Tijd voor een nieuwe vrouwenstrijd

De derde golf

Vorige week verschenen drie grote onderzoeken naar de emancipatie van de vrouw. De conclusies zijn positief. Maar gaat het wel zo goed met de Nederlandse vrouw (allochtoon/autochtoon) en is al dat gehaast van tweeverdieners wel zo gezond? Het is tijd voor een nieuwe strijd.

Zodra het woord «vrouwenemancipatie» valt, volgt in de media en de literatuur steevast een beschrijving van het hectische bestaan van de moderne werkende moeder. Het verhaal dat de afgelopen jaren telkens opdook in de tientallen damesbladen en de vele romans, zoals de onlangs in vertaling verschenen Britse bestseller Hoe krijgt ze het voor elkaar van schrijfster Allison Paerson, gaat als volgt: sinds de tweede feministische golf hebben vrouwen massaal de arbeidsmarkt veroverd. Ze zijn hoger opgeleid geraakt en hebben mannen daarmee getalsmatig zelfs ingehaald. En dan verschijnt altijd de grote «maar». Zodra de biologische klok gaat tikken en de eerste zuigeling aan de borst hangt (alhoewel dat — helaas — steeds meer de speen van de fles is geworden) begint het grote dilemma op te spelen. Hoe moeten werk en gezin worden gecombineerd? Hoe zorgt een vrouw ervoor dat zij zich niet op beide fronten schuldig voelt vanwege het idee structureel tekort te schieten? Het leven bestaat na het eerste, tweede, derde kind uit rennen, vliegen, improviseren en stressen langs krappe schema’s van werk naar crèche, oppasmoeder, oma, vergadering, stofzuiger, zwemles of een feestje. Tot slot ploft de vrouw oververmoeid neer in het echtelijke bed, waar ze zich voorts weer schuldig voelt omdat de seks er zo vaak bij inschiet. Tussendoor roept zij een paar keer per jaar «help» tegen haar vriendinnen, vraagt zij zich voor de spiegel af of ze nog wel mooi is en wordt ze innerlijk heen en weer geslingerd tussen de ambitie een working hero te zijn en de wens het bijltje er maar helemaal bij neer te gooien om fulltime te kunnen moederen en te frutselen aan de inrichting van het huis.

Deze emotionele spagaat als gevolg van de dubbele belasting zou er mede de oorzaak van zijn dat een groot percentage vrouwen depressief is of burn out krijgt die veelal overgaat naar het eindstation van de WAO. Andere oorzaken daarvan zijn dat vrouwen hun eigen grenzen niet kennen, te veel afhankelijk zijn van de waardering van hun baas (te onzeker zijn), op de werkvloer te weinig voorbeelden «boven» zich hebben waaraan ze zich kunnen optrekken en dat ze in hun werk te perfectionistisch zijn.

Voorts wordt er in de vele varianten op dit thema ook aandacht besteed aan de rol van de man: hij is eigenlijk de boosdoener. Hij loopt hopeloos achter, want hij steekt niet overeenkomstig de toenemende drukte van zijn werkende vriendin of echtgenote meer energie in de wc-borstel, de stofzuiger en de dagelijkse kinderactiviteiten. Een kijkje bij een gemiddeld schoolhek spreekt boekdelen: voornamelijk moeders staan babbelend te wachten op hun koters die weldra vanuit de klaslokalen over het schoolplein komen aanrennen. Oppasmoeders, voorleesmoeders, kerststukjes knutselende moeders: de helpende handen op scholen zijn volgens de terminologie allemaal van het vrouwelijke geslacht.

De andere «maar» die steevast wordt genoemd is dat de stijgende lijn van vrouwen emancipatie afbuigt zodra het gaat om de maatschappelijke top. Captains of industry, professoren, medisch specialisten (behalve in «zachtere» sectoren als de kindergeneeskunde), prestigieuze advocaten, directeuren van grote instellingen: de bazen zijn van het mannelijk geslacht. Nog steeds zou er in veel beroepen een «glazen plafond» bestaan: een onzichtbare barrière die door mannen op slinkse wijze in stand wordt gehouden en waar ambitieuze vrouwen tegenaan lopen. Vrouwen hebben een baan(tje), maar geen carrière. Nederlandse vrouwen zijn deeltijdwerkers (met een gemiddelde van dertien uur per week werken ze het minst van heel Europa) en verdienen nog steeds minder geld (gemiddeld vijftien procent) voor het zelfde werk dan mannen. De minderheid is kostwinner of economisch geheel autonoom (39 procent).

Tot zover het bekende verhaal. Vorige week werd dit verhaal statistisch onderstreept in het monitorrapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau waarin staat dat «de vrouwen emancipatie op schema loopt, maar de taakverdeling tussen mannen en vrouwen scheef ligt». Eenzelfde conclusie is te vinden in een groot onderzoek naar de positie van dertigers dat «feministisch maandblad» Opzij deze maand in haar jubileumnummer — het blad bestaat dertig jaar — presenteert. «Hollend maar happy» storten de dertigers zich op het dubbele-baan-bestaan: 33 procent kiest voor carrière, 24 procent voor het gezin en 36 procent combineert loopbaan en kinderen — althans, die zijn nog niet in de gevarenzone beland.

Een ander vorige week verschenen onderzoek, van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over de toekomst van de volksgezondheid, laat zien dat vrouwen op het gebied van levensverwachting en gezondheid ook zijn meegeëmancipeerd. Vrouwen hebben in de afgelopen decennia de leefstijl van mannen overgenomen — roken en drinken, stress door dubbele taken — zodat ze dodelijke ziektes krijgen. Vergeleken met andere landen in de Europese Unie leeft de Nederlandse vrouw zelfs gemiddeld het kortst.

Gezien deze onderzoeksresultaten zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de huidige stand van zaken. Vooropgesteld: de keuzevrijheid voor vrouwen — werken of juist niet — is het hoogste goed dat is bereikt. Het behoeft geen toelichting hoe benepen en onrechtvaardig het er vroeger aan toeging als vrouwen hun hoofd buiten de voordeur staken. Met dit historisch besef mogen vrouwen van nu nooit en te nimmer hun neus ophalen voor de voorvechtsters van vrouwenrechten: dankzij hen is het voor moderne vrouwen normaal geworden om te kunnen doen en laten wat ze willen.

Maar gaat het allemaal werkelijk zo goed? Veel werkende vrouwen geven aan dat ze het feminisme wel best vinden, zolang ze er zelf maar niets voor hoeven te doen, want ze hebben «geen tijd». Een veel gehoord geluid onder mannen is dat ze met dat vrouwengedoe niks hebben. Saai onderwerp, uit de tijd. Dat heeft in algemene zin te maken met een na-ebbend paars klimaat waarin ideologie uit raakte en economie, geld verdienen, hoogtij vierde. Door het toegenomen individualisme worstelt iedereen met van alles, maar voelt men geen behoefte om naar collectieve oplossingen te zoeken. Het gebrek aan sociale solidariteit heeft er bovendien voor gezorgd dat veel feministische onderwerpen eenvoudigweg niet meer onder de aandacht kunnen worden gebracht.

Waarom interesseert het vrouwen en mannen niet dat sommige problemen niet vanuit breed sociaal beleid benaderd moeten worden, maar specifiek seksegebonden zijn? Bijstandsmoeders, heroïnehoeren, de toename van huiselijk geweld, de toename van het aantal aanrandingen en verkrachtingen, de handel in Oost-Europese hoeren die zonder verblijfsvergunning in peeskamertjes werken om de beurs van de pooier te spekken, de sluiting van de Rutgershuizen en het tekort aan blijf-van-mijn-lijf-huizen die volstromen met allochtone meisjes: het roept geen enkele verbazing of woede op. Niet in de Haagse politiek, en niet bij vrouwen die zich het lijden zouden kunnen aantrekken.

Wel een populair thema van de laatste maanden is de onderdrukte positie van allochtone (moslim)vrouwen, maar dat maakt dan weer deel uit van het bredere focus op de islam sinds 11 september 2001 en op ons integratiebeleid. Dat levert eerder een reactie op in de zin van «zie je wel hoe erg het is gesteld met die cultuur», dan dat de dwingende noodzaak wordt gevoeld steun te verlenen aan progressieve moslimvrouwen die als voortrekker de zaken op scherp durven te stellen. Hoewel duidelijk is dat vooruitgang vanuit de allochtone gemeenschap zelf zal moeten komen, kunnen autochtone vrouwen voor wie gelijkheid en vrijheid vanzelfsprekende zaken zijn zich wel degelijk onvoorwaardelijk inzetten voor het sluimerende feminisme onder moslimvrouwen. Daar klinkt steeds vaker de roep om een derde feministische golf, zoals verwoord door schrijfster Naima el Bezaz. De dubbelhartige tolerantie van de afgelopen jaren ten aanzien van vrouwenonderdrukking — hersteloperaties van het maagdenvlies om de eer van de familie te redden, om slechts een uitwas te noemen — smaakt bitter. Dergelijke schrijnende toestanden mogen niet meer worden genegeerd.

Emancipatie wordt te eenzijdig vertaald naar de mate waarin een loopbaan wordt doorlopen, en gaat voorbij aan thema’s die door een paarse attitude van ondergeschikt belang lijken te zijn geworden. Bij nadere beschouwing van de verworven sociaal-economische positie van autochtone vrouwen valt het in het polderland vervolgens bar tegen. Nergens in Europa moeten werkende mensen zo veel dagelijkse barrières nemen: de scholen gaan extreem vroeg uit (drie uur, tegen vijf uur in de meeste landen), overblijven is een oeverloos discussiepunt en het uitbesteden van kinderen aan een crèche of aan naschoolse opvang leidt tot zware debatten over de pedagogische gevaren. Om over de wachtlijsten voor opvang maar niet te spreken. Werkgevers en overheid zijn te weinig bereid voorwaarden te scheppen voor een flexibele combinatie van werkvloer en kinderen. Dat kost namelijk veel te veel geld. Uit een onderzoek van het Amerikaans Wall Street Journal, vorig jaar, naar Europese emancipatie bleek dat de Nederlandse overheid vergeleken met andere landen een «fooi» uittrekt voor zwangerschapsverlof, kinderopvang en ouderschapsverlof. «Het conservatieve diepgewortelde rollenpatroon is niet eenvoudig te doorbreken.»

Het antwoord op de vraag of vrouwen en mannen nu wel zo gelukkig zijn geworden van het tweeverdienerschap heeft inderdaad veel te maken met de Nederlandse cultuur. Maar vrouwen kunnen zelf ook enorm zeuren. Als de man op commando van de vrouw klusjes in het huishouden doet, dan dicteert ze vervolgens hoe hij het moet doen. Uit het Opzij-onderzoek blijkt dat vrouwen het niet kunnen uitstaan dat mannen er hun eigen stijl op nahouden, zodat ze hun uiteindelijk het werk maar uit handen nemen. Het uitbesteden aan een huishoudhulp is vanuit onze calvinistische traditie nog steeds een heikele zaak. Nee, de vrouwen doen het liever zelf, in het weekend of na het journaal van acht uur.

Hetzelfde geldt soms ook voor de houding ten aanzien van werk: werk moet «leuk» zijn en zodra het tegenvalt is het alibi van het kind al gauw gevonden. Het «glazen plafond» zit wel degelijk ook in vrouwen zelf. Uit de Opzij-uitslag kwam ook naar voren dat bij de vraag naar geluk gezinsvrouwen zich gelukkiger voelen dan de combineerders en de carrièrevrouwen. Het hebben van kinderen en een partner scoort hoger dan het hebben van een betaalde baan. Carrière maken betekent een lange weg met veel afzien. Het verheven arbeidsethos zou door beide seksen ter discussie moeten worden gesteld.

Demissionair staatssecretaris Phoa van Gezinszaken en Emancipatie heeft onlangs twee campagnes aangekondigd. De ene richt zich op de rechten van allochtone vrouwen. De andere heet «Mannen in de hoofdrol» en is bedoeld om mannen te stimuleren meer zorgtaken op zich te nemen. Dat het laatste nodig is, weten we nu wel. Het gaat om concrete daden: voorwaarden scheppen die het mogelijk maken dat zowel vrouwen als mannen op professioneel en persoonlijk vlak meer in evenwicht komen. Te beginnen met een verplicht langdurig zwangerschapsverlof voor mannen. En voor wat betreft allochtone vrouwen mag er geen tijd verloren gaan.