Kabinet online

De democratie in 2020

Al ruim een half jaar heeft Nederland een jong schaduwkabinet, dat met zijn gezicht naar de toekomst staat: Kabinet Online. Maar rumoer of krantenkoppen wil het vooralsnog niet opleveren. Online-minister- president Sanderijn Cels: «Ik voel dat we er dicht tegenaan zitten.»

Bill Clinton wist er aan het begin van zijn eerste ambtstermijn veel verwachtingen mee te wekken: de denktank. Ver van de dichtgeslibde lobbycircuits in Washington zouden wetenschappers en toppers uit het bedrijfs leven de koppen bij elkaar steken en in een open discussie met frisse ideeën op talloze beleidsterreinen komen, zodat de hoofdstedelijke ambtenarij en de regering-Clinton voortdurend gevoed zouden worden met vernieuwend en bruikbaar gedachtegoed. Deze denktank-euforie speelde zich af in de wittebroodsweken van Clintons presidentschap, de tijd ook waarin zijn echtgenote Hillary nog rotsvast geloofde dat zij de architect zou worden van «een nieuw financieringssysteem» van de Amerikaanse gezondheidszorg. Na de ruig-kapitalistische periode van de Republikeinen vierde het maakbaarheidsgeloof van de Democratische Partij ineens weer hoogtij en de mooie uitgangspunten vlogen in het rond.

Inmiddels weten we hoe het afgelopen is. In het kielzog van Hillary — die met haar plannen frontaal op de granieten muur van lobbyisten stuitte — raakte ook de denktank alras op de achtergrond. Clinton bekeerde zich razendsnel tot een cultuur van handige, haalbare compromissen, die hem in veler ogen amper een half jaar na zijn verkiezing in het rechtse deel van het politieke spectrum deed belanden. Kortom: wat begon als een nobel streven om zinnige, progressieve idee en vanuit de studeerkamers naar het centrum van de macht te transporteren, eindigde in het creatief, conservatief schudden van kaarten in de achterkamertjes van Washington.

In afgeslankte vorm deed het paarse kabinet zo’n anderhalf jaar geleden ook een poging de geest waaiend te krijgen. De taak werd ditmaal niet uitbesteed aan een commissie van wijze wetenschappers en bedrijfsdirecteuren; in navolging van de samenbindende kwaliteit van ochtendjes fitnessen wilden de ministers en staatssecretarissen de resultaten van gezamenlijke sessies hersengymnastiek eens aan den lijve ondervinden. Zou wekelijks of maandelijks «brainstormen» wellicht de sleutel zijn tot nieuw elan? Was het niet een noodzakelijke bevrijding om eens op iets anders te kauwen dan op vragen over budgetten en sluitende begrotingen? Zou de pers dankzij zulke vrije gedachtewisselingen eindelijk eens ophouden te beweren dat politici middelmatige winkeliers zijn? Alvorens deze stoutmoedige gedachten überhaupt de kans kregen te rijpen, was premier Kok er vlak na de «agendaloze» kabinetszitting als de kippen bij om de romantische vergezichten de kop in te drukken. Met het gezicht van een oorwurm verklaarde hij voor het Catshuis dat hij het «wel aardig» had gevonden, maar dat het experiment wat hem betrof tot die ene keer beperkt zou blijven. Aan de lichaamstaal van de premier was te zien dat nadenken zonder doel voor hem een grotere opgave was, een heel wat heftiger aanslag op zijn zenuwgestel dan dagenlang delibereren over cijfertjes achter de komma.

Toch blijft ook de Nederlandse overheid nog af en toe een signaal afgeven dat de geest verstopt raakt; dat de overlegcultuur, het op deelgebiedjes zoeken naar het ei van Columbus en de verregaande preoccupatie met financiële kwesties hen het zicht op de werkelijkheid ontnemen. En daarmee de kans om accuraat in te spelen op de mogelijkheden die ICT-technologie biedt bij beleidsvorming. Met ongeveer deze analyse heeft het kabinet besloten een organisatie in het leven te roepen, Infodrome, die tot taak heeft gekregen de ideeënvorming over de rol van ICT in de toekomstige informatiesamenleving scherp te stellen en naar praktische beleidsadviezen te vertalen. De organisatie valt onder de «losbol» van Paars, staatssecretaris Rick van der Ploeg, en heeft op zijn beurt vorig jaar een jonge denktank geformeerd, Kabinet Online, waarin veertien ministers — die dagelijks in de blubber van de ICT-wereld staan — in hun schaarse vrije tijd proberen doorlopend alternatieven voor en aanvullingen op de beleidskeuzes van Paars te bedenken.

Boegbeeld van dit schaduwkabinet is historica en schrijfster Sanderijn Cels (30), die in haar boekje Grrls een nieuwe generatie wereldwijze macha’s in kaart bracht en als minister-president van Kabinet Online op de loonlijst van Infodrome staat (de ministers doen het pro deo). Haar komt de lastige taak toe de eclectische bijeenkomsten om te zetten in aansprekende artikelen, prioriteitenlijstjes en beleidskeuzes. Op de eerste etage van een rustiek grachtenpand ontvangt ze ’s avonds vanaf half acht de binnendruppelende ministers. Ze kunnen kiezen uit broodjes, kippenpoten en een rijk gevulde schaal met fruit, want in de 24-uurs-economie eet je meestal snel even wat tussendoor. Ondertussen valt uit de gesprekken te vernemen dat de aanwezigen druk bezig zijn «nieuwe trajecten» in gang te zetten, alsmede organisaties samen te binden in «digitale netwerken» om zo «een stukje kennismanagement» van de grond te krijgen. Een minister maakt fijntjes gewag van het feit dat zijn bedrijf zojuist is gevraagd een revolutionaire kenniswijk te «wiren».

Hoewel Cels haar kabinet in de navel van de grachtengordel heeft geposteerd, is er tot dusver onthutsend weinig van hen vernomen. Het eerste wat opvalt — en dat meteen een mogelijke verklaring voor de onzichtbaarheid zou kunnen zijn — is dat tussen premier en ministers via e-mail, fax en mobiele telefoon wel druk gecommuniceerd wordt, maar dat die open lijnen helaas ieder ook de mogelijkheid bieden om op het laatste moment af te zeggen. Wanneer op 12 maart de MKZ-epidemie en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening op het programma staan, is nauwelijks de helft van het kabinet aanwezig. Ofwel: de rijkelijk met ICT-producten uitgeruste ministers leveren hoogstpersoonlijk het bewijs dat de moderne gemeenschap een losse structuur heeft, minder gebonden is aan één geografische plek — hetgeen de consistentie van de ideeën en de kracht waarmee ze aan de wereld worden geopenbaard weleens nadelig zou kunnen beïnvloeden.

Het maakt de discussie van die avond er trouwens niet minder interessant op. Want als het de kabinetsleden aan één ding niet ontbreekt, is het aan opleiding, werkervaring en verbale scherpte. Voor minder dan afgeronde studies informatica, technische natuurkunde, economie, psychologie en filosofie doen de meesten het niet. En ook de bedrijven en de organisaties waaraan ze verbonden zijn, vaak in leidinggevende functies, spreken tot de verbeelding: Lost Boys, Netlinq, VPRO, Greenpeace, Arthur Andersen. Het zijn een soort Rick van der Ploegjes in spe, zeg maar, die in de kroeg het liefst ravotten over softwareapplicaties en kwantummechanica.

Wanneer je het Kabinet Online zo van nabij meemaakt, terwijl tientallen wilde ideeën en vergezichten heen en weer worden gekaatst, zie je plots een toekomst voor je, zeg 2020, waarin dit de échte kabinetszitting is en de Nederlandse bevolking via het net kan «inpluggen» om de vrije gedachtewisseling in het centrum van de macht live te volgen. En je gaat automatisch nadenken over hoe anders de politiek in de informatie samenleving eruit zou kunnen zien. Transparant, functioneel en «entertaining» aan de ene kant; technocratisch en tamelijk onbegrijpelijk aan de andere kant. Elk probleem wordt als een logistiek vraagstuk ter tafel gebracht, waarna iedereen naar eer en geweten zijn of haar academische kennis er tegenaan gooit, gelijk een nationaal kabinet van boven elke twijfel verheven experts. De analyse van de MKZ-crisis van Dick Rijken, online-minister van Vrom, is daar een treffend voorbeeld van: «Eigenlijk hebben we hier te maken met een crisis van de doorgeëxerceerde efficiency, het overgeoptimaliseerde systeem. Juist omdat de landbouwsector via vloeiend in elkaar grijpende vervoersstromen in staat is haar eindproducten just-in-time op de meest verschillende plaatsen te krijgen, is men extreem kwetsbaar geworden voor een ziekte als mond- en klauwzeer. Vlees, melk en eieren zijn flexibele massaproducten geworden die in een 24-uurs-economie van hot naar her worden vervoerd, producten ook die haast niet meer tot een individuele boer of boerderij zijn terug te voeren. En daardoor ontraceerbaar in de schappen van de supermarkt terechtkomen. Via ICT kun je de inzichtelijkheid van dat traject herstellen. Door labels aan het vlees te hangen, kun je opnieuw een band smeden tussen de boer en de afnemer. En wordt weer duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt.»

Er vindt een hoogwaardig debat plaats over vragen als: «Hoe vul je het grote gat tussen biologisch en niet-biologisch met digitale klantprofielen?», «Hoe krijg je productinformatie en persoonlijke voorkeursmodellen de supermarkt in?» en: «Hoeveel gradaties bio-keurmerken kan de gemiddelde consument aan?». Maar ja, de werkelijkheid, zeker de ICT-werkelijkheid, is zó rijk aan mogelijkheden en blinkt dermate uit in meerduidigheid dat je er moeilijk een puntje aan kunt zuigen. Premier Cels zal de landbouwdiscussie de dagen erna dan ook tevergeefs in een vinnig opiniestuk proberen te vatten en tijdens de volgende bijeenkomst terloops melden dat haar artikel over de digitale biefstuk «niet is doorgegaan». Synoniem voor: afgewezen door de krantenredacties. Bij wijze van uitvalsbasis wordt het gepubliceerd op de website www.kabinetonline.nl, waar alle gedachtespinsels van de club uiteindelijk als discussiepunten, of aanzetten tot discussiepunten, terechtkomen en vermoedelijk, zoals veel op het net, een stille dood tegemoet gaan.

Zorgt het landbouwbeleid al voor een even spectaculaire als onoverzichtelijke woordenbrij — «buzzword», «rebound-effect», «biologiseren», «scanner-implementatie» dansen als primadonna’s door de discussie —, bij de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening is de verwarring helemaal compleet. Moeten we onze distributiecentra dankzij nieuwe ICT-ontwikkelingen gaan centraliseren of juist gaan decentraliseren? En dienen we met de vermoedelijke groei van het contingent telewerkers wel te blijven inzetten op meer wegen? Is het überhaupt logisch om te rekenen op meer vervoer? Of juist niet? Wordt de kennissamenleving een verstilde kantoortuin vol achter hun pc geplakte breinwerkers, waar je een speld kunt horen vallen? Vragen, vragen, vragen… Door ministers af te kappen of tot bondigheid te dwingen, probeert Cels zicht te houden op zinnige plannen voor de (her)indeling van Nederland. Met een viltstift tracht ze de vitale delen van de brainstormsessie op een flip-over te bewaren. Maar of het lukt? Kreten, cirkels, cijfers en pijlen buitelen over elkaar heen en klonteren uiteindelijk samen tot een wirwar van viltstiftlijnen die, aan het einde van de avond, onwillekeurig symbool komt te staan voor de chaotische maar o zo enerverende kabinetszitting.

Is Kabinet Online dan alleen maar een gesubsidieerde supperclub waar jonge bollebozen met hun prachtige ideeën, onder het genot van vers bezorgde broodjes, in wegzakken? Als je de onbestemde opdracht van Infodrome erop naslaat («Welke nieuwe structuren en spelers komen er in de informatiesamenleving op? Welke nieuwe vragen stelt dat aan de overheid?») ben je geneigd die vraag bevestigend te beantwoorden. En te denken dat de politiek gewoon «iets» met jongeren en ICT wilde, en dat online-ministers op hun beurt «iets» met hun car rière wilden. Het beeld van brandende ambitie dat maar moeilijk vaste vormen krijgt, zou wonderwel passen bij de mislukte romance tussen de PvdA en het duo Booij en Van Bruggen, in wier huidige bedrijfspand Kabinet Online gehuisvest is. Maar gelukkig is er ook nog ene Frank van Oirschot, minister van Economische Zaken en oprichter-directeur van Netlinq, die niet wil wennen aan het idee dat hij voor Jan Lul is aangeschoven en na de pauze met zijn vuist op tafel slaat: «We moeten onze eigen agenda maken! Hoe vaak kom ik niet op ministeries waar dertig voorlichters elke dag bezig zijn dezelfde vragen te beantwoorden? Als je geld vrijmaakt om een digitaal platform te ontwerpen dat antwoord kan geven op dergelijke standaardvragen heb je straks duizenden ambtenaren over die écht iets nuttigs kunnen gaan doen.» In één moeite door lanceert hij het idee van de klantmanager: «Van al die ambtenaren die je overhoudt, kun je klantmanagers gaan maken, die burgers doorverwijzen binnen het overheidsapparaat. Moet je eens kijken wat een winst je dán boekt! Meer arbeidsvreugd voor de ambtenaar. Betere dienstverlening voor de burger. En directer contact tussen overheid en onderdaan. Daar moeten we prioriteit nummer één van maken!» Ook Vrom-minister Rijken krijgt opeens de geest. «Er moet budget komen voor een elementair stuk informatiearchitectuur! Hoe zorgen we dat de burgers niet verdwalen op het worldwide web? En elementaire diensten eenvoudig en gratis onder handbereik krijgen, zodat er geen tweedeling ontstaat?»

Wanneer realo’s sputteren dat zoiets te veel geld kost voor het komende regeerakkoord en het bovendien ondoenlijk is vakministeries op één lijn te krijgen, wordt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Alex Krijger, ook nog eens wakker: «Laten we ons in godsnaam niet inkapselen door de vierjarenplannen van de politiek! De Sovjet-Unie schijnt niet meer te bestaan, maar als je naar Den Haag kijkt, weet je het ineens niet meer zo zeker. Alles ligt daar vast. Probeer een prioriteitenlijst te maken van zaken die we als Kabinet Online wenselijk achten voor de komende regeerperiode. En laten we dan ook maar aangeven waar we geld zouden weghalen. Dan wordt het meteen een stuk geloofwaardiger.»

Ferme taal, ineens. Premier Cels kijkt opgelucht. Eindelijk wat houvast. Het komt haar goed uit, want half april gaat ze tijdens een bobo-congres in de Ridderzaal proberen Kok een beetje warm te krijgen voor de zegeningen van haar denktank en de wondere wereld van de ICT. En een welluidend prioriteitenlijstje past daar beter bij dan een diepgaand verslag over mitsen en maren. Voor Kabinet Online is het nu wachten op het moment dat Cels goeie sier zal maken met Kok, en Kok op misschien wel clintoneske wijze met haar. Cels: «Mijn outfit heb ik al uitgezocht.»

_____________________________-

Staatssecretaris Rick van der Ploeg over Kabinet Online

De Groene Amsterdammer: Waarom moeten we Kabinet Online serieus nemen?

Rick van der Ploeg: «Er zitten jonge, dynamische mensen in die hun sporen in de ICT-wereld verdiend hebben. Zo heeft Babiche Westerbrink van Justitie onlangs haar eigen e-law-bedrijf verkocht. En Dick Rijken van de VPRO hield onlangs een zeer interessante lezing over virtuele media. En hoe traditionele omroepen bijvoorbeeld genoodzaakt zullen zijn om thema’s te gaan kiezen. Z@ppelin is daar een voorbeeld van. Of de Avro met het gezondheidsthema.»

De mensen zijn belangrijk, dus het kabinet is belangrijk. Is dat de redenering?

«Nou ja, bijkomend voordeel is dat deze mensen geen fulltime politici of ambtenaren zijn. Dat levert per definitie een lossere en meer speelse kijk op de dingen op dan mensen die zelf in de rijdende trein zitten. Die roepen al gauw dat iets onmogelijk of ondenkbaar is. Bovendien komen de ministers dus allemaal uit de ICT-hoek en zijn ze ter zake kundig. Ze weten waarover ze praten.»

Zijn er al wapenfeiten te melden?

«Ze zijn nog maar net bezig.»

Al een half jaar…

«Eigenlijk komt deze aandacht wat aan de vroege kant. Ik heb ze ook geadviseerd om de eerste paar maanden in de luwte te blijven. Op 11 april is het congres ICT en samenleving in de Ridderzaal. Daar zal Kok een half uur spreken en er zal een belangrijke adviseur van Tony Blair aanwezig zijn. Dat is een moment waarop Kabinet Online meer op de voorgrond zal treden.»

Waarmee dan?

«Het idee is dat ze met goed doortimmerde manifesto’s, zeg maar puntenplannen, gaan komen. En dat ze op die manier de aandacht van regering en Tweede Kamer zullen helpen te focussen op de belangrijke issues van de overheid in de informatiesamenleving.»

Welke issues zijn dat?

«Ik pik er even twee uit. Eén is het digitale paspoort, ofwel: privacy op het internet. Hoe ga je de persoonsregistratie in de virtuele ruimte organiseren? Wordt dat een Chinese Muur waar niemand naar binnen kan? Of ga je dat transparanter maken, zodat bijvoorbeeld artsen op afstand je medische gegevens kunnen inzien? Dat is een belangrijk en ingewikkeld vraagstuk, waar ook veel technische kennis voor nodig is. Een ander punt is de jacht op internet op echte of vermeende pedoseksuelen. Moet je dat toestaan? Of het rechtsprincipe handhaven dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen?»

Gelooft u werkelijk dat Kabinet Online op deze punten de agenda gaat bepalen?

«Dat weet ik niet. Laten we zeggen dat dat de uitdaging is. Of het ze gaat lukken is een tweede.»

De discussies in het kabinet hebben namelijk de neiging zelf ook virtueel te blijven. Nogal wijdlopig en onbestemd.

«Ja. Haha! Ik verwacht ook niet van ze dat ze nu al de kunst verstaan om even efficiënt te vergaderen als Wim Kok. Gelukkig maar. Het is boven alles een denkexercitie. Heb je de website gezien? Daar kun je stap voor stap zien wat er allemaal besproken wordt. Buitengewoon boeiend. En ach, dat ze wat slimmer omgaan met de beschikbare tijd, dat komt wel. Dat is gewoon een leerproces.»

Best. Maar zelfs zonder het wakend oog van Kok blijven de discussies zo braaf, zo academisch, zo nietszeggend genuanceerd.

«Misschien. Maar ik vind toch dat je de talenten van deze generatie de kans moet geven om een rol te spelen in de beleidsvorming. Niet omdat ze lief en aardig zijn, maar omdat ze mijns inziens werkelijk iets kunnen toevoegen. Als straks de verkiezingstijd losbreekt, hoop ik echt dat Kabinet Online in staat is vraagstukken op de agenda te zetten waar de partijen niet omheen kunnen.»

Tot slot. Wat kost zo’n denktank nou op jaarbasis?

«Het budget van Infodrome is zo’n twee miljoen per jaar. Het bedrag voor Kabinet Online is daar een onderdeel van.»

Hoe groot is dat onderdeel?

«Dat weet ik niet precies. Die kosten zijn moeilijk te scheiden.»