Profiel: Gordon Brown

De Creditcard Chancellor

Het beste nieuws voor de Britse minister van Financiën Gordon Brown stond de afgelopen maanden niet in The Financial Times, The Economist of The Sun, maar in de Erotic Review. Samen met acteur Russell Crowe en rugby-ster Johnny Wilkinson was hij met stip bin nen gekomen in de top-25 van seksgoden. Zijn geluk kon niet op toen bleek dat premier Tony Blair, net als David Beckham, op deze lijst ontbrak. «Brown is zo’n typische duistere antiheld waar vrouwen van houden. Ze zien weinig in helden als Tony Blair waar kraak noch smaak aan zit. De broeierige rebellie van Brown is sexier», aldus hoofdredacteur Rowan Pelling.

Keurig op tijd is de 53-jarige Brown dus van zijn duffe imago verlost. Strijdmakker Blair zit al een jaar in de hoek waar de klappen vallen: Irak, collegegelden, Europese grondwet, volksgezondheid, zijn eigen gezondheid en, als voorlopige apotheose, de dramatisch verlopen Europese verkiezingen. Ongeduldig wachtend totdat Teflon Tony afstand doet van zijn premierschap loopt Brown de laatste tijd olijk rond in de wandelgangen van Westminster. Hij vertrouwt erop dat Blair het estafettestokje halverwege zijn tweede termijn aan hem overdraagt. Dat zou ruim tien jaar geleden onder het genot van olijven en gedroogde tomaten overeengekomen zijn in het trendy Noord-Londense restaurant Granita, waar de twee B’s de nalatenschap verdeelden van de plotseling overleden Labour-leider John Smith. Hoewel hij ouder en geleerder was, en bovendien de lieveling van de Schot Smith, stond Brown onder druk zijn politieke erfrecht af aan een «public school charlatan» die wegens zijn uitstraling meer stemmen zou trekken in Suburbia. De twee jaar oudere opperstrateeg van New Labour moest, voorlopig, genoegen nemen met de post van Chancellor of the Exchequer. Die bekleedt hij nu zeven jaar. Een record.

Zijn beleid is gebaseerd op drie p’s: prudentie, progressiviteit en presbyterianisme. Dat laatste is een erfenis uit zijn jeugd. Op 20 februari 1951 werd James Gordon Brown in Glasgow geboren als zoon van een dominee. Zijn jeugd bracht Brown door in Adam Smith’ Kirkcaldy. Als jongetje maakte hij mee dat zeewater van de Firth of Forth het kustplaatsje overspoelde, waarna zijn familie vooropliep bij de reddingsoperaties.

Het gebod van zijn vader om mensen waar het kan te helpen, vormt een drijfveer in Browns politieke loopbaan. Sinds 1983 vertegenwoordigt hij Kirkcaldy en omstreken in het Lagerhuis. Altruïsme speelt ook een rol bij Browns zwak voor liefdadigheidswerk. Terwijl hij als penningmeester van het Verenigd Koninkrijk belastingen ging heffen op pen sioenen, een specialisme maakte van het opvoeren van de indirecte belastingen, en het aandurfde om ten bate van de zorgsector de inkomstenbelasting te verhogen, stimuleerde hij het liefdadigheidswerk met elke denkbare fiscale maatregel. Zijn vrouw is samen met J.K. Rowling, de geestelijke moeder van Harry Potter, actief in het vrijwilligerswerk.

Een ander stokpaardje van Gordon Brown is zijn streven naar gelijkheid, waarbij de Schotse politicus James Maxton zijn inspiratiebron vormt. Over Maxton, kleurrijk kamerlid van de Independent Labour Party, de linkse aftakking van Labour waar George Orwell zich verbonden mee voelde, schreef Brown de biografie Maxton, The Politics of Nationalism and Devolution. Zijn gelijkheidsdenken komt vooral tot uiting in zijn ideeën over het onderwijs, een terrein waar hij reeds de nodige beleidservaring had. Nadat hij een naoorlogs record had gebroken door op zijn zestiende geschiedenis te gaan studeren aan de Universiteit van Edinburgh, werd hij vijf jaar later met steun van medestudenten — «Brown’s Sugars» — verkozen tot rector. Daarna ging hij politiek doceren aan de Technische Universiteit van Glasgow, als nieuwsverslaggever werken bij de Schotse televisie en een proefschrift schrijven.

Als sociaal-democraat die geen klap van de neoliberale molen heeft gehad, koestert Brown argwaan tegen privaat onderwijs, waar de in Edinburgh geboren Blair van genoten heeft door eerst Fettes te bezoeken, het Schotse Eton, en vervolgens, St. John’s College, Oxford. Een paar jaar geleden werd Brown door Magdalen College, Oxford, uitgenodigd om University Challenge te bezoeken, om te zien hoe dit instituut voor de derde keer op rij de finale zou winnen. Het aanbod was een reactie op Browns uithaal naar het old boys network der oxbridgeanen nadat de onvermogende leerlinge Laura Spence ondanks al haar A-levels geen toegang kreeg tot Magdalen. Een bestuurslid van Oxford vergeleek Brown met Mao, de conservatieven vergeleken hem met Marx, maar binnen de oud-linkse vleugel van zijn partij kon hij geen kwaad meer doen.

Minder kritiek konden Browns rivalen ter conservatieve zijde hebben op zijn financiële prudentie. Ondanks de recessie in Europa, de aanslagen in de Verenigde Staten en half mislukte privatiseringen in eigen land zorgt de «Iron Chancellor» al jaren voor lage rente, lage inflatie, lage werkloosheid en constante economische groei. Een unieke prestatie, vooral met Labour aan de macht. Vertrouwend op de aanhoudende consumptiedrift der Britten — ironisch genoeg schreef Brown ooit het boek Where There Is Greed — is de keynesiaan Brown de laatste jaren wel steeds meer gaan lenen om te investeren in de gratis gezondheidszorg en het staatsonderwijs. De Tories noemen hem «the Creditcard Chancellor».

Typerend voor Browns machtsuitoefening binnen de regering-Blair is dat ministers pas na de presentatie van de begroting weten hoeveel ze het komende jaar te besteden hebben. Brown houdt niet alleen collegae in de houdgreep, maar ook de premier, zozeer dat Blair even overwoog Brown in quarantaine te zetten op Buitenlandse Zaken. Behalve voor mogelijke rebellie onder de brownites binnen het kabinet zou dat ook voor andere complicaties hebben gezorgd. In tegenstelling tot Blair moet Brown namelijk weinig hebben van de euro. Om de gemeenschappelijke munt buiten de deur te houden heeft Brown vijf economische criteria opgesteld, die dermate vaag zijn dat nooit met zekerheid kan worden vastgesteld of eraan voldaan is. Nog minder enthousiast is Brown over een federaal Europa. Volgens Blairs vertrouweling Peter Mandelson, die ten tijde van het Granita-etentje de rol van Judas vertolkte, zat de minister van Financiën zelfs achter de eurosceptische campagne van de rechtse pers die Blair verleidde tot de beslissing een referendum te houden over de Europese grondwet.

Mandelsons beschuldiging is één van de bijdragen aan de burenruzie die woedt binnen de «B&B-coalitie». Deze loopgravenoorlog heeft al geleid tot de politieke dramaserie The Deal, die weer gebaseerd is op de bestseller The Rivals: The Intimate Story of a Political Marriage van de Schotse Today-journalist James Naughtie. Brown zou het niet hebben kunnen verkroppen dat popsterren de deur van Dow ning Street 10 platliepen, terwijl hij op nummer 11 zat te puzzelen hoe hij Blairs streven naar lagere belastingen, minder leningen en meer uitgaven financieel kon verantwoorden.

Nog altijd zou Brown piekeren over de vraag waarom deze economische analfabeet destijds de voorkeur genoot. Kwam het omdat hijzelf indertijd vrijgezel was? Omdat hij sinds een ongelukkig rugbyduel aan één oog blind is? Omdat hij geen glamourclub als Newcastle United aanhangt maar Raith Rovers? Had hij reeds in 1992, nadat Neil Kinnock de verkiezingen onverwacht verloor, een gooi naar het leiderschap moeten doen? Of was het te danken aan zijn eigen nerdyness? Brown heeft het beste voor met de gewone man, maar het ontbreekt hem aan die personal touch. Anders gezegd: «Populist open-necked shirt type questions» zijn aan hem niet besteed. Op verkiezingscampagne met Brown in Kirkcaldy tekende journalist Matthew Engel de volgende scène op. «Het is een mooie dag», zei Brown voor een supermarkt tegen een vrouw. «Een beetje koud», antwoordde ze. «Een beetje koud, niet?» sprak hij tegen de volgende voorbijgangster. «Niet slecht», luidde het antwoord. «Nee, nee», zei de minister snel, «helemaal niet slecht.»

De belangrijkste reden voor Browns gestegen populariteit is dat de Britten zijn uitgekeken op Blair met al zijn liberaal-imperialistische avonturen, die door Brown slechts pro forma zijn gesteund. Het buitenland zal meer merken van een wisseling van de wacht dan het binnenland, want daar maakt Brown feitelijk al de dienst uit. Of zoals een ex-regerings adviseur schreef: «Brownism is niets meer dan blairism zonder die lach.»