Pijnlijke geschiedenis Reflecties op de DDR

‘De DDR was voor ons het betere Duitsland’

Twintig jaar na de val van de Muur woedt in Duitsland nog altijd een strijd over de vraag wat de DDR nou was: een dictatuur, een Unrechtstaat of een sympathiek maar mislukt socialistisch project. De meningen liggen ver uiteen. En dat blijft voorlopig zo.

VRIJDAGMIDDAG HALF VIJF, een grauw flatgebouw in Berlin Mitte. Binnen verzamelen zich in de Club der Volkssolidariteit ruim honderd grijsaards. Niet-ingewijden moeten eerst even diep ademhalen voordat ze naar binnen gaan, want de stap over de drempel is een stap terug in de tijd. Welkom in de kleine DDR, zouden de gastheren eigenlijk moeten zeggen. Welkom bij Rotfuchs, een vereniging die de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst als ‘neostalinistisch’ inschat. De mannen en vrouwen van Rotfuchs hebben de DDR ongewild zien ondergaan. Het zijn mensen die nog steeds in de DDR geloven. Voor hen was de vreedzame revolutie in 1989 een contrarevolutie.
Deze vrijdagmiddag is de zaal goed gevuld, want niemand minder dan dr. Hans Modrow is te gast, de voorlaatste minister-president van de DDR. Terwijl het bestuur van Rotfuchs trots is op het bezoek van kameraad Modrow is een deel van de politieke partij Die Linke ontevreden. Die Linke probeert in het verkiezings- en herdenkingsjaar 2009 een onmogelijke spagaat uit te voeren tussen distantiëring van de negatieve uitwassen van de DDR en opkomen voor het goede uit diezelfde staat. ‘Niet alles in de DDR was slecht, en niet alles in de BRD was automatisch goed’, meldde onlangs de SPD’er en van oorsprong West-Duitse minister-president Sellering van de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Het was alsof de CDU erop gewacht had. ‘De DDR had een klassegebonden justitie en een uniforme socialistische staatsmacht. Dat was het omgekeerde van een rechtsstaat’, sloeg minister-president Böhmer van Saksen-Anhalt terug. Er was ook kritiek uit eigen partij: SPD-voorzitter Matschie uit Thüringen noemt de DDR ‘zonder twijfel een onrechtstaat’. Bovendien moeten West-Duitsers zich volgens hem in deze discussie terughoudend opstellen.
Voor Die Linke gaat het in het algemeen duidelijk te ver om de DDR als onrechtstaat te betitelen. Voor deze partij had de DDR zeker ook haar goede kanten, zoals goed georganiseerde kinderopvang en gezondheidsvoorzieningen. Toch wil de partijleiding voorkomen dat de buitenwereld Die Linke als een partij ziet die de negatieve uitwassen van de DDR relativeert. Daarom ligt het bezoek van prominent Linke-lid Modrow bij het neostalinistische Rotfuchs gevoelig.
De 81-jarige Hans Modrow, tegenwoordig voorzitter van de oudstenraad van Die Linke, weet dat zijn partij de stemmen van de leden van Rotfuchs nodig heeft. Ooit had de SED 2,3 miljoen leden; tegenwoordig komt de opvolgerpartij Die Linke op niet meer dan tachtigduizend. ‘De DDR was voor ons het betere Duitsland!’ deelt Rotfuchs-voorzitter Klaus ter inleiding met krachtige stem aan de ruim honderd grijze bezoekers mee. Een oudere man in het publiek, leunend op een kruk, kan het niet aanhoren. ‘Stelletje leugenaars!’ scheldt hij. ‘Jullie proberen alles uit de DDR mooi te praten!’ Een paar ouderen naast hem jagen hem naar buiten. ‘Ga weg! Je hebt niets geleerd!’ roepen ze de man toe. ‘Van jullie wil ik ook niets leren!’ roept de man terwijl hij richting uitgang stommelt.
Zonder het voorval te becommentariëren krijgt ‘der Hans’, zoals de voorzitter Modrow noemt, het woord. Hij begint met breekbare stem te vertellen. ‘Voor mij begon de Wende in de eerste maanden van 1989. Ik was op dat moment partijsecretaris in Dresden’, herinnert Modrow zich. ‘Ik wist dat de situatie kritisch was, dat we er economisch niet goed voor stonden. Eigenlijk hadden we in die tijd een debat moeten beginnen over hoe het verder zou moeten met de DDR, maar daar was de partijleiding niet in geïnteresseerd. Ze wilde alleen maar horen dat alles volgens plan verliep.’
Volgens Modrow heeft het Politburo in die maanden de strijd al verloren: ‘In mei openden de Hongaren de grens. Oost-Duitsers verlieten massaal het land. Maar daarover discussieerden we niet, de partijleiding was sprakeloos. Zelfs in oktober vierden we ons veertigjarig bestaan, alsof er nog steeds niets aan de hand was. Het was Gorbatsjov die in die dagen zijn beroemde uitspraak deed: “Wie te laat komt wordt door het leven bestraft.” De rest is geschiedenis.’

DE OMGANG met de DDR verloopt twintig jaar na de Duitse eenwording nog altijd moeizaam. Een flink deel van de Oost-Duitsers heeft nog altijd een positief beeld van de DDR. Volgens 31 procent van hen was de DDR geen dictatuur. Maar liefst 74 procent van de Oost-Duitsers vond het socialisme in principe een goed idee. Onder jongeren wordt het beeld nog fascinerender. Uit een onderzoek van de Freie Universität van Berlijn blijkt dat bijna twee derde van de Berlijnse scholieren de uitspraak afkeurt dat de DDR werd gekenmerkt door dictatuur en bespionering. De meeste jongeren hebben tegenwoordig geen idee wat afkortingen als SED, FDJ en NVA betekenen. Het is niet zo vreemd dat ze zo onwetend zijn: volgens 31 procent van hen is de DDR nog nooit tijdens schoollessen gethematiseerd.
Eigenlijk zouden de feiten voor zich moeten spreken. In de socialistische heilstaat werden minstens tweehonderdduizend Oost-Duitsers om politieke redenen tot gevangenisstraffen veroordeeld. Daarnaast zijn er de ‘grensdoden’. Volgens de Berlijnse justitie zijn minstens 270 Duitsers door mijnen of schoten aan de Berlijnse Muur gedood. Bijna geen enkele Stasi-medewerker is na de val van de Muur voor zijn misdaden veroordeeld. Grenssoldaten die op vluchtelingen schoten bleven grotendeels onbestraft. Ook de leiders van het Politburo hadden veelal geluk. Uiteindelijk zaten slechts vier van hen korte tijd in de gevangenis. Op Günter Schabowski na toonde geen enkele van hen een spoortje van berouw. Voormalig partijleider Egon Krenz, die tot 6,5 jaar gevangenis werd veroordeeld, vond het zinvoller om tegen de slechte omstandigheden in zijn gevangenis te klagen. Het werkte: hij mocht zijn straf in een andere cel uitzitten. Hij kreeg zelfs 21 dagen vakantie, die hij in zijn zomerhuis aan de Oostzee mocht doorbrengen. In 2003 vertrok hij voortijdig uit de gevangenis, na nog geen vier jaar te hebben gezeten. In februari 2009 presenteerde hij voor vijfhonderd bejaarde oud-SED-leden zijn boek Gevangenisnotities. Krenz werd als een held door de honderden grijsaards ontvangen. Over de DDR zei hij die avond: ‘Een staat die nooit oorlog op Duitse bodem heeft gevoerd heeft het verdiend om beter behandeld te worden.’
Krenz is niet de enige die nooit berouw toonde over zijn handelen in de DDR. Iemand die hem goed kent is Hans Bauer, voormalig vice-chef openbaar aanklager in de DDR. Bauer is voorzitter van het Gesellschaft für Rechtliche und Humanitäre Unterstützung, een oude-mannenclub die zich inzet voor de belangen van voormalige staatsdienders uit de DDR. Het GRH is gehuisvest in een triest kantorencomplex in Oost-Berlijn, waar ook de voormalige partijkrant Neues Deutschland zijn burelen heeft. ‘We zetten ons in tegen de justitiële vervolging van mensen die in dienst van DDR-staatsorganen waren’, vertelt de 67-jarige Bauer. ‘Dat waren bijvoorbeeld medewerkers van de MFS (Stasi – jk), politieagenten, grensbewakers en DDR-spionnen in het buitenland. Verder richten we ons vooral op de beeldvorming over de DDR. Veel critici proberen de DDR zo slecht mogelijk te maken. Officieel is de Koude Oorlog dan wel beëindigd, maar in het binnenste van Duitsland woedt ze nog steeds voort. Zo kan van een werkelijke Duitse eenheid geen sprake zijn.’
IN DE AFGELOPEN JAREN lijkt de discussie over de vraag wat de DDR nou eigenlijk voor een land was weer op te laaien. Hans Bauer: ‘Zoiets als een onrechtstaat bestaat juridisch gezien helemaal niet. De term is een politiek strijdbegrip van de CDU. Maar als u het zo vraagt: de DDR was net zo veel een rechtsstaat als de BRD dat was. We hadden regelingen hoe we moesten omgaan met politieke tegenstanders, maar die regelingen bestaan in het Westen ook.’
Een andere term waarmee gemanipuleerd wordt is volgens Bauer het begrip ‘innerdeutsche Grenze’: ‘Er bestond helemaal geen innerdeutsche Grenze. De grens tussen de BRD en de DDR was een militaire scheidslijn tussen twee politieke systemen. Die grens moesten we ter bescherming van onze burgers bewaken.’
Een derde begrip waar Bauer zich aan stoort is het begrip ‘Stasi’: ‘Voor mij is het een scheldwoord, ik gebruik liever het begrip “medewerker van de MFS”. Onze tegenstanders gebruiken het woord “Stasi” omdat dat enigszins op “Gestapo” lijkt. Zo proberen onze tegenstanders ons op één lijn met de fascistische dictaturen te brengen. Als één ding duidelijk is, dan is het wel dat de DDR minder fascistisch was dan de BRD. Ondanks de fouten die we hebben gemaakt was de DDR uiteindelijk het betere Duitsland. Het was voor mij het menselijkere Duitsland.’
Dat de DDR het betere Duitsland was, bleek volgens Bauer uit het ‘rechtvaardige rechtssysteem’ in het socialistische land. Het beeld dat de Duitsers tegenwoordig van de voormalige Oost-Duitse gevangenissen voorgeschoteld krijgen, stoort hem enorm: ‘De omvorming van de voormalige DDR-gevangenis in Berlin Hohenschönhausen tot een herinneringsoord is een volledig foute ontwikkeling. Er worden rondleidingen uitgevoerd door mensen die zich in de DDR strafbaar hebben gemaakt. Deze daders stellen zich nu als slachtoffers op en worden tot helden gemaakt. Ze leiden bezoekers rond en schetsen een beeld van de gevangenis alsof daar zowel geestelijk als lichamelijk gefolterd en gemarteld werd. Ik vind het erg dat hele busladingen schoolklassen hierheen worden gekard om door de gevangenis te worden geleid. En het erge is: die mensen komen niet vrijwillig!’

IK BESLUIT OM zelf te gaan kijken hoe rechtvaardig het er in de DDR aan toe ging en ga op zoek naar de gevangenis in Hohenschönhausen. Toen de DDR nog bestond, kende niemand deze plek. Ze was op geen enkele plattegrond te vinden. En ook bijna twintig jaar na de val van de Muur zouden sommige Oost-Berlijners het enorme terrein nog steeds het liefst uit hun geheugen verbannen. Wie in Hohenschönhausen, een uitgestrekte flatwijk in het noordoosten van Berlijn, de weg naar de voormalige Stasi-gevangenis vraagt, hoeft niet op medewerking te rekenen.
‘We kennen hier geen Stasi, we kennen alleen de BND (de binnenlandse veiligheidsdienst van de Bondsrepubliek – jk)’, zegt een oudere vrouw nijdig wanneer ik de weg vraag. ‘We houden niet van de uitdrukking “herinneringsoord”. Noem het liever een museum.’ De vrouw draait zich om en verdwijnt tussen de eentonige, opgeknapte flatgebouwen.
Na een eindeloze rij flats verschijnt een omheind terrein, met op de hoek van het drie meter hoge hekwerk een uitzichtpost. Hohenschönhausen was een van de zeventien Stasi-gevangenissen in de DDR. Binnen wacht Michael Bradler. Hij zat hier in 1982 een half jaar gevangen. ‘Ik kom uit een communistisch gezin. In principe was de DDR voor mij het betere Duitsland. Mijn opa en oma waren actief binnen de SED. Ook mijn vader stond achter de partij. Nadat mijn moeder in 1971 was gestorven, voedden mijn grootouders me op. Begin jaren tachtig verhuisden ze opeens naar het Westen, terwijl ze altijd in de DDR hadden geloofd. Dat was voor mij een schok. Toen ben ik me gaan bezighouden met de vraag in wat voor land ik eigenlijk woonde. Uiteindelijk wilde ik ook weg, ik wilde weer bij mijn grootouders zijn. Ik heb zeven uitreisaanvragen ingediend, die allemaal werden afgekeurd. Daarna ben ik naar de grenspost gelopen en heb gevraagd of ik het land uit mocht.’ Waar Bradler op hoopte, gebeurde daadwerkelijk: de grenswachten arresteerden hem. ‘Ik wist dat ik binnenkort het leger in zou moeten en daar had ik absoluut geen zin in. Ik wist ook dat West-Duitsland soms gevangenen uit de DDR vrijkocht. Ik hoopte dat dat ook met mij zou gebeuren.’
Bradler herinnert zich zijn tijd in Hohenschönhausen nog goed: ‘De verhoren vonden meestal ’s nachts plaats. Je had altijd twee verhoorders tegenover je. De een was de good guy, de ander de bad guy. De officieren hadden daarvoor een speciale opleiding aan een Stasi-school in Potsdam gevolgd.’ We staan in een van de bruine verhoorkamers die pal naast de cellencomplexen gelegen waren. Behang aan de muur, een simpel houten bureau met een paar stoelen, een archiefkast. ‘Na de eindeloze verhoren waren de verdachten soms zo murw dat ze ondertekenden. Het is echter heel moeilijk te bewijzen dat de aangeklaagden zijn gemarteld. Daarom kunnen oud-Stasi-medewerkers vandaag de dag nog steeds zeggen: kijk, ze zijn schuldig, want ze hebben toch zelf ondertekend.’
Volgens Bradler werden gevangenen geheel van hun privé-sfeer ontdaan. ‘Slapen mocht alleen liggend op de rug, met je gezicht richting deur. Er brandde altijd licht. Om de paar minuten kwam een bewaker kijken of je nog goed lag. De kamers zagen er weliswaar redelijk uit, maar vaak functioneerde de verwarming niet, was de wc verstopt of was er geen wc-papier. Je kreeg geen bezoek, je was jarenlang geïsoleerd, er waren altijd camera’s op je gericht. Wanneer je je niet aan de regels hield, ging je naar de isoleercel.’
Uiteindelijk werd Bradler in een geheim proces tot zestien maanden gevangenisstraf veroordeeld. In 1982 werd hij door West-Duitsland vrijgekocht. Nadat hij in het Westen was aangekomen, heeft hij zijn vader nooit meer gezien of gesproken. Deze stierf in 1985, drie jaar nadat zijn zoon naar het Westen was vertrokken. ‘Ik zou graag nog eens met mijn vader over mijn tijd in de gevangenis praten. Misschien zou dat zijn socialistische wereldbeeld hebben veranderd.’

IEMAND DIE OOK in de gevangenis heeft gezeten, maar pas nadat hijzelf de Muur had geopend, is Günter Schabowski. Weinig namen van voormalige Politburo-leden spreken zo tot de verbeelding als de naam van de man die op 9 november 1989 de opening van de Muur bekendmaakte. Nadat Schabowski begin 1990 van de SED uitgesloten was, ging hij door een diep dal.
‘Ik heb een lange weg afgelegd om te komen waar ik nu ben. Ik heb me met mijn verleden beziggehouden, ik heb nagedacht over de DDR. Ik heb op honderden bijeenkomsten gesproken, op scholen, bij partijen, bij verenigingen. Dat was niet eenvoudig, want voor de gemiddelde Duitser ben ik Honecker, Mielke en Schabowski in één persoon.’
Tegenwoordig is Schabowski ervan overtuigd dat het communisme één grote fout is: ‘Het marxistische concept dat we in de DDR toepasten was fundamenteel verkeerd. Het marxisme gaat uit van de economische en politieke situatie in de negentiende eeuw, toen er nog geen kernwapens bestonden. Daarmee is het meteen achterhaald. In de DDR heerste de totale planeconomie, zoiets kan niet functioneren! Je kunt niet een hoop bureaucraten bedrijven laten leiden, zoals in de DDR gebeurde. Socialisme, wat betekent dat nou eigenlijk? Als ik mensen vraag wat socialisme is, dan beginnen ze iets te stotteren over solidariteit tussen de mensen of zoiets. Verder komen ze niet.’
Schabowski begrijpt dat een deel van de Duitsers teleurgesteld is over wat er na de eenwording in Duitsland is gebeurd: ‘Miljoenen mensen verloren hun werk. Velen van hen kunnen niet reflecteren. Ze zien alleen dat ze werkloos zijn geworden, dat ze nu van een uitkering moeten rondkomen. Een deel van hen denkt nu dat het vroeger zo slecht nog niet was in de DDR.’
Inmiddels is hij met zichzelf in het reine over zijn DDR-tijd: ‘Ik heb geen problemen met mijn verleden, ik heb het verwerkt. Ik ben veroordeeld voor de medeverantwoordelijkheid van de doden aan de Muur. Inmiddels heb ik mijn morele medeplichtigheid geaccepteerd. Maar ik heb er uiteindelijk ook mede voor gezorgd dat de Muur verdwenen is.’