De cost en de baet (5)

Proef het woord ‘voorschot’ even op de tong. Het is een heerlijk woord. Dat ‘schot’ maakt het zo interessant, ik weet niet precies waarom. Ik hou van schieten. Vooral van schieten met geld. Er zijn woorden die dat voorschot als het ware in zich herbergen: toekomst, straks, mettertijd, lening.

Het zijn woorden die een loopje nemen met de tijd. Wat straks gaat gebeuren, geef je nu alvast een woord.
Wat voor mogelijkheden heeft geld, als je geld net zo kunt laten reageren als sommige woorden, dacht ik. En verdomd: het kon. Je kunt de tijd verkorten en verlengen in de taal; je kunt geld daarop laten reageren. (Geld reageert het heftigst op taal, daarna op gedrag.)
Schuld is iets uit het verleden - voorschot is iets in de toekomst.
Het is duidelijk dat als je schuld hebt (verleden) dat je daaruit geen geld meer kunt halen - uit de toekomst (voorschot) echter des te meer. Voorschotten! Bergen voorschotten.
Ik leerde voorschotten vragen. De voorschottenberg is een boterberg; er is altijd genoeg, lijkt het wel. Van voorschotten is een overschot. Elk bedrijf heeft z'n eigen berg. Waar ze die hebben ver stopt weet ik niet, maar het is een berg met geld. En iets van die berg moet ik hebben, zo leerde ik. (Je kunt trouwens de economie zien als een voorschottenberg met een overschot.)
Op voorschotten wordt geen belasting geheven. Voorschotten zijn schulden in de toekomst - en omdat die toekomst nog moet plaatsvinden, heb je nu geen schulden. Zo dacht de regering erover, waarom ik niet?
Omdat mijn schuld onoverzichtelijk was, liet ik de tijd - die altijd in mijn nadeel had gewerkt - nu maar eens in mijn voordeel werken. Ik werd, na de Staat, de bekendste wachtende aan het loket ‘voorschotten’. Ik liet mij alvast voor maanden werk uitkeren en ik begreep dat je nog zo strikt onder curatele gesteld kan zijn door de belastingdienst, tegen voorschotten kunnen ze niets doen. Ja, achteraf, maar dan is het te laat! Leef nu, werk in de toekomst.
Ik sloot leningen (ook een soort voorschot, nietwaar), nam voorschotten, liet alles vooruitbetalen (alles cash uiteraard) en ziedaar, mijn leven kwam op orde.
Op een ding na. Ik moest nog harder werken dan voorheen. Ik moest alles, maar dan ook alles aannemen wat mij voor de voeten kwam. Maar dat deed ik al.
Alleen er was een verschil met vroeger. Er was altijd werk, want daar had ik al een voorschot op genomen. Dit klinkt misschien raar, maar menig salarisonderhandeling heb ik kunnen frustreren doordat ik al voor een bepaalde periode werk had (en al betaald gekregen, dus het geld was al besteed).
Hoe is de situatie nu? Mijn grote schuld is bijna ingelost. Nog een jaar vooruit werken. Dan heb ik er elf jaar over gedaan, van mijn 32ste tot mijn 43ste.
Voordeel: eigenlijk niets, ik ben iets slimmer geworden met geld, ik kan zuinig leven, al doe ik dat niet. Ik ben minder bang om schulden te maken. Ik heb werk.
Nadeel: ik heb tien jaar lang eigenlijk niet kunnen doen wat ik wilde. Ik heb een mooi beroep, het mooiste van de wereld, maar ik kon er niet uit. Ik kon geen drie maanden weggaan om een boek te schrijven. Verder heb ik geen pensioen opgebouwd, maar dat vind ik niet erg.
Ik ga aan het eind van de zomer met alle schnabbels stoppen.
Ik ga dan alleen doen wat ik leuk vind, tegen een minimuminkomen. Daar kan ik me op verheugen.