De crisis blijft

Wordt het weer tijd een grafschrift voor onze westerse beschaving te schrijven? Het zou niet de eerste keer zijn, maar zelden hebben de Europeanen en Amerikanen zich zo miskend, diep ongelukkig, woedend en radeloos gevoeld als nu.

Gekweld door een economische en monetaire crisis die geen einde wil nemen. Levend in een maatschappij die voor hun ogen dagelijks verder uit elkaar valt. Beconcurreerd door nieuwe, verre grootmachten die zich opmaken om de wereldmacht over te nemen. Nu tien jaar in oorlog met terroristische tegenstanders die onverslaanbaar lijken. Geleid door politici die telkens weer verzekeren dat de oplossing nabij is en vervolgens met onbegrijpelijke plannen komen. Dan weer afgeleid door populistische organisaties die snelle oplossingen in het vooruitzicht stellen waarna blijkt dat ze de verdeeldheid alleen maar hebben vergroot.

Hoe straks de historici het verval en de ondergang van Euroland zullen beschrijven, is de kop boven een columnvan de Britse historicus Norman Davies in de Financial Times van afgelopen weekend. Van het Romeinse Rijk tot de Sovjet-Unie zijn wereldmachten ten onder gegaan. Het is niet uitgesloten dat we het nu zelf meemaken. De eurozone is in de grond van de zaak een denkbeeld zonder levensvatbaarheid, de euro heeft geen wortel geschoten. Dat is zijn uitgangspunt. Het heeft een jaar of tien geduurd voordat dit duidelijk kon worden, maar nu is het zo ver. De Grieken waren de eersten die zich aan de nieuwe Europese monetaire discipline onttrokken. En dan volgt zijn perspectief: nu komen de Portugezen, de Italianen, de Spanjaarden en de Fransen. De EU viel uit elkaar, in een monetair deel dat zich nog aan de gemeenschappelijke munt vastklampte en een kleiner deel dat vasthield aan de akkoorden van Schengen. Maar de Kanaaltunnel werd gesloten, eerst kwam er een tekort aan brandstof, toen gebrek aan alles, er braken rellen uit. Ten slotte de grote crisis van 2012-2014. De premier van Schotland riep zijn volk op zich onafhankelijk van Groot-Brittannië te verklaren. Daarmee was het voorspel tot de ondergang van Europa voltooid.

Aardig om te lezen. Door de omstandigheden van vandaag mooi geïnspireerd. Maar in hoeverre is deze gedachte-oefening aannemelijk? De recente geschiedenis is rijk aan ondergangsliteratuur. Een van de eersten is Oswald Spengler met zijn Der Untergang des Abenlandes, in 1922. Geen wonder dat er na de Eerste Wereldoorlog en het Verdrag van Versailles zo'n boek verschijnt. Maar Spengler was met zijn vleugje antisemitisme en nationalisme niet smetvrij. In 1928 verscheen La trahison des clercs van Julien Benda. Nog altijd, of liever opnieuw leesbaar. Hij wijt het verval van de westerse beschaving aan het verraad der intellectuelen, hun kritiekloze dienstbaarheid aan de populaire massamedia. In 1935 komt Johan Huizinga met In de schaduwen van morgen. Hitler is aan zijn onweerstaanbare opmars begonnen.

Maar dan, na de Duitse nederlaag, voltrekt zich een historisch mirakel. Er maakt zich een nieuw optimisme van het Westen meester. De fouten van Versailles worden vermeden. West-Europa begint aan de wederopbouw. In de Bondsrepubliek voltrekt zich het Wirtschaftswunder. De oude koloniale mogendheden overleven de diepe politieke crisis van de dekolonisatie en ten slotte wordt, na veertig jaar van geweldloze worsteling in de Koude Oorlog, de Sovjet-Unie verslagen. De val van de Berlijnse Muur lijkt de superioriteit van de westelijke politieke beschaving te bewijzen.

Maar intussen is er een nieuwe ondergangsfilosoof verschenen, Paul Kennedy met zijn The Rise and Fall of the Great Powers (1987). Zijn stelling is dat het verval van wereldrijken wordt veroorzaakt door de imperial overstretch, de gestage uitbreiding van de invloedssfeer der wereldrijken, waarvan de kosten ten slotte niet meer door het ‘moederland’ kunnen worden gedragen. Zo is het de Spanjaarden, Nederlanders, Fransen en Britten vergaan. En nu de Amerikanen? Het klinkt plausibel, maar het is een theorie van een kwart eeuw geleden.

Sinds het einde van de Koude Oorlog is de toch al niet geringe welvaart van het Westen nog gigantisch toegenomen en tegelijkertijd heeft zich de grote depolitisering voltrokken. Er is een ander soort burgerij ontstaan, die van ‘de’ politiek verwacht dat ze op haar consumentenwenken zal worden bediend, zonder dat ze zich in het doen en laten van de politici hoeft te verdiepen. Intussen heeft ‘de’ politiek zich voor een belangrijk deel uitgeleverd aan commerciële machten. Daarvan is de kredietcrisis van 2008 het eerste bewijs. De burgerij heeft daarvan niets geleerd, gaat verder met potverteren en is verontwaardigd als het ervaart dat dit luilekkerland wordt aangeknaagd.

Deze crisis is niet alleen economisch. Het is de combinatie van een politieke radeloosheid, een burgerij die op een consumerend dwaalspoor is geraakt en, ja, de lasten van twee oorlogen die niet gewonnen kunnen worden. Resten van de imperial overstretch worden nu gecombineerd met interior overstretch. De westerse burgerij wil er geen afscheid van nemen en de politici blijven om de hete brei heen dansen. Daardoor is deze crisis nog lang niet afgelopen.