Op de puinhopen van de crisis #6: Anton Hemerijck

‘De crisis was een gemiste kans’

Europa wist met uitzonderlijk crisismanagement een totale ineenstorting van de economie te voorkomen, maar verwaarloosde haar belangrijkste bezit, meent verzorgingsstaat-expert Anton Hemerijck.

Werk van kunstenaar Banksy vlak bij Canary Wharf, Londen, 2011 © Jim Dyson/Getty Images

Tien jaar geleden, toen de eerste tekenen van de financiële crisis Europa bereikten, zorgde dat in Den Haag niet direct voor al te veel onrust. Nederland, zo was het sentiment in 2008, staat er goed voor. Deskundigen op de ministeries en bij de planbureaus wezen op gezonde overheidsfinanciën en een robuuste economie. Aan de vooravond van wat de grootste economische depressie sinds de jaren dertig zou worden was de gedeelde overtuiging dat er economische tegenwind op komst was, die het hoofd kon worden geboden door hard te blijven trappen.

Anton Hemerijck, destijds directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr), vermoedde het begin van een historische cyclus: wat begint als een economische terugval zorgt uiteindelijk voor een historische waterscheiding. De Grote Depressie van de jaren dertig was, via de weg van het totale dieptepunt, opmaat voor nationale verzorgingsstaten en een internationale samenwerking in de naoorlogse decennia. De economische teruggang in de jaren zeventig, in gang gezet door de oliecrisis, werd aangegrepen om de sociale vangnetten te versoberen en de rol van de overheid in te perken. Neoliberalisme, het politieke etiket van de afgelopen jaren, vond daar zijn oorsprong.

Met die logica in gedachten stelde Hemerijck samen met collega-wrr-lid Ben Knapen en Ellen van Doorne, adviseur van de premier, in 2009 een boek samen rondom de vraag wat de politieke, economische en sociale consequenties zouden zijn van de crisis die de wereld op dat moment steeds strakker in haar greep kreeg. (Ze werden bijgestaan door een team onderzoekers waar ik, full disclosure, onderdeel van was.) Aftershocks was de titel, ‘naschokken’. De centrale premisse: een economische crisis komt zelden alleen, ijlt lang na en vormt, mits groot genoeg, de opmaat voor een fundamentele herschikking van economie en samenleving. ‘In tijden van crisis raken politiek en economie onlosmakelijk met elkaar verbonden’, schreef Hemerijck in de introductie van Aftershocks. Tijd voor een terugblik. Wat is er gedaan met het politieke momentum van de crisis?

‘Achteraf kunnen we zeggen dat 2008 zich inderdaad in het rijtje historische crises gevoegd heeft’, zegt Hemerijck vanuit Italië, waar hij werkt als hoogleraar politieke wetenschappen aan het European University Institute, een academisch bolwerk in de heuvels buiten Florence dat topwetenschappers trekt met een hart voor de Europese gedachte. ‘De financiële crisis sloeg om in een economische crisis, die werd gevolgd door een sociale crisis en daarna volgde een politieke crisis die nog steeds niet voorbij is. Brexit in het Verenigd Koninkrijk, Hongarije dat zich met Orbán tegen Brussel keert en nu Italië met de keuze voor een rechts-populistische Matteo Salvini van de Lega: het zijn allemaal signalen dat veel Europeanen zich niet thuis voelen in de wereld die na de crisis is ontstaan.’

‘Populisme is natuurlijk niet begonnen met de crisis’, vervolgt Hemerijck. ‘Ook voor 2008 was er sprake van onttovering met het verhaal van een politieke elite over een open samenleving waarin migratie prima geaccommodeerd kan worden. De crisis gooide olie op het vuur en het gevoel van verraad aan de massa is niet weggenomen.’

‘Je kunt trots zijn op het redden van banken; daarvoor word je niet beloond door de sociaal-democratische kiezer’

In Aftershocks peilden Hemerijck en zijn collega’s in de vroege crisisjaren de stemming bij denkers en oud-politici die dit soort omstandigheden kenden. Ze klopten onder anderen aan bij Helmut Schmidt, de oud-bondskanselier van Duitsland, en Jacques Delors, grondlegger van de gezamenlijke Europese markt. Deze Europa-veteranen vreesden voor de toekomst van het gezamenlijke Europa dat zij hadden vormgegeven.

Zowel Schmidt als Delors deed een oproep tot nieuw Europees leiderschap. Dat was een nobele gedachte, maar ook lastig te verkopen omdat de crisis een grote ontmaskering van Europa was, aldus Hemerijck. ‘In één klap werd duidelijk dat de politieke elite ernaast zat. Ze hadden de kapitaalmarkten opengegooid op een manier die volstrekt onverantwoord was. Ook de grondvesten van Europese samenwerking bleken plotseling wankel. Het idee was dat welvaart verdeeld zou worden binnen Europa. En dat zou al helemaal soepel gaan met een gezamenlijke munt. Toen puntje bij paaltje kwam en de financiële crisis omsloeg in de eurocrisis, was het idee toch “los je eigen problemen maar op”. In combinatie met een Europees migratiebeleid waar ook de gedachte geldt dat landen zelf verantwoordelijk zijn voor vluchtelingen die binnenkomen, is het niet verrassend dat rechtse anti-EU-politiek succes boekt’, meent Hemerijck.

Voor zover de crisis goed afliep, was dat juist te danken aan het afwijken van de doctrines in de Europese verdragen dat landen elkaar niet te hulp schieten als ze in de problemen komen. Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank, was volgens Hemerijck ‘de held van de crisis’, omdat zijn opkoopprogramma’s en kwantitatieve verruiming hielpen om een volledige ineenstorting te voorkomen. ‘Er was altijd twijfel over de grote mate van onafhankelijkheid die de Europese Centrale Bank heeft. Achteraf is het een zegen gebleken.’

Het waren volgens Hemerijck juist de Europese ministers van Financiën die de crisis in sommige opzichten hebben verergerd. ‘Met name de Zuid-Europese landen hadden tijdelijk ruimte op de begroting nodig om de crisis het hoofd te bieden. In plaats daarvan eiste de EU strakke begrotingsdiscipline en hervormingsprogramma’s. Tegelijkertijd kwam Jeroen Dijsselbloem met de opmerking dat Zuid-Europese lidstaten hun geld verkwanselden aan “drank en vrouwen”. Met die opstelling wordt Europa ondergraven. Hier in Italië zie je nu de tragische gevolgen. Italië was altijd een van de landen waar de steun voor Europese samenwerking het grootst was. Nu keert het zich van de EU af. Salvini, die graag provoceert door Mussolini te citeren, kun je in zekere zin zien als het politieke product van het versoberingsdictaat van Dijsselbloem als Eurogroep-voorzitter.’

© Martijn Beekman

De crisis had meer onvermoede gevolgen, vertelt Hemerijck. ‘De grote verandering was een herontdekking van de rol van de overheid. Lange tijd gold het idee dat overheden het probleem waren en markten de oplossing. Nu bleek de staat ineens essentieel voor behoud van economische stabiliteit.’

Die manier van denken moest wel veroverd worden op de liberale orthodoxie. Toen Hemerijck aan Aftershocks werkte, woedde er in de VS een debat tussen Paul Krugman en Niall Ferguson, beiden prominente wetenschappers en opiniemakers. Krugman bepleitte keynesiaans beleid en vond dat overheden flink moesten investeren om de schok van de crisis op te vangen. Ferguson was ervan overtuigd dat een ruim monetair beleid zou leiden tot hyperinflatie, enorme overheidstekorten en de val van de dollar.

‘Empirisch gezien heeft een eigentijdse verzorgingsstaat de beste papieren voor welzijn en economische groei’

Volgens Hemerijck is het gelijk zonder meer bij de keynesianen komen te liggen, maar is de victorie niet compleet. ‘Keynes-expert Robert Skidelsky noemde het de “return of the master”, het herwonnen geloof in staatscapaciteit zoals Keynes die voorstond. De master is inderdaad terug als het gaat om monetair beleid en de regulering van het financieel stelsel. Maar het andere been van het keynesiaanse programma, sociale investeringen uitgevoerd door nationale regeringen, moet nog worden bijgetrokken. Ik zou zeggen dat de meester maar voor de helft is teruggekeerd.’

In het midden van de crisis leek dat nog even anders te lopen. Direct na 2008 kwam de Europese verzorgingsstaat plotseling in een nieuw licht te staan, legt Hemerijck uit. ‘Tot aan de crisis was de mode in internationale beleidskringen om laatdunkend te doen over de verzorgingsstaat. In vergelijking met de zeer liberale Amerikaanse economie werd Europa afgeschilderd als weinig dynamisch. Toen de crisis uitbrak bleken juist die zogenaamd logge verzorgingsstaten beter bestand tegen de terugval. Op het World Economic Forum in Davos was het ongebreidelde Angelsaksische kapitalisme de schuldige en was Merkel plots geloofwaardig toen ze de sociale markteconomie als model van de toekomst presenteerde.’

Het vertrouwen in de verzorgingsstaat flakkerde op, maar doofde ook weer uit, constateert hij. ‘Voor zover er nu over de verzorgingsstaat gesproken wordt, gebeurt dat met een blik op het verleden. De inzet is behoud van rechten die er nu zijn. Ook daar zie je het effect van de crisis terug. Die heeft onze tijdshorizon als het ware versmald. Er zit een enorme nostalgische ondertoon in de politiek. Amerika wil “great again” zijn, de Brexit werd verkocht met “take back control”. Terwijl de crisis een moment was om de traditionele beschermende verzorgingsstaat in te ruilen voor sociale toerusting: investeren in onderwijs, kinderopvang en gezondheidszorg. Dat is wat een vergrijzende kenniseconomie nodig heeft.’

In Nederland werd de crisis in eerste instantie aangegrepen voor het hervormen van de verzorgingsstaat.
‘Nederland heeft inderdaad gekozen voor hardvochtige versobering. De impuls dat er bij economische terugval bezuinigd moet worden om de overheid efficiënter te maken, zit diep in het Nederlands bestel. Dat is de grote tragiek van de crisis geweest in ons land. Als je kijkt naar de omvang van de staatsschuld en de rente waarmee geleend kon worden, was er alle ruimte om juist te investeren. En ik zeg dit als sociaal-democraat, maar hier hebben we het echt laten afweten in Nederland. De politieke gevolgen tekenen zich af in het politieke landschap, waar de pvda een quantité négligeable is geworden. Je kunt heel trots zijn op het redden van de banken en deelname aan een kabinet, maar daarvoor word je niet beloond door de sociaal-democratische kiezer.’

Ondanks het feit dat de reddingsoperatie succesvol is gebleken.
‘Er is half werk gedaan. Alleen zorgen voor financiële stabiliteit is niet genoeg. Vorige crises hebben ook telkens geleid tot nieuw denken, juist over de verzorgingsstaat. De noodzaak van een vangnet was een les die werd getrokken uit de massawerkloosheid van de jaren dertig. De herijking die plaatsvond na de jaren zeventig zorgde voor nieuwe groei en welvaart in de decennia daarna. Nu is het denken opgehouden bij het idee van een “participatiesamenleving”, zonder daarbij de vraag te stellen wat mensen in de kenniseconomie nodig hebben om succesvol mee te kunnen doen. De crisis was een gemiste kans om de verzorgingsstaat te hervormen.’

Hoe ziet een verzorgingsstaat voor de post-crisis-samenleving er uit?
‘Een verzorgingsstaat heeft verschillende functies. De basis is een buffer die ervoor zorgt dat burgers niet in armoede vervallen en dat een land macro-economische schokken kan opvangen. In een tijdsgewricht waarin vrouwen net zoveel willen werken als mannen en ze samen ook een gezin willen stichten, zijn goede kinderopvang en goede verlofregelingen noodzakelijk. In een kenniseconomie komt er nog een derde functie bij: zorgen dat mensen goed geschoold zijn. Niet dat iedereen naar het hoger onderwijs moet, maar je moet zorgen dat opleidingen passen bij waar de economie om vraagt. Sociaal en economisch succes van landen hangt steeds meer af van de mate waarin ze die verschillende functies van de verzorgingsstaat aanwenden.’

Maar ondertussen groeit Amerika en lijkt Europa juist stil te staan.
‘Dat contrast is grotendeels schijn. De VS zijn nu trots op hun lage werkloosheidscijfer, maar het percentage Amerikanen dat tot de actieve beroepsbevolking behoort loopt terug, vooral onder vrouwen en laaggeschoolde mannen. Dat is een historische omkering. In de jaren tachtig en negentig gold Amerika als voorbeeld van een gezonde arbeidsmarkt en waren de Europese verzorgingsstaten juist de achterblijvers. Internationale organisaties zoals de oeso maanden Europa om de verzorgingsstaat af te bouwen en Amerika te kopiëren. Het politieke verzet daartegen betaalt zich nu uit. Noord-Europa is veel beter gebleken in het zich aanpassen aan een veranderende economie en een vergrijzende maatschappij. Dat is de reden waarom Noord-Europese verzorgingsstaten stevig in de top-tien van meest competitieve economieën staan, terwijl de VS langzaam zakken.’

Adam Tooze zei eerder in deze interviewserie dat Europa zijn rol in de wereld sinds 2008 heeft verspeeld. Is dat te somber?
‘Empirisch gezien heeft een eigentijdse verzorgingsstaat absoluut de beste papieren voor welzijn en economische groei. Ook in bijvoorbeeld Zuid-Korea, Taiwan en Japan wint de sociale toerustingsagenda aan populariteit, net als in de grotere democratieën in Latijns-Amerika. De VS onder Trump omarmen een nieuw experiment met protectionisme en een gigantische belastingverlaging voor de superrijken. In Polen en Hongarije heerst een soort illiberaal mannelijk chauvinisme en worden moeders met hoge kinderbijslaguitkeringen verleid om vooral thuis te blijven. Ik zie niet in waar in deze alternatieven de innovatie en de banen vandaan komen. Maar Noord-Europa is niet veilig, zeker niet in de mate dat ze verklonken is met een wankele euro, zoals Nederland en Duitsland. Een langgerekte periode van versobering en groeiende ongelijkheid laat zijn sporen na. De crisis is pas echt voorbij als ook die naschokken kunnen worden overwonnen.’

We hebben het crisistijdperk nog niet achter ons gelaten?
‘Nee. 2008 was een steen in de vijver die nog steeds rimpelingen veroorzaakt. Niemand had destijds zulke grote politieke naschokken verwacht zoals we die nu zien. Er lijkt nu een fase aan te breken van protectionisme en handelsoorlogen, net zoals na de Grote Depressie. De vraag is wat de politieke gevolgen van een eventuele volgende schok zullen zijn. Nu al wordt in een stroom boeken gesproken over de ontmanteling van de complexe, op regels en afspraken gebaseerde, open wereldorde. Het verhaal is nu dat we in een kwart eeuw van het einde van de geschiedenis naar het einde van de democratie zijn gegaan. Zover is het nog niet. Het is niet gezegd dat de nasleep van de jaren dertig zich nu herhaalt, maar ik zou er niet al te luchtig over doen. Ongelukken kunnen zomaar gebeuren.’