De dader is de moderne manager

Het kan verkeren. De slachtoffers van de psychiater Finkensieper te Zetten moesten nog geen zes jaar geleden hemel en aarde bewegen om de man wegens seksueel misbruik uit zijn ambt verwijderd te krijgen, terwijl er voor de Dordtse psychiater Oudshoorn slechts een romantisch getinte briefwisseling met een jonge patient boven water hoefde te komen om de man met onmiddellijke ingang te schorsen. Bovendien was de schuld van Finkensieper zonneklaar, terwijl de enige fout die Oudshoorn kan worden nagedragen, is dat hij op een weinig professionele wijze van zijn affectie blijk heeft gegeven.

Het tragische gevolg is inmiddels bekend: op 22 januari pleegde de 56-jarige Oudshoorn zelfmoord na een vlekkeloze staat van dienst van dertig jaar. Sindsdien loopt het verantwoordelijke bestuur, en met name voorzitter Essink, spitsroeden. Tot enig berouw heeft dat echter niet geleid. De bestuurders blijven ervan overtuigd dat ze gedaan hebben wat in deze omstandigheden in redelijkheid van hen verwacht kon worden, namelijk: snel en slagvaardig handelen.
Deze gevoelloosheid mag tekenend heten voor de omslag die zich in het leidinggevende kader van de gezondheidszorg aan het voltrekken is. Werd Finkensieper eindeloos de hand boven het hoofd gehouden door een bestuur dat in de praktijk ondergeschikt was aan de artsen, een decennium later is het management in de gezondheidszorg in handen gekomen van heuse professionals die hun zaak runnen als een groot bedrijf.
Die omslag was noodzakelijk om de gezondheidszorg te moderniseren en uit de sfeer van ondoorzichtige winkeltjes te halen. Maar de vraag is of deze ontwikkeling niet te ver aan het doorschieten is. De intocht van de moderne managers heeft de sector opgezadeld met een nieuw establishment van technocraten die slechts in organisatiemodellen en financieringsstromen kunnen denken.
Dat nu is in Dordrecht pijnlijk duidelijk geworden. Iedereen die enig gevoel heeft voor de geestelijke gezondheidszorg weet dat elke hulpverlener aan de verleiding wordt blootgesteld om in de verstandhouding met een client professionele grenzen te overschrijden. Het behoort tot de kunst van de hulpverlener om daar adequaat mee om te gaan. Een goede bestuurder heeft weet van dit affectieve mijnenveld en handelt daarnaar als hij een signaal ontvangt dat er iemand op een mijn is gelopen. Hij stelt een onderzoek in en zoekt naar een oplossing die past bij de aard van de schending van de professionele codes. Dat is wat anders dan iemand onmiddellijk in de ban doen en de wereld daar via een persbericht van op de hoogte stellen.
Het heeft dan ook geen enkele zin om naar aanleiding van deze kwestie de discussie opnieuw te beginnen waar de grens ligt van wat wel en niet toelaatbaar is in betrekkingen tussen hulpverleners en clienten. Veel zinvoller is het naar aanleiding van deze tragische affaire een discussie te starten wat nu eigenlijk goede managers zijn in de hedendaagse gezondheidszorg. Technocraten die communiceren via persberichten voldoen in ieder geval niet aan dat profiel.