De cost en de baet (2)

De enige wetenschap die je iets over de werking van de menselijke geest leert, is de wiskunde, want daar leer je alles uit te drukken in vergelijkingen.

Ikzelf begreep dat toen ik een jaar psychologie studeerde in de jaren zeventig. Een waardeloze studie.
In de jaren tachtig ontdekte ik dat er een samenhang bestond tussen de menselijke geest en geld. Immers: ik werd enorm beroerd - niet zozeer van gebrek aan liefde, aandacht, vrijheid en tederheid - maar door het tekort aan geld.
Als er een verband bestaat tussen de menselijke geest en geld, moest er ook een verband bestaan tussen wiskunde en geld. Dat is natuurlijk ook zo: in de wiskunde druk je alles uit in vergelijkingen en met geld ook. Maar het verschil was dat ik ontdekte dat geld de snelste en effectiefste helende werking had op de geest, sneller dan welk geneesmiddel dan ook; en omgekeerd: niets kon de geest zo snel bederven als een flinke stapel bankbiljetten.
Maar wat was dat geld dan?
Mijn koloniale ouders - van huis uit Nederduits Hervormd - meenden dat je over geld niet diende te spreken; geld was iets smerigs; geld was bijvoorbeeld niet iets - als je veel had - dat je diende te behouden. Je moest er goede zaken voor kopen, en je diende het weg te geven: geld mocht nooit doel zijn, wel middel. Ik had daar moeite mee.
Ik kon mij snel goed voelen door wat los geld in mijn zak te hebben; wat briefjes van vijfentwintig en honderd.
Ik maakte al snel wiskundige berekeningen over mijn gemoed. Voor twaalf vijftig had ik al een beetje goed gevoel, in die tijd. Met duizend gulden in de achterzak was ik een avond lang goedgehumeurd en de mensen om mij heen ook.
Menselijke emoties zouden nummers moeten hebben, vond (en vind) ik en vervolgens kon je achter die nummers prijzen zetten wat je zo'n gevoel zou kosten. Het fijnste gevoel kostte het meest. Ik maakte berekeningen, stelde mijn nummering van emoties bij en wilde een rijkere wiskundige notatie voor het gemoed. En ik ontdekte dat ik met differentiaal-integraalrekening fantastische voorspellingen kon doen betreffende depressies en andere emoties. Bernard Nieuwentijt, de burgemeester van Purmerend in 1694 die zich nog tegen Leibniz verzette, maakt ook ergens een opmerking over geld, wiskunde en emoties, maar jammer genoeg werkte hij het niet uit.
Ondertussen had ik geen geld, en wel depressies - geheel overeenkomstig mijn eigen theorie.
Wat geld precies was, kreeg ik niet goed geformuleerd. Geld = x? Geld = n? Ik las boeken van en over Nickola Tesla en even dacht ik, toen ik Greens ‘Essay on then Appplication of Mathematical Analysis to Theories of Electricity and Magnetism’ (1828) las dat ik een oplossing had gevonden, maar ik haakte af - wegens armoede.
Geld was het =-teken zelf, verder kwam ik niet. Geld was de verbinding tussen dromen en daden. Geld was de grootste veranderingsmachine die er ooit is uitgevonden. Neem een willekeurig iets, een telefoon, een hoer, oorlog in Bosnië, een bom, een Russische fascist, Jomanda, een kind, een boek, en door het geld kan het worden veranderd in alles wat je wilt. De oorlog kan voorbij zijn, de fascist dood, het kind intelligent, de hoer lekker en de telefoon bezet. Geld, geld, geld.
Alleen de dood accepteert geen geld.
(wordt vervolgd)