De moord op Theo van Gogh

De dag dat Cohen de boel nog bij elkaar hield

Op de landelijke televisie is het ’s avonds druk. Iedereen is het eens. De vrijheid van meningsuiting is in het geding. Alleen, tussen de woorden klinkt verwarring. Waarom en wat nu? De discussie over de multiculturele samenleving is heropend.

In Amsterdam-West is het stil. Men is terneergeslagen. Rida El Hassnaoui (29) is jongerenwerker bij jongerencentrum De Zuidpool in stadsdeel De Baarsjes. Hij heeft geprobeerd «zijn» jongens mee te krijgen naar de Dam. Ze hadden geen zin. «Ze balen en zijn bang», aldus El Hassnaoui: «Men had het kunnen zien aankomen. Tegenwoordig kun je alles maar zeggen. Vroeger was dat niet zo. Toen hoorde je niet de hele tijd over ‹geitenneukers›. Er zijn mensen die dat niks uitmaakt. Er zijn mensen die erdoor geraakt worden maar niks doen. En dan is er altijd iemand die gestoord is, die een wapen pakt. Als je dat wilt voorkomen, moet je strenger worden en niet meer zomaar iedereen alles laten zeggen.» Inperking van de vrijheid van meningsuiting dus? «Je moet er rekening mee houden dat je heel veel mensen kwetst met dat soort uitspraken.»

Op de Dam hebben zich eerder die avond tienduizenden Amsterdammers verzameld. De jongens uit De Baarsjes zijn daar inderdaad niet bij. Het plein is voornamelijk blank, voornamelijk jong. Burgemeester Cohen spreekt ze toe. Eerder die dinsdag, op de persconferentie, was Cohen zichtbaar aan geslagen. Hij maakte zich zorgen om onrust in zijn stad. «We hebben de buurtregisseurs in heel Amsterdam de straat opgestuurd om te voelen wat er leeft. We zullen het goed in de gaten houden. »

Er is reden voor die zorg. In Amsterdam-Oost is de stemming de hele dag opgejaagd. In de Linnaeusstraat, op de plek waar de moord is gepleegd, houden Marokkaanse jongens zich koest en bekijken de boel van een afstandje. Maar veel blanke mannen, op het oog uit de cafés gekomen, hebben zich verzameld bij het dranghek. Nederland is vol. Een vrouw met hoofddoek wordt woedend. Microfoons snellen toe. Surinaamse mannen zijn het roerend eens. De Marokkanen en Turken eromheen houden zich erbuiten. Ze kijken, luisteren en houden hun mond dicht. Of ze discussiëren onderling – niet in het Nederlands. Drie oudere Surinaamse dames staan te kijken. «Ze straffen niet genoeg. In Amerika is het gewoon zo: als jij mensen het leven berooft, word je zelf ook afgemaakt. En zo moet het ook.»

Cohen zwemt de hele dag tegen deze stroom in. Anderhalve week geleden sprak hij nog in ver manende bewoordingen over het incident in de Diamantbuurt: «Ik vind het heel slecht dat het echtpaar weg moet. (…) We weten precies wie daar op straat rondhangt, maar strafbare feiten moet je in ons rechtssysteem wel bewijzen.» Dat is zijn credo als burgemeester: wet en recht maar ook eendracht. Het wordt steeds moeilijker dat vol te houden. Wethouder Hannah Belliot van Cultuur zegt in Twee vandaag: «Het is geen tijd meer om te camoufleren. Het is ook geen tijd meer om te nuanceren. We moeten de dingen bij hun naam noemen, als u begrijpt wat ik bedoel.» Mat Herben vult later op de avond in Nova aan: «Cohen is zo iemand die een kopje muntthee gaat drinken met de daders.» Cohen was niet Van Goghs burgemeester. Voor hem was hij «de burgemeester van de geitenneukers».

Rita Verdonk heeft voordien op de Dam, zij aan zij met de burgemeester, al duidelijk gemaakt dat de visie van Cohen heeft afgedaan. Ze zegt: «We kennen de feiten nog niet, maar in ieder geval weten we wel dat Theo van Gogh vermoord is en dat de dader een Marokkaanse Nederlander was. We laten ons niet in een hoek drukken. We staan op een tweesprong. Gaan we de weg op van wraak en haat, of zeggen we: tot hier en niet verder. Wat het kabinet betreft is de keuze simpel.» Wat de gevolgen zijn, is onduidelijk, zeker door de toon die Verdonk gebruikt. De menigte reageert verward en zwenkt tussen boegeroep en applaus. «Het klinkt toch naar uit haar mond», zegt een jonge vrouw in het publiek tegen haar vriend.

Het kabinet heeft bij monde van Verdonk in ieder geval duidelijk gemaakt dat de moord op Van Gogh óók iets te maken heeft met falende integratie. Het is Verdonk die naar Amsterdam is gekomen, niet premier Balkenende. En dat is precies waarvoor de jongeren in De Baarsjes vrezen. Ze zijn bang voor stigmatisering. De website Maroc.nl – waar normaliter jongeren, moslim en niet-moslim, autochtoon en allochtoon, met elkaar discussiëren – opent met een zwarte bladzijde. «Vanochtend is Theo van Gogh op een dramatische en mensonwaardige manier aan het einde van zijn leven gekomen. (…) Ondanks dat wij fel tegen Van Gogh waren in zijn uitingen jegens de Islam, zijn wij uiteraard van mening dat iemand nooit fysiek zou mogen worden aangevallen voor het uiten van zijn mening.»

Maar helpt dat? Rida El Hassnaoui: «Dat één gek alles weer moet verpesten. Dat Marokkanen nu weer de hele tijd negatief in het nieuws gaan komen.» Er is een dag later slechts één objectieve conclusie te trekken. In Amsterdam is ná de moord vooral luidruchtig gepraat. Geen onrust, geen rellen. Cohen heeft de boel dinsdag nog bij elkaar weten te houden.