TONEEL

De dader heeft het gedaan

Rashomon & Joran

Twee voorstellingen, twee fascinaties, één startpunt: de door Peter R. de Vries in 2008 met verborgen camera’s vastgelegde bekentenissen van Joran van der Sloot in de Arubaanse vermissingskwestie van Natalee Holloway, een Amerikaans rijkeluismeisje dat in 2005 spoorloos verdween. Rob de Graaf (tekst) en Marien Jongewaard (regie) maakten Met Joran aan zee - een stemmenspel met beelden, een documentaire-fictie voor drie toneelspelers - een requiem annex oratorium voor een verdronken meisje, een overmoedige pubermoordenaar en een rouwende moeder met media-jeuk. De Vlaamse schrijver en regisseur Joachim Robbrecht koos dezelfde kwestie als aanleiding voor een theatraal onderzoek naar de morele kanten van waarheidsvinding, Rashomon-effect.
De twee voorstellingen zijn onvergelijkbaar in de positie die ze innemen tussen feit en fictie. De makers van Met Joran aan zee (lunchpauzeproductie Theater Bellevue) creëren uit een onbeschaamd subjectieve interpretatie van een reeks feiten een meer dan intrigerend nieuw kunstwerk, dat weliswaar op een toneel wordt gespeeld, maar geen drama is in de strikte zin: de drie personages spreken zich ieder voor zich uit over de oorsprong van hun lot, hun fascinatie voor gevaar (Natalee), existentiële overmoed (Joran) en de moederlijke baarmoeder als geboortegrond voor een tragedie (de moeder als koorzanger). Het (enige) moment dat dader en slachtoffer heel even (theatraal) dicht bij elkaar zijn, is zo ragfijn en subtiel geënsceneerd dat het je als toeschouwer naar de strot grijpt omdat dood en daderschap erin dicht bij elkaar komen. De voorstelling is voorts overrompelend omdat schrijver De Graaf en regisseur Jongewaard met een scalpel de macabere fantasieën uit de drie personages hebben gesneden en als een fijnmazig, doodeng want onontkoombaar netwerk van taal en dagdromen over hun driehoeksverhouding hebben geweven. Sanne Vogel, Wouter Zweers en Marjon Brandsma spelen, of liever, spoken fabuleus.
In Rashomon-effect (een coproductie van Frascati en Toneelgroep Amsterdam) pakt schrijver/regisseur Joachim Robbrecht, met een knipoog naar de Joran/Natalee-kwestie, een klassiek thema bij de kop: de onmogelijkheid om een heldere, eenduidige waarheid vast te stellen over een helder, eenduidig feit: moord en verkrachting. Thema en feiten komen uit de beroemde, gelijknamige Kurosawa-film (1950) op basis van het verhaal van Ryunosuke Akutagawa (1914). De toneelmaker heeft de stijlfiguren van de ironie, de satire en het cliché gekozen om zijn vertelling over een moord, een rechercheur, een onderzoeksjournalist, enkele getuigen en meerdere verdachten op te tuigen tot een reconstructie in etappes, uitgevoerd in een hagelwit decor, dat tegelijkertijd één groot instructiebord is, of een wachtruimte, een laboratorium kan zijn (voor de productie van waarheidsserum?), een tv-studio of een ordinaire hel-op-aarde. Zelfs als maar een deel van deze (mijn) toeschouwers-associaties tot de intenties van de makers behoorde, is het allemaal wat veel van het goede. Het bijvoorbeeld creëren van een ironisch gekleurde versie van het misdaad-televisieprogramma van Peter R. de Vries wordt alleen al ernstig bemoeilijkt omdat de man en zijn tot enorme proporties opgeblazen ego al lang een ironisch cliché van zichzelf is geworden. Ik raakte in het woud van stijlexercities van Robbrecht (tv-satire, comedy-parodie, melodrama, het mediamieke duo Uri Geller & Patty Brard, de briefing room van Morse of De Cock) volkomen de weg kwijt, en was uiteindelijk blij dat de horeca-exploitant, in de persoon van de hoteleigenaar (topcreatie van Marcel Hensema), het allemaal wel mooi wist te vertellen, maar het gelukkig (ook) níet gedaan had.

Rashomon-effect door Frascati-producties/Toneelgroep Amsterdam, t/m 30 januari in Frascati, Amsterdam. Met Joran aan zee, t/m 31 januari in Bellevue, Amsterdam