De derde weg kwijt

GREEP PROBEREN te krijgen op Tony Blairs Derde Weg is net zoiets als worstelen met een opblaaspop, schreef The Economist vorig jaar: zodra je een arm of been vast hebt, floept alle lucht naar een ander lichaamsdeel. Die uitspraak is zeker van toepassing op Blairs visionaire toespraken en de brochure die hij ooit schreef voor de christelijk-socialistische Fabian Society. Toch doet The Economist geen recht aan de politieke doortastendheid van de Britse premier. De grote lijnen van zijn ‘radicale’ programma voor de 21ste eeuw mogen dan vaag zijn, in de praktijk zet hij wel degelijk heldere lijnen uit. Het probleem met zijn ‘vernieuwde sociaal-democratische visie’ is dat hij velen helaas al te bekend voorkomt.

Een goed voorbeeld is de voortgezette privatisering van het openbaar onderwijs. Zoals Blair in zijn verkiezingscampagne benadrukte, was ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’ het belangrijkste middel om Groot-Brittannië voor te bereiden op het komende millennium. Dat klonk vooruitstrevend en idealistisch, maar het was een dubbelzinnige leuze. De gedachte erachter was niet het humanistische ideaal van universele scholing of het sociaal-democratische beginsel dat de overheid onderwijs moet verschaffen dat aansluit bij ieders vermogens en aspiraties, maar het utilitaire beginsel dat onderwijs nodig is om economisch te overleven, zowel voor het individu als voor de natie. Deze overtuiging ontlenen de voormannen van New Labour aan de Amerikaanse hoogleraar Robert Reich, minister van Arbeid tijdens Clintons eerste termijn en auteur van het baanbrekende boek The Work of Nations: Preparing Ourselves for 21st-Century Capitalism (1991). Reich schrijft dat investeringen en diensten niet langer aan grenzen gebonden zijn, zodat regeringen deze factoren niet meer zoals vroeger in eigen hand kunnen houden. Het enige onvervreemdbare bezit van een land is voortaan zijn zogenaamde menselijke kapitaal, dat wil zeggen de productiviteit van zijn inwoners. Dit menselijke kapitaal moet voortdurend worden opgewaardeerd en aangepast aan de eisen van de wereldmarkt voor kennis en diensten. Het onderwijs vervult hierbij de hoofdrol. Reich gaf zijn boek het motto van Calvin Coolidge mee: 'Patriottisme is heel eenvoudig: pas op jezelf door op je land te passen.’ New Labour keert dit om: pas op je land door op jezelf te passen. Deze welhaast misantropische onderwijsfilosofie is de grondslag voor de leuze 'onderwijs, onderwijs, onderwijs’. REICHS BOEK was zeker niet bedoeld als een soort programma, dat hebben de blairites ervan gemaakt. Het was in de eerste plaats een originele en diepgaande beschrijving van de heersende toestand. Reich waarschuwt dat naties onder druk van de markt dreigen uiteen te vallen in steeds kleinere gemeenschappen die enkel aan hun eigenbelang denken, maar New Labour verwelkomt juist de markt als 'bron van inspiratie’. In de praktijk wordt de privatiseringspolitiek van de Tories daarom voortgezet. Een sanering van het onderwijs met het oog op de wereldmarkt begint immers met een sanering volgens de eisen van de lokale markt? Minister David Blunkett van Onderwijs heeft bedrijven en particuliere stichtingen opgeroepen om 'probleemscholen’ te kopen. Met 'moderne management-technieken’ moeten deze achtergebleven of 'zieke’ scholen weer uit het slop worden getrokken. In The Guardian stond deze maand een afschuwelijk verhaal over een middelbare school in het graafschap Surrey die tot de eerste slachtoffers van dit plan behoort. De King’s Manor school heeft te weinig leerlingen en behaalt niet de gewenste examenresultaten, onder meer omdat de school als enige in de wijde omtrek speciaal aandacht schenkt aan gehandicapte kinderen. Het gemeentebestuur gaat de school nu in het diepste geheim verkopen aan particulieren die hem 'winstgevend’ moeten maken. Schoolbestuur noch ouders krijgen inzage in de procedure. Als de verkoop eenmaal rond is, krijgt de nieuwe eigenaar vrijwel onbeperkte zeggenschap over de school, het personeel en het onderwijskundig profiel. Een gezamenlijk bod van veertien plaatselijke kerken, waarvan de inhoud en (humane) onderwijskundige opzet wél openbaar was, is door de gemeente om onbekende redenen afgewezen. De gehandicapte kinderen kunnen het dus wel vergeten, want hun 'menselijk kapitaal’ is nihil en hun ouders hebben geen geld. Ziedaar de praktijk van de Derde Weg, die volgens Blair bedoeld is om de zelfstandigheid en de medezeggenschap van de burgers te bevorderen. Wat de Tories nog niet aandurfden, wordt door New Labour zonder blikken of blozen ingevoerd: de leerling wordt investeringsobject. HET VERSCHIJNSEL dat New Labour conservatiever optreedt dan de Tories doet zich ook voor op het gebied van werkgelegenheid en sociale voorzieningen. Margaret Thatcher had tenminste nog een hekel aan alle armen en werklozen. Tony Blair en zijn ministers van Financiën en Sociale Zaken hebben een speciale hekel aan de tien procent 'hardnekkige armen en werklozen’ onder de Britse bevolking. Zij worden keihard aangepakt en gestigmatiseerd door allerlei 'begeleide trajecten’ en andere vormen van toezicht. Het duurt niet lang meer of Britse bijstandsmoeders krijgen een geel oormerk en op marktpleinen wordt de schandpaal weer opgericht voor dieven en zedenmisdadigers. Het is niet moeilijk te zien dat zulke repressie, die gezinnen en wijken vaak eerder kapotmaakt dan bijeenbrengt, bedoeld is om een wig te drijven in de traditioneel hechte Britse arbeidersklasse. Ook de grote lijnen van Blairs beleid zijn een radicale versie van het beleid van de voorgaande Tory-regeringen. De premier en zijn minister van Financiën Gordon Brown geloven niet dat de overheid nog macro-economische ontwikkelingen kan of mag sturen. Keynes heeft afgedaan, de Bank of England is door New Labour formeel onafhankelijk gemaakt (alweer een stap die de Tories niet aandurfden) en de regering heeft beloofd om noch de hoogste noch de modale inkomstenbelasting in deze ambtsperiode te verhogen, zodat de overheid praktisch geen eigen sociaal-economisch beleid kan voeren. De enige mogelijkheid om het gedrag van bedrijven te beïnvloeden is consultatie. Blair en zijn ministers consulteren dan ook heel wat af met Rupert Murdoch, met de tabaksindustrie, de wapenindustrie en andere pijlers van de Britse beschaving. Gevolg is dat de één na de ander verwikkeld blijkt in (bijna-)omkopingsschandalen. Is dit nu de grote ommezwaai waarvoor Observer-hoofdredacteur Timothy Hutton, de rector van de London School of Economics Anthony Giddens en andere intellectuele voorvechters van een Derde Weg zich de afgelopen jaren sterk hebben gemaakt? Hutton schreef twee boeken waarin hij het neoliberalisme van de laatste Tory-regeringen aan de kaak stelde omdat het leidde tot 'desintegratie’ van de samenleving. In The State We’re In (1995) en andere publicaties verdedigde hij zijn concept van stakeholding, dat neerkomt op een grotere spreiding van medezeggenschap en het ondergeschikt maken van de markt aan politieke doeleinden. Hutton is een geboren optimist en schreef vlak voor de laatste verkiezingen nog een klein boekje, The State To Come (1997), waarin hij zich uiterst hoopvol toonde over het vermogen van New Labour om na zeventien jaar conservatieve 'revolutie’ de bakens te verzetten. Blair koketteerde enige tijd met Hutton, maar zette hem na de verkiezingen aan de kant. Hutton schreef in zijn krant dat Labour na de verkiezingen ditmaal niet naar links was afgegleden, zoals te doen gebruikelijk, maar naar rechts. DE MEEST vernietigende kritiek op Blairs beleid stamt ongetwijfeld van de echte Britse Derde-Weggers, die van de in 1990 opgerichte Third Way Party. Deze geïnspireerde maar marginale groepering zoekt naar nieuwe manieren om bezit, welvaart en macht te spreiden zonder te vervallen in het armetierige staatssocialisme van de jaren zeventig waarmee de sociaal-democratie bijna haar eigen graf had gegraven. De Third Way Party, oftewel '3W’, streeft ernaar maatschappelijke betrokkenheid en medezeggenschap te vergroten met behoud van persoonlijke vrijheid. Die doelstelling klinkt mooi, idealistisch en bijzonder vaag, zoals het een piepklein partijtje betaamt, maar omdat de voortrekkers zich al jaren in de materie verdiepen, weten ze precies de vinger te leggen op de zwakke plekken in Blairs programma. In een brochure van de 3W schrijft politicoloog Patrick Harrington: 'Een opgewarmde prak van stukjes van Roosevelts vooroorlogse “New Deal”, gecombineerd met neo-thatcheriaanse economie en een flinke dosis Victoriaanse schijnheiligheid, dat is alles wat Blair te bieden heeft. De “derde weg” van Blair loopt over van de retoriek over maatschappelijke zelfstandigheid, maar blijkt hopeloos zwak in de uitvoering, niet in de laatste plaats omdat de man zelf een voortbrengsel van het oude systeem is.’ Nauwkeurige analyses van de verkiezingsuitslag van 2 mei 1997 wijzen uit dat New Labour inderdaad een typische middenklassepartij is, niet de brede volkspartij waarop Blair zich laat voorstaan. Om te beginnen gingen minder mensen naar de stembus dan bij vorige verkiezingen, zodat Labour won met minder stemmen dan de Conservatieven in 1992. Blairs overwinning was eerder een teken van politieke malaise dan van hoop. Veel voormalige conservatieve stemmers gingen over naar Labour vanwege Blairs charisma en zijn belofte dat hij een even benauwd monetaristisch en fiscaal beleid zou voeren als de Tories, terwijl hun verontwaardiging over de opeenhoping van schandalen onder de regeringen van Thatcher en Major ook een rol speelde. Veel linkse kiezers stemden op Blair omdat ze hoopten dat hij na de verkiezingen naar links zou draaien. Ten tweede vertekent het first past the post-beginsel van het Britse districtenstelsel de uitslag. Labour won 418 zetels, de Tories 165 en de Liberaal-Democraten (Lib-Dems) 46. De ware stemverhouding was echter 43 procent voor Labour, 30 procent voor de Tories en bijna 17 procent voor de Lib-Dems. In tegenstelling tot wat een wijdverbreid misverstand wil, heeft Blairs 'visie’ dan ook niets te maken met de Derde Weg tussen kapitalisme en communisme die tijdens de Koude Oorlog door sommige westerlingen werd gepropageerd, maar eerder met de (christelijk geïnspireerde) vooroorlogse morele herbewapening. Op de borrels en persconferenties van New Labour heet het tegenwoordig dat men 'voorbij links en rechts’ is, omdat de verdeling van maatschappelijke rijkdom en macht niet langer ter discussie staat. Maatschappelijke problemen zijn in wezen moreel van aard, niet economisch of sociaal. Het uitgangspunt van Blair en andere Britse Derde-Weggers, zoals de Fabians en de communitaristen, is dat de cohesie in de westerse samenlevingen is verzwakt. Bijna niemand voelt zich nog met zijn medemens verbonden door de oude, soms vertrouwde maar meestal knellende banden van klasse, kerk, politieke richting en nationaliteit. Een mens bevestigt (of zoekt) zijn identiteit hoofdzakelijk door middel van consumptie. De keerzijde van deze existentiële consumptie is de teloorgang van solidariteit en 'common decency’ (burgerfatsoen). Er valt veel te zeggen voor deze redenering, maar niet op de manier van Tony Blair en zijn ministers. De blairites willen de terugkeer van het burgerfatsoen bevorderen op dezelfde manier als Margaret Thatcher het zou doen: door repressie, te beginnen met het onschadelijk maken van de gestaag groeiende maatschappelijke onderklasse en vervolgens met het opzetten van grootscheepse bewakingsprogramma’s voor de binnensteden, elektronische tagging van verdachten en vrijwel onbeperkte bevoegdheden voor de politie tot afluisteren, fouilleren, verhoren en tijdelijk aanhouden. Voor het inzicht dat een verdere maatschappelijke uitsluiting van grote groepen burgers de problemen wellicht alleen maar vergroot, staan ze niet open. Hun bezorgdheid om de kansarme medemens gaat gelijk op met de angst ’s avonds niet meer veilig over straat te kunnen. 'De nieuwe sociaal-democraten vrezen dat ze een zware prijs zullen betalen voor de financiële voordelen die ze uit het kapitalisme hebben behaald’, schrijft Harrington: 'Ze zijn bang het slachtoffer te worden van de ongeremde gewelddadigheid van een onderklasse die geen ontzag voor hen heeft. Laten we ons niet vergissen. Het is die angst, meer dan enige andere emotie, die hen doet zoeken naar manieren “om het kapitalisme voor sociale doeleinden te gebruiken en verbeteren”.’ PHILIP GOULD, een van Blairs politieke strategen, zei ooit dat Labour de verkiezingen moest zien te winnen door 'het vertrouwen van het midden te winnen zonder links te verraden’. Het resultaat van alle opinie-onderzoeken en focusgroepen is dat New Labour het vertrouwen van links kwijt is. Vroeg of laat moest de tegenstelling tussen retoriek en praktijk onbehaaglijk gaan wringen, en dat moment lijkt nu aangebroken. Het prestige van Blair is nog altijd groot, maar de traditionele achterban laat sinds enige maanden zeer ontevreden of opstandige geluiden horen. Dissidente backbenchers krijgen voor het eerst vat op ministers. De persoonlijke wrijvingen van de laatste tijd tussen Blair en Brown hebben een politieke achtergrond, te weten de groeiende tegenstelling tussen de neoliberaal Brown en meer traditionele Labour-ministers, zoals Prescott (Vervoer) en Cook (Buitenlandse Zaken). De pesterijen van Blairs zojuist ontslagen buikspreker Peter Mandelson aan het adres van Cook (hij zette zelfs Cooks ex-vrouw aan tot het publiceren van memoires over diens buitenechtelijke affaires en gezonde dorst) zijn een teken dat het radicale centrum scheuren begint te vertonen. Opmerkelijk is ook de recente rel over de samenwerking van Labour met de Liberaal-Democraten in de beslotenheid van het zogenaamde Lib-Lab Committee. De Lib-Dems hebben veel duidelijker banden met de traditionele sociaal-democratie behouden dan New Labour. In sommige opzichten bezetten ze in het parlement de linkervleugel in plaats van de tussenpositie tussen Labour en Tories. Blair beseft als geen ander dat hij de Lib-Dems aan zich moet binden omdat ze anders een geloofwaardig links alternatief voor New Labour gaan vormen. Vandaar dat hij uiterst teleurgesteld is nu Paddy Ashdown, de leider van de Lib-Dems en zijn persoonlijke vriend, de politiek verlaat, zodat de samenwerking op de tocht komt te staan. Tegelijk dringen voormalige frontbenchers erop aan dat Blair zelf de linkse standpunten gaat verkondigen die hij tot nu toe aan Ashdown overliet. De voormalige vice-premier Roy Hattersley verkondigt openlijk dat New Labour zich aan de nieuwe rijken heeft uitgeleverd. Nog ernstiger voor Blair is het voornemen van de vakbonden om hun financiële steun aan Labour stop te zetten. Er zijn dit jaar tenminste vier voor Labour belangrijke verkiezingen, namelijk regionale verkiezingen in Schotland en Wales, Europese verkiezingen en landelijke gemeenteraadsverkiezingen. De partij hoopt op een vakbondsbijdrage van een miljoen pond, maar de bonden voelen zich verraden omdat de partij een aantal 'gietijzeren verkiezingsbeloftes’ niet nakomt, waaronder vergrote medezeggenschap in bedrijven en een fatsoenlijk minimumloon. Blairs enige antwoord op deze schermutselingen is nieuwe retoriek. In een toespraak tot een progressieve denktank verklaarde hij dat Labour de 'natuurlijke partij van de middenklasse’ wil worden en niet zomaar een middenklasse, maar een 'nieuwe, grotere, meer meritocratische middenklasse’. Nu maar afwachten wat de focusgroepen ervan vinden.