Roz Kaveney, Reading the Vampire Slayer

De demonologie van Buffy

Roz Kaveney (red.)

Reading the Vampire Slayer

Uitg. Taurus Parke, 271 blz., € 26,50

Buffy Anne Summers is een doder van monsters en vampiers, maar ze wil niets liever dan dansen met mooie jongens. Deze verscheurdheid maakt haar onzeker over haar plaats in de gewone wereld. Evenals de Christusfiguur Neo in The Matrix kampt Buffy met de lots bestemming van een verlosser. Ze kan niet anders dan de krachten van het Kwaad bestrijden, belichaamd door booswichten als de fatale jongen Spike, de grote slang Lurconis, de sloerie Cordelia en diverse leraren die in werkelijkheid bloedzuigers zijn. De setting: het imaginaire stadje Sunnydale in het zuiden van Californië, waar de zon altijd schijnt.

Buffy The Vampire Slayer maakt deel uit van de revolutie in het Amerikaanse televisie drama die zich in de jaren negentig afspeelde. De drijvende kracht achter de kwaliteits dramaseries was ironisch genoeg commer cieel van aard. Doordat de grote televisie netwerken steeds meer concurrentie ondervonden van satelliet- en kabelzenders ontstond er een gevecht om de meest waardevolle kijker: hij of zij die de grootste hoeveelheid geld had uit te geven voor de producten van adverteerders. Maar deze kijker was niet alleen rijk, hij was ook hoog opgeleid. En dus zat het programmeren van simpele spelletjesprogramma’s, saaie actualiteitenseries, soaps of documentaires er niet meer in. De nieuwe kijker zocht iets inspirerends, iets literairs. En dat kreeg hij: Twin Peaks, Northern Exposure en Homicide: Life on the Streets en meer recent de sitcoms Seinfeld en Frasier en de drama series The X-Files, Crime Scene Investigation, Six Feet Under en Buffy The Vampire Slayer.

Illustratief voor de revolutie is de stelling van de filmhistoricus Peter Krämer, opgetekend in het recent verschenen Quality Popular Television (Jancovich en Lyons, 2003). Hij constateert dat Amerikaanse fictietelevisie nu kwalitatief beter is dan welke film ook. Deze series zijn zo fascinerend, aldus de academicus, dat «het leven is verworden tot iets wat je doet als er niets op televisie is».

Inderdaad, dat geldt des te meer voor Buffy. De invloed van de serie op de maatschappij is het onderwerp van de nieuwe bundel Reading the Vampire Slayer, een collectie hoogst leesbare kritische essays. De stukken zijn bewust hoogdravend. En dat is opvallend. Je moet het maar durven om Buffy nu nog onder de microscoop van het postmodernisme te plaatsen. Immers, het ontleden van de serie is al jaren een volkssport voor de academici van de cultural studies. De één ziet in Buffy een icoon van het postfeminisme, voor de ander is ze een heldin van D.H. Lawrence-achtige proporties. Behalve Madonna is geen andere figuur van de laat-twintigste-eeuwse populaire cultuur zo diepgaand besproken als de slayer.

Terecht. Buffy (Sarah Michelle Gellar) is uitgegroeid tot het icoon van het laatste decennium. Er is eigenlijk geen opvolger voor Madonna, behalve Buffy. Ze is het ultieme rolmodel voor vrouwelijke macht. Dat is ook het thema van het essay Just a Girl in Reading the Vampire Slayer. Op overtuigende wijze refereert de auteur aan het invloedrijke werk van de filmtheoretica en feministisch schrijver Laura Mulvey, die de mannelijke blik van de Amerikaanse populaire cultuur veroordeelt omdat die vrouwen tot objecten maakt.

Welnu, door Buffy is de vernietigende potentie van deze male gaze een gepasseerd station. Alle vrouwen in de serie hebben volledige controle over het kijken en het verlangen. Buffy snakt zonder schaamte naar mooie mannen. Sterker, op seksueel gebied geeft ze de voorkeur aan «slechte jongens» gekleed in leer. Angel bijvoorbeeld, een vampier.

Hiertegenover staan haar mannelijke vrienden, de verwijfde slungel Xander en Giles, een boekenwurm die met zijn mannelijke blik geen vrouw schade kan berokkenen, al doet hij nog zo zijn best. Daarvan getuigen op symbolische wijze Giles’ dikke brillen glazen. In een aflevering wordt hij zelfs tijdelijk blind.

Tussen deze sloebers put Buffy kracht uit haar vrouwelijkheid. Dat maakt haar tot een oergodin, een klassieke vamp, een personage dat in de visie van Camille Paglia de essentie van het vrouw-zijn bevat.

De ideologie van Buffy is grotendeels geslachtspolitiek van aard. Maar wat thematiek betreft heeft de serie haar wortels wel degelijk in de sociale, maatschappelijke en zelfs geografische werkelijkheid. In het stuk Entropy As Demon onderzoekt Boyd Tonkin de «demonologie» van de serie, in zowel letterlijke als figuurlijke zin. Een rode draad is namelijk de strijd tussen cultuur en natuur, tussen menselijkheid en monstruositeit. Deze strijd blijkt deel uit te maken van het leven van inwoners van Sunnydale-achtige steden in het zuiden van Californië. In de jaren negentig, memoreert Tonkin, vielen veel mensen in die regio in het echt ten prooi aan loslopende bergleeuwen.

In het verlengde daarvan kampen de inwoners vooral ook met symbolische monsters: al sinds de jaren veertig floreert de cultuur van gangs in steden als Los Angeles. Ook zijn rassenconflicten aan de orde van de dag. Al deze dingen zijn terug te vinden in Buffy. De heldin trekt samen met haar vrienden ten strijde tegen «de ander»: monsters, geesten en vampiers. Maar tegelijkertijd zijn ze verwikkeld in een eigen strijd: ze moeten leren om te leven, om mensen te zijn. De tragiek van andere verlosserfiguren — Jezus of Neo — is dat ze dat nooit hebben kunnen doen. Buffy wel. Vaak, na een avondje slayen, vinden we haar terug op de universiteits campus in Sunnydale, zorgeloos dansend met een mooie jongen, als een echte vrouw.