De culturele sekte

Kijkcijfers zijn niet genadig. Elk seizoen staat er wel iemand op die roept: ‘Er moet meer cultuur op de televisie.’ Het zijn dezelfde lieve zielen die roepen dat er meer debat op tv moet komen, en meer en betere boekenprogramma’s.
Dat gaat nooit lukken.
‘Maar Adriaan van Dis dan?’
Ja, dat was een heel leuk programma – net als dat van Ischa, maar dat had niets met boeken te maken, maar alles met de persoonlijkheid van beide heren. Het kan best zijn dat er morgen een televisie-discussie-interviewprogramma over toneel komt dat fantastisch is, maar ook dat zal dan veroorzaakt worden door de persoonlijkheid van
de presentator en niet door het toneel.
Televisie heeft zijn eigen wetten, net als film. En die wetmatigheden worden gedicteerd door het kijkcijfer.
Hoeveel boekenprogramma’s hebben we na Adriaan van Dis niet gehad?
Misschien een stuk of tien. Ik heb er zelf ook nog wat gemaakt. Ze zijn allemaal mislukt. En ik moet nog maar zien of het Van Dis vandaag de dag zal lukken weer zo’n invloedrijk programma te maken.
Aan de andere kant weet ik zeker dat Matthijs van Nieuwkerk makkelijk een invloedrijk boekenprogramma zou kunnen maken, als hij het maar mag doen zoals hij het wil en met de redactie die hij wil.
Maar invloed… Wat is dat eigenlijk?
Stel dat we een avond lang onder leiding van de beste televisiepresentatoren mogen discussiëren over het laatste meesterwerk van Connie Palmen of AFTh. De verkoop van hun boeken zal daardoor zeker stijgen.
Maar verder?
Wat hebben we eraan? Wat worden de mensen er wijzer van? Gaan we vervolgens betere boeken kopen, een beter leven leiden, helderder denken, juist wel of juist niet op Wilders stemmen? Nee toch? Waarom zou je dan boeken lezen?
Uitgevers in mijn nabijheid zeggen bijna allemaal: ‘Mannen lezen geen boeken meer. Het zijn hoofdzakelijk vrouwen.’
Mannen hebben blijkbaar geen literatuur nodig.
Soms verkeer ik wel eens in de omgeving van politici en hoogleraren en die zijn eigenlijk niet op de hoogte van de moderne Nederlandse literatuur. Of ze hebben de nummer 1 op de boekentoptiens gelezen.
Literatuur vinden ze sowieso niets. Na een interview vraag ik heel vaak of men nog boeken leest buiten het eigen vakgebied om. ‘Soms’ is een antwoord dat ik soms krijg.
Gedichten worden al helemaal niet meer gelezen. Er wordt ook nauwelijks over geschreven. Er worden wel veel gedichten gemaakt. Net als boeken, trouwens. In onze cultuur zijn de dichters al weggesaneerd – door de verkoopcijfers, wat ook een soort kijkcijfer is. Als ik aan een televisieredactie vraag welke dichters ze kennen, antwoorden ze: ‘Nico Dijkshoorn, Jules Deelder en Bart Chabot.’
Dat zijn antwoorden van gestudeerde meisjes en jongens. Ik geloof trouwens niet dat ze van een van deze dichters ooit een dichtbundel hebben gekocht.
Maar… komt dit nu omdat er geen invloedrijke literatuur meer geschreven wordt? Ik ben geneigd het te denken.
Televisie heeft wel en veel invloed en de literatuur niet meer.
We kunnen als schrijvers blijkbaar niet meer de juiste formuleringen vinden die mensen inspireren of die iets verwoorden wat ze tot zich willen nemen.
Steeds vaker merk ik dat dichters eigenlijk voor elkaar dichten en schrijvers voor elkaar schrijven. Zoals je de beste televisie ook alleen maar krijgt met mensen die je al van televisie kent.
Cultuur is voor een heel kleine elite met sekte-achtige trekken. Ze hebben invloed maar hoe en waar zul je nooit precies kunnen traceren. Je weet één ding zeker: als ze verstandig zijn, laten ze zich zo min mogelijk op televisie zien.
Ze zullen overigens ook niet worden uitgenodigd.