De dans om de sojaboon

De bio-industrie spreekt van ‘genetisch gemodificeerde soja’. De milieubeweging noemt het ‘genetisch gemanipuleerde soja’. Beide partijen roepen om het hardst en rollen met de spierballen. Maar is de consument eigenlijk wel geïnteresseerd?
SINDS DE VERSCHIJNING van de eerste genetisch gemanipuleerde sojabonen op de Nederlandse markt, eind oktober vorig jaar, is er een heftig dispuut ontbrand. De lobby van de biotechnische industrie en de diverse milieuorganisaties zijn lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. De biotech-lobby wil dat iedere twijfel bij de consument omtrent biotech-produkten wordt weggenomen. Maar uit de milieuhoek blijven felle protesten komen, waarvan het storten van tien ton soja voor de deuren van de EuropaBio-conferentie, eind juni in de Rai, het spectaculaire hoogtepunt vormde. Maar de vraag of de consument nu weet waar hij te midden van al het publicitaire geweld aan toe is, blijft vooralsnog onbeantwoord.

De Consumentenbond doet haar ‘uiterste best’ om aan de onduidelijkheid een eind te maken. Woordvoerster Noortje van Zanten: 'Daarom vinden wij goede etikettering ook zo belangrijk.’ Per 1 april is de etikettering van produkten waar eiwitbestanddelen van de genetisch gemanipuleerde soja in zitten, in Nederland wettelijk voorgeschreven. Daarmee wordt vooruitgelopen op de aanstaande Europese regelgeving. Op produkten waar eiwitten van gensoja in zitten, moet een label komen met de vermelding: 'Bevat soja-eiwit vervaardigd op basis van moderne biotechnologie.’
'Een probleem is echter de in produkten verwerkte sojaolie, omdat het tot nu toe niet is vast te stellen of het om genetisch gemodificeerde dan wel traditionele sojaolie gaat. Ze zijn chemisch identiek’, aldus Van Zanten. Het onafhankelijk onderzoeksinstituut TNO Voeding in Zeist spreekt van 'niet te onderscheiden’ en 'nagenoeg honderd procent identiek’, reden om voorlopig geen nieuw onderzoek ernaar te verwachten.
EEN VEEL GROTER probleem vindt Van Zanten de vertraging die de etikettering heeft opgelopen. 'Daar zijn wij het absoluut niet mee eens. Er is een gewenningsperiode van drie maanden ingesteld - dus na 1 april - om de industrie tegemoet te komen in logistieke problemen, zoals de voorraden oude verpakkingen die er nog liggen en de doorlooptijd van sommige produkten.’ Die gewenningsperiode wordt nu dus met voeten getreden. Corporate relations manager Frank van Oyen van Unilever, de grootste voedselproducent van Nederland, hierover: 'We hebben onder meer te maken met oude verpakkingsvoorraden en met seizoensgebonden produkten. Ik kan niet spreken voor de hele industrie, maar bij Unilever zijn een heleboel produkten al gelabeld. We hebben echter duizenden produkten en ik heb dan ook geen totaalplaatje.’
Volgens Greenpeace heeft de vertraging vooral te maken met angst voor de reactie van de consument. Van Oyen is het daar niet mee eens. Hij blijft wijzen op de 'seizoensgebonden produkten’ waar Unilever mee te maken heeft, en omzeilt op die manier de vraag of alle Unilever-produkten waar de gensoja-eiwitten in zitten nu inmiddels zijn gelabeld.
Voor een totaaloverzicht van de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie verwijst Van Oyen naar het Produktschap voor Margarine, Vetten en Oliën in Rijswijk, dat het gezamenlijk ingenomen standpunt van industrie en retail in Nederland vertegenwoordigt. Maar ook het Produktschap kan geen totaalplaatje geven. Voorlichter Kees Kromhout: 'Er valt ook geen totaaloverzicht te geven. De industrie is er in ieder geval wel druk mee bezig. Bovendien is de controle nog niet op gang gekomen. De test van TNO voor eiwitten is klaar, maar nog niet gevalideerd. Men is nog bezig met het testen van de test en hoopt die in augustus gereed te hebben.’
De overheid, in casu staatssecretaris Erica Terpstra van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, treedt nog niet op tegen de aanhoudende vertraging van de etikettering. Het opmaken van een proces-verbaal en andere sancties blijven vooralsnog uit. Noortje van Zanten: 'Er is inderdaad sprake van een gedoogbeleid. We zijn nu bezig met een onderzoek. We gaan de winkel in, testen bepaalde produkten en als we wat vinden, schrijven we de fabrikant aan. De uitkomst van het onderzoek komt in onze septembergids te staan die eind augustus uitkomt, en we zullen er zeker mee naar de staatssecretaris stappen.’
Unilever-voorlichter Van Oyen neemt het aangekondigde onderzoek voor kennisgeving aan en wijst op het convenant dat in december vorig jaar is overeengekomen tussen vertegenwoordigers van overheid, industrie, handel en consumentenorganisaties over de introductie van biotechnologie in levensmiddelen. 'De wettelijke vastlegging van de etikettering die uit dat convenant voortkwam, werd pas van kracht in maart dit jaar na goedkeuring van Brussel. De industrie kan niet van de ene op de andere week overschakelen op een andere verpakking. Toen hebben de overheid, de Keuringsdienst van Waren èn de Consumentenbond zèlf gezegd: “De industrie heeft tijd nodig en die krijgen ze ook.”’
DE CONSUMENTENBOND wordt ook aangevallen vanuit een andere hoek. Felle kritiek komt van milieuorganisaties. Volgens Greenpeace holt de bond achter de overheid en daarmee achter de sterke biotech-lobby aan. In een artikel in actieblad Ravage van 11 juni leidt Jeroen Breekveldt van het Biotechnologie Archief NoGen uit de deelname van de Consumentenbond aan de EuropaBio-conferentie af dat zij 'zich thuisvoelt in kringen van lobby-organisaties voor biotechnologie’.
Maar de meeste kritiek gaat uit naar de biotech-lobby zelf: 'De twijfel over genetische manipulatie moet worden weggenomen. Het publiek wordt voornamelijk door massamedia geïnformeerd. Op dit terrein zijn de traditionele biotech-lobbyisten niet echt thuis, dus schakelde EuropaBio een bekend pr-bedrijf in: Burson Marstellar. (…) Dit bedrijf stelt dat de biotech-industrie bij het verleiden van de consument haar produkten te kopen vooral niet haar eigen advocaat moet spelen. Men moet daarentegen tussenpersonen naar voren schuiven en de media “stories” aanbieden waarin de positieve kanten van de biotechnologie belicht worden. Nooit moet men “the killing fields” betreden, zoals Burston Marstellar het debat over risico’s voor milieu en gezondheid noemt. Dit moet men overlaten aan de overheid.’
Maar ook de overheid komt er niet genadig af. Marie-Jeanne Schiffelers, woordvoerster en 'genetisch expert’ van Greenpeace: 'De gensoja is veilig bevonden door de overheid, maar ze voelt toch ook wel dat veel mensen er problemen mee hebben en dat scheiding van genetisch gemanipuleerde en traditionele soja eigenlijk het beste zou zijn? Er is begin dit jaar bijvoorbeeld een motie ingediend door Stellingwerf (RPF) en Vos (GroenLinks). Zij wilden dat er een scheiding zou plaatsvinden, maar er wordt elke keer gezegd dat dat niet kan. De overheid sluit zich dus heel erg aan bij wat de industrie erover zegt. En die heeft natuurlijk een sterke lobby. De overheid heeft nu zoiets van: laat het maar zoals het nu is. De protesten zijn nog niet dermate fel dat ze op korte termijn maatregelen moet gaan nemen. Ze klopt zich nu op de borst omdat ze een labeling op de eiwitten heeft ingevoerd, terwijl dat nog maar een heel kleine stap is.’
WAT ER OOK GEZEGD mag worden over de publiciteitsstrategie van de Europese biotech-lobby, die van Greenpeace zelf blinkt ook niet uit in openheid. Er klinkt bovendien enige ambivalentie in door. Is de consument echt zo belangrijk voor Greenpeace als wordt gesuggereerd, of wordt er wellicht over de rug van de consument heen campagne gevoerd?
Schiffelers: 'Onze grootste zorg is de zorg voor het milieu, voor de leefomgeving. Kijk, wij zijn natuurlijk een milieuorganisatie en niet zozeer een consumentenorganisatie. Wij hebben de insteek van de consument gekozen - “Laat de consument wèrkelijk zelf kiezen” - omdat dat beter naar de mensen communiceert. Zij kunnen dan horen wat er aan de hand is. Het is vaak een heel moeilijk verhaal, het wereldvoedselprobleem, het gevaar van een monocultuur, het creëren van afhankelijkheid van een chemisch concern wat betreft voedselproduktie, en ga zo maar door. Het gaat hier echter om voedsel en dat spreekt aan.’
Vanwege de felle campagne van Greenpeace zou men een streng principieel standpunt tegen genetische manipulatie (door milieuorganisaties wordt steevast de term 'manipulatie’ gebruikt in plaats van het meer neutrale 'modificatie’) verwachten. Niets blijkt echter minder waar. Schiffelers: 'Greenpeace is niet principieel tegen genetische manipulatie in het algemeen. Wel vinden we dat er in alle gevallen heel voorzichtig mee moet worden omgesprongen, omdat het een techniek is die nog vrij nieuw is en nog veel onzekerheden met zich meebrengt. Ten aanzien van genetisch gemanipuleerde gewassen zeggen wij dat ze niet in de natuur mogen worden vrijgelaten omdat ze een te groot risico voor de natuurlijke omgeving met zich meebrengen.’
DE VRAAG RIJST of er bij de campagne van Greenpeace misschien sprake is van opgeklopte hysterie en gebakken lucht. Voorlichter Kees Kromhout van het Produktschap van Margarine, Vetten en Oliën, woordvoerder van de voedingsmiddelenindustrie: 'Die woorden zijn niet van mij, maar we begrijpen niet waar ze nu over ageren. Wij kunnen ons voorstellen dat ze kritisch zijn; dat is heel terecht, denk ik, het is een nieuwe ontwikkeling, dus daar moet je kritisch over zijn, maar het milieunadeel waar ze het over hebben… Er zijn toch zat rapporten die aantonen dat glyfosaat (simpel gesteld: het bestrijdingsmiddel dat bij gensojabonen gebruikt wordt in plaats van de cocktail van bestrijdingsmiddelen bij traditionele sojabonen - br) een relatief onschuldig middel is, dat er minder bestrijdingsmiddel wordt gebruikt en dat deze bonen juist kunnen leiden tot een milieuvoordeel. Wat dat betreft snappen wij niet waarom zij dat geen goede ontwikkeling vinden.’
De betrokken partijen verpulveren elkaars standpunten bij wijze van spreken tot sojameel, en doen dit vaak met een enorme verbetenheid, met name van de kant van de milieubeweging. Cees van Woerkum, oud-voorzitter van de in februari opgeheven Commissie Communicatie-overleg Biotechnologie (een tweejarig project van het ministerie van Economische Zaken dat tot doel had de communicatie over biotechnologie te verbeteren), vindt dat dit wel meevalt. Van Woerkum: 'De verschillende partijen hebben elkaar beter leren kennen. Men heeft leren begrijpen waarom de ander zo denkt. De achtergronden en motieven van bepaalde partijen zijn duidelijker geworden. Dat er af en toe flink van leer wordt getrokken, vind ik heel normaal, dat is ook nodig om aandacht te krijgen.’
CONSUMENTEN zijn, ondanks speciale informatietelefoonlijnen en -brochures, echter niet of nauwelijks op de hoogte van de biotechnologische bewerking van voedsel. De meeste consumenten zijn zich nauwelijks bewust van het feit dat soja in zestig à zeventig procent van de verpakte voedingsmiddelen zit. Sterker nog, uit recent Europees onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld één op de vijf Nederlanders in de veronderstelling leeft dat gewone tomaten geen genen hebben.
Van Woerkum, hoogleraar Voorlichtingskunde aan de Landbouw Universiteit Wageningen, heeft voor dat lage kennisniveau niet echt een verklaring. Hij erkent dat de voorlichting van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke instanties inderdaad nauwelijks weerklank vindt. 'Het is op dit moment totaal geen issue meer. Niet in de media en niet in de politiek. Andere problemen zijn kennelijk belangrijker voor de consument. Bovendien is het een zeer ingewikkelde materie. Het zou goed zijn als mensen er wat meer over wisten omdat het toch een heel belangrijke technologie kan worden, en ik ben er voorstander van dat men daarover meer informatie gaat verstrekken.’
Ondanks het feit dat uit datzelfde Europese onderzoek blijkt dat de gemiddelde Nederlander er weinig vertrouwen in heeft dat industrie, overheid en politieke partijen de waarheid over biotechnologie vertellen en dat men liever afgaat op informatie van consumentenorganisaties, de milieubeweging en universiteiten, ziet de hoogleraar Voorlichtingskunde toch 'een speciale rol weggelegd voor de overheid’ in de informatievoorziening.
Van Woerkum: 'Los van het consumentenrecht om precies te weten wat er in hun voedsel zit, hebben consumenten ook als staatsburgers recht om te weten welk beleid de overheid gaat uitstippelen met betrekking tot toepassing van biotechnologie. Dat veronderstelt maatschappelijke discussie en dat veronderstelt dat de overheid actief aanwezig is om op dat punt de mensen van goede informatie te voorzien.’