Televisie - Mijn bovenburen

‘De dames zijn bij Ajax altijd welkom’

Mijn eerste ontmoeting met W.F. Schoevaart vond plaats in de documentaire Superjoden van Nirit Peled. Peled, Israëlische immigrant, was verbijsterd over voetbalsupporters die zichzelf ‘joden’ noemden, terwijl ze dat niet waren

Medium tv2

De hoogbejaarde Schoevaart, nog steeds actief als archivaris van Ajax, verklaarde die aanhang dan ook voor stapelgek: ‘Hup Ajax’ moesten ze roepen – een brave suggestie die zijn geboortejaar 1918 verried. Zoals ook zijn onbekommerd gebruik van de term ‘jodenmensen’ dat deed. (Jaap van Praag zat trouwens bij Schoevaarts oom ondergedoken, die vast ook ‘jodenman’ zei.)

Daar zat een tip-top geklede, krasse heer die op groot respect van het grote Ajax kon rekenen. In een binnenkort uit te zenden documentaire zag ik hoe hij door auto-met-chauffeur van huis werd gehaald om in de Arena, in een eigen kantoortje, zijn nobel werk te doen. Zoals hij ook opgehaald werd voor wedstrijden, want hij was slecht ter been. Dat afhalen begon op drie hoog, van waar hij een moeizame afdaling begon. Waarbij hij de deur van de benedenbuurvrouw passeerde die toevallig documentairemaakster is en, niet toevallig, de camera in de aanslag had.

Die filmde bovendien niet alleen Schoevaarts eerbiedig-vertederde ontvangst in de Arena, maar ook zijn huiselijk leven. Waarin we kennismaken met de oude mevrouw Schoevaart. Mijn bovenburen heet deze documentaire van Colette Teurlings. Zelden een zo indringend, pijnlijk huwelijksportret gezien. Want het plezier en de glorie van meneer, buitenshuis op handen gedragen, is het verdriet van mevrouw. Die beseft steeds sterker dat ze een leven lang in dienst heeft gestaan van man, kinderen en huishouden. En dat ze daar weinig erkenning voor kreeg, zeker van haar man – die dat offer, zoals de meeste mannen (en vrouwen) van zijn leeftijd, vanzelfsprekend vond en vindt. En dat haar onmiskenbare intellectuele en artistieke vaardigheden nagenoeg onbenut bleven. Terwijl haar man voortdurend van huis was (en is) voor dat stomme Ajax en voor de bewondering en vriendschap die hij daarmee oogst, zat en zit zij alleen. ‘De dames zijn bij Ajax altijd welkom’, roept hij. Maar dat is precies wat mevrouw absoluut niet wil: voetbal en al die vreemde mensen die haar man ook nog eens geweldig vinden. Ze hoopt vurig dat ze als eerste zal sterven, want andersom moet ze een soort staatsbegrafenis doorstaan voor een man die geridderd is door staat, Ajax, knvb en Fifa.

Duizenden condoleerhanden schudden is de hel voor een eenzelvige vrouw die niet begrijpt wat ze ooit in hem kan hebben gezien toen ze elkaar op kantoor leerden kennen. Hoewel, hij had een mooie kop met haar en nette kleding. Stralen doet ze alleen als ze de zelfgemaakte babykleertjes van de kinderen op zolder laat zien. Of complimenten voor tekening of ets krijgt. Weinig empathische meneer is niet alleen de schuld: het zit ook in haar karakter en genen, weet ze. Wat het niet minder tragisch maakt. Als meneer sterft, bespaart Teurlings ons de uitvaart. Wel zien we hoe mevrouw op tv kijkt naar de eerstvolgende wedstrijd. Daar wordt haar man door de harde kern herdacht met een gigantische vlag met zijn portret. Hartverscheurend, omdat ze zich naast miskend ook licht schuldig voelt.

Colette Teurlings, Mijn bovenburen, KRO-NCRV, 24 juni NPO 2, 20.55 uur


Beeld: Mijnheer en mevrouw Schoevaart in Mijn bovenburen, regie Colette Teurlings (KRO-NCRV)