De dictatuur van de vrije keuze

‘Ik weet het niet!’, roept mijn jongste zoon gekweld uit terwijl hij met wanhopige ogen en voor de zoveelste keer de tot een muur gestapelde blikjes Cola, Sprite, Seven Up, Taksi, Cola Light, Pepsi Cola enzovoort monstert.

Zijn consumptieve vertwijfeling is zo langzamerhand een ritueel geworden. Als een rechtgeaard gescheiden paps - en dus kromtrekkend van het schuldgevoel - verwen ik hem te veel. In de supermarkt mag hij iets lekkers uitkiezen, een snoepje zus of een blikje zo. Maar mijn kleine lieveling kan geen keuze maken in dit consumers paradise.
Het patroon van onze gestoorde communicatie loopt dan ongeveer als volgt. Ik loop na een poosje weg, met het doel om zijn besluitvorming te forceren. En vervolgens verhaalt hij de frustraties over zijn eigen onvermogen op mij. Hij begint te huilen, scheldt me uit en kiest tenslotte het verkeerde blikje. In het ergste geval kiest hij helemaal niks en crosst hij op zijn fietsje woedend terug naar zijn moeder. Hij moet leren kiezen, houd ik mijzelf voor. Zo geef ik een pedagogische draai aan mijn eigen twijfels.
Het recht om in vrijheid te kiezen geldt ongetwijfeld als de grootste verworvenheid van onze liberaal-democratische samenleving. En er valt ook steeds meer te kiezen, dank zij de onuitputtelijke inventiviteit van het kapitalisme, de onstuitbaar voortschrijdende medische wetenschap en de ogenschijnlijk onomkeerbare democratisering van onze samenleving. Aan het einde van de twintigste eeuw kunnen mensen hun levenspartner, hun opleiding en hun hypotheekvorm vrij kiezen. Wie verkiest zich voort te planten, kan tegenwoordig niet alleen de omvang van het nageslacht bepalen, maar ook de sekse. Vrouwen kunnen kiezen uit grote en kleine borsten en er valt, indien ontevreden, ook aan het eigen geslacht wel iets te knutselen. Een penis wordt in een mesomdraai omgebouwd tot een vagina, en andersom - inderdaad, ietsje moeilijker - is ook mogelijk.
Al die keuzevrijheid kan een mens ook fataal worden: je kiest de verkeerde studie, vervolgens een verkeerde levenspartner en via de leenlijn knoop je jezelf op aan een verkeerde hypotheekvorm en een doorlopend krediet. Je laat je zelf operatief van sekse veranderen, maar na een paar maanden begin je je ouwe pikkie ontzettend te missen en tot overmaat van ramp blijkt ook nog dat je veel te vroeg euthanasie op je moeder hebt gepleegd: ‘Mama! Plassertje! Waar zijn jullie gebleven?’
De meeste mensen bakken er dus niks van, van al dat kiezen. Ze hebben geleerd dat ze moeten kiezen, maar het liefst raceten ze terug naar hun moeder, want een kind hoeft gelukkig nog niet zoveel te kiezen. En is onze deerniswekkende condition humaine niet begonnen met kiezen toen de Eerste Vrouw zo nodig moest eten van die ene verboden boom?
Vroeger, toen de meeste mensen nog kinderen waren, viel er bijna niks te kiezen. Voor een dubbeltje geboren en zo. Soms betrap ik mij op een zekere jaloezie jegens de generatie van mijn ouders, die heel wat minder te kiezen hadden dan ik. Die deden het dus gewoon met wat ze hadden: elkaar en hun kleine armoedje. En zo af en toe voel ik me zelfs een beetje opgelucht wanneer blijkt dat mensen ondanks al die vernuftige maakbaarheid hun eigen lot niet kunnen kiezen. Zo zit je in een TWA- Boeing aan je welkomstdrankje te nippen en zo drijf je, boem, gevierendeeld in de Atlantische Oceaan; het ene moment zit je tevreden voor je caravan te suffen in het Spaanse zonnetje en op het volgende moment lig je gestikt in de blubber. De gedachte dat een mens volledig voor zijn eigen lot verantwoordelijk is, vind ik bijna net zo ondraaglijk als een dictatuur die iedere menselijke wil tot een aanfluiting maakt.
Mensen worden steeds vermoeider van al dat verplichte kiezen. Erich Fromm heeft ooit beschreven hoe de massa’s voor de oorlog vluchtten voor hun vrijheid en de verlossing vonden in de klossende legerhordes van het fascisme. In ons individualistische tijdperk neemt de angst voor vrijheid weer religieuze vormen aan: de overgave aan het New Age- gedoe, mallotige therapieen en pseudo-religieuze hokuspokus. En miljoenen Oosteuropeanen die sinds kort bevrijd zijn van de communistische dwingelandij, kijken tegenwoordig verlangend terug naar hun geknechte, maar toch ook prettig overzichtelijke verleden.
Bepleit ik soms een nieuwe vlucht uit de vrijheid? Allerminst. Natuurlijk is het recht om in vrijheid te kiezen belangrijker dan al die verkeerd gemaakte keuzen. Het lerend vermogen van de mens is tenslotte voor het grootste deel gebaseerd op foute beslissingen.
Het probleem is echter dat sommige keuzen pervers zijn, zoals de keuze om door middel van abortus van een tweeling een eenling te maken. En andere keuzen zijn ronduit vals. Net zoals ik liever in Nederland zonder auto’s zou leven in plaats van te mogen kiezen uit een automobiel met of zonder airconditioning, zo zou mijn zoon veel liever dan dat lullige blikje cola een vader hebben die gewoon onder hetzelfde dak woont en slaapt als hij. Het zijn nepkeuzen, waarvan je het beste hard kunt weglopen. Van kinderen kun je heel veel leren.