De coyote in onszelf

THOMAS VAN AALTEN
DE ONDERBREKING
Nieuw Amsterdam, 207 blz., € 16,50

Wie dertig is en in tien jaar vijf romans bij vier uitgevers heeft gepubliceerd, is elke lethargie vreemd maar ligt blijkbaar wel lastig in de literaire markt. Geen wonder dat Thomas van Aalten in zijn ik-roman De onderbreking enige venijnige pijlen afschiet op opportunistische redacteuren die inhoud en vorm bijzaak achten.
Wie voorleest verdwijnt niet. Die variatie op het aloude ‘wie schrijft die blijft’ maakt de kern uit van de schrijf- en leesroman De onderbreking. De 29-jarige auteur Victor Tupelo – bekend van Van Aaltens tweede boek Tupelo (2001) – verdwijnt vlak voor 11 september 2001 op mysterieuze wijze en spoelt jaren later aan in hotel Kilimanjaro. Wat er in de tussentijd is gebeurd krijgt de lezer via vele onderbrekingen te horen. Of toch niet? Want Van Aalten discussieert niet alleen tussen de regels door over de verhouding autobiografie-fictie, hij zingt tegelijkertijd een gewiekst lied van schijn en wezen, aangedreven door een oergevoel: de angst om in stukken en brokken uiteen te vallen en onzichtbaar te worden.
In zijn weerwolfachtige roman Coyote (2006) speelde hij al een spel met splijtende identiteiten en de nachtkantverbeelding van een tandarts, een journalist, een rechercheur en een pianist. Het zijn niet de echte kelders, monsters of onderaardse woekeringen in de achtertuin maar de trillingen in het eigen onbewuste – de coyote in onszelf – die de (seksuele) horrorshow verzorgen en het ego op de proef stellen. De ironie van het banale, de veelvoudige identiteit, de ontregeling van de voorgeprogrammeerde blik, de ondermijning van de man uit een stuk; wie David Lynch’ Twin Peaks of Blue Velvet heeft gezien, voelt zich thuis in Van Aaltens papieren wereld.
Op een paar elementen uit de waarlijk ingenieuze plot – met verrassende doorbrekingen van het verwachtingspatroon van de lezer – wil ik nader ingaan. De groene Mazda 626 is niet alleen de auto die Victors zoon in Rome aanrijdt. In een ander verhaal blijkt Victor die zoon zelf te zijn. Hij is de vader, de zoon en de heilige geest die schrijft en voorleest. Zijn voorlezingen in hotel Kilimanjaro (knipoog naar Hemingway) hebben invloed op zijn voortbestaan. Schrijver en personage Victor Tupelo, gewond door het verlies van zijn vader en zijn zus, wordt als het ware geschreven. Hij bestaat dankzij het papier waarop de Tupelo-verhalen staan afgedrukt. Het meest onthullend is de brief die hij aan Cathy schrijft, de jonge vrouw die hij slechts een paar minuten in Los Angeles heeft gesproken en die hij vanuit Salzburg verlangend schrijft. Hij geeft toe dat hij, die nu teksten over hotels schrijft, zichzelf is kwijtgeraakt na de dood van zijn vader en zijn zus. Uiteindelijk is het een jeugdtrauma dat hem ontregelde en zijn leven en carrière steeds opnieuw onderbrak. Dat kernverhaal schrijft Van Aalten bewust fragmentarisch. Want wie niet weet wie hij zelf is en eigenlijk iemand anders wil zijn kan geen vertelling in een ruk schrijven.
Het komt niet vaak voor in Nederland dat de aloude modernistische thema’s zo rigoureus en zonder compromis vormgegeven worden. Thomas van Aalten (1978) durft het aan om zijn eigen weg te gaan, een weg vol intertekstueel asfalt maar ook een weg die ‘ruikt naar herfst, naar vroeger’, naar zijn verdwenen familie. De speelse vertellust van Thomas van Aalten verdient veel beter dan het zwijgen of het oppervlakkig gekakel van routineuze recensenten.