. De geestelijken stappen van hun tronen en voegen zich bij de president. Die beseft plots dat hij de enige is die zijn gezondheid beschermt en doet het mondkapje schielijk af. ‘Nu’, zo denk ik cynisch, ‘is het wachten op berichten dat niet alleen een aantal geestelijken, maar ook de Servische president met corona is besmet.’ De rokende en bierdrinkende mannen in mijn kroeg lijken het allemaal best te vinden.

Dat Servië voor een overleden kerkleider drie dagen rouw afkondigt, dat de uitvaart van de patriarch op alle televisiezenders te volgen is en dat zowel een aantal ministers als de president bij de uitvaart aanwezig zijn; kom er eens om in Nederland. Ik vermoed dat de meeste Nederlanders niet eens weten dat de hoogste rooms-katholieke geestelijke Wim Eijk heet. Of dat René de Reuver het belangrijkste ambt vervult in de protestantse kerken.

In Nederland lijken de kerken langzaam maar zeker te verdwijnen, op de Balkan bloeien ze. Sinds ‘t begin van deze eeuw geven orthodoxe geestelijken godsdienstonderwijs op alle lagere en middelbare scholen. De Universiteit van Belgrado heeft weer een Theologische Faculteit die volledig door de Servische kerk wordt ingevuld. En de samenwerking met de regering van president Vučić is nauw. Al wandelend door het land, loop ik vrijwel elke kerk binnen die ik tegenkom. Vrijwel geen gebouw is in verval, in de meeste vergaap ik me aan nieuwe, kleurige muurschilderingen. Maar mij valt nog wat op: ik ben altijd de enige bezoeker. Waar zijn de gelovigen?

En wie waren eigenlijk patriarch Irinej en metropoliet Amfilohije? Wat dachten ze, waar stonden ze voor? Wanneer ik de Servische en buitenlandse media goed begrijp, was patriarch Irinej een kalme en vriendelijke man, een verbinder. Een geestelijke die vond dat de Servisch-orthodoxe kerk in gesprek moest gaan met zijn grote concurrent, de rooms-katholieke kerk. Bovendien wees Irinej een eventuele toetreding van Servië tot de Europese Unie niet bij voorbaat af. Uit het feit dat dit telkens weer zo expliciet wordt vermeld, maak ik op dat het afwijkende standpunten zijn. En dat de orthodoxe kerk dus grote moeite heeft met zowel de EU als de rooms-katholieken. Om, waarschijnlijk, nog maar te zwijgen van protestanten, joden en moslims.

Daarentegen wordt maar amper vermeld dat Irinej nogal conservatief was. Hij keerde zich stevig tegen homoseksuelen omdat ze ‘afwijkingen’ waren en was fel tegen abortus omdat ‘het Servische volk alleen kan overleven wanneer Servische moeders kinderen baren’. Volgens Irinej hoorde het landje Kosovo, waar 96 procent van de bevolking moslim is, onverbiddelijk tot Servië. Want Kosovo is Servische heilige grond sinds de Serviërs er in 1389 een zware slag leverden tegen de Turken.

Metropoliet Amfilohije was uit harder hout gesneden. Tijdens de oorlog in Joegoslavië (1991–2001) verbond hij zich nauw met de meest bloeddorstige figuren uit de Servisch-nationalistische beweging. Zo sloot Amfilohije een warme vriendschap met massamoordenaars als Radovan Karadžić, de organisator van het bloedbad in Srebrenica. In zijn klooster bood hij onderdak aan de wrede warlord Arkan en zijn Tijgers: een bende criminelen die zich specialiseerden in de verdrijving, het verkrachten en vermoorden van tienduizenden niet-Serviërs, waaronder tweehonderd patiënten in het ziekenhuis van het Kroatische Vukovar.

Meerdere malen reisde Amfilohije de Servische milities achterna. Op de slagvelden moedigde hij hen aan om door te vechten voor een ‘Groot-Servië’. Ook na de oorlog bleef de metropoliet een extreem nationalist. Katholieken en moslims veroordeelde hij als ‘ongelovigen’, terwijl hij de oorlogsmisdadiger Karadžić ‘een goed mens’ noemde en hem, naar verluid, in zijn klooster liet onderduiken.

Aldus de nummer één – patriarch Irinej – en de nummer twéé – metropoliet Amfilohije – van de Servisch orthodoxe kerk. Beiden zijn nu dood en begraven. En wat ik me afvraag is: denken alle Servische orthodoxen zoals zij? Struinend door krantenartikelen en wetenschappelijke papers, blijkt het antwoord genuanceerd.

Het schijnt dat de oosterse kerken in theologisch en liturgisch opzicht heel wat conservatiever zijn dan de westerse kerken. Tradities lijken hier in beton gegoten. Dat zou meteen verklaren waarom de organisatoren van de recente uitvaarten zo weinig werk maakten van de bescherming tegen corona.

In moreel opzicht lijken de orthodoxe kerken verenigd tegen abortus en gelijke rechten voor lgbtqia+. Daar staat dan weer tegenover dat de orthodoxe kerken verder zijn in de discussie rond vrouwen in het ambt, dat gewone orthodoxe priesters mogen huwen en dat het voor gelovigen geen probleem is om na een echtscheiding te hertrouwen. En wanneer het gaat om politieke voorkeuren, dan lijkt binnen de orthodoxe kerk vrijwel alles mogelijk. Van socialisme tot nationaalsocialisme en van zachtmoedig pacifisme tot bloeddorstig nationalisme.

Een vraag met eenduidiger antwoorden is: Hoeveel trekken de Serviërs zich nog aan van hun kerk? Die antwoorden komen van het Pew Research Center, dat er in 2017 uitgebreid onderzoek naar deed. En dan valt op dat weliswaar 88 procent van alle Serviërs zich orthodox noemt en 87 procent zegt in god te geloven, maar dat niet meer dan zeven procent wekelijks naar de kerk gaat. Zelfs in het seculiere Nederland ligt het kerkbezoek met tien procent nog wat hoger. Het percentage mensen in Servië dat dagelijks bidt, is 27 procent, terwijl dat in Nederland 47 procent zou zijn. Althans volgens onderzoek van de EO, dus voor wat het waard is.

Het meest interessant is de vraag in hoeverre de opvattingen van de Serviërs overeenkomen met die van de orthodoxe kerk. Trekt de kerk doorgaans een harde nationalistische lijn, niet meer dan dertig procent van alle Serviërs vindt dat hun land uit Serviërs alléén moet bestaan. Volgens 66 procent zou het beter voor Servië zijn wanneer het land bestond uit meerdere culturen, religies en nationaliteiten. Een ruime meerderheid zegt dan ook dat ze geen enkel probleem hebben met katholieken, moslims of joden als buren. Ook abortus is geen groot discussiepunt. Al sinds 1977 staat Servië tot de tiende week abortus toe en het percentage abortussen is een van de hoogste in Europa. Ruim 63 procent van de Serviërs vindt dat abortus ten alle tijden legaal moet zijn.

Gaat het echter om de acceptatie van seksuele minderheden, dan noemt 69 procent van de Serviërs homoseksualiteit ‘moreel fout’. Bovendien wijst meer dan tachtig procent het homohuwelijk af. Maar ook hier is het laatste woord nog niet gesproken. Wanneer de onderzoekers van PEW onderscheid maken tussen jongeren en ouderen (onder en boven de 39 jaar) dan stemt niet meer dan negen procent van alle ouderen in met het huwelijk voor iedereen, terwijl dat percentage onder jongeren bij 21 procent ligt. Dat lijkt te wijzen op een ontwikkeling die Irinej en Amfilohije ongetwijfeld niet heeft bevallen.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.