Desirée Custers – ‘Mensen zijn soms zo blij dat ze een connectie met de ander kunnen maken’ © Kristof Vadino

‘Het begint altijd met een glimlach.’ Desirée Custers (30) doet aan ‘tweedewegdiplomatie’. In de conflictgebieden brengt ze geen diplomaten of politici bij elkaar, maar geheel andere beroepsgroepen, zoals artsen, kunstenaars, academici, journalisten of lokale activisten. Op neutraal terrein en vaak in het geheim komen ze twee à drie dagen bijeen. ‘Langzaam maar zeker komt dan het gesprek op gang. Mensen stuiten vaak op dezelfde problemen, delen dezelfde ervaringen. Ze vertellen over elkaars tradities, soms wordt er zelfs gezongen. Je merkt dat de gemeenschappelijkheid groeit.’

Het is verleidelijk om de effecten van deze vorm van informele diplomatie te overschatten, benadrukt Custers. Zo belegt het Duitse Center for Applied Research in Partnership with the Orient (carpo) waarvoor Custers werkt al ruim vijf jaar bijeenkomsten met professionals uit Iran en Saoedi-Arabië. Vorige maand knoopten de twee aartsvijanden weer diplomatieke betrekkingen aan. ‘De directe link met ons werk is echter niet te leggen’, vertelt ze in haar appartement in Brussel. ‘We moeten bescheiden zijn en kunnen dit niet als óns succes claimen. Tweedewegdiplomatie is een zaak van lange adem, we doen het grondwerk, werken aan vertrouwen. Maar het blijft vaak onduidelijk hoe dit doorwerkt naar de machthebbers in die landen.’

Dat het grondwerk essentieel is voor het ontstaan van vrede en begrip in gebieden waar conflicten heersen, daarvan is Custers overtuigd. Dat merkt ze bijvoorbeeld als ze als scout door het Midden-Oosten trekt en spreekt met activisten en kunstenaars om hen te interesseren voor de internationale bijeenkomsten. ‘Taal is daarbij essentieel’, zegt Custers, die zelf vloeiend Arabisch spreekt en schrijft. ‘Als ik Engels praat dan doe ik een beroep op iemands hoofd. Maar als ik met diegene in zijn of haar moerstaal praat, dan bereik ik het hart. Dan maak ik echt verbinding.’

carpo is sinds 2015 betrokken bij een project dat zich richt op Iran en Saoedi-Arabië. De landen zijn de twee grootste aartsvijanden in het Midden-Oosten en hun aanhoudende spanningen hebben een verwoestende uitwerking op de hele regio, van Jemen tot Irak en van Syrië tot Libanon. De rivaliteit tussen beide landen is niet slechts een kwestie van religieuze verschillen – waarbij Iran voornamelijk sjiitisch is en Saoedi-Arabië voornamelijk soennitisch – maar heeft ook betrekking op de strijd om macht en invloed in het Midden-Oosten.

Het conflict escaleerde dramatisch in 2015 toen Saoedi-Arabië militaire acties begon tegen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen, die grote delen van Jemen onder controle hadden genomen. Dit werd gezien als een directe bedreiging voor de Saoedische belangen in de regio. Het conflict leidde tot een breuk in de diplomatieke betrekkingen tussen de twee landen, nadat de Saoedische ambassade in Teheran werd aangevallen door pro-regime-Iraanse demonstranten.

Het herstel van de betrekkingen door bemiddeling van onder andere China is een doorbraak die vooral in Jemen tot verzoening kan leiden. Custers: ‘Hier hebben wij gefocust op onderwerpen die verder reiken dan de politieke arena, zoals academische en culturele uitwisseling en milieukwesties. Door je te richten op specifieke onderwerpen haal je het hete hangijzer uit het vuur en dat opent mogelijkheden voor samenwerking op bepaalde domeinen, ondanks dat de politieke verhoudingen vijandig zijn. Zo kan een basis worden gelegd voor betere relaties tussen de twee landen.’

Custers is ook betrokken geweest bij zogenaamde ‘anderhalvewegdiplomatie’, waaraan naast burgers ook lagere diplomaten en ambtenaren met toestemming van hun regering deelnemen. Daarbij werden experts ingeschakeld uit Irak en omliggende landen. ‘Het doel is om Irak van een strijdtoneel voor proxy-conflicten te transformeren naar een plek waar buurlanden samenkomen om gezamenlijk geschillen op te lossen.’

Na de verwoestende invasie van de Verenigde Staten in 2003 kwam Irak in een eindeloze spiraal terecht van sektarisch geweld en politieke onrust, met een eindeloze periode van instabiliteit en conflicten tot gevolg. En het werd nog erger: buitenlandse machten, waaronder de VS, Iran en Saoedi-Arabië, gebruikten het land voor proxy-conflicten om hun eigen invloed te vergroten. Deze strijd heeft duizenden levens geëist en de Iraakse samenleving ernstig ontwricht.

Eerder was Custers ook betrokken bij het verbeteren van de handelsbetrekkingen tussen Marokko en Algerije. Het conflict tussen de twee landen kent een geschiedenis van een halve eeuw vol strijd en koude confrontaties. De kwestie draait onder andere om de status van de Westelijke Sahara, waarbij Algerije de onafhankelijkheidsbeweging Polisario steunt in haar claim op deze regio. De spanningen tussen beide landen hebben diepe wortels en leidden tot een impasse in de politieke arena die nog altijd voortduurt.

Volgens Custers is het ook nu vrijwel onmogelijk om een politieke dialoog tussen Marokko en Algerije op gang te brengen. ‘We richtten ons daarom op de zakenwereld en landbouw, gezondheidszorg en groene energie. Ondernemers uit beide landen waren daarbij betrokken’, zegt ze.

‘De dialoog is een beetje kunst, want kunst is ook gestoeld in de werkelijkheid’

Wat daaruit is voortgekomen? ‘Het is lastig om bij dit soort projecten te meten’, zegt Custers. ‘Onze taak is om mensen, uit landen die vijandig tegenover elkaar staan, bij elkaar te brengen en het aan hen over te laten wat ze daarna met de informatie doen. Belangrijk is dat ze zich veilig voelen en zich uiten. Wij faciliteren en moeten daar bescheiden, neutraal en vertrouwelijk mee omgaan.’

Iran en Saoedi-Arabië knopen nu weer diplomatieke betrekkingen aan. Dat de twee wrede dictaturen het nu weer beter met elkaar kunnen vinden is ongetwijfeld een diplomatiek succes. Het is echter de vraag of de bevolking van beide landen daar iets mee opschiet. ‘Uiteraard zou het ideaal zijn als een conflict tot zo’n niveau wordt beslecht dat er ook ruimte is voor andere stemmen in de maatschappij om hun beeld of hun mening te uiten’, reageert Custers diplomatiek. ‘Maar je hebt altijd te maken met een werkelijkheid die gepolitiseerd is. Het is inderdaad moeilijk om conflictbeslechting uit te voeren op alle niveaus van een maatschappij.’

De vraag is of tweedewegdiplomatie dan wel ethisch verantwoord is. In Iran zit het regime door het akkoord weer vaster in het zadel, ook omdat een belangrijke oppositionele zender gericht op Iran nu in Saoedi-Arabië uit de lucht is gehaald. Custers vindt het een moeilijk dilemma. ‘Ik weet niet of ethisch niet-verantwoord de juiste aanduiding is’, zegt ze nadenkend. ‘Ik denk wel dat er altijd ruimte is om deze informele diplomatie te beoefenen. Er zijn altijd wel mensen zijn die de branie en moed hebben om met de ander in gesprek te gaan. Er zijn altijd individuen die over vijandelijke lijnen heen willen kijken omdat ze geloven in dialoog. Vaak wordt onderschat hoe moedig je daarvoor moet zijn.’

Schöne Welt, wo bist du

Op 28 april viert De Groene Amsterdammer zijn 145ste verjaardag onder de titel Schöne Welt, wo bist du – een zoektocht naar hoopvolle ontwikkelingen. Hoe kunnen we bouwen aan een rechtvaardige, mooie wereld? In de aanloop naar het lustrum gaan we in deze nieuwe serie interviews op zoek naar tekenen van vooruitgang.

Custers woont samen met haar kat in het hart van Brussel. Haar huis is versierd met een overvloed aan schilderijen, tekeningen en souvenirs die ze heeft verzameld tijdens haar reizen in Irak, Jordanië, Saoedi-Arabië, Marokko en Mauritanië. ‘Ik heb alle religies in het huis.’ In de woonkamer hangt een vers uit de koran, gekocht in een Jordaanse boekwinkel. ‘Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer der mensen. De Koning der mensen. De God der mensen. Tegen het kwaad van de wegsluipende fluisteraar’, luidt het. Naast een foto van Ali, de neef van Mohammed die door sjiieten wordt aanbeden, staan op een randje Portugees-christelijke poppetjes. ‘Die stoppen ze daar in taarten.’

In haar boekenkast neemt Talking to Terrorists van Jonathan Powell een prominente plek in. De Britse diplomaat die achter de schermen nauw betrokken was bij de onderhandelingen in Noord-Ierland die leidden tot het Goede-Vrijdagakkoord beschrijft ook de vredesprocessen in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Zijn boodschap: het loont altijd om te onderhandelen met de vijand.

Aan de muur van Custers’ slaapkamer hangen tekeningen en kunstwerken van eigen hand. ‘Mijn werk omvat dialogen’, vertelt ze. ‘De dialoog is ook een beetje kunst, want kunst is ook gestoeld in de werkelijkheid, maar het creëert iets nieuws. Dat is de bedoeling van een dialoog. Het ontspringt aan de realiteit, maar tracht tegelijkertijd een nieuwe realiteit te scheppen.’

Haar moeder was diplomate en met haar reisde Custers veel naar verschillende Afrikaanse landen. Op negenjarige leeftijd zag ze voor het eerst het Arabische schrift in Burkina Faso. ‘Ik was meteen gefascineerd door de tekens, later ook de klank.’ Tijdens haar studie politicologie in Leiden werkte ze in een hotel om geld te sparen voor haar reis naar Marokko, waar ze intensief Arabisch studeerde. Ze voltooide haar master in conflict studies aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door een master arabistiek en islamkunde in Leuven.

De taal ligt haar goed. ‘Arabisch is erg logisch. Elk woord, elk concept, heeft een basis van drie, soms vier letters. Alle woorden over een bepaald onderwerp hebben diezelfde drie basisletters met een specifieke toevoeging. Bijvoorbeeld bij schrijven, schrijver, boek, bibliotheek en bureau, allemaal bevatten ze dezelfde drie letters.’ Ze spreekt een keurig, algemeen beschaafd Arabisch. Haar Nederlands heeft een zachte g, omdat ze deels opgroeide in het Midden-Limburgse Roggel.

‘In mijn werkveld moet je altijd de deur op een kier houden voor radicaal andersdenkenden’

Een carrière in de echte diplomatie lag in de lijn der verwachting, toch werd dat het niet. ‘Met mijn karakter pas ik waarschijnlijk niet in het strakke keurslijf van de diplomaat’, zegt Custers. ‘Ik zoek graag ruimte om buiten de gebaande paden te gaan.’ Tijdens een stage in Jordanië was ze betrokken bij een bijeenkomst waar inwoners uit Jordanië, Palestina en Israël hun waterproblemen bespraken. ‘Een bijzonder moment’, vertelt ze. ‘Tientallen jaren staan mensen hier vijandig tegenover elkaar en die politieke verschillen zijn natuurlijk niet verdwenen. Maar de waterproblematiek gaat over grenzen heen. Boeren, jongeren en ook lokale autoriteiten maken zich zorgen om hun watervoorziening en zoeken allemaal naar oplossingen. Ze vinden zo een gemeenschappelijk terrein en dat biedt mogelijkheden tot oplossingen.’

Ze reist veelvuldig zelfstandig in de Arabische wereld rond, zonder vertaler. ‘Je krijgt op die manier een dieper begrip van een cultuur omdat je landen van binnenuit ervaart.’ Ze luistert vooral veel. ‘Zo voel ik uiteindelijk wat er echt speelt en waar de mogelijkheden voor toenadering liggen.’

Het zijn geen ongevaarlijke missies. Hoe voorkomt ze in haar zoektocht naar kritische en dissidente stemmen dat ze niet gezien wordt als spion? ‘Ik investeer veel tijd en energie in het opbouwen van vertrouwen en een netwerk’, zegt Custers. ‘Ik weet vaak van tevoren bij wie ik op bezoek ga, maar soms leer ik ook ter plekke relevante mensen kennen. Aan het netwerk wordt jarenlang gewerkt. Je hebt uithoudingsvermogen nodig in dit werkveld, want het vertrouwen moet groeien. En ook regimes en organisaties veranderen en kunnen de waarde van ons werk gaan inzien als we eenmaal een solide reputatie hebben opgebouwd.’

Regelmatig doet ze verslag van haar reizen op haar website, zowel in het Engels als het Arabisch. Mauritanië stal haar hart, schrijft ze bijvoorbeeld in een recent blog. ‘Het is een plek waar de unieke culturen van Sub-Sahara-Afrika en de Maghreb-landen naadloos samenkomen, waar de taal van het Standaardarabisch harmonieus wordt vermengd met het kleurrijke Hassani-dialect dat door veel Mauritaniërs wordt gesproken.’

Custers voelt zich thuis in Brussel. ‘Het is echt een stad met een meerderheid van minderheden. Ik herken hier dingen uit mijn jeugd in Afrika, uit de Arabische wereld en uit Nederland.’ Onlangs heeft ze met gelijkgestemden uit Irak, Iran en Duitsland het Ewana Center for Cultural Understanding opgericht. In het Arabisch en Farsi refereert het aan Iwan, een architectonische plek waar mensen bij elkaar komen om met elkaar in gesprek te gaan en kwesties te bespreken, vertelt ze. ‘Een soort buurthuis.’

Custers vervolgt: ‘We willen graag een dialoog openen tussen deze drie regio’s om de spanningen en culturele vooroordelen te bespreken. Zonder die verschillen teniet te willen doen, want die zijn juist interessant. We willen graag cultureel begrip niet alleen voor de ander verbeteren. Maar ook om via de ander naar onszelf te kunnen kijken. Je hebt altijd de ander nodig om ook je eigen identiteit vorm te geven. De kunst is om dat op een constructieve manier te doen.’

Ze gaat met Ewana allereerst een encyclopedie van de moderne Arabische literatuur maken. ‘Want boeken over conflicten en over vrouwen die zich bevrijden komen in het Westen wel uit. Maar er zijn ook geweldige roman- en sciencefictionschrijvers, auteurs die met ironie de wereld beschouwen of over heel menselijke dingen schrijven, zoals het omgaan met een ernstige ziekte.’

Zoals de Egyptische romanschrijver Youssef Ziedan. Zijn boek Azazeel gaat over een jonge koptische monnik die in de vroege dagen van het christendom in Egypte leeft. Hij begint te twijfelen aan zijn geloof en raakt geobsedeerd door de figuur Azazeel, een gevallen engel uit de Hebreeuwse bijbel. Het is een mix van historische fictie, filosofische roman en theologische discussies. Het boek verkent thema’s zoals religieuze intolerantie, seksualiteit, politieke macht en de zoektocht naar waarheid en spirituele betekenis. ‘Dit soort thema’s komt ook aan de orde in de moderne Arabische literatuur.’

De tweedewegdiplomatie kan volgens Custers overal worden toegepast. In Europa en het Midden-Oosten, en zelfs in een land als Afghanistan. ‘Ik spreek niet een van de talen, dus zou het zelf niet doen. Maar ook hier kun je mensen uit verschillende gemeenschappen bij elkaar brengen.’ Ook de toenemende polarisatie wereldwijd en het verharden van de tegenstellingen tussen het Westen, Rusland en China of de gevechten die op de sociale media plaatsvinden tussen links en rechts, of tussen burger en boer, kunnen haar niet uit het veld slaan. ‘Ik ontmoet veel toffe mensen die verder durven kijken dan de conflicten.’

De polarisatie van het identiteitsdebat is een wereldwijd fenomeen, erkent ze. ‘En op intrastatelijk niveau wordt dat gepolitiseerd en gebruikt. Het is een creatie, een construct. Er wordt een keuze gemaakt om dat op een destructieve manier te doen, op politiek niveau, voor politiek gewin of voor andere belangen. Ik denk dat daar een groeiend besef over is. Maar juist dan is het belangrijk om genuanceerd te zijn of soms zelfs neutraal.’ De tweedewegdiplomatie is voor haar een pad van hoop. ‘In mijn werkveld moet je altijd de deur op een kier houden voor radicaal andersdenkenden, hoe groot de verschillen ook zijn.

Uiteindelijk draait het toch uit op een dialoog, dat is nu eenmaal de enige oplossing.’

De dialoog op gang brengen tussen aartsvijanden is een moeizaam, vaak frustrerend pad. Maar soms breekt de zon door. ‘Mensen zeggen: “Wauw, dit is de eerste keer dat ik een mens uit het andere land ontmoet.” Tijdens een workshop moeten ze soms hartstikke met elkaar lachen. Tijdens het diner, als deelnemers historische tradities vergelijken, klinkt er gezang. Mensen zijn soms zo blij dat ze een connectie met de ander kunnen maken. Dat werkt enorm motiverend.’