Senator Peter Welch, senaatsleider Chuck Schumer en senator-elect John Fetterman in het kantoor van Schumer in het Capitool in Washington op dinsdag 15 november 2022. © Bill Clark / CQ Roll Call / Sipa USA / ANP

Bekijk 2022 door de oogharen en je ziet een ideale voedingsbodem voor de politiek van de onvrede. Economische tegenwind, prijsstijgingen die sinds de jaren zeventig niet gezien zijn en een politieke bovenlaag die zich steeds meer voegt naar de onvermijdelijke conclusie dat mensen hun levensstijl ingrijpend moeten wijzigen willen planeet en mens duurzaam voortbestaan. Wie zich opwerpt als spreekbuis van de morrenden en verdrukten zou daarvan moeten profiteren.

Toch is dit het democratisch jaaroverzicht: Emmanuel Macron kreeg een tweede termijn als president van Frankrijk. De betekenis hiervan lag vooral bij de nederlaag van zijn tegenstander in de laatste ronde, Marine Le Pen. Er kleefde genoeg aan Macron: groeiende afstand tussen stad en platteland, onvrede over inflatie, zijn elitaire imago. Niettemin werd hij de eerste zittende Franse president sinds 2002 die door mocht voor een tweede termijn. Zelfs met de ideale tegenstander en voedingsbodem kwam het rechtspopulisme nog stemmers te kort. Le Pen kondigde haar pensioen als partijleider aan, na drie keer een verkiezingsnederlaag geïncasseerd te hebben. Rechtspopulisme versus liberale democratie: 0-1.

In het gemengde resultaat van Amerika’s midtermverkiezingen tekende zich hetzelfde patroon af. De voorspelde ‘rode golf’, waarbij een leger van door Trump gesteunde kandidaten bezit zou nemen van de Amerikaanse politiek op ieder niveau, bleef uit. Uiteindelijk moesten de Republikeinen zich tevreden stellen met een minieme meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Op het niveau van de staten waren het juist de Democraten die wonnen. En dat onder een president met historisch lage populariteitscijfers. Roepen dat de vorige verkiezingen zijn ‘gestolen’ bleek een verliezende strategie. Opnieuw een punt voor de democratie.

In Brazilië kreeg Jaïr Bolsonaro van de kiezer te verstaan dat één termijn als president wel voldoende was. ‘De Trump van de tropen’ had de kunst afgekeken door de blik op Noord-Amerika te werpen. Bolsonaro koos voor een campagne gebaseerd op cultuuroorlog tegen progressieven, ongelovigen, de pers en wie er zoal nog meer voorkomt in het rechtse register van vermeende volksvijanden. Het bleek onvoldoende kiezers te overtuigen.

Roepen dat de vorige verkiezingen zijn ‘gestolen’ bleek in Amerika een verliezende strategie

Het Verenigd Koninkrijk leverde ook een bijdrage aan de internationale deconfiture van het populisme. Ten eerste in de exit van Boris Johnson, die zich immuun waande als leider die de Brexit ‘voor elkaar kreeg’, maar uiteindelijk het krediet binnen zijn eigen Conservatieve Partij verspeelde. De korte interlude met Liz Truss, wier jarentachtig-tekentafeleconomie het moest afleggen tegen de Bank of England, was verder bewijs dat gevestigde instituties nog net iets sterker zijn dan hun uitdagers. Dat de Tories volgens peilingen een flinke electorale afstraffing wacht, onderstreept de les van 2022: in democratieën willen kiezers, ook de boze, daadwerkelijk iets terug voor hun stem. Een middelvinger opsteken, zo is de les, biedt hooguit een tijdelijk gevoel van tevredenheid.

Rechtspopulisten wereldwijd werden in de schaduw gezet door het uitdoven van hun lichtbaken. Het is moreel niet mogelijk om iets positiefs te zien in de vernietigingsoorlog die Poetin begon in Oekraïne. Hooguit zijn de gevolgen aan Russische zijde een signaal dat autoritair leiderschap aan zichzelf ten onder kan gaan. Binnen drie dagen Kyiv onder de voet lopen, gestuwd door retoriek over een ‘zwak Westen’, bleek een machtsfantasie en een totale onderschatting van het Westen om het op te nemen voor een ontluikende democratie die aansluiting zoekt bij de rest van Europa.

‘Dictators kunnen zich veroorloven meedogenloos te zijn’, concludeerde Financial Times-columnist Janan Ganesh hierover in een artikel getiteld Het jaar dat liberale democratie terugvocht. ‘Wat ze zich niet kunnen veroorloven is blijk geven van onbekwaamheid.’ Dat precies is nu Ruslands probleem. Met een dalende bevolkingsaanwas en levensverwachting was Rusland hoe dan ook geen toonbeeld van vitaliteit, hoe graag conservatieven in het Westen zich ook aan Rusland willen optrekken als alternatief voor hun eigen liberale samenlevingen. Gestript van gasinkomsten en westerse luxegoederen hangen er nog nauwelijks kleren aan het lichaam van de tsaar.

En ook China, het enige autoritair geleide land dat daadwerkelijk de status van grootmacht kan claimen, lijkt te wankelen. Het Chinese model steunt op het sleetse idee dat een tekort aan vrijheid in dictaturen zich vertaalt in daadkracht die de altijd maar overleggende democratieën ontberen. Inmiddels dreigt China vast te draaien in lockdown na lockdown, bleek de economie vastgoedzeepbellen te bevatten zoals het Westen die eerder heeft leren kennen en lijkt de voorheen ontzagwekkende groei stil te vallen. Dat Xi Jinping zijn greep op de macht verstevigde lijkt zo bezien eerder een teken van wanhoop dan van Chinees zelfvertrouwen.

Dat de liberale democratie langzaam sterft – opgevreten van binnenuit, weggeconcurreerd van buitenaf – is een refrein dat de afgelopen jaren regelmatig gezongen is. Nu staat terreinverlies van de illiberalen niet automatisch gelijk aan een democratische heropleving. En niet iedere strijd werd beslecht in het voordeel van liberale democratie – zie bijvoorbeeld de verkiezingen in Italië en Israël. Maar dit jaar was er zowel bij de stembus als in landen waar de stembus niet bestaat iets hoopvols te zien: levenskracht van de democratische wereldorde en barsten in haar autoritaire tegenhanger.

Alle andere positieve ontwikkelingen zijn hier terug te lezen.