De coup van peer

Wat heeft de PvdA toch tegen Edgar Peer, de opvolger van Frank de Grave in het Amsterdamse college van B en W? Een boel. Schelto Patijn mag zich nog wel eens kritisch over het zakelijk beleid van zijn plaatsvervanger buigen
ONVERWACHT VUURWERK verleden week op het Amsterdamse stadhuis. Koud had de VVD-fractie de wethouder van Economische Zaken Edgar Peer aangewezen als opvolger van de naar Den Haag verkaste wethouder van Financien en loco-burgemeester Frank de Grave, of de Amsterdamse PvdA ontketende onder aanvoering van fractieleider Eberhard van der Laan een offensief tegen de liberale jonge hond uit Noord.

Voor de camera’s van de lokale zender AT5 hield Van der Laan het nog netjes - Peer was ‘geen bruggenbouwer’ als De Grave - maar achter de schermen werd duidelijk dat de PvdA werkelijk gruwde van het idee dat Peer bij afwezigheid van Patijn de burgemeestersketting omhangen zou kunnen krijgen.
Peer heeft in het verleden de linkse goegemeente van de hoofdstad meermalen in de gordijnen gejaagd met zijn pleidooien voor deportaties van Zuidamerikaanse prostituees, verplicht laten afkicken van hard-drugsverslaafden en het decimeren van het aantal coffeeshops. Bij een aantal PvdA'ers bestonden bovendien onoverkomelijke bezwaren tegen Peers onmiskenbaar machiavellistische stijl van politiek bedrijven. In zijn tijd als wethouder van Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting bij de stadsdeelraad Noord (1990-1994) en ook in het college van de centrale gemeente toonde Peer zich een liefhebber van de betere politieke intrige. Op de cruciale post van Financien, met permanent zicht op de noden van zijn collega-wethouders, zou hij dat talent op ongekende wijze kunnen botvieren.
Daarnaast was er de aloude klacht dat Peer te veel in de zak van zakelijke partners van de gemeente zou zitten. Al bij zijn aantreden als wethouder van Economische Zaken was daarover aan de bel getrokken binnen de gemeenteraad. Frank de Grave had toentertijd op verzoek van de burgemeester een speciaal onderzoekje naar Peers zakelijke connecties ingesteld, zo verzekeren doorgaans goed ingewijde bronnen in de Stopera. De Graves onderzoek naar de handel en wandel van zijn partijgenoot leverde toen geen bezwaren van zwaarwegende aard op. 'De meeste Amsterdamse VVD'ers hebben nu eenmaal het probleem dat ze zeer nauw gelieerd zijn aan het zakenleven’, aldus een ingewijde.
DE GROOTSTE bezwaren van PvdA-zijde tegen Peers kandidatuur leken zich toe te spitsen op de eventuele rol van de loco-burgemeester binnen het driehoeksoverleg tussen gemeentebestuur, politie en het Openbaar Ministerie. De koppeling tussen het wethouderschap Financien en het loco-burgemeesterschap was speciaal ontworpen om zwaargewicht De Grave binnen te halen, zo verkondigde de PvdA. Nu De Grave was vertrokken, zou het loco-burgemeesterschap beter weer als vroeger in handen kunnen komen van de oudste wethouder. In dit geval zou dat D66-wethouder van Kunstzaken Ernst Bakker zijn. Opmerkelijk genoeg zette de D66-fractie de eigen wethouder een hak door de sociaal-democratische bezwaren tegen Peer niet te steunen. Zo kon Peer toch opstomen naar het loco-burgemeesterschap.
Maar daar moest hij wel een paar forse veren voor laten. De PvdA dwong hem in te stemmen met een heel pakket aan randvoorwaarden. De nieuwe wethouder moest contractueel beloven dat hij de beloftes van zijn voorganger gestand zou doen en moest ook plechtig beloven dat hij zijn collega-wethouders geen oor zou aannaaien tijdens de begrotingsbehandelingen.
Ook het loco-burgemeesterschap werd al bij voorbaat fors uitgekleed. 'Indien naar het oordeel van het college als gevolg van langdurige afwezigheid of ontstentenis van de burgemeester waarneming noodzakelijk is, geeft Edgar Peer prioriteit aan de portefeuille Financien’, zo luidt artikel 3c van het contract dat Peer gedwongen werd te tekenen. Ook werd vastgelegd dat het loco-burgemeesterschap vanaf januari 1997 een punt van onderhandeling moest worden.
Alles bij elkaar een verzameling nogal vernederende randvoorwaarden waarmee Peer gedwongen werd in te stemmen. Maar Peer deed het. 'Als hij die ketting maar om zijn nek kan hangen’, zo meent Rob Goldsteen, collega-wethouder van Peer tijdens diens dagen in Amsterdam-Noord. 'Daar was hij in Noord ook altijd op uit.’
Edgar Peer, 35, afficheert zichzelf graag als een Macher. Hij is de ultieme yup in de Amsterdamse politiek, een liefhebber van snelle auto’s (hij vernoemde zijn eerstgeborene naar Ferrari-oprichter Enzo Ferrari) en life on the fast lane, een combinatie die hem verleden jaar nog aan een ongelukkig paaltjesincident hielp. Hij is een typische resultaatpoliticus, tuk op projecten van grootse proporties.
Peer is de politieke pupil van de godfather van de VVD in Amsterdam Noord, ing. Sjoerd Terpstra, voorzitter van de Amsterdam Seaport Association. Op de ruines van de eens zo machtige scheepswerf NDSM en het metaalbedrijf Verschuren bouwde Terpstra zijn eigen imperium. Ook is Terpstra actief in de wegen- en utiliteitsbouw. In 1984 werd hij directeur van bouwbedrijf Broere van de gebroeders IJsbrand en Alfred Broere aan de Von Liebigweg 39. Dit adres geniet al langere tijd de warme belangstelling van de Amsterdamse politiechef en prominente PvdA'er Nordholt; er is namelijk een administratiekantoor gevestigd waar een hele trits BV’s is ondergebracht die in verbinding staan met de notoire belegger mr. Willem Endstra. De namen van op dit adres ondergebrachte BV’s als Elander en Finoren (alwaar Hell’s Angels-geld bleek te zijn geparkeerd) duiken op in de onthullende reportages over de Amsterdamse drugswereld van Parool-misdaadverslaggever Bart Middelburg en worden ook genoemd in het rapport van de commissie-Van Traa.
De banden van de Amsterdamse VVD met Endstra zorgden al eerder voor problemen. Toen Nordholt in 1993 waarschuwde voor het gevaar van criminele infiltratie in de lokale politiek, bleek al snel dat de politiechef de VVD-fractieleider van de deelraad Oud-West mr. H. Rieske voor ogen had. Rieske trad op als raadsheer van Endstra en onderhield ook anderszins banden met deze zakenman. In dat licht krijgt de zorg van de PvdA over de onweerstaanbare opkomst van Peer een extra dimensie.
MAAR OOK ZONDER deze bezwarende omstandigheden mag de spilfunctie die Edgar Peer vanaf eind vorige week op het Amsterdamse stadhuis bekleedt, als een bron van zorg worden beschouwd. Peers veelgeroemde daadkracht is in het verleden nogal eens ontmaskerd als politiek illusionisme. Zijn meest recente wapenfeit als wethouder van Economische Zaken spreekt boekdelen. Begin februari dit jaar reisde Peer af naar het Canadese Halifax. Aldaar ondertekende hij een raamovereenkomst met de Grieks-Amerikaanse havenmagnaat Christos Kritikos, eigenaar van het containeroverslagbedrijf Ceres. Kritikos, eigenaar van het op twee na grootste Amerikaanse havenbedrijf, was geinteresseerd in de overname van het noodlijdende Amsterdamse havenbedrijf Combined Terminals Amsterdam (CTA). CTA was in 1995 op de fles gegaan, maar had onder leiding van curator J. A. C. Houthoff een redelijk succesvolle 'doorstart’ gemaakt. Vorig jaar boekte CTA een bescheiden winst van anderhalf miljoen gulden. Om door te kunnen gaan moest echter een partij worden gevonden die de oude schuld van het bedrijf aan de gemeente wilde overnemen en het bedrijf van nieuwe investeringen wilde voorzien. De in de Rotterdamse haven gepokt en gemazeld geraakte combinatie Van Heerden-Swarttouw meldde zich bij Peer voor de overname, maar haakte geschokt af toen de gemeente er een prijskaartje van om en nabij de zeven miljoen gulden aan hing. Peer was aan het overvragen, zo vonden de Rotterdammers, die vermoedden dat de wethouder hun aanbod expres in de wind sloeg. Peer leek al zijn kaarten op Kritikos te hebben gezet en verkeerde bij zijn bezoek aan Halifax in een ware staat van euforie. 'The job is done, we’re coming home’, faxte Peer vanuit Canada aan burgemeester Patijn.
Daarna begonnen echter al snel de twijfels te rijzen. Zo weigerde Kritikos inzage te geven in de financiele resultaten van Ceres. Alles wat Peer en zijn delegatiegenoten te zien hadden gekregen, waren fraaie kleurenfolders, een lijstje van zakelijke partners van Kritikos en wat globale cijfers over de door Ceres verwerkte tonnages. De vraag drong zich op met wie Peer eigenlijk in zee was gegaan. En wat dreef hem zo in de richting van de tycoon uit Halifax, terwijl er zich toch een respectabele Nederlandse kandidaat had aangediend voor de CTA?
Het geheim van Peers preoccupatie met Kritikos zat hem in de onwaarschijnlijke beloftes die Ceres deed. Kritikos beloofde de Amsterdamse haven tot een van de grootste van Europa te maken. Hij spiegelde Peer voor dat hij op korte termijn in staat was om vijf procent van de totale toevoer naar Le Havre en Hamburg om te buigen in de richting van de Amsterdamse haven. Dat kwam neer op 650.000 containers per jaar, bijna tien keer zo veel als de CTA op dit moment verwerkt. Om zijn potentiele klanten zo ver te krijgen zou Kritikos 'all round-contracten’ afsluiten, waarbij hij forse kortingen in het vooruitzicht stelde bij de afhandeling van retourvrachten vanuit Amsterdam naar Halifax, New York, Chicago en andere havens aan de Canadese en Amerikaanse Oostkust, waar Ceres vooral actief is.
HET KLONK PEER als muziek in de oren. Vandaar dat Kritikos met alle egards werd behandeld. Vooral financiele. Zo zou de gemeente honderd miljoen gulden investeren in de aanleg van nieuwe kades en de hele infrastructuur van Ceres in het westelijk havengebied. Daarnaast zou de gemeente het leeuwedeel van technische faciliteiten als kranen en carriers financieren ten behoeve van Ceres. Zodra er dan gunstige bedrijfsresultaten zouden worden geboekt door het vernieuwde CTA, zou Ceres die kredieten aflossen. Dat was nu eenmaal de American way.
Niet iedereen werd vrolijk van de door Peer voorgespiegelde mega-deal. Op 6 maart schreef Frank de Grave als wethouder van Financien een brief aan zijn collega Peer waarin hij waarschuwde voor al te megalomane dromen over de toekomst van de Amsterdamse haven. De infractructuur in Amsterdam was bij lange na niet geschikt voor Kritikos’ grootse plannen in het westelijk havengebied. De Grave in zijn brief: 'Ik wijs erop dat Ceres Terminals Inc. verwacht uiteindelijk 650.000 containers op de terminal over te slaan, terwijl in het businessplan van het Railservicecentrum werd uitgegaan van 10.000 containers in 2003.’
Snel masseerde Peer de pijnpuntjes van collega De Grave weg. Als een speer werd het hyperambitieuze plan-Kritikos op 4 april door de gemeenteraad gejaagd, niettegenstaande de 100 miljoen overheidsgeld die Peer van de raad vroeg. En dat alles ten gunste van een zakelijke partner die had geweigerd inzicht te geven in de eigen financiele situatie. Peer duldde echter geen kritiek. Met deze deal kreeg de werkgelegenheid in de Amsterdamse haven een gigantische oppepper. Op zo'n moment was er geen plaats voor haarkloverijen. De raad ging akkoord. Alleen GroenLinks hield haar twijfels.
Drie maanden later lijkt het plan-Peer op een catastrofe te zijn uitgelopen. Officieel weet de gemeenteraad nog steeds niet beter of het ambitieuze plan wordt onverkort doorgevoerd. In werkelijkheid ligt de deal met Kritikos op zijn gat. Toen de tycoon eind mei in Amsterdam verbleef, verzocht De Groene hem via het Gemeentelijk Havenbedrijf om een onderhoud over de voortgang van het project. Dat bleek niet mogelijk. Ook Peer onthield zich van ieder commentaar. Alleen de afdeling Persvoorlichting kwam met een verklaring: 'Het hele project hangt af van de overname van het CTA. En dat is een kwestie tussen CTA-curator Houthoff en de heer Kritikos. Zodra dat voor elkaar is, kan alles op gang worden gebracht. De gemeente is daar geen partij in. Mocht de overeenkomst tussen CTA en Kritikos uitblijven, dan kan wellicht een arbitragecommissie uitkomst bieden.’
Kortom: Peers job was allesbehalve 'done’. CTA-curator Houthoff blijkt woedend over de opstelling van de gemeente. 'Dit is bij de wilde spinnen af’, aldus Houthoff tegenover De Groene. 'Echt kenmerkend voor de gemeente: grote stappen, gauw thuis. Het begon al met die raamovereenkomst tussen Peer en Kritikos. Daar wist ik niets van. Die kreeg ik ineens onder de neus geduwd, met nog gedeeltes die afgeplakt waren ook. Vorig jaar weigerde de gemeente nog verantwoordelijkheid te nemen voor de doorstart van CTA. Maar nu CTA fantastisch gaat en een miljoen gulden op de bank heeft staan, zijn ze er als de kippen bij om het te verpatsen. Peer wil dat ik CTA voor een gulden aan Kritikos verkoop. Een gulden! Belachelijk gewoon. Dat kan ik niet maken tegenover de aandeelhouders, de schuldeisers en de werknemers. Als ik op dat voorstel inga, mag ik morgen worden overgebracht naar het schooltje voor debiele curatoren. Ik begrijp die Kritikos wel. Als hij aan mijn vraag voldoet om drie miljoen te betalen aan de schuldeisers en aandeelhouders van het CTA, en ook nog eens zeven miljoen voor het boedelkrediet aan de gemeente, dan maakt hij de komende jaren geheid verlies. Dat doet hij dus niet.’
Kortom: ook het laatste wapenfeit van Edgar Peer als redder van de Amsterdamse haven blijkt een luchtkasteel. En dat terwijl het juist op grond van die prestatie was dat de VVD hem naar voren schoof als haar onbetwiste kampioen. Burgemeester Patijn heeft er weer een zorgenkindje bij.